Afdrukken
Details: Hoofdcategorie: Portaal Categorie: Nieuws | Gepubliceerd: 25 maart 2021

Boekceessomers


Cees Somers. Oorlogsvrijwilliger. Garde Jager. Veteraan. Het dagboek van Kees Somers in Nederlands-Indië. ISBN 978 9090 305 806. 2020. 496 bladzijden. Met veel illustraties. Bestellen kan via deze link. Of via Iskander Management. Rekening nummer NL INGB 0660020580 onder vermelding van "Boek Oorlogsvrijwilliger" en naam en adres.

Somers jr. is sinds 2009 conservator van de Historische Collectie Grenadiers en Jagers in Schaarsbergen. De achterliggende documentatie van dit boek is hier in het archief te vinden.


Wie was Kees Somers

Achtergronden van Somers

Achtergronden van de strijd in Nederlands-Indië en het Garderegiment Grenadiers en Jagers

Het Indië-dagboek van Kees Somers

Episodes uit het dagboek

Conclusies


Wie was Kees Somers

De zoon van Kees Somers, historicus, nam de aantekeningen van zijn vader als basis voor dit boek en plaatste het in de context van de tijd, met verduidelijkingen en achtergronden.

Kees Somers (8 september 1923-15 november 2004) was vanaf 1944-1948 actief als oorlogsvrijwilliger, waarvan drie jaar in Nederlands-Indië. Gedurende deze periode hield hij een dagboek bij.17 Kees1

Somers sr. meldde zich op 25 november 1944 als oorlogsvrijwilliger aan. Zijn eerste militaire training ontving hij vanaf 2 januari 1945 bij 1 Bataljon OVV Regiment Jagers in Fournes.

Daarna werd zijn bataljon in Zeeland, en na de bevrijding Duitsland, voor onder meer bewakingstaken ingezet. Halverwege 1945 kreeg 1 OVV-Jagers de taak orde en vrede te herstellen in Nederlands-Indië.

In Malakka ontving het bataljon een jungle-training van commando's en Britse Ghurka's, waarna 1-OVV Jagers op meerdere plaatsen in Nederlands-Indië werkzaam zou worden. Somers zelf keerde op 26 mei 1948 terug naar Nederland, waar hij trouwde met Annie Pagie, met wie hij vijf kinderen kreeg.

Hij begon nu zijn loopbaan bij de Rijkspolitie, waar hij zijn carrière beëindigde als Commandant Recherchegroep. Nadien was hij actief voor de Stichting 40-45 en aanwezig bij de vele rëunies van zijn bataljon.

Tijdens de viering van het 175-jarig bestaan van het Regiment Grenadiers en Jagers in 2004 werd Somers onwel. Hij bleek een dodelijke ziekte onder de leden te hebben en overleed nog datzelfde jaar. Somers ligt begraven in zijn geboorteplaats Engelen.
Achtergronden van Somers

In het boek wordt eerst een overzicht van de voorgeschiedenis van de familie Somers gegeven. De grootvader van Somers, Philip Somers, was van 1866-1867 actief als De zouaaf zoeaaf-vrijwilliger in het leger van Paus Pius IX.

Somers zelf is een  van de acht kinderen van de Rooms-Katholieke Jean Baptist Somers en Antonia Anna van de Griendt. Tijdens de oorlog leerde hij zijn latere vrouw Annie Pagie kennen.

Op haar ouderlijke woonboot werden tijdens de Tweede Wereldoorlog meerdere onderduikers verborgen gehouden, waaronder Angus MacLean, later minister in Canada. Hiervoor kreeg de vader van Pagie postuum het Verzetsherdenkingskruis.

De schrijver vervolgt met een schets van de gevaren en bedreigingen in de periode vlak voor de bevrijding van Zuid-Nederland. Het ouderlijk huis van Somers ging in deze periode in vlammen op en een tante werd door een kogel dodelijk getroffen.

De schrijver motiveert de beslissing van Somers om dienst te nemen en naar de Oost te gaan door te wijzen op het feit dat zijn geboortehuis verbrand en er bij zijn afwezigheid "een mond minder te voeden was". Daarnaast wilde hij, gezien ook zijn ervaringen in de oorlog, bijdragen aan vrede, veiligheid en rechtvaardigheid.

Achtergronden van de strijd in Nederlands-Indië en het Garderegiment Grenadiers en Jagers

Somers geeft een overzicht van de geschiedenis van het Garderegiment Grenadiers en Jagers vanaf de oprichting, in 1829, van een afdeling Grenadiers. Daarnaast beschrijft hij de diverse strijdperken waarin Grenadiers en Jagers een rol speelden en de oprichting van de Historische Collectie van het Regiment.

In een aparte paragraaf is aandacht voor de traditiehandhaving, het tenue van het Regiment en de A-compagnie of Koningscompagnie. Prinsen van Oranje werden namelijk tijdens 6 Foto brieven hun militaire opleiding traditiegetrouw bij de A-compagnie ingedeeld. Vanaf bladzijde 59 bespreekt Somers kort hoe die organisatie verliep, de inzet  van 170.000 Nederlandse militairen in de Oost en de terugkeer naar Nederland.

Somers beschrijft verder de politiek-militaire achtergrond van de periode 1939-1950. Hij analyseert allereerst de opmars van Nazi-Duitsland en bespreekt de militaire aspecten van de Duitse overwinningen en nederlagen in de tijdspanne 1939-1945.

Vanaf bladzijde 57 gaat Somers over tot de positie van de Nederlandse regering in Londen en de relatie met Nederlands-Indië na de bevrijding. In de tweede helft van 1944 deelden de militaire autoriteiten oorlogsvrijwilligers (OVV's) in diverse Light Infantery Batallions (LIB's) in. Deze bataljons werden eerst tegen de Duitse bezetter ingezet. 

Nederlands-Indië viel inmiddels onder het South-East Asia Command (SEAC) van de Britse admiraal Lord Mountbatten. Toen Soekarno op 17 augustus de Onafhankelijke Republiek Indonesië uitriep waren de Engelsen terughoudend in het sturen van troepen. De schrijver geeft  in het boek meer informatie over de motivatie.

De toestand leidde uiteindelijk tot een uiterst gewelddadige periode, de Bersiap. Vanaf september 1945-januari 1946 stuurde men 17 LIB's naar Nederlands-Indië, die eerst niet toegelaten werden en op Malakka strandden. Nadat zij in het voorjaar van 1946 uiteindelijk op de juiste bestemming aan de slag konden vormden de autoriteiten de bataljons, op advies van kolonel M.R.H. Calmeijer, om tot reguliere gevechtsbataljons.

Het Indië dagboek van Kees Somers

Het dagboek legt, volgens de schrijver,  "persoonlijke ervaringen van een oorlogsvrijwilliger vast, die zich lang geleden inzette voor zijn land met zijn maten in een ver land" (bladzijde 146).

De notities van Cornelis Stoel Somers sr. (1ste compagnie van het 1ste bataljon OVW Regiment Jagers) begonnen op 24 oktober 1944 en eindigden op 25 april 1948. Hij schreef vanaf 1944 gedetailleerd  over de nadagen van de Duitse bezetting, de reis naar Engeland en zijn  training met de Jagers in Easthampstead Park in Wokingham.

Op 27 oktober 1945 werden Somers en zijn bataljon Jagers ingescheept op de Nieuw Amsterdam, om uiteindelijk op Port Sweetingham (Malakka) op 18 november te debarkeren.

De 28ste februari 1946 embarkeerden Somers en het bataljon Jagers, samen met 1-8 RI (Veluwebataljon), op het vrachtschip SS Guinevere. Deze boot voer via Singapore, waar de troepen overgebracht werden op het troepentransportschip Sainfoin.

Een droge samenvatting van de aantekeningen van Somers doen geen recht aan de inhoud, vandaar dat we hier enige sfeertekeningen en episodes weergeven.

Episodes uit het dagboek

Op 7 maart 1946 passeerde de SS Guinevere de evenaar, waar de gebruikelijke Neptunesdoop plaats vond. De 9de maart ontscheepte Somers in Tandjong Priok (Java). Hier had hij zijn eerste confrontatie met de vijand. De 15de maart viel de eerste dode en raakte een soldaat gewond bij 1-8 RI tijdens het fouilleren op de weg. In de nacht van 19 op 20 maart waren er bij deze eenheid nog meer doden en Hanninkbegrafenis gewonden te betreuren.

Onder de doden bevond zich eerste luitenant K. Stoel. De 6de april 1946 bleek een zwarte dag. Een sectie die op patrouille ging liep een bende van honderden extremisten tegen het lijf.

Toen de manschappen zich terug wilden trekken kampte hun pantserwagen met verschillende defecten. Er vielen meerdere gewonden en een dode. Somers zag het na dit gebeuren somber in.

Hij schreef: "Ik reken er nu maar niet meer op ooit terug te zijn bij alles wat mij dierbaar is" (bladzijde 187). Somers en de Jagers werden op 10 april 1946 overgeplaatst naar Tjiteurup. De 25ste mei was er bij de tweede compagnie weer een dode te betreuren17 Brug Tjileungsir na explosie De Jagers vingen in deze periode ook vluchtelingen op omdat "extremisten weer mensen aan het slachten waren" (bladzijde 203).

De 7de juli 1946 trof eigen vuur soldaat Willems, die op slag dood was. Deze onnodige dood maakte diepe indruk (bladzijde 207), temeer omdat Willems' vader in 1940 ook al gesneuveld was. Op 19 juli 1946 vond een grote actie in Tjileungis plaats.

Een commandogroep  zou aldaar de brug over de Tjileungsir gaan bezetten. Somers' compagnie werd geacht zuidelijk daarvan de kali over te steken en van daar op te trekken. De 2de compagnie kreeg de taak om vanuit het noorden de aanval in te zetten.

De commando's leden grote verliezen en de commandant en diens opvolger raakten gewond. Daarnaast vielen er twee doden (deze en deze) en 13 gewonden. Tegen het einde van de actie was de brug nog steeds niet hersteld. Op 8 november 1946 woonden Somers en zijn peloton een grote oefening bij op Ereveld Tjililitan, waarbij onder meer Dr. Van Mook, generaal Spoor en vele anderen aanwezig waren.

De 17de november 1946 embarkeerden Somers en de Jagers op het MS Ruys, dat hen naar Padang zou brengen. Padang was onrustig omdat er net een Engelse kolonel 33 vlak voor patrouilleen zijn vrouw vermoord waren en er veel vijandelijke troepen (TRI) rondzwierven. Hier kwam een correspondent van de Maasbode op bezoek, die uitgebreid over Somers schreef.

Op 25 november 1946 vond een vuurgevecht met de vijand plaats. Hierbij vielen twee gewonden, waaronder Arie den Boesterd, die de 29ste november aan de verwonding aan zijn slaap zou komen te overlijden. In deze tijd lagen de Jagers vrijwel dagelijks onder vuur. Zij werkten nauw samen met 1-8 RI, het Veluwebataljon.

Manschappen van 1-8 RI reden op twee december op een vliegtuigbom, Decoratiessomers waarbij acht doden vielen (waaronder Van der Velden, Eikhoudt, Gunnink en Daanen).

Dit was sowieso een slechte dag omdat er ook een soldaat van 1-4 RI en een sergeant van de U-brigade sneuvelden. Op 12 december markeerden autoriteiten een demarcatielijn rondom Padang. Dat maakte het werk van de Jagers maar ook andere eenheden extra moeilijk.

Bij de Derde Compagnie ontving Jager Geert van Schooneveld een buikschot, waaraan hij overleed. Op 2 augustus 1947 redden de Jagers een groep christelijke Niassers

Zowel in 1947 als in de jaren daarop bleven de acties tegen de vijand doorgaan, net als begrafenissen voor gesneuvelde soldaten. In totaal overleden ongeveer 5.000 Nederlandse manschappen gedurende de periode 1945-1950 in de Oost.

Somers bracht, in september/oktober 1947, langere tijd in het hospitaal door omdat hij aan tropenzweren leed. Tijdens zijn ziekbed werd een vriend van hem, Bartje Koolen, door het hart geschoten.

Het dagboek beschrijft veel meer dan de hier uitgelichte voorbeelden en eindigt op 25 april 1948, de laatste dag in Padang.

Conclusies

De schrijver heeft  het dagboek van zijn vader als basis genomen en in de hoofdstukken ervoor en erna de achtergrond van Somers en de politiek-militaire situatie verduidelijkt. Hierdoor is het voor de lezer van de aantekeningen van Somers, de kern van het werk, gemakkelijker te begrijpen waarom Somers dienst nam en waar de beslissing om de strijd in de Oost aan te gaan op gebaseerd was.

Hierdoor wordt dit boek voor iedereen die interesse heeft in de motivatie,  werkzaamheden en zeer moeilijke omstandigheden van de ongeveer 25.000 OVW'ers, 95.000 dienstplichtigen, Marinepersoneel en Mariniers die naar Nederlands-Indië werden uitgezonden eigenlijk een must om te lezen. De vele illustraties maken het werk extra aantrekkelijk.