Afdrukken
Details: Hoofdcategorie: Mariniers Categorie: Artikelen Mariniers | Gepubliceerd: 20 oktober 2013

Schuiling foto1

                                                                                             


Vroege loopbaan

Willem Schuiling (geboren te Anloo op 3 oktober 1896 en overleden te Neubrandenburg op 22 december 1944) volgde vanaf november 1914 de Cadettenschool te Alkmaar en werd vervolgens, in 1916, als cadet voor de infanterie hier te lande op de Koninklijke Militaire Academie te Breda geplaatst. In augustus 1917 werd hij bevorderd tot cadet-korporaal en in oktober 1918 vanuit de rang van cadet-sergeant bevorderd tot cadet-vaandrig.

In deze tijd blonk hij al uit in de sport waarin hij later zou exelleren, namelijk het schermen. Tijdens het concours dat in 1919 te Den Haag was uitgeschreven door de Nederlandse Militairen en Studenten Schermbond behaalde hij de eerste prijs. In juni 1920 voldeed hij aan het eindexamen van de Militaire Academie en bij Koninklijk Besluit van augustus van dat jaar werd hij benoemd tot tweede luitenant bij het vijfde regiment infanterie.

Schuiling inspecteert de wachtSchuiling en manschappen

 

 

 

 

 

Loopbaan bij de Mariniers

Schuiling werd op 8 augustus 1921 gedetacheerd bij het Korps Mariniers, ter plaatsing bij de kazernes, waar hij in december eerste werd bij het schermen (floret) tijdens de scherm- boks- en worstelwedstrijden, die waren uitgeschreven door de Marine Sportvereniging "Zeemacht". Bij Koninklijk Besluit van augustus 1922 verkreeg Schuiling eervol ontGelderlandslag en werd hij benoemd tot eerste luitenant der Mariniers, geplaatst bij het Koninklijk Instituut voor de Marine. Hij werd het jaar daarop eerst overgeplaatst naar de Marinierskazerne te Willemsoord en bij de beschikking van de Minister van Marine met ingang van 10 november 1923 geplaatst bij de afdeling Mariniers te Rotterdam.

Met ingang van 10 november 1924 werd Schuiling aan boord van het artillerieinstructieschip Hr. Ms. Gelderland geplaatst en op 9 februari 1925 overgeplaatst bij de Marinekazerne te Willemsoord. Enige maanden later werd hij geplaatst op Hr. Ms. Tromp, dat de 16de april 1925, samen met de Heemskerck, een oefentocht naar Madeira en Ponta Delgada maakte, onder commando van kapitein ter zee C. Aronstein. In december werd Schuiling teruggeplaatst op de Marinekazerne te Willemsoord en met ingang van 1 oktober 1927 ter beschikking gesteld.

In de Indische wateren

In december 1927 werd Schuiling overgeplaatst naar de Marinierskazerne te Soerabaja, Goebeng, Nederlands-Indië. Naast zijn activiteiten bij de Marinierskazerne was hij als penningmeester actief in het hoofdbestuur van de Nederlands-Indische Atlethiek Unie; in november 1929 Javawerd hij overgeplaatst op Hr. Ms. Java en kreeg in februari 1931 toestemming naar Nederland terug te keren, waar hij met ingang van 21 juli 1931 belast werd met de betrekking van hoofd van onderwijs aan de gymnastiek- en sportschool der Marine te Willemsoord.

Op 16 februari 1932 werd Schuiling bevorderd tot kapitein en ook in deze tijd was hij zeer sportief; zo fungeerde hij in september van dat jaar als scheidsrechter tijdens de kampioenswedstrijden der Marine in athletiek en zwemmen te Den Helder. Toen de Koningin in september 1933 Amsterdam bezocht stond de erewacht der Mariniers onder commando van Schuiling voor het Koninklijk Paleis op de Dam opgesteld. Op 22 december 1934 vertrok een detachement Mariniers onder leiding van kapitein M.R. de Bruyne naar het Saargebied en Schuiling was hierbij ingedeeld als compagniescommandant.

Terugkeer naar Indië

Schuiling keerde op 17 juli 1935 met de Johan de Witt terug naar Indië, arriveerde op 16 augustus te Tandjong Priok en werd geplaatst op de Marnierskazerne GoebengKruiser Sumatra te Soerabaja. Hij ging aldaar wonen op de Coenboulevard nr. 8 en was zeer actief tijdens allerlei sportwedstrijden.  Hij werd op 23 juni 1937 overgeplaatst op Hr. Ms. Sumatra en in oktober van datzelfde jaar overgeplaatst op Hr. Ms. De Ruyter; commandant van dit schip was kapitein ter zee C.E.L. Helfrich,  commandant van het eskader in Nederlands-Indië. 

In juni 1938 werd Schuiling weer geplaatst op de Marinekazerne te Goebeng, om in augustus 1939 (hij repatrieerde definitief) naar Nederland terug te keren per Indrapoera. Doordat hij in hoog aanzien stond als schermer en sportman waren onder meer leden van de afdeling Soerabaja van de Nederlands-Indische officiersschermbond en de S.V.B. aanwezig op de kade. 

Tweede Wereldoorlog

Schuiling was tijdens de inval van de Duitsers actief als commandant van een compagnie Mariniers, die tijdens de meidagen van 1940 de Maasbruggen verdedigde. Voor het elimineren van het Duitse bruggenhoofd op de noordoever van de Maas  werd een beroep gedaan op het potentieel  onder het bevel van de commandant der Maritieme Middelen. Deze belastte de commandant  van de Afdeling Mariniers, luitenant-kolonel F. Lugt, met de algemene leiding van de operatie.

Op last van Lugt werden twee compagnieën gevormd, één uit personeel uit de Afdeling Mariniers, onder bevel van Schuiling,  en één uit personeel van het Marinedepot, onder bevel van kapitein J.J.A. Keuchenius. De compagnie Schuiling moest vanuit oostelijke richting naar de Willemsbrug oprukken terwijl de compagnie Keuchenius tot taak kreeg om met alle middelen te beletten dat  vijandelijke troepen zich vanaf de Maasbrug via de Boompjes toegang tot het centrum van de stad verschaften. Schuiling kreeg per 15 juli 1940 eervol ontslag verleend door generaal-majoor N.T. Carstens, daartoe gemachtigd door de bevelhebber  der Duitse Weermacht in Nederland. Later werd hij door de vijand afgevoerd naar concentratiekamp Neubrandenburg, alwaar hij in 1944 overleed.

 Eerbetoon aan Schuiling

Schuiling verkreeg voor zijn verrichtingen op de Maasbruggen postuum in juni 1946 de Militaire Willemsorde toegekend. Mede door deze benoeming werd later aan het vaandel van het korps eveneens deze ridderorde gehecht. Schuiling overleed inSchip genoemd naar Schuiling Duits krijgsgevangenschap te Neubrandenburg. Zijn lichaam werd op vrijdag 10 juni 1949, 's middags om 3 uur herbegraven op het Ereveld Crooswijk in Rotterdam.

Onder de aanwezigen bij die plechtigheid bevonden zich luitenant-generaal der Mariniers H.F.J.M. von Freytag Drabbe en generaal-majoors der Mariniers M.J. de Bruyne en C.J. Dorren; De Bruyne hield tijdens de begrafenis een rede waarin hij het leven van de overledene schetste. In april 1961 werd een ondiepwatermijnenveger naar Schuiling vernoemd. Dit schip, de Schuiling, was het achtste oorlogsschip in een serie van zestien en werd voor rekening van Amerika ten behoeve van de Koninklijke Marine gebouwd bij scheepswerf G. de Vries Lentsch jr te Amsterdam.

Militaire Willemsorde

Schuiling kreeg de Militaire Willemsorde bij Koninklijk Besluit van 10 mei 1946 nummer 10 toegekend omdat hij op  10 mei 1940 te Rotterdam aan het hoofd van een compagnie Mariniers  de opdracht om de Boompjes van vijanden te zuiveren  met grote moed en bijzonder beleid uitvoerde en aldaar 24 uur stand wist te houden, zodat de Noorderkop van de Maasbrug met slechts geringe verliezen weer in onze handen kwam en verder oprukken van de vijand werd belet.

Verder omdat nadat de stelling op de Noorderkop verloren was gegaan Schuiling op 13 mei met zijn compagnie een hernieuwde aanval deed. Doordat hij zijn uitgeputte en onvoldoende gevoede manschappen persoonlijk aanvoerde droeg hij ertoe bij dat  de vijand niet over de Maasbrug kon opdringen. Daarnaast wist hij in de tijd tussen 10 en 13 mei door tactvol optreden enige kleinere ondernemingen met succes uit te voeren.


Bronvermelding

Zie ook:


 [ Terug