Meerdink BArt


Vroege jaren

Invasie van Japan

Interneringen

Na de bevrijding

Muiterij op de Boissevain

Strijd in de Oost

Tweede Politionele Actie

Laatste acties in de Oost

Na de wapenstilstand

Bronzen Leeuw

Decoraties

Bronvermelding


Vroege jaren

Engelbartus Frederik (Bart) Meerdink, geboren te Semarang op 18 februari 1920 en overleden te Dordrecht, 11 juli 2012, waFrits Meerdinks een Nederlands majoor der Mariniers en Luitenant-ter-zee eerste klasse (Koninklijke Marine Reserve). Meerdink werd voor zijn verrichtingen tijdens de Politionele Acties onderscheiden met de Bronzen Leeuw.

Meerdink werjonge meerdinkd geboren als zoon van Frits Meerdink, een hoofdingenieur, die werkzaam was bij de Provinciale Waterstaat Midden-Java, waar hij de leiding had over de aanleg van grootschalige infrastructuur. Het gezin Meerdink, vader, moeder en zonen Bart en Wolter, verhuisde diverse malen om steeds in de nabijheid van de projecten van Frits Meerdink te zijn, waardoor beide zoons scholen in alle uithoeken van de Kolonie bezochten, waaronder Malang, Parmekasan en Bandoeng.

In de jaren dertig vertrok het gezin met de Dempo met verlof naar Nederland, om aldaar in Den Haag te gaan wonen. Terug in Indië voltooide Meerdink de Hogere Burgerschool in mei 1940 en vervulde hij zijn dienstplicht bij het KNIL. Hij vervolgde zijn opleiding bij het Koninklijk Instituut voor de Marine te Soerabaja, maar niet lang hierna werd Nederlands-Indië veroverd door Japan. 

Invasie van Japan

Tijdens de invasie van Japan, in maart 1942, raakte de jongere broer van Meerdink dodelijk gewond. Op 19 maart 1942 trachtte overste W.A.J. Roelofsen te Pasirian op Oost-Java, schepen te vinden om met zijn 400 Mariniers, waaronAcht maart capitulatieder Meerdink, dan korporaal-adelborst, te onsnappen aan de Japanners. Dat lukte niet en kort daarop werden de Mariniers en manschappen van de Marine via de Zuid-Smeruweg (in 1931 door de vader van Meerdink aangelegd) afgevoerd naar Malang. Dit was het begin van een verschrikkelijke periode, van maart 1942 tot augustus 1945, waarin Meerdink de hel van de Jappenkampen aan den lijve zou ervaren.

Hij werd in het begin ingeroosterd om voedseltransporten naar de kampen te brengen. Toen deze colonne Soerabaja aandeed hoorde hij dat zijn broer overleden en reeds begraven was. Bij de brug van Babat had diens eenheid de pantserwagens verlaten om te voet de brug over te gaan. Op dat moment werd Wolter Meerdink getroffen door een buikschot; in het ziekenhuis kreeg hij een infectie, waarop een buikvliesontsteking en de dood volgden.

Interneringen

Meerdink werd na enige maanden ondergebracht in een school te Malang en in januari 1943 overgebracht naar een kamp nabij Batavia, waar de beruchte beul Sony de scepter zwaaide. Hij blJappenmishandelen2eef hier echter niet lang want al snel volgde het bericht dat hij met 3.000 andere mensen zou worden overgeplaatst naar Singapore. Aldaar aangekomen werd hij opgesloten in de voormalige Engelse kazerne te Changi Hills. Hier ontmoette hij zijn vader voor de allerlaatste keer.

De vader van Meerdink was lid geweest van een vernielingscommissie van het Leger en de Waterstaat en werd aldus gearresteerd. Bij het afscheid zag Meerdink, zo zei hij later, "de dood in de ogen van mijn vader" en merkte hij op hoe mager deze was geworden. In februari 1943 volgde de overplaatsing naar Siam; aldaar hoorde Meerdink pas maanden later dat zijn vader in augustus 1943 aan dysenterie en uitputting in het kamp Tarzao (Nam Tok, KM 130) was overleden. Intussen moest hij hard aan de spoorlijn werken, waar de manschappen geteisterd werden door martelingen van de Japanners, ziekten en het weer. In het kamp Brankasi hoorden de krijgsgevangenen voor het eerst Amerikaanse vliegtuigen overkomen.

Na de bevrijding

Nadat Meerdink en de zijnen, dan in het kamp Linsan, bevrijd waren volgde een transport naar Tamoean. Meerdink werd direct geschikt geacht voor hervIn nederlandatting van de militaire dienst en naar Chonburi, een trainingskamp aan zee, aan de Golf van Siam, gebracht. Aldaar kwamen de eerste geruchten Meerdink ter ore over de Bersiap, met name de moordpartij bij de Simpangclub. Soerabaja was in de greep van de angst en de dood.

Intussen werd te Chonburi een Marine-vendel, voor een belangrijk gedeelte bestaande uit Mariniers, opgericht, waarvan twee compagnieën ingedeeld werden bij het Engelse Light Infantry Batallion. Per Hr. Ms. Tromp werden de manschappen uiteindelijk naar Batavia getransporteerd. Batavia was veranderd in een rampstad: lijken van Nederlandse mannen, vrouwen en kinderen, die de Bersiap-periode niet hadden overleefd, dreven in de grachten.

Muiterij op de Boissevain

Meerdink werd nu ingescheept op een troepentransportschip, waar hij benoemd werd tot sectie-commandant, en nam deel aan de landing op Bali (het schiereiland Benoa). Aldaar zouden zich in de bossen nog Japanse Marinetroepen bevinden die door twee secties ontwapend werden. In juli 1946 vertrBoissevainok Meerdink naar Nederland, waar zijn moeder zich inmiddels gevestigd had, voor een applicatie- en herscholingscursus in Doorn (Woestduin) en Den Helder.

Meerdink werd aldaar door overste J.A.J. de Bruyn, samen met anderen, opgeroepen en op pad gezonden om op het Nederlandse troepentransportschip Boissevain, waar een muiterij was uitgebroken, rust en orde te herstellen.  Aangezien de boot zich in de Rode Zee bevond werden de zes Mariniers onder leiding van De Bruyn naar Egypte gevlogen en met een motortorpedoboot naar de Boissevain gevaren. Nadat de orde was hersteld zette de Boissevain koers naar de Oost, zoals oorspronkelijk ook in de bedoeling had gelegen.

Strijd in de Oost

Meerdink werd op 11 mei 1947 in Bergen op Zoom bevorderd tot eerste luitenant der Mariniers.  Hij reisde in maart 1948 met de Waterman, hij was inmiddels (zo hoorde hij bij telegram) bevorderd tot kapitein der Mariniers, weer naOp patrouille door de regenar Nederlands-Indië, waar hij benoemd werd tot commandant staf en zware wapencompagnie te Loemadjang. Een van de mensen die onder zijn bevelen viel was korporaal Giovanni Hakkenberg, hoofd van het VDMB detachement. De demarcatielijn liep dwars door dit gebied heen en Hakkenberg en zijn mannen had onder meer als taak de situatie aan beide zijden van de lijn op te nemen en te rapporteren.

Op zekere dag bleek dat in een kampong, een paar meter buiten de demarcatielijn, een 150 man sterke groep van de TNI gelegerd en zeer goed bewapend was.  Deze bende moest uit elkaar gejaagd worden voordat zij de demarcatielijn overschreed. Meerdink, Hakkenberg en drie Mariniers ondernamen de tocht naar de bende, bestookten het bivak met vuur en fosforgranaten, waardoor de munitieverzameling van de bende in vlammen opging, en keerden weer heelhuids terug.

Tweede Politionele Actie

Meerdink was tijdens de Tweede Politionele Actie, vanaf 17 december 1948,  als commandant ingedeeld bij de colonne Buizerd, die via Toeban en Babat naar Ploso op moest rukken. Hij werd per LST overgebracht naar Glondong en kreeg op 27 december de opdracht met zijn stafcompaGesneuvelde jongensgnie van Toeban via Babat en Ngimbang naar Ploso te gaan, waar aangesloten moest worden bij het vijfde bataljon. Nadat kapitein Reijnders ten noorden van Djombang zwaar gewond was geraakt kreeg Meerdink opdracht direct naar die plaats op te rukken en de kapitein in veiligheid te brengen.

Hierna moest hij zijn colonne en die van Reijnders samenvoegen, de tegenstand breken en Djombang innemen. Dit alles gebeurde, Meerdink weerstond vervolgens met zijn Mariniers een zware aanval der vijand en keerde 's avonds naar Ploso terug. Na afloop van de Tweede Politionele Actie, 5 januari 1949, werd het bataljonshoofdkwartier te  Grissee te gevestigd. Meerdink werd in zijn functie als commandant van een infanteriecompagnie overgeplaatst naar Lamongan en vervolgens naar Ngimbang, ten zuiden van de beruchte Ngimbangkloof.

Laatste acties in de Oost

In de avond van 3 maart 1949 vertrok een patrouille met als doel de weg van Ngimbang naar Ploso in ogenschouw te nemen en wegversperringen van de TNI te voorkomen. Een jeep reed echter op een trekbom, waarbij een sergeant-majooStart Tweede Politionele Actier sneuvelde. Hierop werd besloten een grote zuiveringsactie te houden. Deze vond in de vroege morgen van 31 maart plaats, gedurende welke Meerdink en sergeant-majoor De Waard op een trekbom reden (beiden raakten niet ernstig gewond). Meerdink werd hierop geplaatst te post Ngimbang; hij vertrok op 2 mei 1949 naar het bruggenhoofd van een vernielde brug over kali Watoedakan, bij Soemobito. Hij stormde over de brug,  belandde midden in een TNI wachtpost en wist de bemanning te verdrijven. 

Direct hierop voerden Meerdink en zijn manschappen een hevig gevecht om een bende, onder commando van de Japanner Boediman, te verdrijven, waarbij onder meer veel munitie werd buitgemaakt.  Enige dagen later werden pogingen gedaan om de bendeleider alsnog gevangen te nemen. Met deze acties werd dit doel niet bereikt maar wel werden diverse bendes verjaagd. Op 21 juli werd Bodjonegoro door AMBAT overgenomen van de Koninklijke Landmacht. Dat was ook in de periode dat het debacle met de patrouille Teeken plaatsvond.

Na de wapenstilstand

Op 10 augustus 1949 werd de wapenstilstand getekend. Meerdink werd in deze tijd bevorderd tot majoor en naar de staf van de CMM SoerabajaA farewell to arms als stafofficier der Mariniers gezonden.  Nog later vertrok hij per SS Cyrenia naar Nederland, waar hij werd begiftigd met de Bronzen Leeuw. Hij was vervolgens nog drie jaar lang actief tijdens de strijd op Nieuw-Guinea. Hierna nam Meerdink een civiele baan aan in de scheepsbouw; in deze tijd speelde onder meer de leveringen van korvetten aan Indonesië.

Om Meerdink tenslotte zelf aan het woord te laten: Mijn leven was een afwisseling van tragische en prachtige hoofdstukken. Over het algemeen is het goed gegaan. In mijn militaire tijd was ik een doener, sommigen noemden mij roekeloos. Misschien kwam het doordat ik in korte tijd mijn vader en broer verloren had, aan motivatie ontbrak het nooit. Ik heb vaak gedacht aan wat zij nog voor prachtige dingen hadden kunnen doen, wat die oorlog een verspilling aan mensenlevens heeft veroorzaakt. Er is door velen een hoge prijs betaald. Dat verloren bestaan – en dan spreek ik niet alleen over mijn vader en mijn broer – staat voor altijd in mijn geheugen gegrift. Ik hoop dat komende generaties het ook niet zullen vergeten.

Bronzen Leeuw

Meerdink verkreeg bij Koninklijk Besluit van 6 maart 1950 nummer 41 de Bronzen Leeuw. Dat was omdat hij zich door moedige en beleidvolle daden in de maanden december 1948 en mei 1949 had onderscheiden tijdens patrouilleacties tegen terroristische bendes op Oost-Java.  In de nacht van 28 op 29 december 1948 wist hij een colonne, die op hevige weerstand stuitte van munitie te voorzien. Toen deAllentezamen3 commandant van deze colonne ernstig gewond raakte nam hij het bevel over en wist de weerstand te breken en Djombang te bezetten.

Tijdens de zuivering van die plaats viel de bende opnieuw aan maar onder leiding van Meerdink gelukte het de aanval af te slaan en een grote hoeveelheid wapens, munitie en springstoffen buit te maken. Tijdens de zuiveringsactie ten noorden van Soemobito op 2 mei 1949 stormde hij alleen over een grotendeels vernielde brug naar voren en wist hij drie terroristen onschadelijk te maken, waarna de rest van de bende de vlucht nam.

Op 12 mei 1949 bevond Meerdink zich in een colonne die een actie uitvoerde in de omgeving van Modjowarno; hij wist toen een verdachte kampongwoning binnen te dringen en op dappere wijze twee tegenstanders buiten gevecht te stellen.

Decoraties

Meerdink had de volgende onderscheidingen

  • Bronzen Leeuw
  • Oorlogsherinneringskruis met een gesp
  • Ereteken voor Oorlog en Vrede met vier gespen
  • Onderscheidingsteken voor Langdurige Dienst als Officier met het cijfer XX
  • Kruis voor Betoonde Marsvaardigheid van de Koninklijke Nederlandse Bond voor Lichamelijke Opvoeding
  • Vaardigheidsmedaille van de NSF
  • Kruis van de KNVRO voor de Tweedaagse Militaire Prestatietocht
  • Draaginsigne Gewonden
  • Draaginsigne Veteranen

 Bronvermelding


[ Terug ]

 

f t