• Vestingartillerie

  • Zr.Ms Celebes in gevecht met een Kota Mara (1859)

  • Zr Ms Karel Doorman en Zr Ms Willem vd Zaan

  • Neptunusdiploma

  • Citadel van Antwerpen

  • Lanciers de la Garde Imperiale (Hollanders)

Afscheid van


Martin Elands en Alfred Staarman (redactie). Afscheid van Nieuw-Guinea. Het Nederlands-Indonesische conflict 1950-1962. Uitgeverij Thoth, Bussum. 2003. 207 bladzijden.  


Bespreking

Inleiding

De directeur van het legermuseum, drs. G.H. Groenendijk MBA en de directeur van het Veteraneninstituut, kolonel L.H. Habraken, schreven het voorwoord; uit hun bijdrage blijkt weer eens dat de gave van de pen niet een ieder gegeven is. Jammer is bovendien dat doordat  in het voorwoord de 18 doodskistennadruk wordt gelegd op de emoties die de strijd op Nieuw-Guinea zou oproepen de neutraliteit van het werk ter discussie komt te staan.

Een tweede punt van kritiek betreft de benaming van de hoofdstukken; titels als  tussen koloniale rancune en vermomd idealisme of ressentiment, roeping en idealisme bevorderen het verder lezen, door meer mensen dan alleen een groepje "ingewijden" of "intellectuelen", niet. Het lijkt ons dat de inhoud van een werk over Nieuw-Guinea een bredere verspreiding verdient dan deze beperkte kring. Een grote verdienste van dit werk zijn de vele en fraaie afbeeldingen, die gewis een betere textuele omlijsting verdienen.

Inleiding tot de oorlog

Afscheid van Nieuw-Guinea begint met een korte inleiding over de aanleiding tot de oorlog en de zich verslechterende relatie tussen Nederland en Indonesië. Regelrecht storend hierbij zijn bloemrijke zinnen maar met een subjectieve lading als daarin schuilt een sterk element van rancune: "ze" zullen ons mooie Indië niet krijgen (bladzijde 11), het publiek ontwikkelt een hevige weerzin tegen de flamboyante demagoog met zijn exuberante levensstijl (bladzijde 15) en zou men de Papoea's in de armen moet drijven van deze onbetrouwbare megalomane machtswellusteling (bladzijde 21). Deze tendens zet zich in het hele boek voort en maakt helaas de tekst zeer moeilijk leesbaar en tendentieus.

Het tweede hoofdstuk is gewijd aan de houding van de pers en de politiek binnen het conflict. Minutieus wordt weergegeven welke partij en welk tijdschrift voor of tegen ingrijpen in Nieuw-Guinea was en hoe de debatten hierover binnen de politiek verliepen. Vervolgens wordt aandacht besteed aan de weergave van de kwestie Nieuw-Guinea door politieke tekenaars. De schitterende afbeeldingen tonen prenten van onder meer Wim van Wieringen, Eppo Doeve en Eddy Samson. In het hoofdstuk over de volksraadpleging kan de lezer meer informatie vinden over het Akkoord van New York en de gevolgen daarvan voor Nieuw-Guinea zelf en de (internationale) politiek.

Militair optreden

Het hoofdstuk over het militair optreden in de jaren tussen 1950 en 1962 geeft kort de opbouw van de Nederlandse troepenmacht op Nieuw-Guinea weer, waarin ook de rol van de marine en de luchtmacht wordt belicht en vervolgt met de strijdhandelingen, waaronder de vele patrouilles, aldaar. Ook wordt aandacht besteed aan de fysieke eisen die het klimaat stelde en de logistieke problemen.

De laatste twee hoofdstukken van het boek zijn gewijd aan een brief van korporaal Arie Langenberg, die verslag doet van zijn activiteiten op Nieuw-Guinea, en aan de Nieuw-Guineaveteranen en hun welbevinden. Wij herhalen wat wij aan het begin van deze bespreking al zeiden: de wollige en subjectieve schrijfstijl doet zwaar afbreuk aan de schitterende afbeeldingen. Het zou ons inziens het beste zijn dit boek nogmaals uit te geven maar in deze druk de tekst te herschrijven, zodat meer mensen kennis kunnen nemen van dit hoofdstuk uit de Nederlandse militaire geschiedenis.

 


[ Terug ]

f t