2021650 memorix b83f2679 3d09 3c44 2ef4 a151f1713462

 


Vroege jaren

Gerard Joseph Johannes Rochell (Leiden, 26 juli 1791 - Keulen, 9 juni 1871) was de zoon van Jacobus Rochell (oud-kapitein) en Louise Catherina Koning. Hij volgde de Koninklijke Militaire School te Hondsholredijk, waar hij in 1807 als leerling in de boeken stond vermeld. 

Rochell maakte tussen 1810 en 1815 in de rang van kapitein deel uit van de Nationale Militie. Als zodanig was hij actief tijdens de Slag bij Waterloo. Hij schreef (mede) hierover een zogenaamd "marsjournaal", een gedetailleerd militair- en reisverslag. Voor zijn verrichtingen tijdens de strijd werd hij bij Koninklijk Besluit van 11 augustus 1815 nummer 17 benoemd tot Ridder in de Militaire Willemsorde vierde klasse. 

Fragment uit het marsjournaal van Rochell over de Slag bij Waterloo

"Het zal omstreeks 7 uur 's avonds geweest zijn. Er was met wisselend geluk gestreden. De kansen waren nog hachelijk. Maarschalk Ney rukt met 4 bataljons der oude garde aan. Toen kwam een Engelse aide camp voor Lord Wellington aan onze brigade-Prussian Attack Plancenoit by Adolf Northern commandant  de order brengen om met de drie eerste bataljons der brigade voorwaarts te rukken. 

Een ogenblik daarna kwam onze divisie-generaal, de dappere Chassé, bij ons. Hij zag dat Ney op ons aanrukte met de oude garde en stelde zich aan het hoofd van de drie andere bataljons, waartoe ook het onze behoorde. Hij trok zijn sabel en onder het slaan der stormmars rukten wij vooruit en hadden al snel onze drie voorste bataljons ingehaald.

Ik had het gelukWellington at Waterloo Hillingford dat mijn compagnie getrouw bij mij bleef en steeds volgde. Links van mij was een boomgaard; waar een hevig vuur onderhouden werd. Ik ijlde met mijn flankeurs daarheen. Ook hieruit werd de vijand al spoedig verdreven.

Wij kwamen nu in een grote vlakte en dirigeerden ons naar de hoogten. Wij rukten nu onafgebroken snel vooruit, ondanks dat de weg hoe langer hoe slechter werd.

Zo voortrukkend kwam ons een groot aantal Pruisische tirailleurs tegemoet. Omdat wij de jassen aanhadden en zo ver vooruit waren stonden zij in twijfel of wij geen Fransen waren!

Aldus verenigd zetten wij nu onze overwinnende mars voort. Wij vervolgden de vijand tot omstreeks 10 uur 's avonds. Overal vonden wij de weg bezaaid met doden, gewonden, verlaten wagens, fourgons, caissons, enz. Eindelijk werd er achter ons geroepen: Nederlanders, halt! Hierop keerden wij terug en formeerden ons aan het hoofd van onze brigade.

Onze brigade-commandant had de goedheid mij zijn tevredenheid over het gehouden gedrag van mijn compagnie te kennen te geven. Zie daar mijn handelingen op de gedenkwaardige 18de Juni 1815."

Belgische Opstand en latere loopbaan 

Na de Slag bij Waterloo was Rochell onder meer werkzaam bij het Reservebataljon van de Dertiende Afdeling, waar hij in 1829 tot majoor werd benoemd. In januari 1831 volgde zijn overplaatsing bij het Depot van de Dertiende Afdeling. Tijdens de Tiendaagse Veldtocht (augustus 1831) was Rochell commandant van het Eerste Bataljon van de Tiende Afdeling Infanterie.

Daar was hij ook De slag bij Bautersem 12 augustus 1831 gedurende de Tiendaagse Veldtochtwerkzaam tijdens het Beleg van de Citadel van Antwerpen in de maanden november en december 1832. Deze Afdeling telde toen drie bataljons en was 2.163 man sterk. Rochell werd in 1833 bij Koninklijk Besluit van 2 februari 1833 benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw voor zijn loffelijke gedrag tijdens de bezetting van de Citadel van Antwerpen. 

In de rang van luitenant-kolonel benoemde men hem tot commandant van de Negende Afdeling Infanterie en van 1840-1841 was hij actief als commandant van het Tweede Bataljon Jagers. Pas bij besluit van 8 oktober 1840 nummer 83 kreeg Rochell ook het salaris dat bij zijn rang als luitenant-kolonel hoorde. Het jaar daarop, 5 januari 1841, stelde het oppercommando hem aan als commandant van de Achtste Afdeling Infanterie. 

In die positie volgde op 24 oktober 1843 Rochells bevordering tot kolonel. Bij Koninklijk Besluit van 9 februari 1852  werd hem op zijn verzoek, onder toekenning van de rang van generaal-majoor, zijn pensionering toegestaan. De Citadelvereniging benoemde Rochell in 1869 tot honorair lid.

Rochell overleed, bijna twintig jaar na zijn uittreding uit de miilitaire dienst, in Keulen in juni 1871. Hij was toen bijna tachtig jaar oud en Ridder in de Militaire Willemsorde, Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw en Commandeur in de Orde van de Eikenkroon. 

f t

Login