P1360024

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 Zie ook het fotoalbum. De foto's met onderschrift zijn afkomstig uit het boek: 1947. Anthony van Kampen. "Ik val aan, volgt mij!. Het leven van Karel Doorman, schout-bij-nacht." Ingeleid door luitenant-admiraal C.E.L. Helfrich, commandant der zeestrijdkrachten. De tekst van dit artikel is eveneens aan dit boek ontleend. 


Familie

Jonge jaren

Koninklijk Instituut voor de Marine

Doorman en zijn eerste schepen

Naar de Oost en elders

Doorman de lucht in

Terug naar zee

Loopbaan bij de Marine hervat: bureauwerk

Doormans posities met een onmogelijke taakstelling

Leven tot de oorlog in de Pacific: strategische ideeën

Periode vlak voor de Pacific War losbarstte

De strijd tegen de Japanners begint

Het einde komt in zicht

Eerste actie

Tweede actie

Derde actie  en de schade

De bij voorbaat verloren strijd sleept zich voort

Met inzet van alles.....

Als een opgejaagd stuk wild

Mission impossible

Oorlog zonder wapens

"Ik val aan, volgt mij"

Geen communicatie, geen dekkingsvliegtuigen en een overmachtige vijand

Strijdend ten onder

Het einde van een zeer moedig man

Attachments

Genealogie

Indische vloot ten tijde van de Japanse inval

Marine Luchtvaartdienst


Familie

Karel Willem Frederik Marie (Karel) Doorman (Utrecht, 23 april 1889 - Javazee, 28 februari 1942) kwam uit een militaire familie. P1360068Hij was de oudste zoon van kapitein der legeradministratie Karel Willem Frederik Doorman en Anna Kleyntjens en had twee broers en een zuster.

Dat Doorman later carrière zou maken binnen de landsverdediging was vanzelfsprekend. Alle leden van het geslacht Doorman bekleedden in het verleden belangrijke posten in het leger en op de vloot. Doorman was de telg van een tak die in rechte lijn dertien generaals telde. 

Veel van zijn voorouders waren actief in de hoogste rangen. Zo bereikte de oom van Doorman, Robert Doorman, de rang van luitenant-generaal in het Koninklijk Nederlands-Indische leger.

Eerder in diens loopbaan had hij zij aan zij met de latere gouverneur-generaal Van Heutsz te Atjeh gestreden. Aldus was het regel dat telgen van dit geslacht na de middelbare school hun opleiding met een militaire cursus afsloten. 

Doorman trouwde op 6 mei 1919 met Justien Schermer en kreeg met haar drie kinderen: Karel Willem Frederik Marie, Anna Justine Maria en Simon Jozef. Na echtscheiding trouwde hij op 8 oktober 1934 met Isabella Julie Jacqueline Jeanne (Isa) Heyligers. Met haar kreeg Doorman een zoon, Theo.   

Jonge jaren

Door het beroep van zijn vader verhuisde het gezin Doorman frequent. Doorman zag het levenslicht in Utrecht, maar kort daarop werd Doorman senior achtereenvolgens te Gouderak, Delft, Breda en P1360021 Amsterdam geplaatst.

Doorman was geen gemakkelijk kind, hoewel intelligent en zeer belezen. Zo kende hij de werken over het leven van Michiel de Ruyter en Piet Hein uit zijn hoofd. Hij volgde de lagere school en continueerde zijn opleiding op de Hogere Burgerschool aan de Keizersgracht in Amsterdam, waar hij de leider van zijn klas was. 

In 1902 werd zijn vader in de functie van Kwartiermeester overgeplaatst naar Harderwijk. Intussen was Doorman gebiologeerd geraakt door het leven van admiraal Nelson en verslond hij alle boeken die hij hierover en ook over andere bekende zeevaarders kon vinden. Het gevoel "angst" was hem toen, maar ook later in zijn leven, volledig onbekend. 

Koninklijk Instituut voor de Marine

Doorman en zijn broer deden gelijktijdig het examen voor toelating tot het Koninklijk Instituut voor de Marine en vertrokken na goedkeuring naar Den Helder (4 september 1906). P1360069 Tijdens een nacht, terwijl Doorman buiten vertoefde, stak een harde zuidwesterstorm op. Doorman zou de rest van zijn leven een levendige herinnering houden aan zijn impressie van de kracht van de zee toen en hoe moeizaam de bemanning der schepen had moeten strijden deze te overwinnen. 

Doorman, die op het instituut de bijnaam "Tank" kreeg, had op het KIM een voorliefde voor de vakken praktische zeevaartkunde, scheepsbouw en zee-artillerie. Naarmate zijn studie vorderde werd hij achtereenvolgens benoemd tot adelborst derde klasse (4 september 1906), adelborst tweede klasse (1 september 1908) en adelborst eerste klasse (24 augustus 1910).

Kritiek op de Marine was een van zijn grote ergernissen in deze tijd. Dat was met name daar waar men erover sprak als een geld en personeel verslindend apparaat, waarvan het nut onbewezen was. "Er zou toch immers nooit meer oorlog komen"?

Deze kritiek was van alle tijden: als de oorlog voorbij was kon "Jan Kaas" naar huis gaan, hij was niet meer nodig. Hij was een lastig en duur overcompleet...

Doorman en zijn eerste schepen

De eerste schepen waarop Doorman in deze periode een voet zette waren onder meer de Ever en Bulgia. Zijn primaire streven was ooit P1360022 commandant van een boot te worden, hoewel hij die kans niet hoog schatte door de kleine aantallen schepen en grote hoeveelheid officieren. 

In zijn laatste jaar op het Koninklijk Instituut voor de Marine nam Doorman in de rang van adelborst tweede klasse deel aan de oudstejaars kruisreis op de kruiser Friesland. Het schip voer van 16 april tot 30 juni over de Atlantische Oceaan. Doorman en zijn broer werden na afloop van deze tocht op de Tromp beëdigd tot officier.

Enige dagen later vernam Doorman dat hij binnen drie maanden naar Nederlands-Indië zou vertrekken. Het Adelborstenlied nam hij in zijn hart mee.

"Waar De Ruyter eens moest sneven, waar een Tromp zijn roem behield, staan wij aan het begin van het leven, maar met hoop en moed bezield. Wordt nog eens in later dagen, Neerlands vlag ten strijd ontplooid, stervend zullen wij haar schragen, maar de vlag verlaten? Nooit!"

Naar de Oost en elders

In oktober 1910 vertrok Doorman in de rang van officier met Hr. Ms. Tromp, onder commando van kapitein-ter-zee E. de Haan naar  Nederlands-Indië. P1360073 Aldaar diende hij tot het einde van het jaar 1911 op het eskader in de Oost. Kort hierop werd Doorman overgeplaatst op het hydrografisch opnemingsvaartuig Hr. Ms. Lombok, waarmee hij deelnam aan karteringswerkzaamheden aan de kust van Nieuw-Guinea.  

Na deze reis, in 1913, keerde Doorman per Hr. Ms. De Ruyter terug naar Nederland, waar hij werd bevorderd tot luitenant-ter-zee tweede klasse. Medio april 1914 bevond hij zich op Hr. Ms. kruiser Noord Brabant. Met dit schip voer hij in de periode van 18 juni tot 14 juli 1914 naar Albanië om het stoffelijk overschot van de gesneuvelde luitenant-kolonel Thomson op te halen en thuis te brengen. 

Intussen kreeg Doorman steeds meer interesse in vliegtuigen en probeerde zelfs een functie op Soesterberg te bemachtigen. Dat had tot gevolg dat hij in 1915 bij de Luchtvaartafdeling der Marine aldaar gedetacheerd werd, om opgeleid te worden tot vliegenier voor de nog op te richten Marinevliegdienst

Doorman de lucht in

Doorman ontving zijn eerste vlieglessen in een kleine Farman F 22 en al op 30 oktober verkreeg hij het vliegbrevet van de F.A.I. Het werd nu tijd dat er voor de Marine een kern van vliegtuigcommandanten gevormd zou wordenP1360077 en Doorman, de vierde Marine-vlieger van Nederland, maakte hiervan deel uit. Vliegmachines waarmee hij de lucht in ging waren onder meer Farmans, Fokkers en de Thullius. In deze beginperiode sneuvelden vele collega's, een lot waar ook Doorman soms niet ver van verwijderd was. 

In 1916 werd hij benoemd tot instructeur van een Farmans F 22. In deze functie zond men hem tijdens de Eerste Wereldoorlog uit naar Zweden om de aankoop van Thulins, eendekkers en jachtvliegtuigen, te regelen.  

Aangezien men ook op hoger niveau Doormans capaciteiten begon te waarderen vond al snel diens benoeming tot commandant van het Marinevliegkamp De Mok op Texel plaats. Aanstellingen die hierop volgden waren die van Eerste officier van Marinevliegkamp De Kooy en kort daarop commandant van deze vliegbasis.

Hoewel Doorman gedwongen was vele noodlandingen te maken keerde hij toch altijd weer levend terug van al zijn escapades. 

Heimelijk begonnen water en de kiel van een schip hem toch weer te trekken. In november 1920 bevorderde men Doorman tot luitenant-ter-zee eerste klasse. Daardoor verlangde hij nog meer terug naar de zee. Bovendien wilde hij het roer nog verder omgooien en een plek op de Hogere Marine Krijgsschool in Den Haag bemachtigen. 

Terug naar zee

Doorman verliet aldus begin september 1921 de Marine Luchtvaartdienst en werd geplaatst bij de Hogere Marine Krijgsschool om zich daar verder te bekwamen in de P1360084 maritieme en krijgskundige wetenschappen. Een van zijn medestudenten was de latere vice-admiraal C.E.L. Helfrich, commandant der zeestrijdkrachten. 

Tijdens zijn studie was Doorman onder meer actief als afgevaardigde bij de ontwapeningscommissie in Genève. Na zijn opleiding werd hij op 15 oktober 1923 opnieuw uitgezonden naar Indië. Met de Patria van de Rotterdamse Lloyd reisde hij naar de Oost, waar hij na aankomst bij het Ministerie van Marine te Weltevreden geplaatst werd. 

Op 14 mei 1926 volgde zijn benoeming tot officier der artillerie op het vlaggenschip van het toenmalig eskader De Zeven Provinciën. Doorman keerde in januari 1928 terug naar Nederland, waar hij op 12 maart bij de Marine Staf in Den Haag geplaatst werd, toegevoegd aan de Chef staf. 

Al snel, op 14 juli, stelde men hem aan als eerste officier bij Vliegkamp De Kooy. In deze functie had hij de leiding tijdens de overname van vliegtuigen die in Papendrecht voor de Marine gebouwd werden. Daarnaast deed hij proefvluchten met Dorniers en zorgde hij dat de Marine het beste materiaal verkreeg. 

Doorman drong er bij het hogere echelon op aan dat bij een dreigende nieuwe oorlog meer schepen en vliegtuigen noodzakelijk waren en die aangeschaft dienden te worden. Hij vergat echter dat het Nederlandse volk daar over het algemeen niets van moest hebben. Doorman vroeg zich hierop af of men dan ziende blind was. Zijn zin kreeg hij echter niet. 

Loopbaan bij de Marine hervat: bureauwerk

Doorman werd ontheven van zijn functie als eerste officier van Vliegkamp De Kooy en benoemd tot commandant van mijnenlegger Prins van Oranje en torpedobootjager Witte de With. Aan boord van de Prins van Oranje P1360107 voer hij voor de derde keer naar de Oost, waar hij werd benoemd tot commandant van Hr. Ms. Evertsen en daarnaast belast met de functie van commandant van groep I der torpedobootjagers, de Evertsen en Hr. Ms. Piet Hein

Doorman was kritisch op de leiding, die het lagere echelon te vaak als "personeel" zag. Hijzelf was een strenge commandant, die volmaakte discipline eiste. Maar hij handelde rechtvaardig en bracht op de bureaus der Marine, in Indië en Nederland, de belangen en noden van zijn mensen naar voren.

Tegen een vriend meldde Doorman: "Het laat mij ijskoud hoe ze over mij denken als ik zelf overtuigd ben dat ik mijn plicht gedaan heb. En voor de rol van "Liebling des Volkes" voel ik wel het allerminste." In 1932 zei hij tegen een goede kennis dat er voor een zeeman maar één dood was, de zeemansdood.

Doorman werkte van 1928 tot 1932 bij de Marinestaf in Den Haag, waarna hij weer naar de Oost vertrok. Zijn bevordering tot kapitein-luitenant-ter-zee vond op 1 februari 1933 plaats, waarna Doorman op 13 januari 1934 met een groep jagers van Sabang naar Nederland voer. Daar volgde op  4 juni een aanstelling tot chef van de Marinestaf aan het Commandement te Willemsoord.  Deze functie zou hij tot 1937 blijven bekleden.  

Doorman's posities met een onmogelijke taakstelling

In zijn positie te Willemsoord bleef Doorman erop hameren dat de zuinigheid van de regering de wijsheid ging bedriegen. Met name de Japanners in de Pacific vertrouwde hij niet. P1360087Op 6 september 1937 werd Doorman bevorderd tot kapitein-ter-zee, voor de vierde keer uitgezonden naar Indië en aldaar belast met het commando over Hr. Ms. kruiser Sumatra.

Van dit bevel onthief men hem alweer op 12 maart 1938, toen hij werd benoemd tot commandant van Hr. Ms. kruiser Java. Uiteindelijk keerde Doorman op 13 augustus 1938 terug naar de Marine Luchtvaart, toen men hem op vliegveld Morokrembangan positioneerde. De 7de augustus volgde de eervolle benoeming tot commandant der gehele Luchtvaartdienst in Nederlands-Indië. 

Inmiddels was Doorman ervan overtuigd geraakt dat donkere wolken zich aan de hemel samenpakten en dat Nederland niet, zoals in de vorige oorlog, de ellende aan zich voorbij zou zien gaan.

Derhalve vocht hij voor het verkrijgen van meer schepen en vliegtuigen. Maar helaas was de mening van de regering dat de enorme kosten voor een grootscheepse uitbreiding van de maritieme verdediging niet verantwoord waren. Deze woorden vergalden de laatste jaren die Doorman nog restte. 

Intussen reorganiseerde hij het vliegbedrijf op Morokrembangan en breidde het aantal personeelsleden uit tot bijna 8.000 man. Daarnaast bleef hij vragen om meer vliegtuigen. Nederland bezat echter trage politici die pas wakker zouden worden toen de vijand al voor de poorten van het land stonden. En toen was het te laat. 

Leven tot de oorlog in de Pacific: strategische ideeën

Doorman werd in 1939 op het eskader geplaatst, waar hij met een deel van de schepen, maar nooit met alle, moest oefenen. Hij slaagde er niet in een betere taakverdeling P1360080 te krijgen tussen de Marineluchtvaartdienst en het Indische leger

Doorman begreep niet dat men niet inzag dat de Marine in oorlogstijd de zaak niet zonder landvliegtuigen af kon doen. In andere woorden: dat men bleef vasthouden aan een onzakelijke scheidslijn die inhield dat ieder oorlogsvliegtuig op wielen de facto in legerverband thuis hoorde. 

Doorman was, net als vice-admiraal Helfrich, een felle tegenstander van de legio aanwezige onverdedigde vliegvelden. Zijn strijd voor meer bewaking was echter tevergeefs. De regering en militaire leiding in Soerabaja, Batavia en Weltevreden lachten de in hun ogen "onruststokers" uit. 

Niemand geloofde dat men dansend en lachend op de rand van een op uitbarsten staande vulkaan leefde, gelijk hun voorgangers deden in de tijd dat het einde van het Romeinse Rijk zich aankondigde. 

Doorman bleef oefenen met het eskader, ook toen de oorlog in Europa uitbrak. Deze gebeurtenis wekte de Indische regering uit een diepe slaap maar toen was het al veel te laat. De achterstand van tientallen jaren kon niet meer worden ingehaald. In april 1940 gaf men opdracht tot gevechtsoefeningen met Hr. Ms. kruiser De Ruyter in de Straat Madoera en werden onderzeeboten actief ingezet in de Javazee. 

Op 16 mei 1940 vond de benoeming van Doorman tot schout-bij-nacht, tevens belast met de functie van eskadercommandant in Nederlands Oost-Indië, plaats. 

Periode vlak voor de Pacific War losbarstte

Een van de eerste acties van Doorman was uitvaren met het vlaggeschip van de vloot, Hr. Ms. kruiser De Ruyter. Terwijl Europa brandde hield Japan, zichzelf liefkozend Nippon noemend, zich rustig. P1360091 Doorman liet zich niet van zijn arbeid weerhouden door een verwaarloosde dysenterie.

Zijn werk was hard nodig want Indië stond er, zonder hulp van het moederland, alleen voor. In Soerabaja werd een tweede Willemsoord en op het Marine-etablissement een aantal motortorpedoboten gebouwd. 

Vice-admiraal Helfrich echter was er, in tegenstelling tot de regering, van overtuigd dat, mocht de hel losbarsten, de sterren niet goed stonden. Ook niet als de Verenigde Staten en Engeland te hulp zouden schieten. De Indische vloot was simpelweg te klein, onderbemand en onvolledig.

Met de aanval op Pearl Harbour barstte de vulkaan, die al jaren aan het rommelen was, uit. Pearl Harbour, Manilla, Hong Kong en Singapore werden vrijwel gelijktijdig gebombardeerd. Doorman zag het somber in: "Ja, de Kompenie is in oorlog en God zij haar genadig". De schepen van de Nederlandse Marine en die van de Amerikaanse, Engelse en Australische hadden wel geoefend maar nimmer in eskaderverband. 

De strijd tegen de Japanners begint

Vice-admiraal Helfrich en Doorman wilden het liefst in groot verband oefenen maar dit was onmogelijk omdat er steeds schepen voor de konvooien beschikbaar moesten worden gesteld. P1360110 Vliegboten werden aan de slagkracht ontnomen doordat zij dienst moesten doen als beschermer van het konvooi.

Drie machines der Marine Luchtvaartdienst verongelukten tijdens nachtlandingen doordat het personeel oververmoeid was. Intussen, begin februari, bleek dat de inheemse bevolking niet bestand was tegen de voortdurende bombardementen en niet meer kwam opdagen op het werk in Soerabaja.

Het lossen geschiedde voortaan door personeel van de Marine en langzaam kwam het havenbedrijf stil te liggen. Tjilatjap werd als vervanging gebruikt maar was niet in staat de oorspronkelijke taak van Soerabaja te vervullen.  

In de maand januari 1942 werd Hr. Ms. De Ruyter, geleid door Doorman en overste Lacombé, gelukkig niet getroffen door vijandelijk vuur. Die vijand was overal, een overmoedige, die wachtte op het ogenblik de vloot der geallieerden te vernietigen. Tot het laatste schip en de laatste man.

En Doorman en zijn manschappen wisten het. Doorman verdeelde zijn vloot over de nog niet verwoestte havens van Java, liet de schepen daar tanken en vervolgens concentreren in de Indische Oceaan.  

Het einde komt in zicht

Doorman bezocht op 16 februari 1942 vice-admiraal Helfrich. Het zou de allerlaatste keer zijn dat de twee elkaar ontmoetten. De mannen zagen de oorlog somber in. P1360105 Door het uitblijven van versterking ter zee en in de lucht was de kans op een overwinning vrijwel afwezig en dat gold ook voor het beletten der Japanse landingen. De installaties van Oosthaven en Palembang bleken diezelfde dag door de vijand vernietigd. 

Doorman vroeg Helfrich nogmaals om vliegtuigbescherming maar wist dat dit een overbodige vraag was omdat die er eenvoudigweg niet waren. Aan boord en aan de wal kregen de manschappen geen moment rust door de voortdurende bombardementen, ter land en ter zee.

Doorman nam op 17 februari afscheid van een goede kennis. Bij het afscheid zei de vriend: "Wel, tot ziens, maar wanneer en waar zal dat zijn?" Hierop antwoordde Doorman: "In het hiernamaals, vriend. Nergens anders. En daar ben ik zeker van." Voor de zeeman was er maar één dood, de zeemansdood en Doorman verkoos die te allen tijde boven de aftocht. 

Hr. Ms. torpedojager Van Nes werd op 17 februari ten zuiden van Banka door Japanse bommenwerpers vernietigd.  De volgende dag brak de hel los boven Soerabaja. In de haven zonken het kustverdedigingsschip Soerabaia (de voormalige Zeven Provinciën), de K 7 en enige hulpvaartuigen. ABDA-float schout-bij-nacht Doorman gaf nu opdracht de Striking Force gereed te maken voor een aanval op de Japanse landingsvloot die Bali en Java bedreigde. 

De 19de februari vernam men dat een Japans konvooi, zwaar beschermd door vliegtuigen en oorlogsschepen, Straat Lombok binnenvoer, ten anker ging in Straat Bandoeng en troepen ontscheepte. 

Eerste actie

Doorman beschikte op dit moment over twee groepen schepen: een groep bevond zich ten zuidwesten van Java en bestond uit de De Ruyter, Java, Piet Hein, Kortenaer en de Amerikaanse jagers Ford en PopeSchompff1 De andere eenheid lag bij Soerabaja: de Tromp en vier Amerikaanse jagers, de Stewart, Parrott, Edwards en de Pillsbury.  

Doorman stelde het plan op voor een aanval in drie onverdeelde fasen in de nacht van 19 op 20 februari. Vanuit  de Indische Oceaan naderde de vloot de zuidelijke ingang van Straat Bandoeng. Dat gebeurde in linie: Hr.  Ms. De Ruyter voorop, gevolgd door de Java, Piet Hein, Ford en de Pope.

Doorman en de oversten Lacomblé en De Gelder bevonden zich op de brug van de De Ruyter. De schepen werden echter opgemerkt door de Japanners, die het vlaggenschip De Ruyter met lichtgranaten beschoten. De strijd was begonnen en al snel trof een zware granaat de Piet Hein in het achterketelruim. Commandant van het schip, luitenant-ter-zee Jean Marie Lodewijk Ignatius (Naas) Chömpff, wist dat het einde, ondanks het doorvurend personeel, nabij was. 

Een artillerist op de Piet Hein meldde de seiner: "Er is maar één troost, maat. We hebben ons leven duur verkocht." De Piet Hein helde onder moordend vuur uiteindelijk over en nam haar commandant mee in haar graf. De overige schepen van de vloot voeren, nu het doel bereikt was, vernietiging van zoveel mogelijk vijandelijke schepen, de duisternis in. 

Tweede actie

Drie uur later kwamen de Amerikaanse jagers Steward, Parrot, Edwards en Pillsbury, onder commando van divisie-commandant Binford, in het vuur. Tromp op zeeDeze schepen werden gevolgd door de Nederlandse kruiser Hr. Ms. Tromp, gecommandeerd door kapitein-luitenant-ter-zee J.B. de Meester.

Bij de zuidpunt van Bali nam de vloot daar liggende Japanse schepen onder vuur.

De Tromp echter werd door felle Japanse zoeklichten bestreken en zwaar beschoten door acht granaten. Mede dankzij luitenant-ter-zee Kempees wist de bemanning het schip te redden door te blijven vuren. 

De vijand blies de aftocht en de commandant der Tromp stuurde Doorman een telegram met de tekst: "De Tromp. Stop. Ben Straat Lombok uit."  Zwaar gehavend kon het schip terugkeren naar haar thuisbasis, Soerabaja. 

Derde actie en de schade 

Een uur na de tweede volgde de derde actie van deze aanval. Ditmaal werd een groep motortorpedoboten gebruikt. P1360092 Bij de zuidpunt van Bali aangekomen bleek dat Straat Bandoeng gezuiverd was van Japanse schepen, waarna de vloot onverrichterzake terugkeerde.

De schade van de drie acties was groot. De Piet Hein was ten onder gegaan, de Tromp zwaar beschadigd.

Ook de Java en de Steward hadden te lijden gehad van het Japanse vuur. Men becijferde dat het treffen ongeveer twintig Japanse schepen naar de bodem had doen zinken, waaronder tenminste één kruiser. De Tromp werd vaarbaar gemaakt en vervolgens naar Australië gezonden. Zij zou niet meer deelnemen aan de nog komende acties van de Striking Force. 

De bij voorbaat verloren strijd sleept zich voort

Iedere dag werden de havencomplexen van Soerabaja door Japanse bommenwerpers onder vuur genomen. Doorman bevond zich in deze tijd, als hij niet op zee was, vrijwel doorlopend in het gebouw van de Aniem P1360082 (Algemene Nederlands-Indische Elektriciteits Maatschappij). Hier was het centrale punt van de Admiraliteit gevestigd. 

Op deze plaats projecteerde men op kaarten de vorderingen van de Japanners, waar nog gevaren kon worden en werd het totale strijdgebied weergegeven. In deze zogenaamde "operating room" deed Doorman de kennis op die benodigd was voor nieuwe acties van de vloot en hoorde hij het laatste oorlogsnieuws.

Die berichten waren voornamelijk negatief: de Japanners wonnen op alle fronten. Doorman deed nog een laatste poging vliegtuigen te verkrijgen maar de commandant Luchtverdediging Soerabaja weigerde exemplaren af te staan. Aldus waren enkele Dorniers, Catalina's en een paar Fokkers alles wat Doorman had en waarmee hij weinig kon. 

Hij stond vaak toe te kijken bij het afscheid van deze vliegtuigen, als de bemanning in actie moest komen. Dat afscheid bleek meestal definitief, mede doordat de manschappen afgebeuld en zonder weerstand waren. Dat gold ook voor de zeelieden die noch op de oceaan noch in Soerabaja door de voortdurende bombardementen rust vonden. 

Desalniettemin was er niet één van de duizenden mannen personeel die deserteerde, terwijl men heel goed wist dat de dood aan boord meevoer. Dat gold voor zowel de blanken als de Indonesiërs en gaf de sfeer op de schepen onder de hoede van Doorman goed weer. 

Intussen vernam men dat de Japanse vloot langzaam naar het zuiden afzakte en steeds meer werd uitgebreid, in totaal met meer dan honderd oorlogsvaartuigen. Deze vloot was bestemd voor de aanval op Java. Doorman wist nu dat hij de Striking Force in moest zetten voor de laatste slag. Met veel te weinig schepen en geen vliegtuigen. Maar een keuze had hij niet. 

Met inzet van alles....

Op 24 februari 1942 werden de boten voorzien van een eskaderorder, waarop de vijand werd gemeld dat indien deze de Javazee zou bevaren zij, met inzet van alles, hoe P1360126 groot de overmacht ook, zou worden aangevallen. 

Doorman kreeg orders een strook langs Madoera te verkennen maar ontmoette geen vijanden. Op 25 februari legde generaal Wavell het opperbevel in het ABDA-gebied neer en kwamen de troepen weer onder Nederlands gezag.

Die dag vond ook een vernietigende aanval op Tandjong Priok plaats. Men kon de meeste schepen redden maar transporteerde ze direct daarop naar Australië en Ceylon. 

Te Soerabaja werd ieder moment een verwoestende aanval verwacht terwijl voortdurend bommen op de stad neerdaalden. Op 26 februari ontving het opperbevel aanwijzingen dat de vijand de konvooien om de zuid stuurde. Dat was een bericht dat alle seinen rood uit deed slaan. 

Vrijwel alle manschappen van de vloot waren moe tot vrijwel uitgeput omdat men nooit rust kreeg. Op de schepen luidde voortdurend het alarm en binnen loeiden de sirenes en gierden bommen naar beneden.

De kansen voor een overwinning waren hopeloos slecht, zonder vliegtuigen en met zeer weinig schepen. Doorman realiseerde zich: "Met inzet van alles" betekende zonder slagschepen, vliegtuigen, vliegkampschepen of verkenningsberichten. 

Als een opgejaagd stuk wild

Op 26 februari hielden Doorman en zijn commandanten een bespreking in het Aniem-gebouw. Het zou de laatste samenkomst van de eskadercommandant met zijn bevelhebbers worden. P1360111 Aanwezig waren, naast Doorman, chef-staf overste De Gelder, de commandant van de De Ruyter overste Lacomblé, zijn adjudant Baron van Tuyll van Serooskerken en alle commandanten van de vloot. 

Tijdens deze meeting beklaagde Doorman zich erover dat hij diende te strijden zonder vliegtuigen en verkenningsberichten. De vloot karakteriseerde hij als "een opgejaagd stuk wild". Daarnaast sprak hij echter vol lof over zijn manschappen en de sfeer van goed vertrouwen die op zijn schepen heerste. 

Doorman opende zijn toespraak met de woorden: "De toestand is uiterst kritiek om niet te zeggen hopeloos. En gij weet, mijne heren, de vloot zal volledig worden ingezet". Vervolgens gaf hij aan dat de Houston de achterste geschuttoren miste en besprak hij de gebreken van de overige schepen. Andere moeilijkheden bleven evenmin onopgemerkt in zijn speech: het gebrekkige seinstelsel en de afwezigheid van vliegtuigdekking. 

Nadat Doorman de tactiek van de aanval uiteen had gezet werd de bijeenkomst gesloten. Hij zou deze moeten verrichten met slechts de De Ruyter, Java, Perth, Houston, Exeter, Kortenaer, Witte de With, Jupiter, Electra, Encounter, Edwards, Alden, Ford en Paul Jones. Tegen een enorme overmacht aan Japanse schepen en vliegtuigen. 

Mission impossible

's Avonds vertrokken genoemde schepen naar het strijdtoneel, de Javazee. Onderweg kon achter ieder golfje een periscoop schuil gaan, was het mogelijk dat de bellenbaan P1360066 van een torpedo zou opduiken of verwachtte men aanzwellend geronk van naderende vijandelijke vliegtuigen te horen. In verkenningsformatie voer de vloot richting het gebied ten noorden van Madoera om daar het water te verkennen. 

De 27ste februari bereikte de Striking Force de toegang tot het Westervaarwater.  Doorman, gezeten op de commandotoren, gaf nu orders in westelijke richting te blijven varen.

Een bericht van het vaste land afkomstig luidde: "Geen vliegtuigbescherming kan gegeven worden", hetgeen Doorman sarcastisch deed lachen. Het treurige restant van de luchtjagers was waarschijnlijk nodig bij de verdediging van Soerabaja, Malang, Batavia en Bandoeng. 

Diezelfde dag werd de verkenningstocht voorgezet richting Bawean. Boven de vloot verschenen Japanse verkenningsvliegtuigen, die steeds boven de schepen bleven vliegen.

Dat betekende dat iedere beweging doorgegeven zou worden aan de Japanse vloot.

Om 10 uur gaf Doorman ter hoogte van Rembang orders op tegenkoers te gaan en uiteindelijk naar Soerabaja terug te keren. 

Daarnaast seinde hij een telegram naar de wal met de boodschap: "Grens uithoudingsvermogen personeel bereikt". Omdat hij geen antwoord ontving seinde Doorman na een paar uur opnieuw: "Grens uithoudingsvermogen personeel overschreden". Vice-admiraal Helfrich las deze telegrammen maar kon aan de zaken niets veranderen. Hij seinde terug: "Continue to attack the enemy untill he is destroyed"...

Oorlog zonder wapens

Helfrich bevond zich, net als Doorman, in een hopeloze positie. Vlak na de telegramuitwisseling met deze schout-bij-nacht ontving hij bericht van een verkenningsvliegtuig dat de voorhoede P1360095 van de grote vloot, die Java naderde, op 80 mijl ten noordwesten van Soerabaja was gesignaleerd. Hieronder bevonden zich twee zware kruisers van het Nati-type, zes kruisers van het Mogami-type en twaalf jagers.

Doorman, inmiddels teruggekeerd naar het Westerwater, kreeg bericht van Helfrich: "Onmiddellijk aanvallen".  Hierop gaf hij orders op tegenkoers te gaan en werd door de vloot een gevechtsformatie aangenomen. 

Een formatie Japanse bommenwerpers deed nu vanaf grote hoogte en zonder treffers een aanval op de vloot. Om half vier 's middag bemerkte de uitkijk aan stuurboord enkele schepen.

De Britse jagers stoomden vooruit om een scherm voor de kruiserlinie te vormen. Achter deze kruisers volgden de Nederlandse en Amerikaanse jagers, koers noordwest. Even na vier uur zagen de Britse jagers uiteindelijk de vloot van de vijand.  

Dat was een dekkingseskader, bestaande uit een lichte kruiser, zes grote jagers en een aparte groep van twee zware kruisers. Dit aantal schepen was groter dan men aan Doorman had doorgegeven. Op een afstand van 27.000 meter openden de zware kruisers het vuur uit hun hoofdbatterijen van 20,5 kanons. 

De Exeter en Houston wisten dit vuur slechts te beantwoorden met 12 kanons, terwijl de vijand over 20 beschikte. Het Nederlandse eskader ging nu op in wolken rook en door granaten veroorzaakte fonteinen van water. En op dat moment trof het geschut van de vijand het vlaggeschip Hr. Ms. De Ruyter. Het was 4 uur 31. 

"Ik val aan, volgt mij"

De treffer was een 20 cm. steil invallende granaat, die beide dekken doorboorde en vervolgens explodeerde. De inslag stelde de dieseldynamo, de voorste elektrische centrale P1360085en het voorste pompststation buiten werking en veroorzaakte een benzinebrand. 

Als gevolg van dit voorval, waarbij een dode en meerdere gewonden vielen, kon een deel van het schip niet meer geventileerd worden, waardoor de stokers en olielieden flauw vielen.  De vuurplaat werd het vagevuur. 

Intussen bleef Hr. Ms. De Ruyter doorvuren en spuwden al haar zeven kanonnen van 15 cm granaten. Na enige tijd begon de vijand een rookgordijn te leggen met de bedoeling hierdoorheen jageraanvallen op het Nederlandse eskader uit te voeren maar die viel eveneens aan. Omstreeks half vijf trokken de Japanners zich in noordelijke richting terug. Nu nam men de schade op en die was groot. 

Hr. Ms. De Ruyter werd vier keer getroffen maar er waren ergere verliezen. De Kortenaer was vernietigd, de Exeter zwaar beschadigd en de Electra verwoest. De Exeter  kreeg een voltreffer van een 20,5 cm granaat, waardoor zes van de acht ketels uitvielen en 14 man op slag het leven lieten. Tijdens de aanval werd de hoofdstoomleiding in het ketelruim getroffen. 

De commandant van de Exeter kon niet anders meer dan afdraaien en terugkeren naar de basis. Als gevolg van een gebrek in de communicatie volgden de Houston, Perth en Java het schip. De leidinggevende officieren dachten namelijk dat het een bewuste manoeuvre van de Exeter was die zij na dienden te volgen. Doorman volgde deze koerswijziging met verbazing, begreep toen de oorzaak en seinde: "Ik val aan, volgt mij". 

Direct hierop namen de drie schepen van de Striking Force hun vorige positie in de kiellinie weer in om de strijd voort te zetten. De Kortenaer was midscheeps in de machinekamer getorpedeerd, waardoor het schip plat op haar stuurboordzijde werd geworpen. Alle manschappen sprongen hierop overboord, waarna de boot, in twee helften geslagen, zonk. De drenkelingen werden later opgepikt door de door Hr. Ms. De Ruyter gewaarschuwde Encounter en in Soerabaja aan wal gebracht. 

De Electra ontmoette drie Japanse jagers, waarvan een door haar zwaar beschadigd werd. Vervolgens werd zijzelf zwaar onder vuur genomen en verdween in de golven. 

Geen communicatie, geen dekkingsvliegtuigen en een overmachtige vijand

Doorman gaf per ultra kortegolf opdracht aan de Witte de With de uittocht van de Exeter te dekken en liet de Perth, Houston en Java achter Hr. Ms. De Ruyter varen. Het smaldeel voer De S hierop met hoge vaart in oostelijke richting. P1360088

Onder een nevelgordijn verschenen drie Japanse kruisers, waaronder twee van zwaar kaliber, en vijf grote jagers. Een kort vuurgevecht volgde, waarna Doorman zijn schepen in west-zuidwestelijke richting liet koersen om de Japanse kruisers af te schudden en zijn eigen jagers gelegenheid te geven aan te sluiten. Dit gebeurde vervolgens ook: de Jupiter en Encounter en daarnaast vier Amerikaanse torpedobootjagers sloten zich bij zijn formatie aan. 

De Striking Force richtte zich om zes uur op een oostelijke koers. Omstreeks 6.20 uur bereikte Doorman het bericht dat de Exeter binnen zichtafstand van de vijand was, waarna hij besloot de aftocht van het schip te dekken.

Daarnaast gaf hij opdracht aan de Amerikaanse jagers een torpedoaanval op de vijandelijke macht uit te voeren. De hoofdmacht kreeg orders een noordwestelijke koers in te zetten om de Japanners van de Exeter weg te lokken.  

Gedurende de nacht die daarop volgde werd de Striking Force voortdurend in de gaten gehouden door verkenningsvliegtuigen van de Japanners. Communicatie met het ABDA front was niet mogelijk omdat de vijand de frequentie van de Commandant der Zeemacht en die van het eskader bij voortduring stoorde. Telegrammen konden door de Japanners, die de code kenden, vervalst zijn. 

De Striking Force zette nu koers naar de ingang van het Westervaarwater. Die richting werd gewijzigd in westelijke richting na de komst van een telegram waarin stond dat een vijandelijke landing tussen Kragan en Lasem had plaatsgevonden. 

Strijdend ten onder 

De nacht van de 27ste op de 28ste februari was helder met een bijna volle maan. De Striking Force schoot door het water als een spookvloot, commandant en schepen gedoemd ten onder te gaan onder het toezicht van P1360122 Japanse verkenningsvliegtuigen. Door gebrek aan olie bij de Amerikaanse jagers was Doorman tot overmaat van ramp gedwongen deze terug te sturen naar hun basis, Soerabaja. 

Van de Striking Force was nu nog maar weinig over: de De Ruyter, Perth, Houston en Java, gevolgd door de Britse jager Jupiter. De Encounter bleek het verband kwijt te zijn geraakt. Al snel trof een torpedo de Jupiter. Toch bleef Doorman zijn orders volgen: "met inzet van alles de Japanse vloot zoeken en onschadelijk maken". 

De situatie werd nog ernstiger toen de Encounter seinde dat de olie op begon te raken en Doorman het schip naar Soerabaja moest zenden met  daarbij tevens de opdracht de drenkelingen van de Kortenaer op te pikken en aan land te zetten.  

Via een telegram vernam hij nu dat de vijand zich in de richting van Bawean bevond. Verschillende onderdelen van Hr. Ms. De Ruyter waren inmiddels buiten werking en om de ellende compleet te maken verscheen om 10.45 uur de vijandelijke Japanse vloot. Doorman meldde in een telegram aan de Commandant Zeemacht: "Ben na twee mislukte vijandelijke torpedoaanvallen in gevecht met enige magamis". 

Een magami was een kruiser van 8.500 ton met 20 cm geschut. Tijdens een kortdurend gevecht vlogen de granaten over de schepen der Striking Force, waarna stilte volgde. Om 11.00 uur 's avonds zag de bemanning van de De Ruyter een grote flits, gevolgd door een enorme knal. Hr. Ms. Java werd getroffen door een torpedo en ging ten onder. In deze minuten verstuurde Doorman zijn laatste telegrammen: "Gevecht duurt voort, ben alleen met kruisers" en "Java getorpedeerd en gezonken". 

Inmiddels hadden bemanning en commandant alle hoop op een goede afloop laten varen. Om tien minuten voor half 12 kwam het einde toen een torpedo Hr. Ms. De Ruyter trof en daarbij de achterste elektrische centrale en pompkamer raakte. Hierna ontstond een hoog oplaaiende brand, die niet geblust kon worden omdat de pompen niet meer werkten. Water spoelde de getroffen compartimenten binnen. 

De De Ruyter maakte slagzij naar stuurboord. Een van de brandstoftanks, die opengerukt was door de torpedo-inslag, ontplofte. Door de druk hiervan werd een grote hoeveelheid brandende olie naar boven geperst, die vuur sproeide over het luchtafweerdek. Hr. Ms. De Ruyter was stervend en haar manschappen sprongen als brandende fakkels overboord.  

Het einde van een zeer moedig man

Doorman stond op de brug nadat de order "schip verlaten" had geklonken. Zijn boot maakte steeds meer slagzij. Officieren, onderofficieren en manschappen waren al dan niet brandend overboord gesprongen. Alleen overste Lacombé voegde zich bij zijn baas.

Doorman gaf middels een handgebaar de teruggekeerde Houston en Perth een teken dat zij niet meer nodig waren, waarna zij in de nacht verdwenen. Samen met Lacombé wachtte hij op het overlijden van Hr. Ms. De Ruyter, klaar om samen met haar te sterven en in het diepe water weg te zinken. 

Doorman was Ridder in de Orde van Oranje-Nassau (23 augustus1922), Officier in de Orde van Oranje-Nassau met de Zwaarden (30 oktober 1937), Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw (21 augustus 1941) en Ridder in de Militaire Willemsorde derde klasse (5 juni 1942). In september 1942 werd hem posthuum de hoge Poolse militaire onderscheiding Virtuti Militari toegekend. 


 Attachments

Genealogie

Eerste rij van links naar rechts: P1360070

Willem Hendrik Doorman, generaal-majoor der Artillerie (1868)

Willem Hendrik Doorman, generaal-majoor der Infanterie (1831-1912)

Pieter Lodewijk Gerard Doorman, generaal-majoor der Intendance (1834-1916)

Gerard Doorman, schout-bij-nacht (1838-1914)

Christoffel Lodewijk Doorman, luitenant-generaal der Artillerie, gouverneur der Residentie (1835)

Gerard Doorman, generaal-majoor der artillerie (1880)

Tweede rij van links naar rechts

Albartus Samuel Doorman, majoor der Grenadiers (1867)

Jacob Doorman, kapitein der Artillerie (1800-1864)

Willem Hendrik Doorman, luitenant-generaal der Artillerie (1799-1873), ridder MWO, Citadel van Antwerpen

Hendrikus Johannes Doorman (1830-1890)

Johannes Doorman, kapitein, plaatsvervangend adjudant (1859)

Derde rij van links naar rechts

Augustus Johannes Doorman, majoor der Genie, secretaris-generaal DvO (1855)

Augustus Johannes Doorman, kolonel der Artillerie Oost-Indisch Leger (1819-1892)

Jan Diederik Doorman, generaal-majoor der Artillerie, ridder MWO Quatre Bras (1770-1827)

Hendrik Jan Diederik Doorman, kapitein der Artillerie Oost-Indisch Leger (1820-1894)

Willem Hendrik Karel Doorman, luitenant der Genie, administrator Billiton Maatschappij (1870)

Vierde rij van links naar rechts

Laurens Reinhart Doorman, eerste luitenant der Artillerie (1833)

Robbert Gerrit Doorman, luitenant-generaal Oost-Indisch Leger, ridder MWO Atjeh (1860)

Carel Willem Frederik Doorman, luitenant-kolonel kwartiermeester (1853-1930)

Willem August Hendrik Doorman, generaal-majoor Hoofdintendant (1857-1932)

Hendricus Johannes Doorman, generaal-majoor der Artillerie (1867)

Willem Hendrik Doorman, majoor der artillerie (1889)

Vijfde rij van links naar rechts

Jan Willem Robert Henri Doorman, luitenant-kolonel der Infanterie Oost-Indisch Leger (1894)

Pieter Lodewijk Gerard Doorman, generaal-majoor der generale staf (1896)

Ludovicius Antonius Carel Marie Doorman, Vice-admiraal (1893)

Karel Willem Frederik Marie Doorman, schout-bij-nacht, ridder MWO derde klasse (Javazee) (1889-1942)

Jetze Doorman, majoor der Artillerie en wereldkampioen sabel (1881)

Johan Gerard Henri Doorman, luitenant-ter-zee (1893)

Indische vloot ten tijde van de Japanse inval

Kruisers

Hr. Ms. De Ruyter (vlaggeschip)

Hr. Ms. Java (oud schip met vele mankementen en een verouderde machine)
P1360089

Hr. Ms. Tromp

Jagers

Hr. Ms. Van Ghent

Hr. Ms. Kortenaer

Hr. Ms. Witte de With

Hr. Ms. Piet Hein

Hr. Ms. Banckert

Hr. Ms. Van Nes

Hr. Ms. Evertsen

Twaalf onderzeeboten

K 10, K 11, K 12, K 13, K 14, K 15, K16, K17, K 18, O 16, O 19, en O 20

Klein materieel

Mijnenleggers en mijnenvegers

Marine Luchtvaartdienst

9 groepen van elk drie vliegtuigen in eerste linie


 

f t