Hr. Ms. KXIII234


Vroege loopbaan

Leopold Gerard Louis van der Kun (Roermond, 7 mei 1892 - Voorburg, 17 augustus 1962) was de zoon van Jacobus Elizeus Johannes Maria van der Kun (1853-1920), procureur-generaal bij het Gerechtshof in Den Bosch en ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, en Sophie Eugenie Pauline Raphael Storms (186Hr. Ms. Mataram7-1951). Hij kwam in augustus 1909 in aanmerking voor plaatsing aan het Koninklijk Instituut voor de Marine te Willemsoord en werd met ingang van 19 augustus 1912 bevorderd tot adelborst der eerste klasse.

In deze functie was hij bestemd voor het eskader in Nederlands-Indië en hij vertrok dan ook op 21 september 1912 met het stoomschip Tabanan van Rotterdam naar de Oost. Aldaar werd Van der Kun eerst in de rol geplaatst van Hr. Ms. Holland en vervolgens overgeplaatst op Hr. Ms. Zeven Provinciën en Hr. Ms. Mataram (februari 1914). Bij Koninklijk Besluit van 19 augustus 1914 werd hij bevorderd tot luitenant-ter-zee tweede klasse en ingedeeld op Hr. Ms. Lynx.

Niet lang hierna kreeg hij vergunning naar Nederland terug te keren (juli 1915), waar hij in de directie der Marine te Willemsoord geplaatst werd aan boord van Hr. Ms. Pantserdekschip Holland.

Commandant van onderzeeboten

Van der Kun werd met ingang van 16 februari aan boord van  Hr. Ms. Koningin Emma geplaatst en vervolgens op de onderzeeboot Hr. Ms. KV. Met dit dan net te Feijenoord gebouwde schip maakte hij in het najaar van 1920 een vierdaagse reis op de Noordzee, waarna de tocCommandant onderzeebootht verder voerde naar de Oost. Pas in oktober 1922 kreeg hij toestemming naar Nederland terug te keren, waar hij met ingang van 21 juli 1923 bevorderd werd tot luitenant-ter-zee eerste klasse.

Het in de fabriek Feijenoord in aanbouw zijnde schip Hr. Ms. KXII, bestemd voor de Indische dienst, werd op 19 mei 1924 in dienst gesteld en Van der Kun was ook nu weer de persoon die de proefvaart op de Noordzee mocht commanderen. Dat gebeurde ook toen hij in december 1924 werd benoemd tot commandant van Hr. Ms. KXIII; ook deze onderzeeboot was indertijd nog in aanbouw en bestemd voor de dienst in de Indische wateren.

Van der Kun commandeerde de tocht, die via Manilla en Ambon liep, daarheen. Een van de doelen was het verrichten van wetenschappelijk onderzoek naar de zwaartekracht op zee. Tijdens de feestelijke aankomst te Soerabaja werd hij door de Vlootvoogd gedecoreerd met de versierselen der Officier in de Orde van Oranje-Nassau, maar ook de rest van de bemanning werd met diverse onderscheidingen geëerd (waaronder de Medaille ter herinnering aan de tocht van de KXIII in 1926). Over de tocht van Hr. Ms. KXIII verscheen ook een boek: "Met Hr. Ms. KXIII naar Nederlands-Indië", geschreven door C. van der Linden en M.S. Wytema (1927).

Beleidsmatige functies

Van der Kun kreeg in juli 1930 toestemming om terug te keren naar Nederland en werd aan het einde van dat jaar gedetacheerd aan de Hogere Marine Krijgsschool tot het volgen van een tweejDe Zeven Provinciën 1910arige cursus (tot juli 1932) Na afloop werd hij bij het Departement van Defensie geplaatst en nam hij als lid zitting in een commissie met als opdracht onderzoek te doen naar de benodigde middelen ter versterking van de goede geest binnen de krijgsmacht en voor betere handhaving der krijgstucht.

De instelling van de commissie was een gevolg geweest van de Muiterij op de Zeven Provinciën, een schip waar Van der Kun in 1913 ook op gevaren had. Hij nam daarnaast als plaatsvervangend lid zitting in de commissie die belast was met het rangschikkingsonderzoek voor adelborsten van de zeedienst en de stoomvaartdienst bij het Koninklijk Instituut voor de Marine te Willemsoord. Met ingang van 27 augustus 1934 werd Van der Kun bevorderd tot kapitein-luitenant-ter-zee en in oktober van dat jaar benoemd tot adviserend lid van de Vlootcommissie. Daarnaast werd hij aangesteld tot lid van de Commissie tot Herziening van de Maritieme Strijdmiddelen in Nederlands-Indië.

Opmaat tot de Tweede Wereldoorlog

 Van der Kun werd in april 1935 benoemd tot sous-chef van de Marinestaf te Batavia, als opvolger van kapitein-luitenant-ter-zAfscheid van der Kun2ee G.H. Poolman, die om gezondheidsredenen de dienst verliet. Al in oktober van het jaar daarop werd hij van deze functie ontheven en als commandant geplaatst op het opleidingsschip voor inlandse schepelingen en dienstplichtigen (de voormalige Zeven Provinciën) te Soerabaja (december 1936).

Begin 1937 werd Van der Kun, na een tijdelijk dienstverband op de Marinekazerne te Oedjong,  overgeplaatst naar Hr. Ms. Soerabaia (maart 1937), het dan nieuwe opleidingsschip voor de Marine. Feitelijk was het schip niet nieuw maar de Zeven Provinciën was nu geheel verbouwd en daarnaast nu in plaats van kolen- oliegestookt. Hij bleef hier echter niet lang want in het begin van 1938 werd Van der Kun overgeplaatst op Hr. Ms. de Ruyter en op 12 april 1939 bevorderd tot kapitein-ter-zee.

In deze rang werd hij overgeplaatst op Hr. Ms. Java, oudste kruisercommandant van het eskader, en begin 1940 vertrok hij, samen met andere notabelen en hoge officieren, met de Johan van Oldenbarnevelt naar Europa.

Tweede Wereldoorlog

Van der Kun was van 20 januari 1941 tot en met 18 januari 1942 actief als liason-officier te Singapore en werd na de evacuatie van de Marinestaf onder leiding van generaal Helfrich, op 2 maart 1942 naar Colombo, benoemd tot chef-staf van admiraal Helfrich. In deze functie hield hij zich onder meer bezig met de operatiesDecoraties van der Kun van onderzeeboten (bijvoorbeeld die van de OXXIV, aan de kust van Troemon, Sumatra) ten behoeve van de Netherlands Forces Intelligence Service (NEFIS).

Van der Kun werd op 15 mei 1944 benoemd tot Nederlands Regeringsvertegenwoordiger bij de Combined Chiefs of Staff in Washington (opvolger van schout-bij-nacht G.W. Stöve), waar hij zich, onder meer, intensief bezig hield met de kwestie van de oprichting en training van vijftien gezagsbataljons, bestemd voor Nederlands-Indië.

De Combined Chiefs of Staff lieten echter in 1945 weten dat voor dergelijke gezagsbataljons geen schepen ter beschikking konden worden gesteld. In een telegram van Van der Kun meldde deze in januari 1945 aan Minister-President Gerbrandy: "Van Nederlandse kant was transport gevraagd voor vierduizend man gezagstroepen, duizend man luchtvaartpersoneel en zeshonderd man voor de Nica-detachementen, die begin april 1945 in vier maanden overgebracht zouden moeten worden". Uiteindelijk vertrokken eind augustus 1945 slechts duizend man naar Australië: een onbekend aantal voor de Nica en 929 militairen.

Overlijden en begrafenis

Van der Kun keerde begin 1946 vanuit Washington naar Nederland terug, waar hij  op 1 juli 1946 werd bevorderd tot schout-bij-nacht. Op 27 juli 1946 kreeg hij aan boord van de USS Houston de versierselen der Legion of Merit uitgereikt.

Met ingang van 1 juli van dat jaar verliet hij de militaire dienst. Hij overleed op 70-jarige leeftijd, na een langdurig ziekbed,  in het Ziekenhuis Antoniushove te Voorburg. Zijn stoffelijk overschot werd in alle stilte bijgezet in het familiegraf op het de Rooms-Katholieke Begraafplaats te Rijswijk. 

Decoraties

  • Officier in de Orde van Oranje-Nassau met de Zwaardenddd 010237670 mpeg21 p008 image2
  • Drager van de De Ruyter-medaille
  • Commandeur tweede klasse in de Orde van Wasa
  • Honorary Commander in de Order of the British Empire
  • Onderscheidingsteken voor Langdurige Dienst als Officier met het cijfer XXX
  • Mobilisatiekruis 1914-1918
  • Commander Legion of Merit
  • Commandeur tweede klasse der Orde van Wasa 

 Zie ook


 

[ Terug

f t