Admiraal Pinke


 Vroege loopbaan

Albertus Samuel Pinke (Heerde, 14 oktober 1894 - Bussum, 8 juli 1964) was een Nederlands viceadmiraal en commandant van de Nederlandse vloot in Nederlands-Indië. Pinke doorliep de HBS en vervolgens het Koninklijk Instituut voor de Marine te Den Helder (adelborst in 1912). Hij werd op 31 juli 1915 benoemd tot luitenant-ter-zee derde klasse.

Op 31 juli 1917 werd hij bevorderd tot luitenant ter zee tweede klasse en op 17 augustus 1925 tot luitenant ter zee eerste klasse. Gedurende de jaren 1920-1935 diende hij vooral op onderzeeboten in de Indische wateren. Hij werd op 1 november 1937 bevorderd tot kapitPinke graf Spoorein-luitenant ter zee. Hierna werd hij vooral geplaatst op torpedobootjagers; na 1938 werd hij belast met het commandement over de gehele divisie torpedobootjagers in Indië.

Tweede Wereldoorlog

Pinke keerde in 1940 naar Europa terug op de Van Galen; dat was kort voordat de Duitsers Nederland aanvielen aan het begin van de Tweede Wereldoorlog. De Van Galen werd op 10 mei naar Rotterdam gezonden om de Waalhaven, dat de dag ervoor bezet was door de Duitsers, te bombarderen. Het schip kon weinig uitrichten tegen de overmacht van de Duitsers maar haar bemanning werd ingezet bij de verdere verdediging van Rotterdam.

Pinke bracht de jaren tussen 1942-1945 door in een Duits krijgsgevangenenkamp. Na zijn vrijlating keerde hij terug bij het Department van Marine en werd op 1 november 1945 bevorderd tot kapitein-ter-zee. Aan het einde van het jaar 1945 werd besloten tot splitsing van de functie van Bevelhebber Strijdkrachten Oosten in aparte commando's voor leger en vloot.

Commandant Zeemacht

Pinke werd op 25 januari 1946 benoemd tot commandant zeemacht in Nederlands-Indië en Pinke neemt parade afop 28 december van dat jaar bevorderd tot schout-bij-nacht (met de tijdelijke rang van viceadmiraal). De belangrijkste taak van het leger was in die tijd het koloniale leger te ondersteunen gedurende de strijd tegen de Indonesische onafhankelijkheidsbeweging.

Bij Koninklijk Besluit van 17 maart 1947, effectief 1 maart, werd Pinke bevorderd tot viceadmiraal. Hij bekleedde de positie van commandant tevens hoofd van het Departement van Marine te Batavia tot 30 september 1949. De marine verleende in die jaren vooral militaire steun bij de operaties tegen de Republiek Indonesië, met name gedurende de Politionele Acties van juli-augustus 1947 en december 1948. Daarnaast moest de marine een blokkade van de republiek bewerkstelligen door controle van de ladingen van de schepen die de havens binnenkwamen.

Latere loopbaan

Pinke werd in 1949 opgevolgd door viceadmiraal F.J. Kist en werd in 1950 eervol ontslagen uit de dienst. Tussen 1951 en 1953 was hij hoofd van het wetenschappelijke onderzoeksinstituut van de marinestaf.

Hij was na zijn pensionering onder meer voorzitter van de staatscommissie voor onderzoek van radiotechnische hulpmiddelen voor de navigatie, adviseur van het Ministerie van Binnenlandse Zaken voor atomische, biologische en chemische zaken en voorzitter van de afdeling voor krijgskundige techniek van het Koninklijk Instituut van Ingenieurs.

Decoraties

Pinke was commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw, officier in de Orde van Oranje-Nassau, was drager van de Bronzen Leeuw, het Ereteken voor Orde en Vrede, het Mobilisatiekruis 1914-1918, het Onderscheidingsteken voor Langdurige Dienst als officier met het cijfer XXXV en het Oorlogsherinneringskruis.


[ Terug ]

f t