Fokker T 132


Inleiding

Een Nederlands bombardeervliegtuig, een Fokker T 13 van de Indische Marine, verongelukte op 12 oktober 1937 tijdens het maken van een nachtvlucht tussen Batavia en Soerabaja, vlak bij het dorpje Brondong.t13 in de lucht

Daarbij kwamen kapitein-luitenant-ter-zee H.G. de Bruyne, officier-vlieger der eerste klasse M. Vethake, officier der marinestoomvaartdienst H. Uurbanus, een aantal korporaals en diverse andere inzittenden (in totaal negen mensen) om het leven. 

De ramp geschiedde op zee, ongeveer een kilometer verwijderd van de kust, en tegenover de plek waar indertijd het monument, opgericht ter nagesleepte fokkergedachtenis aan de schipbreuk van de "Van der Wijck", stond.

Het verongelukte toestel was een Fokker T 4, een drijvertoestel, dat als bommenwerper en zeeverkenner gebruikt werd. Het Departement van Defensie bestelde indertijd 24 van deze toestellen bij de maker, vliegtuigfabrikant Fokker, ter versterking van de Marineluchtmacht in Nederlands-Indië. 

Het merendeel van deze vliegtuigen, in vier series van zes gebouwd, was in 1937 al geleverd, en de snelste en modernste toestellen had men 12 tot en met 24 genummerd. Het verongelukte vliegtuig behoorde dus tot deze categorie.

Eind jaren dertig was een periode dat veel vliegtuigen van de Marine een voortijdig einde vonden; in 1938 zouden officier-vlieger W.Dusseldorp en korporaal-waarnemer Hoekstra het neergaan van hun toestel tijdens een demonstratie op vliegveld Eelde evenmin overleven. . 

De ramp met de T13

Op de avond van 12 oktober 1937 maakten twee dan nieuwe marinevliegtuigen, een Fokker T 13 en een Fokker T 16, een vliegtocht van Tandjong Priok, waar men om 17.42 uur opsteeg,  naar Soerabaja. Door het slechte weer waren beide vliegtuigen genoodzaaAan boord polluxkt een noodlanding nabij Brondong (te Tandjoeng Awarawar) te maken, waarbij de Fokker T 13 verongelukte en de T 16 slechts materiële schade opliep.

De Fokker T 13 kwam haar noodlot om kwart over tien 's avonds, Javaanse tijd, tegen, toen de weersomstandigheden zeer slecht waren en de piloot gedwongen werd vrijwel blind te vliegen. In deze omstandigheden besloot de bemanning tot een noodlanding, die zeer ongelukkig uitviel. Getuigen zagen het toestel naar het wateroppervlak dalen, weer opstijgen en vervolgens neerstorten. 

Door de duisternis was de in de nabijheid aanwezige bemanning van de Fokker T 16 niet in staat direct hulp te bieden en alwrakje fokkertjearmeerde de Marinebasis in Soerabaja. Van hieruit werden de "Rigel" en de mijnenveger "Pollux" naar de plaats des onheils gezonden. Men wist nu het wrak van de Fokker T 13, dat ondersteboven dreef,  overeind te krijgen en de inmiddels overleden bemanningsleden deels te lokaliseren. 

Een ooggetuige verklaarde:"Het is absoluut zeker dat alle negen inzittenden van de T 13 om het leven zijn gekomen. Men heeft één man (naar later bleek Uurbanus) gevonden, die half bekneld zat buiten het toestel, en die reeds was overleden. De cabine staat geheel onder water en het is onmogelijk dat de inzittenden, die zich na de val nog in het toestel bevonden, in leven zijn gebleven." 

De lijken, die geheel verminkt waren, werden eerst naar loodsen te Brondong gebracht en vervolgens naar de centrale burgerlijke ziekeninrichting te Soerabaja getransporteerd. De T 13 bleek geheel verwoest. Het voorstuk, de plaats van de piloot, was afgebroken, de beide vleugels bleken vernield en het geraamte overal gebroken.  

Nasleep van de ramp

De vlaggen op diverse gebouwen te Batavia werden halfstok gehangen. Vanuit Marinevliegkamp De Kooy, waar de meeste slachtoffers hun opleiding hadden ontvangen, verklaarde commandant kolonel Van Aller: "De omgekomen mannen behoorden tot Begrafenis fokkertje 2de allerbesten."

Bewijzen van deelneming kreeg men van de gouverneur-generaal, de commandant van het leger, veel autoriteiten van Zee- en Landmacht in Holland en Indië en de Japanse consul-generaal, terwijl de Franse consul-generaal persoonlijk de waarnemend commandant Zeemacht bezocht. 

De commandant van de Marinekazerne op Goebeng werd nu belast met de leiding der uitvaart, met militaire eer, van de slachtoffers, die een massagraf in Soerabaja wachtte. 

Het wrak van de Fokker T 13 transporteerde de  "Pollux" eerst naar Tandjong Perak  en vervolgens werd het verminkte toestel overgebracht naar vliegveld Morokrembangan, 

Slachtoffers van de ramp

Met de dood van kapitein-luitenant-ter-zee De Bruyne en officier der Marinestoomvaartdienst der eerste klasse Uurbanus was de Marineluchtvaardienst zowel haar commandant als haar technische chef verloren. 

  • Kapitein-luitenant-ter-zee H.G. de Bruyne
  • Korporaal-vliegtuigmaker A.A. Goedhart
  • Militiematroos, in opleiding voor zeewaarnemer, P.J.S. de Groot
  • Korporaal-telegrafist F.H.Plevier
  • Korporaal-vliegtuigmaker G.J. Rutte
  • Sergeant-vlieger P. Spronk
  • Officier van de Marine Stoomvaartdienst H. Uurbanus
  • Eerste officier-vlieger M. Vethake
  • Militiematroos, in opleiding voor zeewaarnemer, G.J. Zuyderhout

Kapitein-luitenant-ter-zee H. G. de Bruyne

Henri Guillaume de Bruyne (Zierikzee, 4 oktober 1894-1937) was ten tijde van zijn dood actief als commandant van de Marineluchtvaartdienst te Soerabaja. Hij volgde de opleiding aan het Koninklijk Instituut voor de Marine en werd in augustus 1914 bevorderd tot adelborst dBruyne verongelukter eerste klasse.

Achtereenvolgens verkreeg hij in 1915 een benoeming tot luitenant-ter-zee derde klasse, in 1916 die tot luitenant-ter-zee tweede klasse en in 1924 volgde de bevordering tot luitenant-ter-zee eerste klasse. 

Met ingang van 1 juni 1936 werd hij benoemd tot kapitein-luitenant-ter-zee. 

De Bruyne was gedurende enige tijd werkzaam bij de Marinestaf op het Ministerie van Defensie in Den Haag maar diende ook actief op Marineschepen, zowel in Nederland als in de Oost. Zo voerde hij onder meer het bevel over Hr. Ms. De Ruyter tijdens haar eerste reis naar de Oost. 

Hij was Ridder in de Orde van Oranje-Nassau en Ridder in de Orde van Cambodja

Officier-vlieger der eerste klasse M. Vethake

Marinus Vethake (Baarn, 24 juni 1897-1937), ten tijde van zijn dood actief als chef van de radiodienst van vliegkamp Morokrembangan, begon in november 1922 in de rang van Vethakeverongeluktadelborst zijn loopbaan bij de Marine-reserve.

In 1923 werd hij benoemd tot officier-vlieger der derde klasse, in oktober 1924 bevorderd tot officier-vlieger der tweede klasse en in mei 1934 benoemd tot officier-vlieger eerste klasse.

Vethake nam in 1929 deel aan de vlucht die een groep Dorniers naar Nederlands-Indië maakte. Mede door deze prestatie werd hij bij Koninklijk Besluit benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. 

Officier der Marinestoomvaartdienst eerste klasse H. Uurbanus

Henricus Uurbanus (Doesburg, 23 mei 1894-1937), ten tijde van zijn dood actief als chef van de technische dienst van het vliegkamp Morokrembangan, werd in augustus 1917 benoemd tot officier-machinist der derde klasse.

Hierna volgden achtereenvolgens in december 1920 en februari 1932 zijn bevorderingen tot officier-machinist tweede klasse en officier Marine Stoomvaart Dienst eerste klasse. 

Uurbanus stond bekend als een ervaren vlieger, zowel in Nederland als in Nederlands-Indië. 

f t