Aerssen beijeren in Melbourne


 Familie

François Cornelis baron van Aerssen Beijeren van Voshol (Amsterdam, 2 maart 1883 - Naarden, 31 mei 1968) was een Nederlands kapitein-luitenant-ter-zee, consul-generaal der Nederlanden en lid van de Raad van State, onder meer ridder in de Militaire Willems-Orde.

Van Aerssen Beijeren van Voshol was een zoon van kolonel F. baron van Aerssen Beijeren van Voshol (1832-1906, RMWO) en van Sophia W.M. Vrolik (1845-1923), en een kleinzoon van minister dr. A. Vrolik. Zijn broer Arnoldus baron van Aerssen Beijeren van Voshol (1880-1975) was consul te Sevilla, en zij hadden nog twee zussen: Anna (1881-1921) en Albertine Louise (1885-1984).

Hij trouwde in 1921 Ima Annioeta barones van Asbeck (1896-1968) uit welk huwelijk vijf kinderen werden geboren, onder wie: mr. Albrecht Nicolaas baron van Aerssen Beijeren van Voshol (1922-1977), ambassadeur te Canberra en mr. Marnix baron van Aerssen Beijeren van Voshol (1937). Hij was de zwager van de latere viceadmiraal C.J. baron van Asbeck.

Vroege loopbaan

Van Aerssen Beijeren van Voshol volgde de zeeofficiersopleiding aan het Koninklijk Instituut voor de Marine te WilemKIM jaren 1900soord (21 september 1902 tot oktober 1904) en werd in de rang van adelborst eerste klasse in december 1902 geplaatst op Hr. Ms. pantserschip De Ruyter, dat via Ponta Delgado naar West-Indië voer, onder commando van kapitein-ter-zee A.C. van der Sande Lacoste. In 1904 behoorde hij tot de rol van Hr. Ms. wachtschip te Hellevoetsluis maar was hij gedetacheerd aan boord van Hr. Ms. kanonneerboot Bulgia (tot 26 juli 1904).

In oktober van dat jaar werd hij bevorderd tot luitenant-ter-zee tweede klasse. Op 25 februari 1905 vertrok hij per stoomschip Koningin Regentes van Amsterdam naar Batavia, alwaar hij aan boord werd geplaatst van Hr. Ms. Ceram (mei 1905) en in januari 1906 werd overgeplaatst aan boord van Hr. Ms. Serdang.

Krijgsverrichtingen op Celebes

In 1905, na de beëindiging van de Boni-expeditie, duurde het verzet in het gouvernement van Celebes voort en verschillende vorsten in dat gebied bleven zich verzetten tegen het sluiten van tractaten met het Nederlandse gouvernement, dat van plan was op Celebes een meer geregeld bestuur te vestigen. Dat was ook ter beveiliging van de bevolking tegen knevelarijen en willekeur debarkement expeditionaire troepen Celebes - kopieder vorsten. Daartoe was een militaire expeditie nodig, waarvan de leiding werd opgedragen aan luitenant-kolonel J.P. Michielsen.

Bij deze expeditie werd een sectie snelvuurgeschut der marine onder leiding van Van Aerssen Beijeren van Voshol ingedeeld, die tijdens de verschillende excursies bijzonder goede diensten verleende. Van Aerssen Beijeren van Voshol onderscheidde zich vóór de aanvallen op de vijandelijke versterkingen diverse malen door zich bij voorafgaande verkenningen zo volledig mogelijk op de hoogte te stellen van de inrichting en ligging der vijandelijke werken. Hierdoor werd het mogelijk juistere raadgevingen te verschaffen omtrent het meest oordeelkundig gebruik dat tijdens de aanval van dat snelvuurgeschut te maken was; door de staf werd steeds dankbaar gebruikgemaakt van zijn raadgevingen tijdens het ontwerpen van het uiteindelijke gevechtsplan.

Strijd op Celebes en Militaire Willemsorde

Bij de vermeestering van de rotsstelling Kantoe op 28 maart 1906 werd het artillerievuur door Van Aerssen Beijeren van Voshol uitstekend geleid en droeg daardoor veel bij tot het uiteindelijk verkregen succes. Bij de inname der rotsvesting Bonto Batoe op 16 mei 1906 werd onder vijandelijk vuur het artillerievuur met grote kalmte geleid. Nadat dit in vAerssenbewerkterband met de geringe afstand, waarop de aanvalstroepen nog van de stelling waren verwijderd, was gestaakt, werd dit door Van Aerssen Beijeren van Voshol op geheel eigen verantwoordelijkheid weer geopend, toen de aanval der marechaussees tijdelijk tot staan was gebracht op een afstand van slechts 10 meter onder de borstwering der versterking.

Hierdoor kregen de marechaussees de gelegenheid de aanval te voltooien en de versterking binnen te dringen door een geschoten bres in de borstwering. In eerste instantie kreeg Van Aerssen Beijeren van Voshol een Eervolle Vermelding (Koninklijk Besluit van 28 maart 1907 nummer 96). Bij Koninklijk Besluit van 3 maart 1910 nummer 39 werd de eervolle vermelding alsnog omgezet in een Militaire Willems-Orde vierde klasse. Dat was ten eerste voor zijn verrichtingen tegen Kantoe in maart 1906 en ten tweede voor zijn beleidvolle handelingen tijdens de acties tegen Boentoe Batoe in mei 1906. 

De Militaire Willems-Orde werd hem op maandag 20 juni 1910 op de Rijkswerf te Willemsoord plechtig uitgereikt. Op het terrein van de werf was een groot aantal officieren en overige manschappen opgesteld. Viceadmiraal I. van den Bosch reikte Van Aerssen Beijeren van Voshol na enige plichtplegingen de Orde uit, waarop de troepen voor Van Aerssen Beijeren van Voshol defileerden.

Latere loopbaan

In januari 1908 werd Van Aerssen Beijeren van Voshol van de Serdang overgeplaatst op de Koning der Nederlanden en in april 1908 kreeg hij vergunning om te repatriëren; hij reisde diezelfde maand als passagier per KoninHNLMS  Gelderland 1897g Willem II terug naar Nederland. Met ingang van 15 augustus 1910 werd hij geplaatst op pantserdekschip Hr. Ms. Friesland en vervolgens, in 1911 op Hr. Ms. Gelderland. Met ingang van 22 juli 1911 werd hij op nonactiviteit geplaatst.

In augustus 1912 kreeg hij bij Koninklijk Besluit op zijn verzoek, eervol ontslag uit de zeedienst; hij was toen in Oost-Indië en zou bij terugkeer in Nederland worden geplaatst op Hr. Mr. wachtschip Koning der Nederlanden. Van Aerssen Beijeren van Voshol werd hierna ingedeeld bij de reserve der marine en per 1 september 1913 geplaatst op Hr. Ms. De Ruyter. Bij Koninklijk Besluit van 6 april 1916 verkreeg hij de rang van buitengewoon luitenant-ter-zee eerste klasse van de Koninklijke Marine-reserve. Van 17 augustus 1935 tot 1 oktober 1947 was hij kapitein-luitenant ter zee titulair bij hetzelfde instituut.

Diplomatieke posten

Van Aerssen Beijeren van Voshol werd in oktober 1912 benoemd tot employee van de NV Zeehaven en Kolenstation Sabang te Sabang (7 oktober 1912-31 december 1913), was hier procuratiehouder van 1 januari 1914 tot 29 februari 1916 en administrateur (1 maart 1916-31 mei 1921) en hoofdadministrateur van 1 juni 1921 tot 10 augustus 1928. Hij werd op 1 november 1928 benoemd tot consul-generaal te Hamburg, in welke functie hij tot Aerssen131 juli 1939 werkzaam was (buiten bezwaar van de schatkist).

Hij verrichtte hier veel goed werk ten dienste van de handelsband tussen Nederland en Duitsland en was onder meer erevoorzitter van de Nieuwe Nederlandse Vereniging te Hamburg en van het Koningin Wilhelmina Fonds tot ondersteuning van behoeftige landgenoten te Hamburg. Op 9 april 1940 volgde zijn benoeming tot buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister te Teheran (tot 11 maart 1942) en vanaf 16 april 1942 was Van Aerssen Beijeren van Voshol werkzaam als buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister te Canberra (tot 23 februari 1947).

Van Aerssen Beijeren van Voshol werd, in dezelfde functie, per 29 maart 1947, werkzaam gesteld te Nanking. In deze functie gaf hij als reactie op de eventuele erkenning van de Volksrepubliek China te kennen dat Nederland ter zijner tijd over zou gaan tot de erkenning, ook omdat Nederland in China grote economische belangen, met name op scheepvaartgebied had. [6] Hij was daarna lid van de Raad van State (van 4 juni 1951 tot 15 juni 1958). In deze tijd (tot 1 juli 1951) had hij ook zitting in de Nederlands-Zweedse verzoeningscommissie te Den Haag.

Decoraties

Van Aerssen Beijeren van Voshol was ridder in de Militaire Willems-Orde, ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw en commandeur in de Orde van Oranje Nassau.

Van Aerssen Beijeren van Voshol was de schoonzoon van de gouverneur van Suriname Willem Dirk Hendrik van Asbeck en zijn zoon was later onder meer ambassadeur in Australië.

Bronvermelding

  • Het Nieuws van de Dag: kleine courant (22-12-1902) 
  • Het Nieuws van de Dag voor Nederlands-Indië (15-04-1910) 
  • Algemeen Handelsblad (21-06-1910) 
  • De Tijd (05-04-1916) 
  • Nederlandse ambassadeur in China: te zijner tijd erkenning. De Waarheid. (12-01-1950)
  • 1910. F.C. baron van Aerssen Beijeren van Voshol. Prins der Geïllustreerde Bladen. Bladzijde 184.
  • 1940. G.C.E. Köffler. De Militaire Willemsorde 1815-1940. Algemene Landsdrukkerij. Den Haag.

 [ Terug ]

f t