Auwerda met vliegtuig


Vroege jaren

Petrus Cornelis Auwerda (Smilde, 9 januari 1890 - nabij Vliegkamp De Kooy, 3 april 1922) was de zoon van Cornelis Petrus Auwerda (tolpachter) en Hendrikje Brink. Hij trouwde op 21 december 1917 met Jenneke Maria Rietveld (1894-1971).

Auwerda volgde de opleiding tot onderwijzer. Tijdens de mobilisatie, in 1914, werd hij onder de wapenen geroepen. Dat bleef hij nadat de Eerste Wereldoorlog in 1918 eindigde. Auwerda voegde zich in november  van dat jaar namelijk bij een groep van drie personen die zich bij het dan nieuwe Vliegkorps aanmeldde.

De thuisbasis was Marinevliegkamp De Kooy. Auwerda verkreeg het jaar daarop, op 17 april 1919, zijn burgerbrevet bij de Fédération Aéronautique Internationale. Hij bleef werkzaam op De Kooy tot zijn dood, drie jaar later. 

Vliegtuigongeluk

Auwerda zou in 1922 omkomen bij een vliegtuigongeluk. Hij stond toen al wel bekend om zijn soms wat "wilde" vliegtochten. In april 1920 moesten Auwerda en luitenant-ter-zee eerste klasse Olivier met een Spyker C12 een noodlanding vliegtuigongeluk 1922 maken in een weiland bij Woerden. Dit was een gevolg van een defect aan de motor.

In juli van dat jaar werden bewoners van een plaatsje in Drente opgeschrikt toen plotseling hetzelfde vliegtuig een landing maakte op een lokaal veldje. Auwerda nam verder deel aan diverse vliegdemonstraties in geheel Nederland.

Auwerda (instructeur), met duizenden vliegkilometers achter zich, en tweede luitenant-ter-zee Jan Frederik Mahns maakten met hun tweepersoons Spyker V2 jachtvliegtuig tijdens een tocht enkele bochten. Hierdoor verloor het toestel snelheid en in plaats van de landing in te zetten stortte het honderd meter naar beneden. Het ongeluk gebeurde om half 11 's ochtends.

Door de klap leek Mahns slechts zijn been gebroken te hebben. Auwerda was op slag dood. Nadien bleken de verwondingen van Mahns toch ernstiger want hij overleed enige dagen later, op 6 april, om 9 uur 's avonds aan interne bloedingen in het Marinehospitaal in Nieuwediep. Hij werd 25 jaar en was verloofd met Henriette van der Heide.

De oorzaak van het ongeval, zo werd later vastgesteld, was alleen de eerder genoemde te lage snelheid tijdens het nemen van een bocht. Het vliegtuig noch de motor daarvan vertoonden mankementen.

Begrafenis

Auwerda's stoffelijk overschot werd op 6 april met militaire eer van het Marinehospitaal te Nieuwediep overgebracht naar het station in Den Helder. Daarna vervoerde een trein de kist verder naar Bussum, waar Auwerda op 13 april op de Algemene Begraafplaats ter ruste Auwerda zou worden gelegd.

De Minister van Marine ad interim  en de commandant der Marine werden bij de plechtigheid vertegenwoordigd door luitenant-ter-zee eerste klasse Olivier en luitenant-ter-zee Du Moulin.

De commandant van de Luchtvaartafdeling was aanwezig in de persoon van eerste luitenant Sar. Manschappen van de Marine legden in totaal twintig kransen op het graf.

Tijdens de plechtigheid cirkelde een vliegtuig over de begraafplaats.

Auwerda was, ondanks zijn soms wat roekeloze vluchten, een van de meest betrouwbare marine-officier-vliegers. Hij won twee keer de beker in de Vijfkamp voor officieren van het Nederlands Olympisch Comité (1919 en 1920).

Auwerda was het zesde slachtoffer van een vliegongeluk bij De Kooy. Hij liet een echtgenote en een dochtertje achter.

 

Zie ook:

f t

Login