• Vestingartillerie

  • Zr.Ms Celebes in gevecht met een Kota Mara (1859)

  • Zr Ms Karel Doorman en Zr Ms Willem vd Zaan

  • Neptunusdiploma

  • Citadel van Antwerpen

  • Lanciers de la Garde Imperiale (Hollanders)

Toenbreker20na20de20Tweede20Wereldoorlog

 


 Zie ook het fotoalbum van Toenbreker


Jeugdjaren

Simon Toenbreker (Amsterdam, 2 februari 1925) groeide op in Amsterdam. Zijn moeder, Ida de Graaf (geboren te Leeuwarden, 22 maart 1903), overleed op 28-jarige leeftijd te Amsterdam (21 april 1931), wWachtmeester tToenbrekeraarna Toenbreker tijdelijk in Soesterberg werd geplaatst en vervolgens bij zijn grootouders kwam te wonen. Zijn grootvader, Jan Toenbreker (geboren in 1884), was indertijd werkzaam als hoofdconducteur der eerste klasse bij de Nederlandse spoorwegen. Eerder diende hij als wachtmeester en in de functie van instructeur bij de paarden in het Regiment Huzaren van Boreel (in de volksmond Blauwe Huzaren geheten).

Toenbreker junior volgde aan het begin van de Tweede Wereldoorlog de opleiding tot electricien annex instrumentmaker en kwam via een advertentie te werken bij een fabriek die transformatoren maakte, onder meer voor de Duitse Wehrmacht, in de Jordaan. Gestoken in een geel pak dat gesierd was met een Hakenkruis scheelde het toch niet veel of hij werd door een Duits officier gearresteerd op verdenking van sabotage.

Activiteiten tijdens de Tweede Wereldoorlog

Via het Werkkantoor van de Heidemij kwam Toenbreker al snel in aanraking met het verzeEen20jonge20Simon20Toenbrekert.  Niet veel later werden hij en vier andere jongens, dan voor de Heidemij aan het werk te Vochteloo, door twee Duitse officieren gearresteerd en met een pistool op het hoofd geslagen. Toenbreker wist samen met zijn vriend Theo te ontsnappen en naar de haven van Groningen te ontkomen. Een passage op een schip werd hen geweigerd, zodat de twee jongens gedwongen waren zich gedurende zeven dagen, zonder eten, op het terrein te verstoppen. 

Uiteindelijk wist Theo een boerderij te bereiken en om eten te vragen. Hij nam de daarop volgende dag de inmiddels zeer verzwakte Toenbreker ook mee. Van hier kregen de jongens een lift naar Heerenveen; deze rit vondNederlandse20Binnenlandse20Strijdkrachten20gewapend20verzet20waarvan20Toenbreker20lid20was plaats onder diverse aanvallen van gevechtsbommenwerpers van de RAF. Diverse malen moesten Toenbreker en zijn vriend een toevlucht zoeken in schuilkelders langs de weg. Eindelijk op de eindbestemming aangekomen doken zij onder bij kennissen van Theo.

Aldaar kregen zij nieuwe persoonsbewijzen; een korte tijd later verhuisde het tweetal naar een nabijgelegen boerderij, waar zij werden bezocht door het hoofd van de ondergrondse van de streek, Jelsma. Deze lijfde Toenbreker en zijn vriend in bij het verzet en gaf hen de order gevangenen te begeleiden en ze te bewaken.

Op zekere dag doorkruisten Toenbreker en Theo het land toen zij motorgeronk hoorde, de aankondiging van een aanval van de voorhoede van het Canadese leger. Van Dam, inmiddels aangesteld als commandant van de tankbrigade, schakelde Toenbreker en zijn vriend in bij de taak achter de tanks naar Oranjewoud te trekken. Hun bewapening werd hen aangereikt in een van de vele café's.

Bij de Canadese troepen

 Vanuit Jubbega werd de aanval op Heerenveen ingezet. Als oorlogsvrijwilliger diende Toenbreker zich in Leeuwarden bij het Eerste Korps Gezagtroepen tIntocht20te20Heereveen20van20Praalwagens20van20de20Binnenlandse20Strijdkrachten20als20persiflage20op20Hitler20links20Theo20en20Simone melden en werd uiteindelijk bij het Friese Bataljon op het vliegveld ingedeeld. Hij werd later overgeplaatst naar Heerenveen.

Hierna, na het einde van de Tweede Wereldoorlog, werd hij ingedeeld bij de Eerste Compagnie van het Korps Gezagstroepen, dat onder Drachten gelegerd was. Te Rijs en Gaasterland, waar Jelsma, zijn vroegere commandant, inmiddels tot kapitein benoemd was,  volgde hij een verdere militaire opleiding. De  lessen werden door Engelse officieren gegeven.

Het Friese Bataljon was in eerste instantie aangewezen om naar Nederlands-Indië te vertrekken maar Toenbreker hoefde niet mee;  zijn vriend Theo echter ging wel en fungeerde aldaar gedurende vier jaar als motorordonnans. Een familielid van Toenbreker, dienstplichtig soldaat Jacobus Martinus Leermakers,  sneuvelde te Malang, Nederlands-Indië, in augustus 1947. 

Latere loopbaan

In 1946 werd Toenbreker bevorderd tot sergeant-majoor bij het Korps Gezagstroepen in Leeuwarden. Hij verliet het legerIn20dienst en verrichtte diverse werkzaamheden voordat hij  in dienst trad bij de Onderlinge 's-Gravenhage; enige tijd later begon hij, in de functie van verzekeringsadviseur en directeur van Assurantiekantoor Siem Toenbreker, voor zichzelf. 

Toenbreker maakte jarenlang deel uit van de Vaandelwacht in Wageningen en was gedurende vijftien jaar actief als erewacht op de Dam tijdens de Dodenherdenking aldaar. Hij bezit onder meer de Eremedaille in Zilver, verbonden aan de Orde van Oranje-Nassau, en het Ereteken voor Orde en Vrede, naast diverse buitenlandse onderscheidingen.

Toenbreker kreeg bij Besluit van 16 juli 2014 van de Bond van Wapenbroeders wegens zijn verdiensten voor de Bond en veteranen de Bondsmedaille uitgereikt.

Zie ook

Onderstaand de toekenning van de Bondsmedaille van de Bond van Wapenbroeders en de motivering daarvan.


Bondsmedaille toebrekerMotivering bodsmedaille toenbreker


 

 

 

 

 

 

 

f t