Adrianus Jphannes Dulfer 


 Artikel met dank aan kolonel M.C. Dulfer.


Familie

Adrianus Johannes Dulfer (Rotterdam, 19 juli 1891 -  Den Helder, 19 februari 1920) was een van de drie zonen van Eleonardus Eckhardt Theodorus Dulfer, banketbakker,  en Francisca Maria Janssen.

Naast Dulfer waren dat Eleonardus Eckhardt Theodorus (later kolonel der infanterie) en Gerardus Marinus Hubertus (officier bij  het KNIL). Eleonardus Eckhardt Theodorus was de grootvader van kolonel der Cavalerie,  commandant van Bronbeek,  Michael Christiaan Dulfer en derhalve was Adrianus Johannes Dulfer diens oudoom.

Vroege loopbaan

Dulfer doorliep de HBS met vijfjarige cursus te Dordrecht en kwam in augustus 1910 in aanmerking voor een benoeming als adelborst tweede klasse bij het Koninklijk Instituut voor de Marine te Willemsorde.Drie gebroeders Met ingang van 20 december 1910 werd hij aldaar bevorderd tot korporaal-adelborst en bij Koninklijk Besluit met ingang van 25 augustus 1913 benoemd tot adelborst der eerste klasse.

Dulfer werd op 20 oktober 1913 geplaatst aan boord van Hr. Ms. pantserschip Heemskerck, commandant kapitein-ter-zee E. Coenen, dat op 6 januari 1914 naar de Middellandse Zee voer voor het houden van een verkenningstocht. Vanaf hier zette de boot koers naar West-Indië, naar Curaçao, waar het de 8ste juli binnenstoomde.

Aldaar werd een proef gedaan met een bemanning zeemiliciens aan boord en vervolgens teruggekeerd naar Nederland, omdat deze oefening met de zeemilitie op 20 oktober eindigde. Genoemde zeemiliciens waren miliciens van de lichting 1914, die opgekomen waren voor de gebruikelijke achtmaandse oefeningen, maar het was de eerste keer dat zij ook in gewone omstandigheden buiten Europa werden gezonden.

Latere loopbaan

Dulfer werd bij Koninklijk Besluit van 23 augustus 1915 bevorderd tot luitenant-ter-zee tweede klasse en met ingang van 1 september van datzelfde jaar geplaatst aan boord van Hr. Ms. Holland.  Van hier werd hij enige tijd te werk gesteld op de Marinekazerne te Amsterdam maar iHr. s. Atjeh instructieschon deze tijd vond ook zijn overplaatsing bij de Indische Marine plaats. Samen met luitenant-ter-zee eerste klasse J.C.F. Hooykaas, en de luitenants-ter-zee tweede klasse C.E.L. Helfrich, J. Huygens en J.W.A Vogelsang voer hij als passagier op het stoomschip Rembrandt naar Soerabaja. 

In de Oost werd Dulfer op 26 februari 1916 overgeplaatst op Hr. Ms. Atjeh  en een half jaar later, in oktober 1916, geplaatst bij de kweekschool voor inlandse scheepelingen te Makassar. In de tijd dat hij actief was in de Indische wateren werd Dulfer lid van Soerabajasche Voetbalbond. Pas in december 1918 keerde hij met het stoomschip Noordam terug naar Nederland, waar hij in de directie van de Marine te Willemsoord werd opgenomen en tevens geplaatst aan boord van het instructieschip Atjeh.

Tijdens de nationale zeilwedstrijden van van de Koninklijke Nederlandse Zeil- en Roeivereniging, in september 1919 op de Zuiderzee gehouden, behaalde Dulfer in de categorie Marinesloepen (als stuurman) de eerste plaats. Een paar maanden later  (op 24 november 1919) werd hij bij de Marineluchtvaartdienst te Den Helder geplaatst.  

Overlijden en begrafenis

Op 19 februari 1920 vloog Dulfer met zijn Spijkervliegtuig rond Vliegkamp De Kooij. Hij was op dat moment proeven aan het afleggen die benodigd waren om zijn internationaal vliegbrevet te behalen. Toen hij een hoogte van Bronzen maquette Dulferveertig meter had bereikt stortte het toestel naar beneden. Dulfer brak beide benen en liep verwondingen in het gelaat op. Hij werd direct per auto naar het hospitaal in Den Helder overgebracht, waar hij later die dag overleed.

Volgens onderzoekers was het ongeluk niet te wijten geweest aan een motordefect of een gebrek aan het apparaat. Dulfer werd met militaire eer op Begraafplaats Crooswijk te Rotterdam begraven. De Minister van Marine liet zich hierbij vertegenwoordigen door luitenant-kolonel der Mariniers C.P. van Boselen, commandant der Marinierskazerne in Rotterdam.

Nadat het vuurpeloton in de geopende groeve een salvo had afgegeven dankte een broer van de overledene voor de betoonde belangstelling. 


 

 

f t