A.J. Lemmens ca. 1925 Dutch East Indies KPM

 


 

Dit artikel is mede mogelijk gemaakt door Gerard Willem Charles Lemmens, die ons zijn archief ter beschikking stelde. Alle foto's zijn eigendom van de familie Lemmens.


Familie

Loopbaan

Jappenkampen

Bevrijding

De Janssens

De Van Overstraten

De Van Cloon

De Liran

Korte historie van de K.P.M.

De K.P.M. in oorlogstijd

Bronvermelding

Familie

Adrianus Johannes (Adri) Lemmens (geboren 24 maart 1904 te Hatert, overleden op 27 juni 1990 te Hengelo) was een zoon van Johannes Gerardus Lemmens en Catharina Maria Manders. Hij trouwde twee keer, de eerste keer met Dolly Gerarda Bogaardt (begin 1929) en de tweede keer (eind 1929) met Gertruda Catharina Geutjes; uit het tweede huwelijk werden drie kinderen geboren, Karin (Toos), Jan en Gerard.                                                                                           


Dutch East Indies 1930 Surabaya father and mother  LemmensLEMMENS  Mother and Father ca. 1930Ned Indie Batavia 1931 F l to r Kees van Benthem  Aunt Anna van Benthem-Lemmens Mother and Karin Lemmens and Beppie van Ben

 

 

 

 


    

Loopbaan Lemmens

Lemmens begon zijn loopbaan omstreeks 1925 als werktuigkundige bij de Koninklijke Paketvaart Maatschappij in Nederlands-Indië. Hij werd in april 1932 benoemd tot tweede werktuigkundige. In deze rang diende hij aan boord van de Van Overstraten, de Van Cloon en de Janssens. Op het einde van 1941 werkte Lemmens als tweede werktuigbouwkundige maar verving hij de eerste aan boord van het K.P.M. schip Janssens, dat van Soerabaja naar Singapore voer met torpedo’s voor Nederlandse onderzeeboten aan boord.


Lemmens A.J. Indische Courant 1 dec. 1927 1355673146Lemmens A.J. machinisten eindexamen 1355672340LEMMENS - ZEGEL A.J. LemmensMrs. Lemmens  mother and Aunt Jo Verplak Soerabaja 1938 2nd

 

 

 

  

 


Het schip was, samen met Engelse en Australische schepen betrokken bij de bescherming van Singapore tegen bombardementen van Japanse vliegtuigen.

In deze tijd huurde de Nederlandse Marine, doordat er gebrek was aan marineschepen, koopvaardijschepen, en de Janssens was een van deze schepen. Lemmens diende aan boord van de Janssens van 5 juni 1940 tot 2 januari 1942 en vervolgens op het schip de Liran tot 1 maart 1942. De Liran was oorspronkelijk een Hongaars schip (dan varend onder de naam Nyugat) maar was in 1941 door het Nederlandse gouvernement geconfisceerd.


Fr. L to R Uncle Jan Nijholt Aunt Mien Nijholt with Karin  mother Mrs. Lemmens-Geutjes Gombong Station 2 Apr. 1931 EPSOLEMMENS FAMILY 001.jpg Singapore 1946F l to r Cousin Jan Nijholt Karin and Jan Lemmens and cousin Willem Nijholt

 

 

  


Jappenkampen

Lemmens kreeg in 1953 voor betoonde dapperheid aan boord van de Janssens het Nederlandse oorlogsherinneringskruis met twee gespen. Toen de bezetting door Japan begon werden veel schepen door de Nederlandse troepen in de havens afgezonken. Lemmens werd nu door de vijand gedurende 4 dagen in Malang gevangen gezet, vervolgens per trein naar het kamp Kesilir op Oost-Java gebracht (waar hij van  12 juni 1942 tot september 1943 verbleef) en hierna per trein overgebracht naar de gevangenis Banjoe Biroe op Centraal-Java, waar hij verbleef van september 1943 tot februari 1944.

Lemmens bracht vanaf februari 1944 enige maanden in een kamp te Bandoeng door en verbleef datzelfde jaar gedurende twee maanden in een kamp te Batavia. Nog later werd hij per schip van Batavia overgebracht naar de Changi gevangenis bij Singapore en later geplaatst in een kamp op Devil’s Island (Pulu Damer). Op Devil’s Island werden de gevangenen gedwongen een dok voor de Japanners te bouwen. Er werd sabotage gepleegd door suiker in het cement te stoppen. Lemmens overleefde de oorlog en werd door het Gurkaregiment in augustus 1945 bevrijd.

In het laatste jaar van zijn gevangenschap bevrijdde Lemmens een medegevangene, Ben Groenewegen, van de verhongeringsdood door al zijn gouden kiezen te trekken en deze te verkopen zodat hij eten kon krijgen voor Ben. Later maakte Ben speciaal een reis naar Nederland om dit verhaal te vertellen aan de echtgenote en kinderen van Lemmens.

Bevrijding

Lemmens werd in januari 1946 verenigd met zijn vrouw en kinderen, die allen de oorlog overleefd hadden in de gevangenis (het kamp) Banjoe Biroe (kamp 10). Omdat Soekarno de oorlog verklaard had aan Nederland op 17 Augustus 1945, twee dagen na de capitulatie van Japan, bleef de familie van Lemmens tot december 1945 om veiligheidsredenen in kamp 10; zij werden nu door een Gurhkaregiment (dat hen beschermde tegen aanvallen van extremisten vanuit de bergen) en geëscorteerd door Engelse vliegtuigen op vrachtwagens naar Semarang gebracht en uiteindelijk met het Engelse schip de Loch Killisport (waarop Prins Philip als marine-officier diende) naar Singapore overgevaren. 

Aldaar, in de straten van Singapore werden Lemmens en zijn familie weer verenigd. Lemmens vroeg de weg aan een willekeurig persoon die toevallig zijn oudste zoon bleek te zijn.



Schepen

De Janssens

De Janssens voer onder charter bij de Koninklijke Marine als logies- en bevoorradingsschip maar kende tijdens de oorlog nog steeds een bemanning, onder leiding van dA.J. Lemmens at the far left with all KPM officers-fase 12e onverstoorbare kapitein G.N. Prass, die van de K.P.M. afkomstig was. In deze tijd werd zij ingezet als doelschip en werd haar bemanning getraind op het waarnemen der bewegingen van onderzeeboten. Eind 1941, toen de Japanners Malakka aan het bezetten waren, voer de Janssens met torpedo's voor de Nederlandse duikboten naar het noorden, waar deze torpedoboten samen met de Britse en Australische marine Singapore verdedigden. De bewapening  bestond in deze tijd uit twee dubbele mitrailleurs die afkomstig waren uit een Catalinavliegboot.

In de laatste weken van de oorlog was zij vooral bezig met het afleveren van munitie aan de Britse marine en met het evacueren van de overlevenden van de Repulse en de Prince of Wales van Singapore naar Soerabaja. In het begin van maart 1942 bereikte zij Tjilatjap om daar 450 man aan marinepersoneel en burgers te evacueren. Aan deze te evacueren mensen werd op het laatste moment nog een groep van de gewonde overlevenden van het USS Marblehead toegevoegd. Kapitein Prass  bracht de Janssens met veel te weinig officieren en een bemanning van slechts 14 inlanders op 3 maart om 7.00 van Tjilatjap naar buiten. Dat was in zware regen en zonder loods dwars door het mijnenveld voor de haven.

"Probeer u voor te stellen. Het schrikkelijke beeld van Tjilatjap in zijn doodsstrijd. Ontelbare schepen van allerlei typen en afmetingen. Het zwaar gehavende USS Marblehead, dat de Slag in de Javazee had overleefd, andere oorlogsschepen, tankers en grote troepentransportschepen, kleine coasters; een uitzinnig Janssens3en verward "sauve qui peut".... (bron: 1998. Lieuwe Pronk. KPM. Een zeer bijzondere scheepvaartcompagnie).

Ondanks de duisternis en de regen werd de open zee veilig bereikt. Om de Japanse schepen, die naar het zuiden voeren, te vermijden zette Prass koers naar het oosten; toen het weer opklaarde werd de Janssens aangevallen door Japanse Zero-vliegtuigen, waardoor veel mensen gewond raakten en de reddingsboten vernield werden. Prass besloot de gewonden aan land te zetten en meer bewapening en reddingsmaterieel te krijgen.

Hij wist de haven van Padjitan te bereiken en stuurde de vrouwen en kinderen aldaar aan wal. De voltallige inheemse bemanning deserteerde aldaar uit vrees voor Japanse aanvallen op het schip. Het overgebleven K.P.M. personeel echter nam de taken van de bemanning over en het schip vertrok richting Freemantle, waar men veilig aankwam. De Janssens bleef hierna varen in de Stille Oceaan en "diende met waardigheid" tijdens de Nieuw-Guineacampagne; het was een der K.P.M.-schepen die deelnam aan de herovering der Filipijnen door MacArthur.

Nederlands-Indië kwamen de overgebleven schepen van de K.P.M. onder beheer van de Nederlandse Scheepvaart- en Handelsvereniging, een afdeling van de Nederlandse regering in ballingschap in Londen.  Veel van die schepen werden verhuurd aan het Britse Ministerie van Oorlogstransport.  Deze K.P.M. schepen opereerden nu in de Middellandse Zee, het Midden-Oosten, India, Birma en Bombay.


Aantekeningen LemmensA.J.Lemmens.circa 1946A.J. Lemmens IMG 0588A.J. Lemmens IMG 0589

 

 

 


 

De Van Overstraten

Tijdens de oorlogsverklaring van Nederland aan Japan voer de Van Overstraten naar Bombay, waar het de 21ste december 1941 aankwam. Voor de terugreis probeerde de gezagvoerder het schip te bewapenen maar omdat deze niet voorhanden was moest men overrichterzake de terugreis, op 16 januari 1942, aanvaarden.

Op de 22ste januari 1942 werd de Van Overstraten aangevallen door een Japanse onderzeeër en omdat er geen hulp op kwam dagen verliet de bemanning het schip in zes sloepen. Na een nieuw bombardement op de Van Overstraten ontstond er brand, dook het voorschip onder water en zonk uiteindelijk. De afstand tot land (Simaloer) was ongeveer 550 mijl en werd na zeven dagen bereikt door de bemanning in de sloepen. Van de 117 opvarenden werden uiteindelijk 113 gered; de overlevenden werden naar het Tobameer op Sumatra gevlogen.  

De Van Cloon

De Van Cloon bereikte met een lading cement veilig de bestemmingshaven Soerabaja maar de toestand werd aldaar te gevaarlijk gevonden. Op 6 februari 1942 werd het schip met 87 passagiers weer naar Brits Indië gezonden. De dag na het vertrek werd ten oosten van Mandalika een boven water varende onderzeeboot het onbeschermde schip aangevallen.

Het vermogen van de machine werd opgevoerd en de gezagvoerder probeerde door te zigzaggen aan de vijand te ontkomen. Het Japanse schip nam de Van Cloon echter onder vuur en het schip werd diverse malen geraakt.  Een uur later, toen het schip door de bemanning al verlaten was, zonk het weg in de golven. De drenkelingen werden gered door een Amerikaans schip, de Isabel, en in Soerabaja aan land gezet. 

De Nyugat  of Liran

De Liran was een Nederlands schip van 2.512 ton dat was gebouwd in 1912 door de Hain Steamship Company. Zij werd tussen 1914 en 1919 als een gevangenenschip gebruikt en na de oorlog aan haar eigenaren teruggegeven. In 1934 werd zij verkocht aan Hongarije en hernoemd in Nyugat. Zij werd in 1941 door Nederland geconfisceerd en op 2 maart 1942 afgezonken te Soerabaja om te voorkomen dat zij in Japanse handen zou vallen.



Korte historie van de K.P.M.

De Koninklijke Paketvaart Maatschappij (K.P.M.) was een Nederlandse scheepvaartonderneming, die in 1891 werd opgericht met 28 schepen; zij bezat in 1916 93 schepKPM officers with father Lemmens in the middle at backen en in 1927 146, met orders voor nog eens 31 schepen bij Nederlandse scheepswerven. In 1923 werd een hoofdkantoor gebouwd in Batavia. De K.P.M. had mede door de landgebonden infrastructuur ter ondersteuning van de snel groeiende maatschappij en de stimulans die zij gaf aan de olie-industrie (doordat zij haar schepen al vanaf 1900 liet varen op olie in plaats van steenkool) veel invloed op de economie in Nederlands-Indië, ook omdat veel lokale mensen betrokken werden bij het bedrijf.

De K.P.M. was de grootste leverancier van koopvaardijschepen voor de geallieerde operaties in Nederlands-Indië. De maatschappij begon de oorlog met Japan met 150 schepen (in totaal 340.000 ton). De oorspronkelijk 14 diensten tussen de eilanden groeiden uit tot 61; ook de overzeediensten werden uitgebreid en Nederlands-Indië verbonden met Zuid-Oost Azië, China, de Philipijnen, Japan. Australië, Nieuw-Zeeland, Zuid-en Oost Afrika, Zuid-Amerika en vele andere plaatsen. Op het vasteland had de K.P.M. een uitgebreide infrastructuur met permanente staf en voorzieningen in onder meer Sydney.

De K.P.M. in oorlogstijd

De K.P.M. werd al voor het begin van de oorlog, toen de spanningen toenamen, ingezet om troepen en uitrustingen te verplaatsen en maakte aldus een wezenlijk deel LEMMENS A J  EPSON024 2uit van de verdediging van Nederlands-Indië. Ook reservevoorraden  en cement en staal werden door de K.P.M. respectievelijk uit Bangkok en Newcastle ingevoerd.  De dienstregeling werd hiertoe aangepast en schepen werden gecontracteerd ter ondersteuning van marineoperaties.Het K.P.M. schip de Janssens werd gevorderd als onderzeeboottender; zij stond toen onder commando van kapitein Gerrit Nicolaas Prass. De Janssens was een burgerbevoorrading- en accomodatieschip voor de Nederlandse onderzeebootdienst. De Janssens voer tijdens de gehele oorlog en kreeg grote bekendheid door haar gedurfde ondernemingen onder commando van Prass.

Ten gevolge van de Japanse opmars werd de K.P.M. geconfronteerd met een dubbele taak, namelijk de evacuatie van garnizoenen en burgers uit de door de geallieerden verlaten buitenposten en het voortzetten van de handel in de door de geallieerden gecontroleerde gebieden.  De K.P.M. wist deze tijd echter redelijk goed te doorstaan en verloor tot de eerste week van januari 1942 geen enkel schip. Dat zou snel veranderen want tijdens en vlak na de slag in de Java-zee verloor de K.P.M. alleen al 22 schepen, wat toen het aantal gezonken K.P.M. schepen op 79 bracht, de helft van de vloot.


Mrs. Lemmens my Mum in Soerabaja in 1938Our father Adrianus Johannes Lemmens ca. 1929A.J. Lemmens Oorlogherinnerings Kruis ScanLemmens A.J. Overlijdens aankondiging

 

 

  


Bronvermelding


[ Terug ]

f t