Roelofje mariniertje


Vroege jaren

Willem Albert Johan Roelofsen (2 september 1897 - Den Haag, 14 maart 1971) deed in de rang van onderofficier toelatingsexamen voor de hoofdcursus en werd met ingang van 1 oktober 1919 aldaar geplaatst, bestemd voor de infanteriSamen opbivak roelofsene in Nederland. In de rang van vaandrig titulair werd hij bij Koninklijk Besluit van 17 september 1921 benoemd tot tweede luitenant bij het zevende regiment infanterie, nadat hij geslaagd was voor het examen, dat van 5 tot 18 augustus gehouden was.

In maart 1922 werd Roelofsen ingedeeld bij het oefendetachement van het 18de regiment infanterie te Amersfoort, overgeplaatst bij de mariniers en bij beschikking van de minister van Marine per 1 oktober 1923 geplaatst aan boord van Hr. Ms. wachtschip te Willemsoord. Eerder dat jaar, in juni, had een groot aantal mariniers, onder commando van Roelofsen, deel genomen aan de afstandsmarsen, uitgeschreven door de Koninklijke Nederlandse Bond voor Lichamelijke Opvoeding.

Jaren voor de Tweede Wereldoorlog

Roelofsen werd op 17 september 1923 bevorderd tot eerste luitenant en in juli 1924 overgeplaatst naar de marinekazerne te Willemsoord, waarna hij benoemd werd tot directeur van de marinegymnastiekschool te Den Helder. Met ingang van 28 maart werd hij als hoofdaankomst adelborsten roelofsen van het onderwijs bij de gymnastiek- en sportschool der marine vervangen door eerste luitenant der mariniers M.R. de Bruyne en ter beschikking gesteld. Hij werd hierna ingedeeld bij de zeemacht in Nederlands-Indië, reisde naar Indië per Indrapoera en werd aldaar geplaatst op Hr. Ms. Sumatra.

In 1929 werd hij overgeplaatst naar de militaire kazerne te Goebeng en fungeerde in 1930 als voorzitter annex kamprechter tijdens de atletiekwedstrijden te Batavia. In april 1931 kreeg hij toestemming naar Nederland terug te keren (per Sibajak), waar hij met ingang van 27 oktober werd geplaatst bij de afdeling mariniers te Rotterdam. Met ingang van 16 augustus 1933 werd Roelofsen bevorderd tot kapitein en in november van dat jaar geplaatst bij de Hogere Krijgsschool, tot het volgen van een theoretische cursus.

In het Marineblad schreef hij in 1933 een artikel over de Waarde van het infanteristische gedeelte van de matrozenopleiding. Hij zei onder meer: Er is in de militaire wereld een onmiskenbare stroming in de richting van geleerdheid en techniek, met verwaarlozing van het militaire element en de militaire verhoudingen, dat voert naar de afgrond.

Aanloop tot de Tweede Wereldoorlog

Roelofsen vertrok in december 1934 als verbindingsofficier naar Genève; dat was als onderdeel van de missie, waarbij 200 mariniers, onder commando van kapitein der mariniers M.R. de Bruyne, naar het Saargebied werden gezonden, om daar onderdeel te gaan uitmaken van de internationale troepenmacht van de Volkenbond.

Tot Nederlandse vertegenwoordigRoelofsen schreeuwt troep toeer in het subcomité betreffende de organisatie van de internationale troepenmacht was generaal-majoor J.J.G. baron van Voorst tot Voorst benoemd, die vergezeld werd door Roelofsen. Naast eerder genoemde personen werden verder nog aangewezen naar het Saargebied te vertrekken: de kapiteins L. Langeveld, J.A.J. de Bruyn en H. Lieftinck, de tweede luitenants J.G.M. Nass, R.H.M.C. von Freitag Drabbe en E.J. baron Lewe van Aduard, officier van gezondheid eerste klasse J. Lacroix en officier van administratie J.K. Leijen.

Met ingang van 26 oktober 1935 werd Roelofsen eervol ontheven van zijn functie als hoofd van onderwijs bij de gymnastiek- en sportschool der marine te Willemsoord en geplaatst bij de onderzeedienst aldaar.

Op 29 januari 1936 voerde Groespfoto roeltje duistlandRoelofsen het woord tijdens de marineavond van de afdeling Hilversum van het Nationaal Jongeren Verbond, was hij dat jaar commandant van een compagnie adelborsten tijdens het bezoek van minister H. Colijn aan het Koninklijk Instituut voor de Marine en nam hij deel aan de Vierdaagse. In 1937 schreef Roelofsen in het Marine Blad een stuk over de Secundaire taak, waarmee hij het vechten te land door marinetroepen bedoelde en schreef hij in datzelfde blad een artikel over het Reglement infanterie van 1936. In 1938 voer hij als lid van het etat major op Hr. Ms. Java en Hr Ms. De Ruyter.

Roelofsen was in 1939 aanwezig bij de herdenking van de vliegramp, bij het gemeenschappelijk graf van de slachtoffers, die plaats had gevonden aan de rede van Bandaneira op 16 oktober 1937. In december 1940 was hij actief als commandant van de adelborsten tijdens hun mars door de stad, die uitging van het Koninklijk Instituut voor de Marine te Soerabaja en werd hij benoemd tot commandant van de marinekazerne Goebeng.

Tweede Wereldoorlog

De volledige bemanning van de marinekazerne Goebeng stond in augustus 1941 aangetreden toen luitenant-kolonel M.R. de Bruyne, die naar Engeland zou vertrekken, in gezelschap van Roelofsen en luitenant-ter-zee Peereboom Voller, arriveerden om voor het front van de troepen het commando over de marinekazerne en de functie der oudstaangewezen officier der mariniers in deze gewesten over te dragen aan Roelofsen.

In oktober 1941 sprak Roelofsen de inheemse militie van de Koninklijke Marine toe, en zei onder meer: Gij draagt thans een uniform welke gij als een sieraad zult dragen. Ik eis van u stipte plichtsbetrachting en verwacht dat u zich geheel zult geven. Gij zijt de eerste in een nieuwe categorie der Koninklijke Marine, waar gij trots op zult zijn, maar dit brengt ook verplichtingen met zich mee.

Datzelfde jaar schreef Roelofs ook een artikel in het blad Zeemacht over de Amerikaanse mariniers en schreef hij een ingezonde stuk, getiteld Beëdiging van de reserve-officieren der Mariniers in het Soerabajaasch Handelsblad. Hij werd op 15 oktober 1941 bevorderd tot luitenant-kolonel.

Strijd in de Oost

Na de verovering van Nederlands-Indië door Japan en tijdens de daarop volgende bezetting werd Roelofsen benoemd tot kampcommandant van het krijgsgevangenenkamp Changi te Singapore. Hij onderscheidde zich tijdens de schermutselingen die plaatsvonden in oktober 1945, toen er te Soerabaja gevaarlijke toestanden ontstondenRoelofsen gedecoreerd ja ja.

Op 28 maart 1947 kwam de nieuw ingestelde krijgsraad bij de mariniersbrigade in Nederlands-Indië voor het eerst bijeen, onder voorzitterschap van luitenant-kolonel der mariniers P. Eenhoorn. De commandant van de A-divisie, generaal-majoor der mariniers M.R. de Bruyne, en de commandant der mariniersbrigade, Roelofsen, inmiddels op 1 september 1946 tot kolonel benoemd, woonden deze eerste zitting bij.

In november van datzelfde jaar kreeg Roelofsen het officierskruis van Oranje-Nassau uitgereikt, bij Koninklijk Besluit van 21 juni 1947 nummer 88. Hij kreeg deze onderscheiding voor zijn gedrag tijdens zijn krijgsgevangenschap in Singapore en zijn optreden daarna in Soerabaja, tijdens de strijd om Soerabaja, in het laatst van 1945.

Eerder dat jaar was hij al, na terugkeer uit Nederland, als brigadecommandant, begonnen met nieuwe operaties in het Nederlands-Indische gebied. Hij ging vervolgens in 1948 met pensioen en werd op 10 december 1963 titulair tot brigade-generaal benoemd.

Roelofsen was officier in de Orde van Oranje-Nassau met de Zwaarden, bezat het Oorlogsherinneringskruis, het Ereteken voor Orde en Vrede, het Onderscheidingsteken voor Langdurige Dienst als officier met het cijfer XXV, de Vaardigheidsmedaille van de Nederlandse Sport Federatie en het Kruis voor betoonde marsvaardigheid. Hij overleed op 74-jarige leeftijd te Den Haag.


Zie ook

  • De Tijd, 10 september 1919
  • Nieuwe Rotterdamse Courant, 21 september 1921
  • Algemeen Handelsblad, 20 augustus 1921
  • Het Vaderland, 14 maart 1922
  • Algemeen Handelsblad, 31 augustus 1923, hij was per 1 juni 1923 benoemd tot tweede luitenant der mariniers
  • Rotterdams Nieuwsblad, 23 juni 1923
  • Nieuwe Rotterdamse Courant
  • Algemeen Handelsblad, 31 december 1926
  • De Tijd, 13 februari 1928
  • Het Nieuws van de Dag voor Nederlands-Indië, 5 april 1928
  • Bataviaasch Nieuwsblad, 11 oktober 1929
  • Indische Courant, 21 juli 1930
  • Algemeen Handelsblad, 29 oktober 1931
  • Algemeen Handelsblad, 8 november 1933
  • Algemeen Handelsblad, 21 september 1933
  • Algemeen Handelsblad, 12 januari 1934
  • Limburger Courier, 11 december 1934
  • De internationale Saarpolitie. Het Nederlandse Contingent,' in Het Nieuws van de Dag voor Nederlands-Indië, 12 december 1934
  • Algemeen Handelsblad, 14 december 1934
  • Het Vaderland, 19 oktober 1935
  • Het Vaderland, 24 januari 1936
  • 'Minister Colijn in Den Helder,' in Leeuwarder Courant, 15 april 1936
  • De Tijd, 25 juli 1936
  • Algemeen Handelsblad, 18 april 1937
  • Algemeen Handelsblad, 23 augustus 1937
  • 'De vliegramp van de T.I. Herdenking op Bandaneira. Rede van de eskadercommandant,' in de Indische Courant, 5 juli 1939
  • 'Een mars der adelborsten,' in de Indische Courant, 19 december 1940
  • De Indische Courant, 18 januari 1940
  • Soerabajaasch Handelsblad, 16 augustus 1941
  • 'Gij staat thans onder de krijgstucht. Overste Roelofs tot de nieuwe miliciëns', in Soerabajaasch Handelsblad, 28 oktober 1941
  • Amigoe di Curacao: weekblad voor de Curacaosche eilanden, 27 december 1941
  • 'Stadsnieuws. Beëediging res. officieren der mariniers Door overste Roelofsen' in Soerabajaasch Handelsblad, 20 januari 1942
  • Het Dagblad, 1 april 1947
  • Het Dagblad, 21 november 1947, de letterlijke tekst luidde: Na zich als kampcommandant van het krijgsgevangenenkamp “Changi” te Singapore uiterst loffelijk te hebben gedragen bij het opkomen voor de belangen van zijn medegevangenen, zich direct daarna in oktober 1945 bijzonder onderscheiden door zijn vastberaden optreden tijdens de uiterst moeilijke en gevaarlijke situatie, welke toen te Soerabaja ontstaan was.
  • Nieuwsblad voor Sumatra, 8 juni 1949
  • 'Brigade-generaal Roelofsen overleden', in de Telegraaf, 16 maart 1971
  • Roelofsen op het Onderscheidingenforum

 

[ Terug ]

 

 

f t