Geisweit van der Netten JAF

  


Vroege loopbaan en Belgische Opstand

Justinus Antonius Felix Geisweit van der Netten (Zutphen, 22 april 1809 - Princenhage, 11 augustus 1883) was de zoon van Cornelis Antonius Geisweit van der Netten (een opper-officier, die vele artikelen en boeken schreef) en Johanna Jacoba Keuchenius. Hij trouwde op 4 november 1840 Franse loopgraven tijdens het beleg van Antwerpen met Maria Elisabeth Henriëtte Bagelaar (1815-1893, de dochter van een generaal-majoor). 

Geisweit van der Netten begon zijn militaire loopbaan op 1 juli 1823 als cadet op de Artillerie- en Genieschool in Delft. Hier bestudeerde hij onder meer de werken van professor Haug over de krijgskunde in de oudheid en middeleeuwen. Hij werd in oktober 1826 bij het Regiment Lichte Dragonders nummer 5 tot tweede luitenant à la suite en in augustus 1828 effectief benoemd. 

In de rang van eerste luitenant nam Geisweit van der Netten, ingedeeld bij genoemd Regiment, in 1830 en 1831 deel aan de Belgische Opstand. Voor zijn betoonde moed en beleid tijdens de Tiendaagse Veldtocht werd hij bij Koninklijk Besluit van 12 oktober 1831 nummer 92 benoemd tot Ridder in de Militaire Willemsorde vierde klasse.

Dat was onder meer voor zijn aandeel in de gevechten bij Kermpt en Hasselt op de 7de en 8ste augustus 1831. Deze strijd beschreef Geisweit van der Netten in 1858 in de Militaire Spectator. Daarnaast kreeg hij het Metalen Kruis uitgereikt. 

Geisweit van der Netten bleef in de jaren die volgden werkzaam bij het Vijfde Regiment Lichte Dragonders. Naast zijn werk bestudeerde hij wetenschappelijke onderwerpen en was (in ieder geval in 1837) lid van het Noord-Brabants Genootschap van Kunst en Wetenschappen. 

Adjudant Provinciaal Commandant Overijssel

Bij Koninklijk Besluit van 3 januari 1839 nummer 63 en van 19 oktober 1847 nummer 74 bevorderde men Geisweit van der Netten respectievelijk tot ritmeester (kapitein) en ritmeester eerste klasse, achtereenvolgens bij het Regiment Lichte Dragonders nummer 5 en de Tweede Compagnie van het Derde Regiment Lichte Dragonders.

Bij het Derde Regiment bleef hij tot februari 1853 werkzaam. Zijn machtiging tot het dragen van het Onderscheidingsteken voor Langdurige Dienst als Officier ontving hij in 1844. 

Vanaf 1850 werd Geisweit van der Netten benoemd tot plaatsvervangend commissaris van de Commissie tot het beheer van het Fonds voor Onderofficieren. In 1852 bezichtigde hij onder meer de werktuigen die eventueel gebruikt zouden kunnen worden bij een drooglegging van de Zuiderzee. 

Geisweit van der Netten werd bij Koninklijk Besluit van 3 februari 1853 nummer 66 benoemd tot majoor-adjudant van de Provinciaal Commandant van Overijssel. In deze periode kocht hij van H.A.D.J. Baron van Haarsote een huis met landerijen in Zwolle. 

Latere leven en overlijden

Geisweit van der Netten bleef in eerder genoemde functie werkzaam, ook toen hij in 1856 (Koninklijk Besluit van 2 april) de rang van luitenant-kolonel verkreeg. In deze periode (1856 en 1857) had hij zitting in de Militieraad in Zwolle. Huisje van Geisweit Een van zijn hobby's was jagen. Dat deed hij in deze periode op het landgoed van F.T.V. van Engelenburg in Oldenbroek (omstreeks 1859). Daarnaast reisde hij veel, onder meer naar Frankrijk, Engeland en Duitsland. 

Geisweit van der Netten vroeg en verkreeg bij Koninklijk Besluit van 24 juli 1864 nummer 5 ontslag uit de militaire dienst met toekenning van pensioen. Hij verzocht tevens hem de rang van kolonel toe te kennen. De Minister van Oorlog schreef echter dat hij geen termen hiervoor zag. Pas in 1868 (Koninklijk Besluit van 19 februari, nummer 102) ontving hij toch de rang van kolonel.

Na zijn pensionering verhuisde hij naar Princenhage. In 1870, ten tijde van de de Duits-Franse Oorlog, bood Geisweit van der Netten zijn diensten als officier aan Koning Willem III aan. Hij overleed in 1883 op 74-jarige leeftijd. Drie jaar later verkocht zijn weduwe hun koetshuis met stalling, gelegen aan de markt te Princenhage.  

f t

Login