Witte Eechout LAW

 


Belgische Opstand

Louis Appolinus Johannes Witte Eechout (Den Haag, 9 maart 1810 - Nijmegen, 1 september 1899) was de zoon van Louis August Johannes Eechout (militiecommissaris) en Hendrina Maria Witte. Hij trouwde op 6 november 1834 met Hendrika Gerarda Ras (1797-1880). De slag bij Bautersem 12 augustus 1831 gedurende de Tiendaagse Veldtocht Bij Koninklijk Besluit van 18 maart 1859 nummer 5 verkreeg Witte Eechout toestemming de geslachtnaam Witte bij Eechout te voegen. 

Witte Eechout nam dienst in het Nederlandse leger en vocht in de rang van tweede luitenant mee tijdens de Belgische Opstand. Hij commandeerde vanaf 26 juni 1830 de Compagnie van de Vrijwillige Jagers der Utrechtse Hogeschool. 

Tijdens de gevechten bij Sluis in Vlaanderen raakte hij de zevende augustus 1830 gewond. Op die dag trachtte de vijand de linie in de omgeving van Aardenburg, St. Kruis, Ronduit en Lapscheure te doorbreken.

Aan de kant van West-Capelle werd een hevige strijd gevoerd. Die was zowel tegen de infanterie als de kanonneerboten gericht. De manschappen wisten na drie vijandelijke aanvallen de strijd echter te winnen ten koste van twintig doden en gewonden.  

Witte Eechout verkreeg bij Koninklijk Besluit van 4 september 1831 nummer 93 de Militaire Willemsorde voor zijn verrichtingen tijdens de Tiendaagse Veldtocht (een episode binnen de Belgische Opstand).

Dat was met name voor zijn doortastend handelen op de eerder genoemde zevende augustus, toen hij, ingedeeld bij de Negende Afdeling, onder leiding van kapitein De Greeff, de stelling aan de Inzegras (West-Capelle) van vijanden wist te ontdoen. 

Latere loopbaan 

Witte Eechout werd op 3 december 1832 bevorderd tot eerste luitenant bij de Negende Afdeling Infanterie. Toen bij Koninklijk Besluit van 9 juni 1839 de Compagnie der Vrijwillige Jagers der Utrechtse Hogeschool werd opgeheven schonk Witte Eechout het vaandel aan de curatoren der Hoge School. Bivak op de Eerselse heide

Hij zei daarbij in zijn toespraak dat hij hoopte dat, indien nodig, de huidige studenten het voorbeeld van de manschappen van zijn compagnie zouden volgen. Als dank voor zijn toewijding aan het Bataljon ontving Witte Eechout een fraaie pendule met passend opschrift.  

Begin 1850 werd hij van het Derde Regiment Infanterie overgeplaatst bij het Koloniaal Werfdepot.

Men bevorderde Witte Eechout bij Koninklijk Besluit van 16 maart 1853 tot kapitein der derde klasse. In maart 1857 volgde uiteindelijk zijn benoeming tot kapitein der eerste klasse bij het Zesde Regiment Infanterie, in garnizoen te Geertruidenberg. 

Witte Eechout werd overgeplaatst bij het Eerste Bataljon, Vijfde Regiment Infanterie, aldaar in juni 1860 bevorderd tot majoor en benoemd tot commandant van het bataljon. Het jaar daarop verkreeg hij het Onderscheidingsteken voor Langdurige Dienst als Officier met het cijfer XXX.  

In februari1864 volgde zijn aanstelling tot lid van van de Militieraad Noordbrabant in Eindhoven. Bij Koninklijk Besluit van 8 mei 1865 nummer 60 verkreeg Witte Eechout eervol ontslag uit de militaire dienst. Nabij het einde van zijn diensttijd ontving hij van de officieren van zijn voormalige Eerste Bataljon Vijfde Regiment Infanterie een fraai fotoalbum met een zilveren band, waarin een inscriptie. 

Als eerbewijs bevorderde men hem in augustus 1881 bij Koninklijk Besluit tot luitenant-kolonel. Witte Eechout overleed op 89-jarige leeftijd in Nijmegen. Hij was Ridder in de Militaire Willemsorde, drager van het Metalen Kruis en bezitter van het Onderscheidingsteken voor Langdurige Dienst als Officier.  

f t

Login