Schepen verloren1 kopie


Begin van de oorlog met Japan

Deportatie van munitie

Verrichtingen van diverse KPM-schepen

Onveiligheid op zee neemt toe

Het zinken van ss. Van Imhoff


Begin van de oorlog met Japan

Na de aanval op Pearl Harbour meldde de gouverneur-generaal van Nederlands-Indië: "De Nederlandse regering aanvaardt deze uitdaging en neemt tegen het Japanse Keizerrijk de wapenen op". Etablissement Tandjong Priok Het hoofdkantoor van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij (KPM) in Batavia kreeg nu een camouflagekleur en op de noordelijke toren werd een uitkijkpost ingericht.

Nadat de staat van oorlog met Japan was ingegaan liepen alle boten van de KPM volgens voorschrift de eerste haven binnen, waarna de scheepvaart korte tijd tot stilstand kwam.

Dit duurde niet lang want al spoedig hervatte men, met uitzondering van lijnen in de Molukken, de voornaamste verbindingen.

Die verliepen niet volgens dienstregeling. Alle schepen onder Nederlandse vlag werden door de regering gevorderd. Het beheer liet men over aan de oorspronkelijke rederijen. De bevoegdheid echter om orders omtrent lading en bestemming uit te vaardigen lag bij het gouvernement.

Deportatie van munitie

De eerste Japanse aanval die een rechtstreekse bedreiging was voor Nederlands-Indië bleek die via de Chinese zee op Malakka en Singapore. Via de havenplaatsen Pemangkat en Sinkawang (westkust van Borneo)  werd vliegveld Singkawang II van aanvoer voorzien en die was nu bedreigd.

Nadat de Japanners vliegbases bouwden in Serawak bleek het onmogelijk Singkawang II in bedrijf te houden (24 december 1941).

Vandaar dat twee schepen van de KPM met gezwinde spoed bommen, kisten met munitie en nog veel meer van Pemangkat en onder het vuur van Japanse vliegtuigen weg wisten te halen. Kort daarop bezette de vijand zowel Pemangkat en Singkawang en was iedere nieuwe poging onmogelijk geworden. 

Verrichtingen van diverse KPM-schepen

Het ss. Van Rees was op 29 december 1941 van Makassar naar Tjilatjap gevaren met een lading rubber, rottan en specerijen bestemd voor de Verenigde Staten. Omdat lossen niet mogelijk was kreeg het schip op zeven januari opdracht door te varen naar Padang, daarbij begeleid door Hr. Ms. Willem van der Zaan.

Iets buiten de mijnenvelden van Tjilatjap werd de Van Rees op 8 januari getorpedeerd, maakte slagzij en zonk vrij snel daarna. Twee mannen in de machinekamer kregen levensbedreigende brandwonden, vijf anderen stierven ter plaatse.

De overige bemanningsleden namen plaats in reddingsboten, die al snel werden opgemerkt door een grote Japanse duikboot. Dit schip voer echter door, waarna de reddingssloepen uiteindelijk ss van Overstraten de volgende ochtend Tjilatjap bereikten.

Op 8 januari 1942 werd het ss. Van Riebeeck aan de zuidzijde van Java aangevallen. De Van Riebeeck transporteerde varkens en veevoer van Pasoeroean naar Singapore, toen het nabij Straat Soenda door een Japanse torpedoboot werd aangevallen en getroffen. Hierop vloog het schip in brand, waardoor een groot aantal bemanningsleden stierf.

Nadat de Japanse torpedoboot verder was gevaren vluchtten de nog levende bemanningsleden in reddingssloepen. Zij bereikten na enige moeilijke dagen de Schildpadbaai, nabij Tjilatjap of werden opgepikt door de Willem van der Zaan.

Het ss Camphuys transporteerde op 7 januari 1941 1.900 varkens en 35 koeien van Bandjoewangi door de Javazee naar Singapore. In de morgen van 9 januari werd zij getroffen door meerdere torpedo's van een Japanse onderzeeboot. Alle dieren verbranden levend en ook onder de bemanning waren vele doden te betreuren.

Een deel van de overlevenden zou uiteindelijk door een watervliegtuig worden gered. De overige manschappen kwamen aan boord van een Amerikaanse destroyer, die eerder al overlevenden van het eerder SS de Weert getorpedeerde paketvaartschip Benkoelen had gered. Het s.s Benkoelen transporteerde een lading zout van Soemenep (Madoera) naar Palembang toen het werd getroffen.

Het ss Patras wees men acht december 1941 aan om naar Port Darwin te varen, waar zij de 12de december aankwam.  Aldaar werd een convooi van vijf KPM-schepen onder leiding van de Australische kruiser Adelaide gevormd, dat Australische troepen naar de bezetting van Ambon zou vervoeren.

De Patras nam hierna nog aan andere misies deel en bereikte, na bijna getorpedeerd te zijn, op 14 januari, enigszins gehavend, Banjoewangi. 

Op 10 januari 1941 ging het ss. Toboali haar ondergang tegemoet. Zij voer in Straat Roepat toen vliegtuigen het kleine schip bombardeerden en mitrailleerden. Achthonderd meter uit de wal liep de brandende Toboali aan de grond. De opvarenden, die in zee waren gesprongen, werden bestookt met bommen en beschoten.

Onveiligheid op zee neemt toe

Omdat rond Belawan Deli gebombardeerd werd moest de gehele vaart buiten Sumatra worden opgegeven. De los- en laadmogelijkheden van de haven van Sibolga werden nu opgevoerd SS Nieuw Zeeland zodat overland transport naar Medan mogelijk bleef. Padang en Oosthaven kregen een uitbreiding en Tjilatjap ontving een volle oorlogsbezetting.

De KPM bleef echter ook actief op Tandjong Priok en Soerabaja varen. Tijdens deze oorlogsdagen speelde de KPM "veerdienst" van Oosthaven en terug, een belangrijke rol. KPM-schepen voeren ook nog steeds naar Palembang om de spoorlijn naar Oosthaven te ontlasten. Mede dankzij de KPM konden grote hoeveelheden levensmiddelen en kolen worden getransporteerd.

Nadat op 11 januari de strijd om Tarakan begon werden de bewegingen van de KPM-schepen meer beperkt. Ten oosten van de lijn Bandjermassin, Makassar en Koepang kon niet meer worden gevaren.

De KPM-schepen wisten echter nog steeds grote hoeveelheden mensen te evacueren in deze spannende tijd. Toen een grote hoeveelheid materieel en 4.000 militairen door passagiersschepen van de Atlantische Oceaan naar de Ratailbaai waren gebracht namen KPM schepen deze lading over en transporteerden mens en materieel langs de oostkust van Sumatra naar Singapore. Boten die hieraan deelnamen waren onder meer de ss. Both, Reael, Reynst, Van der Lijn, Van Swoll en Sloet van de Beele.

Het zinken van ss. Van Imhoff

Indien u hierboven de moeilijke omstandigheden beziet waarin KPM-schepen aan hun opdracht trachtten te voldoen en hoeveel manschappen omkwamen... Indien u dit goed heeft gelezen dan hebt u misschien wat meer begrip voor onderstaand verhaal, waaruit politici en "wetenschappers" later politiek gewin hebben proberen te slaan. 

Sinds mei 1940 waren honderden Duitsers in kampen ondergebracht. In de loop der tijd werden zij van Java overgebracht naar Noord-Sumatra. Het lag in de bedoeling een groot aantal Duitsers per ss. Van Imhoff over te brengen naar Brits-Indië.

Op 15 januari 1942 kreeg de gezagvoerder opdracht van Padang naar Sibolga op te stomen. De lading bestond uit 1.329 man, 1.000 ton suiker en 100 ton prikkeldraad. Op 16 januari kwam de Van Imhoff te Sibolga aan.

Hier embarkeerde een bewakingsdetachment van 62 militairen. De 362 Duitse gevangenen werden in tussendekken en achterkuil achter prikkeldraad geplaatst. Te Sibolga nam men nog eens 111 Duitsers op, imhoff waardoor hun aantal op 473 kwam.

Op 18 januari vertrok de Van Imhoff naar Colombo. De volgende dag werd zij zwaar gebombardeerd. Direct hierop begon het voorschip te zinken en deed de gezagvoerder een SOS uitgaan. Na een inventarisatie door de stuurman bleken meerdere luiken opengeslagen en het ruim vol water.

Water spoot ook met grote kracht in de machinekamer. Langzaam begon de Van Imhoff slagzij te maken. De geïnterneerden werden onrustig. Hierop gaf de gezagvoerder de detachementscommandant orders deze tussendekspassagiers om reden van orde niet direct vrij te laten omdat er dan chaos zou kunnen ontstaan, waardoor niemand het schip levend zou verlaten.

De deuren naar de ruimen werden na verloop van tijd geopend. Het bewakingsdetachement en de bemanning namen vervolgens plaats in de reddingsboten. Tussen de overige passagiers en Duitsers ontstond nu een gevecht op leven en dood om op tijd in een reddingsboot- of vlot te komen.

Na 24 uur bereikten de reddingsboten Poeloe Simoek. De gehele bemanning en het complete bewakingsdetachement werden hier gered. De laadboot en een vlot met respectievelijk 53 geïnterneerden en 18 Duitsers spoelden aan op Nias.

Het noodsein van de Van Imhoff werd aan de wal ontvangen. Herop zond de Marine op 20 januari de Nishm-sleepboot Pief, bewapend met vier mitrailleurs en tien schutters, naar de plaats waar het schip gezonken was (180 mijl van Padang).  Er werden echter geen drenkelingen meer aangetroffen.

Het m.s. Boelongan voer eveneens naar de plek des onheils. Zij werd echter tot twee keer toe vanuit de lucht aangevallen en moest haar reddingspoging hierdoor staken. Een groep N.I. vliegtuigen kon door slecht weer niet op zee dalen en keerde eveneens onverrichterzake terug.

De geredde Duitsers namen later contact op met de Japanners. In 1943 werden hierop maatregelen genomen tegen een groep Indische gijzelaars. In Amsterdam diende de KPM een boete van 4 miljoen gulden te betalen. Daarnaast gijzelde de Duitse bezetter een groep van 29 dienstchefs en werknemers van de KPM in St. Michielsgestel. De droevige geschiedenis van de Van Imhoff werd aldus zowel door de Japanners als de Duitsers in Europa in hun politieke voordeel uitgelegd.

Bronvermelding

  • 1950. Ir. H. Th. Bakker. Gepensioneerd dienstchef der KPM. De KPM in oorlogstijd. Een overzicht van de verrichtingen van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij en haar personeel gedurende de Wereldoorlog. 1939-1945. Amsterdam
  • 1987. K.W.L. Bezemer. Geschiedenis van de Nederlandse Koopvaardij in de Tweede Wereldoorlog. Elsevier.
f t