Willem20Barents20te20Hammerfest20bakboordzijde


Zie ook het fotoalbum


Deelnemers

De deelnemers aan de expeditie met de Willem Barentsz in 1879 waren:

  • A. de Bruyne, luitenant-ter-zee eerste klasse, commandant
  • H. van Broekhuyzen, luitenant-ter-zee eerstEquipage20van20de20Willem20Barentse klasse, eerste officier (Ridder Militaire Willemsorde)
  • Jhr. M.H. Speelman, luitenant-ter-zee tweede klasse, wetenschappelijke waarnemingen
  • J.H. Calmeyer, luitenant-ter-zee tweede klasse
  • Phil. TH. Van Lidth de Jeude, zoöloog
  • Faasen, militair arts
  • M. Grant. fotograaf-volontair
  • J.C. van Wilsum
  • H.J. Latjens
  • M.J. Gorter
  • G. Erkelens
  • Harm. Smith
  • D.J. Velderman
  • P. van der Haagen
  • Klaas Mantel (matroos)

Inleiding

De expeditie met de Willem Barentsz in 1879 was de tweede Poolreis. De eerste vond onder bevel van luitenant ter zee eerste klasse A. de Bruyne plaats in 1878. Een bekende deelnemer daaraan was luitenant-ter-zee tweede klasse Laurens Rijnhart Koolemans Beijnen.

De derde Poolreis was die van 1882, onder commando van luitenant-ter-zee eerste klasse H. van Broekhuizen. Bekende deelnemers aan deze reis waren onder meer de luitenant-ter-zee der tweede klasse  J.H. Calmeyer en L.A.H.A. Lamie (die de Militaire Willemsorde kreeg voor zijn verrichtingen aan de westkust van Guinea in 1869-1870).

Naar het pakijs

De Willem Barentsz bereikte na vier weken, gedurende welke men te maken had met een straffe noordoostelijke wind, eindelijk op 1 juli 1879 de Barentszee. Op dit moment kon begonnen worden met het hoofddoel van de expeditie, het doen van wetenschappelijke waarnemingen. HetCalmeyer 047 kopie ging hierbij met name om een nauwkeurige plaatsbepaling van de ijsgrens en het bepalen van de locatie van de loop van de koude en warme golfstCalmeyer 048 kopieromen. Hierbij werden zowel meteorologische, magnetische als zoölogische observaties gedaan.  

Dieren waren er genoeg; zo zwommen er tal van noordkapers (Delphinus tursio) om de Willem Barentsz heen en werden er walvissen en veel vogels (vooral roofmeeuwen (Lestris))  gesignaleerd. Vogels werden door de bemanning van de Willem Barentsz ook gegeten. Vooral de lomen en rotjes (Alca troille en Alca alle) werden voor dit doel gevangen.

In de avond van de zesde juli 1879 omstreeks acht uur 's avonds werden de eerste ijsbergen in de verte zichtbaar. Pas toen de avond reeds lang gevallen  en de middernachtszon (de maan) lang op was gleden de eerste ijsschotsen langs de boeg van het schip. Gedurende het verstrijken van de nacht verminderde het drijfijs en kwam men weer in open water.  

Op Nova Zembla

Niet lang hierna werd het dichtere pakijs bereikt. In de smalle paden tussen de schotsen vermaakten tal van zeehonden zich met hun capriolen. Intussen naderde de Willem Barentsz tot op 500 meter afstand de ijsgrens en bereikte men Nova Zembla. Op 8 augustus kwam de Matotschkinschar in zicht. Helaas kon hier niet direct ingevaren worden omdat een stijve oostelijke wind dit in eerste instantie belette. De volgende dag gelukte dit wel en merkte men de vele hopen steen (cairus, met een kruis of stok erin bevestigd), blijken van eerdere bezoeken vanCalmeyer 049 2 ontdekkingsreizigers, op.

Er werd geankerd voor Nova Zembla en de etat-major van de Willlem Barentsz toog aan het werk. Magnetische instrumenten werden opgesteld, het schip en tuig nagezien, gedregd, gebotaniseerd en gefotografeerd.'s Avonds gingen de manschappen met het geweer over de schouder de bergen in en observeerden het ruwe landschap en de dieren die zich daarin bewogen. Zowel vogels, als vossen en (sporen) van rendieren werden genoteerd. Daarnaast vond men een groot houten kruis met Russische tekens en twee oude graven van lang geleden gesneuvelde zeelieden. De veertiende augustus vervolgde de Willem Barentsz haar koers om de oost teneinde de Kara-zee te bereiken.

Gubin-baai

Na een reis van 18 uur werd de oostkant van de straat bereikt maar de Kara-zee zelf was onbereikbaar door een uitgestrekt ijsveld. Hierdoor was men gedwongen de steven te wenden en de tocht om de west voort te zetten. Doordat de wind eerst was gaan liggen en toen aanzwol tot een harde westelijke bries wVoor de windaren er nogal wat hindernissen te overwinnen. De 17de augustus, inmiddels in de Gubin-baai aangekomen, stond er een hevige storm. Die verhinderde echter niet dat de manschappen zich konden wijden aan opnemingen en magnetische waarnemingen. Het scheepje de Isbjörn (op jacht naar rendieren en robben) was intussen de Gubin-baai ingevaren en zodoende kon men met de bemanning ervaringen en nieuws uitwisselen.

Gezamelijk zetten beide schepen, de Willem Barentsz en de Isbjörn, de reis om de west nu voort. Na een dag, gedwongen door het verslechterende weer, werd weer geankerd en van de gelegenheid gebruik gemaakt om op groot wild te jagen. Nadat in de Altgläubige baai gunstige wind was afgewacht scheidden de wegen van  de Willem Barentsz en de Isbjörn zich op de 22ste augustus en vervolgde de Wilem Barentsz alleen haar tocht om de noord om aan de haar voorgestelde taak te voldoen: het plaatsen van een monument op Kaap Nassau en het bereiken van het Kaizer Franz Joseph Land.

Ten noorden van Nova-Zembla

De noordkust van Nova-Zembla was grotendeels bedekt met gletchers en kende slechts weinig goede ankerplaatsen. Al snel wist de bemanning van de Willem Barentsz echter de juiste plaats van Kaap Nassau te vinden en een monumentale steen ter nagedachtenis aan de oorspronkelijke Willem Barentsz op te richten. Niet lang nadat de tocht hervat werd brak echter op 1 september een zeer hevige Ontmoeting20van20de20Barents20en20de20Isbjorne201920augustusstorm uit. Terwijl de wind alles van het schip dreigde weg te slaan geselden hagel- en sneeuwbuien het dek. De sneeuw vroor direct vast en het touwwerk was stijf bevroren.

Door de storm was het zeer moeilijk eten en menigmaal vlogen de bestekonderdelen door het ruim. Gelukkig had men de beschikking over het onverwoestbare hartglas, dat de heer Jeekel  van de glasfabriek ter beschikking had gesteld. De tweede september brak de lucht  en kon de tocht om de noord worden bepaald. De vijfde september werden de eerste stukken drijfijs waargenomen maar land kwam nog niet in zicht; wel werd af en toe boterland (wolkjes die op een bergachtige kust lijken) waargenomen. In de nacht van 6 op 7 september passeerde de Willem Barentsz de laatste resten drijfijs en strekte de open zee zich voor haar uit. Tegen de middag omringde het pakijs de boot echter weer en kon de etat-major dit met moeite van het scheepje afhouden.   

Verkenning van het Kaiser Franz Joseph Land

Dit gebied bestond uit een groep van 192 vulkanische eilanden ten noordenoosten van Spitsbergen. De Willem Barentsz bereikte dit land op 7 september 1879. De naam, Kaiser Franz Joseph Land, was aan dit onherbergzame gebied geschonken door de officieren en manschappen van de Oostenrijks-Hongaarse Poolexpeditie, die de eilanden op 30 augustus 1873 bereikten.  De Willem Barentsz ging op zondag 7 september 1879  hier, op 31/2 mijl vooCalmeyer 045r de kust. voor anker.

De oostelijke hoek van Zichy-land werd door commandant De Bruyne tot Barentshoek gedoopt en de westhoek van Mac-Clintock kreeg, ter ere van de baanbreker der hernieuwde Pooltochten en ter herinnering aan een vriend en krijgskameraad, de naam van Koolemans-Beynenhoek.  Door het slechte weer was het niet geraden daadwerkelijk het land te betreden. Commandant De Bruyne schreef hierover in het scheepsjournaal: "Er behoort soms meer moed toe om iets te laten dan om iets te doen." De leden van de expeditie kregen een zilveren bokaal uitgereikt, waarvan er nog een in particuliere handen is en twee zich in het Scheepvaartmuseum te Amsterdam bevinden.


 Bronvermelding

1880. J.H. Calmeyer. Aan boord van de Willem Barentsz. Eigen Haard

1880. Jhr. Mr. J.K.J. de Jonge. Kaiser Frans Joseph Land. Verkend op 7 september 1879 door het Nederlandse Poolschip Willem Barentsz. Eigen Haard.


 

 [Terug]

 

 

 

f t