Hoogendorp marine


Familie

Paulus Gijsbertus Jacobus graaf van Hogendorp van Hofwegen (Sas van Gent, 18 januari 1862 - Amsterdam, 2 april 1937) was de zoon van Paul van Hogendorp van Hofwegen (1820-1902), surnumerair en rijksboekhouder der in- en uitgaande rechten te Dordrecht, en Anna Jacoba Vliegenthart (1836-1908).

Hij trouwde op 6 april 1904 met Geertruida Catharina van Almeloo (1874-1926).

Vroege loopbaan

Van Hogendorp werd op 1 september 1877 benoemd tot adelborst der derde klasse, bestemd voor de zeedienst, aan het Koninklijk Instituut voor de Marine te Willemsoord en met ingang van 2 augustus 1882 bevorderd tot adelborst der eerste klasTromp 1877se van de eerste afdeling.

In oktober van dat jaar plaatste men hem op Zr. Ms. schroefstoomschip Tromp, dat op 11 oktober, samen met Zr. Ms. schroefstoomschip Leeuwarden,  van de rede van Texel naar Nederlands-Indië voer.

Van Hogendorp keerde het jaar daarop, op 27 juni 1883, met de Tromp terug naar Nieuwediep en voer vervolgens op Zr. Ms. Bonaire. Met ingang van 5 september 1883 werd hij op nonactiviteit gesteld, waarna hij per stoomschip Voorwaarts op 27 oktober 1883 naar Batavia terugkeerde en op Zr. Ms. wachtschip te Soerabaja te werk werd gesteld.

Hij werd in april 1884 op Zr. Ms. stoomschip Leeuwarden overgeplaatst, vervolgens op Zr. Ms. Gedeh, en datzelfde jaar,  op 16 oktober 1884,  bevorderd tot luitenant-ter-zee tweede klasse.  

Op de Indische wateren

Van Hogendorp kreeg in september 1885, in de Indische wateren, een plaatsing op Zr. Ms. stoomschip Bali en keerde in januari 1887 met de Burgemeester den Tex terug naar NeZr. Ms. Sambasderland, waar hij op nonactiviteit werd gesteld en te werk gesteld op het Wachtschip te Willemsoord. Een jaar later, op 1 juni 1888, plaatste men hem op Zr. Ms. ramschip Buffel.

Aan het einde van 1889 lagen de drie schroefstoomschepen Zr. Ms. Tromp, Zr. Ms. Atjeh en Zr. Van Galen aan de kade van het Nieuwe Diep gereed om via Rio de Janeiro naar Oost- en West-Indië te varen, waarbij Van Hogendorp was ingedeeld op Zr. Ms. Atjeh. In de Indische wateren wisselde hij diverse malen van schip. Zo werd hij in 1890 achtereenvolgens overgeplaatst op Zr. Ms. Sambas, Zr. Ms. Sindoro en Zr. Ms. Gedeh en in 1891 op Hr. Ms. Sindoro en Hr. Ms. Atjeh ingedeeld.

Pas in december 1892 kreeg Van Hogendorp, wegens langdurig verblijf in Oost-Indië, toestemming om naar Nederland terug te keren, waar hij op 16 april 1893 te werk werd gesteld op Hr. Ms. opleidingsschip Admiraal van Wassenaer. Dat jaar legde hij met goed gevolg het examen, benodigd  voor een bevordering tot luitenant-ter-zee eerste klasse af,  een bevordering die op 16 juni 1895 plaats had.

Strijd voor de kusten van Atjeh

Bij Koninklijk Besluit van 20 januari 1896 stelde men Hr. Ms. Logementschip Neptunus met ingang van 25 februari in dienst en kreeg Van Hogendorp een plaatsing aan boord van dit schip. In oktober van datzelfde jaar werd hij overgeplaatst op Hr. Ms. Johan WillemSchroefstoomschip Atjeh Friso en vervolgens, in januari 1897, op het fregat Atjeh, waarmee hij opnieuw in de Indische wateren voer.

Gedurende het tijdvak 1 juni tot en met 25 oktober 1898 nam Van Hogendorp met dit schip deel aan de krijgsverrichtingen aan de noord- en oostkust van Atjeh. In de functie van commandant der Marinelandingsdivisie was hij aldus actief tijdens de expedities naar Pedir en Edi.

Zo voerde hij 19 juni  1898 de achterhoede aan, die door de vijand vanuit diverse kanten werd belaagd en verdreef de 15de augustus 1898 bendes uit de omtrek van Toengkop, toen leden daarvan de wegwerkers beschoten.

Voor zijn zeer goede diensten bij het overbrengen van het 3.000 tonsdok van Soerabaja naar de Sabang-baai, Poeloe-Weh, ontving hij in juli 1898 een eervolle gratificatie van driehonderd gulden. Bij Koninklijk Besluit van 28 september 1899 nummer 45 werd hij benoemd tot ridder in de Militaire Willemsorde vierde klasse voor zijn verrichtingen aan de noord- en oostkust van Atjeh in de periode 1 juni tot en met 25 oktober 1898.

Latere loopbaan

Van Hoogendorp kreeg in februari 1899 een overplaatsing van Hr. Ms. Atjeh naar Hr. Ms. Bromo en in december van dat jaar wegens langdurig verblijf in de Indische wateren toesteHogendorp op een schipmming terug te keren naar Nederland, wat hij per Koningin-Regentes deed.

Aldaar aangekomen ontving hij met ingang van 16 mei 1900 het bevel over Hr. Ms. Kanonneerboot  Dufa, terwijl hij intussen in de rol van Hr. Ms. Wachtschip te Hellevoetsluis was geplaatst. Dat was echter niet voor lange duur want al op 16 juli 1900 werd hij tot eerste officier benoemd op Hr. Ms. monitor Cerberus.

Met ingang van 16 mei 1902 werd Van Hogendorp in de rol van  Hr. Ms. wachtschip te Amsterdam geplaatst en belast met het bevel over Hr. Mr. Kanonneerboot Bever, een bevel waarvan hij in maart 1903 eervol ontslagen werd om als eerste officier aan boord van Hr. Ms. Wachtschip geplaatst te worden.

De laatste plaatsing van Van Hogendorp was op 7 april 1903 op Hr. Ms. kanonneerboot Wodan, want met ingang van 1 december van dat jaar ontving hij, wegens lichaamsgebreken, eervol ontslag uit de militaire dienst onder toekenning van pensioen.

Activiteiten na pensionering

Van Hogendorp vestigde zich te Amsterdam en trad in 1906 toe tot de commissie van advies van de 's-Gravenhaagse Algemene Maatschappij van Verzekering. Hij werd in 1908 voorgedragen en aangenomen om in het college van zetters voor 's Rijks Belastingen plaats te nemen. In 1912 was hij lid der commissie "Ambulance voor Montenegro", die de inzending van gelden ten behoeve van medische hulp aan Montenegro organiseerde.

In 1915 droeg men Van Hogendorp voor als kandidaat voor de schattingscommissie voor de inkomstenbelasting en maakte hij deel uit van de Vereniging voor Voeding en Verwarming (ter ondersteuning van behoeftige Amsterdamse stadgenoten). 

Van Hogendorp overleed op 75-jarige leeftijd te Amsterdam en werd begraven op de Nieuwe Oosterbegraafplaats op de Kruislaan in Amsterdam.

Decoraties

  • RIdder Militaire Willemsorde vierde klasse
  • Ereteken voor Belangrijke Krijgsbedrijven met de gesp Atjeh 1873-1888 en 1896-1900
  • RIdder in de Orde van de Wendische Kroon

 

 

 

f t