Lewe is lief


Vroege loopbaan

Evert Joost baron Lewe van Aduard (15 juli 1912 - Madrid, 2 juni 1975) volgde in de rang van adelborst de opleiding aan het Koninklijk Instituut voor de Marine bij de eerste afdeling voor het Korps Mariniers en werd bij Koninklijk Besluit van 3 september 1934 benoemd tot en op 7 september 1934 in de exercitieloods op het Schuttersveld te Rotterdam beëBeedugubg kewedigd als tweede luitenant der Mariniers.

Lewe van Aduard werd vervolgens geplaatst bij de afdeling Mariniers te Rotterdam en in 1935 overgeplaatst bij de Marinekazerne te Willemsoord. Bij Koninklijk Besluit van 15 augustus 1936 werd hij bevorderd tot eerste luitenant en met ingang van 14 november 1938 geplaatst aan boord van Hr. Ms. Tromp.

Toen in mei 1938 een muur in Rotterdam instortte, waarbij zeven mensen, waaronder een kindje, het leven verloren, verrichtten de Mariniers, onder leiding van Lewe van Aduard, wachtdiensten, afzettingsdiensten en hulpdiensten. In 1938 fungeerde hij als raadsman van een stoker derde klasse van de Marinekazerne, die tijdens de dienst in slaap gevallen was en zodoende voor de Krijgsraad moest verschijnen.

De 19de augustus 1939 voer Hr. Ms. Tromp, flotieljeleider, onder commando van kapitein-luE.J. Lewe van Aduarditenant-ter-zee J. Termijtelen, van Nieuwediep naar Nederlands-Indië; Lewe van Aduard maakte deel uit van het etat major. Tijdens een eerdere reis met het schip was halt gehouden bij Monument pour les Morts de la Guerre (14 januari 1939) in Lissabon, waar namens de commandant der Koninklijke Marine een plaquette werd aangeboden. Lewe van Aduard was bij deze plechtigheid actief als commandant van een detachement matrozen van de Tromp.

Datzelfde jaar schreef hij in het Marineblad een artikel over moderne infanteriewapens en in de Indische Courant van 10 december 1940 een artikel genaamd "Het Korps Mariniers 275 jaar", dat hij eindigde met de woorden: Als straks Nederland heroverd zal worden, als men straks bij de landing op de Nederlandse kust in hun element komt, dan willen zij, als vanouds, daarheen snellen, waar de strijd het hevigste is. God geve dat deze wens spoedig in vervulling gaat. De Mariniers hebben er recht op! (bron: Het Korpsvaandel. In: De Indische Courant, 10 december 1940)

Oprichting der Mariniersbrigade

Lewe van Aduard vertrok naar Amerika, waar hij in de rang van kapitein een blauwdruk maakte voor de oprichting van de Mariniersbrigade en aldus aan Aduartje actief bureaude basis van de oprichting hiervan stond. Hij stelde het plan voor de oprichting van een Mariniersbrigade in het najaar van 1942 voor aan de oudst aangewezen officier der mariniers in Londen, kolonel M.R. de Bruyne, en gaf het in aangepaste vorm in het voorjaar van 1943 nogmaals De Bruyne in overweging.

Het plan behelsde de oprichting van een marinierseenheid ter sterkte van een Reinforces Regiment van het United States Marine Corps, die bestemd zou zijn deel te nemen aan de strijd tegen Japan.

Het Korps zou opgeleid, bewapend en uitgerust worden in Amerika en naast een kern van 250 beschikbare beroepsmariniers bestaan uit oorlogsvrijwilligers, die direct na de bevrijding van Nederland gerekruteerd zouden worden.

Op 17 mei 1943 ondertekende de Minister van Marine, bevelhebber der zeestrijdkrachten, luitenant admiraal J.Th. Furstner de beschikking.  Eind 1943 was de Mariniersbrigade op papier gereed, dankzij het gedegen werk dat Lewe van Aduard in het  Munitions Building van het War Department in Washington had verricht.

Na de Tweede Wereldoorlog

In juli 1946 werd Lewe van Aduard benoemd tot eerste gezantschapssecretaris op het Ministerie van Buitenlandse Zaken en bij Koninklijk Besluit van 13 september 1946 in de rang van majoor  beAmbassadeur lewenoemd tot ridder in de Orde van Oranje Nassau met de zwaarden.

Hij werd in juli 1948 benoemd tot ambassaderaad en naar Tokio gezonden, waar hij diende op te treden als plaatsvervangend hoofd van de Nederlandse missie aldaar. Eind 1950 volgde zijn aanstelling tot tijdelijk lid van de commissie van de Verenigde Naties voor de Unificatie van Korea (hij werd opgevolgd door A.H.C. Gieben).

In zijn functie als tijdelijk waarnemende vertegenwoordiger van Nederland in deze Korea commissie bracht hij een officieel bezoek aan het Nederlandse detachement en sprak toen de woorden: Men gaat met groot vertrouwen de komende moeilijke dagen tegemoet. Men gevoelt op een voorpost te strijden tegen het opdringend wereldcommunisme en zodoende rechtstreeks voor het Nederlandse belang (bron: Nederlands Koreadetachement maakt het goed. In: Nieuwsblad van het Noorden, 12 december 1950).

Hierna werd hij aangesteld als plaatsvervangend hoofd van de missie in Japan. In 1952 had hij Lewe in gesprekzitting in het ere–comité voor de viering van het 750-jarig bestaan van Aduard; vier maanden daarvoor, in maart van dat jaar, was hij uit Japan teruggekeerd. Het jaar daarop verzorgde hij op de zender Hilversum 2 voor de VPRO het programma Europese Defensie Gemeenschap en voor de NCRV het jaar daarop Japan en de westerse wereld.

Niet lang hierna werd Lewe van Aduard benoemd tot zaakgelastigde in Bagdad en in 1957 ter beschikking gesteld van de Minister van Economische Zaken. Met ingang van 7 december kreeg hij de functie van van chef van de directie bilateriale samenwerking van het directoraat generaal voor de buitenlandse economische betrekkingen toegewezen. Voor de duur van zijn terbeschikkingstelling mocht hij de persoonlijke titel van buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister voeren. Een jaar later werd hij benoemd tot directeur buitenlandse economische betrekkingen van het Ministerie van Economische Zaken.

Latere loopbaan

Lewe van Aduard werd vervolgens aangesteld tot ambassadeur in Brazilië, standplaats Rio de Janeiro. Hij volgde in 1965  mr. H.A. Helb  in diens positie als ambassadeur te Zuid Afrika, standplaats Pretoria, op.  In april 1965 werd hij benoemd tot riBegrafsteen lewedder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Toen in juli 1967 in de Republiek Botswana een ambassade van het Koninkrijk der Nederlanden werd opgericht werd Lewe van Aduard benoemd tot ambassadeur in Botswana, standplaats Pretoria.

Lewe van Aduard werd in 1971 aangesteld als ambassadeur van Spanje, standplaats Madrid, als opvolger van mr. C.W.A. baron van Haersolte. Hij overleed op straat voor zijn woning aan een hartaanval op 2 juni 1975; op dat moment stond hij op punt benoemd te worden tot chef directie van het Kabinet en Protocol in Den Haag (hij was met ingang van 1 juni tot deze functie geroepen).

 Zie ook

  • 1985. W. Hornman. De geschiedenis van de Mariniersbrigade. Omegaboek. Amsterdam.
  • Graf van Lewe van Aduard
  • Beëdiging van twee officieren van het Korps Mariniers. In: Het Vaderland, 7 september 1934
  • Marinemutaties. In: De Indische Courant, 27 september 1934
  • Defensie. in het Algemeen Handelsblad, 9 november 1938
  • Muur was een oud twistpunt. In: Zaans Volksblad, 12 mei 1938
  • Zeekrijgsraad Willemsoord. Drie schildwachten hadden geslapen. In: De Tijd, 4 november 1938
  • Commmissie van de Verenigde Naties voor de Unificatie van Korea. Leeuwarder Courant, 6 december 1950
  • E.J. baron van Aduard. Ik ben blij nu in Aduard te zijn. In: Nieuwsblad van het Noorden, 9 juli 1952

 

[ Terug ]

f t