Bozua adjudant


Vroege loopbaan

Gerard Gijsbert Bozuwa (Dordrecht, 3 december 1890 - Rotterdam, 25 april 1965)  volgde de opleiding aan het Koninklijk Instituut voor de Marine te Willemsoord en werd in de rang van adelborst der eerste klasse in december 1913 aan boord van Hr. Ms. Kortenaer geplaatst. Bozuwa was zeer sportief: hij nam in dezkav57neq mediume tijd onder meer deel aan roeiwedstrijden en speelde mee tijdens de militaire voetbalwedstrijd Nederland-Engeland te Alderschot in 1914.

In de rang van luitenant-ter-zee derde klasse vertrok Bozuwa naar de Oost, waar zijn bestemming, Hr. Ms. Lynx, op hem wachtte. Bij Koninklijk Besluit van 23 augustus 1915 werd hij, dan varend op Hr. Ms. Tromp, bevorderd  tot luitenant-ter-zee tweede klasse en in december 1915 overgeplaatst bij de Torpedodienst. In 1916 keerde hij terug naar Nederland, waar hij te Vlissingen werd geplaatst op Hr. Ms. Kortenaer. Korte tijd daarna, met ingang van 2 oktober 1919, werd Bozuwa als lid van het etat major van de oorlogsbodem Zeeland ingedeeld. Op 6 april 1920 trouwde hij met Maria van Strij in Dordrecht.Het echtpaar zou twee kinderen krijgen.

Adjudant van de Vlootvoogd

Bozuwa was enige tijd gedetacheerd bij de Zeevaartschool in Leiden en werd in november 1922 eerst op Hr. Ms.  Zeeland en vervolgens op Hr. Ms. Heemskerck geplaatst. In de zomer van 1923 vertrok hij opnieuw naar Nederlands-Indië, waar hij tewerk werd gesteld op het Departement van Marine en benoemd tot addd 010661261 mpeg21 p004 imagedjudant van de vlootvoogd, viceadmiraal A.F. Gooszen. In deze functie was hij in december 1923 aanwezig bij het diner dat door de Japanse waarnemend consul-generaal Nakaya aangeboden werd aan vice-admiraal Salto, zijn staf en de commandanten der kruisers.

Bozuwa bekleedde de functie van adjudant tot de herfst van 1927, toen admiraal Gooszen ontslag verkreeg uit de positie van vlootvoogd; zowel Gooszen als Bozuwa, een enthousiast zeiler, keerden hierop, op 19 oktober 1927 per J.P. Coen, naar Nederland terug. Bozuwa werd nu benoemd tot commandant van Hr. Ms. mijnenlegger Van Meerlant te Vlissingen, waarmee hij oefeningen in de Noorderfrontier verrichtte.

Adjudant van de Minister van Defensie

In 1929 werd Bozuwa benoemd tot commandant van Hr. Ms. Douwe Aukes, een bevel waarover hij op 29 april 1930 bij beschikking van de Minister van Defensie eervol ontheven werd om bij het DepMet Minister Deckersartement van Defensie geplaatst te worden. In december 1930 werd hij aangewezen als Marine-adjudant voor de Minister van Defensie, Mr. Dr. L.N. Deckers. In deze functie vergezelde hij Deckers op al diens werkzaamheden en binnen- en buitenlandse reizen.

Bozuwa trad met ingang van 15 juli 1933 af als adjudant van de Minister omdat hij bestemd was voor de dienst in Nederlands-Indië. Op 23 augustus vertrok hij met de Marnix naar de Oost, waar hij benoemd werd tot lid van de Zeekrijgsraad te Soerabaja, die in die tijd een aanvang maakte met de berechting van de eerste groep muiters van Hr. Ms. Zeven Provinciën.

In deze periode was Bozuwa ingedeeld op de Marinekazerne te Oedjong maar in december 1933 werd hij benoemd tot commandant van Hr. Ms. Panter (in de rol van Dienst der Conservatie). Daarnaast had hij gedurende het jaar 1934 nog steeds de handen vol aan de processen van de beklaagden van de muiterij op de Zeven Provinciën. Hij was inmiddels bevelvoerder op Hr.  Ms. Van Neck en werd met ingang van 1 januari 1936 bevorderd tot kapitein-luitenant-ter-zee.

Aanloop tot de Tweede Wereldoorlog

Bozuwa werd in deze rang achtereenvolgens geplaatst op de Marinekazerne te Oedjong en die in Morokrembangan (1 februari 19Marineluchtvaardiensty NI36). Later dat jaar was hij actief als commandant van het Marinevliegkamp te Soerabaja en kreeg hij het bevel over het vliegveld Morokrembangan; deze laatste functie droeg hij in september 1937 over aan luitenant-ter-zee der eerste klasse Hendrikse, omdat hij vergunning had gekregen naar Nederland terug te keren.

In Nederland werd Bozuwa eerst (4 februari 1938) benoemd tot commandant van Vliegkamp "De Mok" op Texel en enige tijd later tot die van Vliegkamp De Kooy. In april 1940 werd hij bevorderd tot kapitein-ter-zee en vertrok hij per Johan van Oldenbarnevelt naar  Nederlands-Indië om zijn functie als commandant van de Marine Luchtvaardienst te Soerabaja te kunnen aanvaarden.

ABDACOM-activiteiten

Bozuwa was vanaf begin 1942 actief binnen het American-British-Dutch-Australian Command (ABDACOM), geleid door Sir Archibald Wavel. Binnen de Air Forces (ABDAIR), geleid door Air Marchall Sir Richard Peirse, zette hij, samen met kapitein Frank Wagner,  de Reconnaissance Group (Java Air Command) op. Hij trachtte bij de naderende capitulatie van Nederlands-Indië naar Colombo te ontkomen per Poelau Bras.

De Poelau Bras was in maart 1942 al vanaf Tjilatjap vertrokken maar keerPoelau Brasde terug naar de Wijnkoopsbaai om een groep personen in te laden. Deze groep, op 5 maart uit Bandoeng vertrokken mensen, bestond uit  vliegers en waarnemers, zeeofficieren en schepelingen. Andere personen kwamen per particuliere auto naar het schip, zoals schout-bij-nacht J.J.A van Staveren, waarnemend commandant Zeemacht,  en Bozua.

De rampzalige reis van de Poelau Bras

De Poelau Bras vertrok op 6 maart 1942 nogmaals naar volle zee en met bestemming Colombo, waar admiraal Helfrich een nieuw hoofdkwartier zou inrichten. Omstreeks 10.00 uur vloog een verkenningsvliegtuig over het schip heen, om 12.00 uur gevolgd door tien duikbommenwerpers, die de aanval inzetten. Bozuwa en kapitein-ter-zee Johan Hendrik van Rinkhuyzen bleven in het begin elkaar gezelschap houden en zochten samen dekking in het verblijf. Naarmate de aanval voortduurde raakten zij echter gescheiden.

Een sloep met 57 personen landde na vier dagen op zee te Kroë, twee andere sloepen met in totaal 59 man aan boord kwamen elders op de Sumatraanse kust aan wal. Van de 144 omgekomen mensen, waaronder 37 leden van de bemanning, behoorden de kapitein van de Poelau Bras, P.G. Crietee, en Van Staveren. Bozuwa werd op het laatste moment gered door matroos Wals van de Poelau Bras. Deze wist hem aan boord van een reddingssloep te hijsen. Aldus bracht Bozuwa de periode van 1 april 1942 tot en met 15 augustus 1945 in Japanse krijgsgevangenschap door.

Latere loopbaan

Bozuwa nam in 1946 ontslag uit de militaire dienst en werd in 1947 benoemd tot directeur van het Koninklijk Nederlandsc23b9be01786a6a51530c11adbb622debh Metereologisch Instituut te Rotterdam. Een van zijn belangrijkste bezigheden was het vernieuwen van vrijwel het gehele instrumentarium geweest.

Bij Koninklijk Besluit en wegens het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd werd hij op zijn verzoek met ingang van 1 juli 1956 eervol ontslagen uit die functie en opgevolgd door A.A. Fresco.  Hij overleed in april 1965 in de leeftijd van 74 jaar en werd begraven op de Algemene Begraafplaats te Dordrecht. Hij was Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.

Artikel met dank aan

  • H.J. Legemaate

 

 [Terug]

 

f t