Hoekwater AH. Schout bij nacht. Commandant der zeemacht chef van het departement van de marine in Nederlands Indie


Zie ook het fotoalbum


Vroege loopbaan

Anthony Hendrik Hoekwater (Den Haag,  10 november 1854 - Den Haag 20 september 1912), zoon van Adriaan Jan Hoekwater, advocaat, en Hendrika Wilhelmina Ottolina Maria Smissaert, volgde vanaf 1871 het Koninklijk Instituut voor de Marine te Willemsoord, werd met ingang van 1 september 1Blokkadeschepen872 benoemd tot adelborst der eerste klasse bij de Nederlandse Zeemacht en met ingang van dezelfde datum geplaatst aan boord van Zijne Majesteits Wachtschip te Willemsoord. Met ingang van 26 april 1873 werd hij geplaatst aan boord van Zr. Ms. schroefstoomschip Riouw en in oktober van datzelfde jaar, in de Indische wateren, overgeplaatst op Zr. Ms. fregat Zeeland; de tweede expeditie naar Atjeh begon in november 1873.

Hoekwater werd nog datzelfde jaar, in november,  overgeplaatst op de Prinses Amalia en in juni 1874 geplaatst op Zr. Ms. stoomschip Metalen Kruis. In december 1874 werd hij geplaatst aan boord van Zr. Ms. stoomschip Admiraal van Kinsbergen en bij Koninklijk Besluit met ingang van 1 mei 1875 bevorderd tot luitenant ter zee tweede klasse. Hoekwater kreeg wegens langdurig verblijf in de Indische wateren in oktober 1876 toestemming om naar Nederland terug te keren, waar hij op 2 november 1876 per stoomschip Voorwaarts aankwam en op nonactiviteit werd gesteld.

Diverse tochten

Hoekwater werd in mei 1877 aan boord van Zr. Ms. Wachtschip te Hellevoetsluis geplaatst en meZilveren kruis4t ingang van 16 januari 1878 overgeplaatst aan boord van Zr. Ms. schroefstoomschip Zilveren Kruis. Dit schip verliet op 1 februari 1978, in een eskader, samen met de schroefstoomschepen Van Galen en Leeuwarden, onder oppercommando van divisiecommandant W.K. van Gennep, de haven van Den Helder.  Het doel was het doen van een oefeningstocht op de Noord-Atlantische Oceaan en de Caraïbische Zee.

Later dat jaar vertrok een eskader, bestaande uit de stoomschepen Van Galen, Marnix en Zilveren Kruis, naar de Indische wateren, waarbij Hoekwater zich nog steeds op het Zilveren Kruis bevond. Daar bleef hij ook op varen want in maart 1879 voer hij met het schip, dat onder commando stond van Kapitein luitenant ter zee J.B.A. de Josselin de Jong, naar de rede van Atjeh. Later dat jaar werd hij echter overgeplaatst op Zr. Ms. fregat Zeeland en in juni 1879 geplaatst op Zr. Ms. stoomschip Merapi. Pas in mei 1881 werd Hoekwater tenslotte overgeplaatst op het stoomschip Atjeh en het jaar daarop keerde hij per stoomschip Noord-Holland naar Nederland terug, waarna hij op nonactiviteit werd gesteld.

Werkzaamheden in en rond de Indische wateren

Hoekwater werd gedetacheerd bij de Kweekschool voor de Zeevaart te Leiden en in augustus 1882 geplaaMelvill van Carnbetst op het opleidingsschip Admiraal van Wassenaer. Met ingang van 1 oktober 1884 werd hij overgeplaatst aan boord van Zr. Ms. schroefstoomschip Tromp en met ingang van 1 juli 1885 bevorderd tot luitenant ter zee eerste klasse. Hij werd met ingang van de 26ste juli van dat jaar gedetacheerd bij de Marine Torpedodienst te Willemsoord en in augustus overgeplaatst bij de afdeling Hydrografie.

Hoekwater werd in oktober 1886 belast met het commando over het transport onderofficieren en mindere schepelingen der zeemacht dat op 23 oktober van dat jaar per stoomschip Gelderland naar Oost-Indië werd gezonden. Aldaar werd hij eerst geplaatst op de Gedeh en vervolgens in de functie van commandant geplaatst op Zr. Ms. opnemingsvaartuig Melvill van Carnbé (januari 1888). In de tweede helft van juni 1888 deed het schip Soerabaja aan om aldaar in een dok bij het Marine etablissement te worden opgenomen en beneden de waterlijn te worden schoongemaakt en geschilderd. Pas in december 1889 kreeg hij wegens langdurig verblijf in de Indische gewesten verlof om naar Nederland terug te keren, waar hij op nonactiviteit gesteld werd.

Hogere rangen

Hoekwater verkreeg in mei 1890 het commando over Zr. Ms. stoomkanonneerboot Das en deed daarmee opnemingen der verschillende binnenwateren en Zuiderzee. Deze boot werd met ingang van 18 oktobHr. Ms. Daser 1890 uit dienst gesteld en Hoekwater uit diens functie ontheven. In 1891 werd het schip weer in dienst gesteld en hernam hij zijn hydrografische opnemingen in de Zuiderzee. Met ingang van 17 oktboer 1891 werd hij voor de tweede keer ontheven van deze functie en tijdelijk in commissie gesteld te Den Haag, waar hij werkzaamheden voor de militaire hydrografie ging verrichten. Van 1892 tot en met 1895 vervolgde hij echter weer zijn commandoschap van Zr. Ms. Das, afgewisseld met activiteiten voor de militaire hydrografie.

Hoekwater werd in 1896 overgeplaatst op Hr. Ms. schoener Dolfijn, bevorderd tot kapitein-luitenant ter zee (21 maart 1896) en op nonactiviteit gesteld. Het jaar daarop werd hij geplaatst op Hr. Ms. Friso en overgeplaatst op Hr. Ms. Gedeh. Hij werd met ingang van 16 mei 1897 bij het Department van de Marine in Oost-Indië geplaatst en benoemd tot chef der VIde afdeling (materieel). In dezelfde tijd ging hij deel uit maken van de Nederlands-Indische commissie voor de Wereldtentoonstelling in Parijs in 1900 en ter gelegenheid van de Troonsbestijging van Koningin Wilhelmina werd hij in 1898 benoemd tot ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.  

Oefeningen in Nederland

Hoekwater keerde in januari 1900 uit de Oost terug en maakte in augustus 1900, als commandant van een divisie, bestaande uitHoekwater in Hr. Ms. Hertog Hendrik de monitors Cerberus en Reinier Claeszen en de kanonneerboten Brak, Hadda en Helfring, een oefentocht over zee. Later dat jaar was hij actief als commandant van de Cerberus, waarmee hij tijdens de zomermaanden in het Zuiderfrontier lag en oefeningen deed in het Haringvliet.

Begin 1901 voer hij met het schip naar de Zuiderzee om aldaar eveneens oefeningen te doen met zeemiliciens, een oefening die hij later herhaalde als commandant van een divisie bestaande uit een groot aantal schepen, waaronder de  monitoren Cerberus, Reinier Claeszen,  de kanonneerboot Raaf, de Brak, de Ulfr en de Hadda. Hij werd in november 1901 benoemd tot voorzitter der commissie tot vorming van een korps werklieden annex metaalbewerkers aan boord van Hr. Ms. schepen en met ingang van 7 juni 1902 aangewezen om aanwezig te zijn bij de verdere afbouw van Hr. Ms. pantserschip Hertog Hendrik, die in aanbouw was bij de Rijkswerf te Amsterdam.

De Hertog Hendrik

De Hertog Hendrik werd in december 1903 in dienst gesteld en Hoekwater werd benoemd tot commandant over deze bodem. De Hertog Hendrik was een der zwaarste schepen die de Nederlandse vloot indertijd telde; de boot was 96.6 meter lang, op zijn breedst 15.2 meter, en had een diepgang van 5.7 meter. Het totale gewicht waDebarkement expeditonaire troepens 5 miljoen kilogram. De Hertog Hendrik was geheel uit staal gebouwd en werd voortbewogen door twee schroeven, was beschermd door een pantsergordel en het gehele schip was zwaar bewapend, onder meer met snelvurende kanonnen. 

In het jaar 1904 maakte Hoekwater met dit schip diverse verre reizen, onder meer naar de Oost. Hij werd in  1905 bevorderd tot kapitein ter zee en in oktober 1905 tijdelijk benoemd tot commandant der zeemacht en chef van het Department der Marine in Oost-Indië. Dat was als tijdelijk opvolger van H. F. Kouwenberg. Uiteindelijk zou J.G. Snethlage die functie weer van Hoekwater overnemen.

De expeditie naar Celebes

Voor zijn verrichtingen tijdens de expeditie naar Celebes, in 1905 gehouden, werd Hoekwater bij Koninklijk Besluit van 28 maart 1907 nummer 98 benoemd tot ridder in de Militaire Willemsorde. Hij was in zijn functie als commandant van de zeemacht in de wateren bij Boni in 1905 zeer actief, waardoor hij in hoge mate bijdroeg tot een goede samenwerking tussen land- en zeemacht.

Mede door de activiteiten van Hoekwater werd de landing bij Badjowé op 28 juli 1905 zonder hoge verliezen uitgevoerd op een goed en sterk bezet kustgedeelte. Hierdoor kon de tot het laatst standhoudende vijand een gevoelige slag worden toegebracht, waardoor mede het georganiseerde gewapende verzet te Boni gebroken werd.

Latere loopbaan

In 1906 voerde Hoekwater het commando over de vier Nederlandse oorlogsschepen Hertog Hendrik, Koningin Regentes, Koningin Wilhelmina en Zeeland, die in de Indische wateren een kruisHoekwater AHtocht hielden. In juli van dat jaar kreeg hij vergunning terug te keren naar Nederland, waar hij in oktober 1906 in activiteit werd hersteld. Het jaar daarop kreeg hij eerder genoemde Militaire Willemsorde op het terrein van de Marinekazerne te Nieuwediep uitgereikt door vice-admiraal Wentholt en in oktober van dat jaar (1907) werd hij bevorderd tot schout bij nacht.

Hoekwater vertrok in februari 1908 om gezondheidsredenen voor enige tijd naar Wiesbaden. In februari 1909 werd hij benoemd tot commandant der zeemacht en chef van het Marine Department in Nederlands-Indië, als opvolger van G.J. Snethlage. Hij werd met ingang van 2 mei 1910 bevorderd tot vice-admiraal en op 30 augustus 1911 benoemd tot Grootofficier in de Orde van Oranje-Nassau. Naast commandant van de Zeemacht was hij lid van de Raad van Defensie. Hoekwater trad begin 1912 af, vestigde zich te Den Haag en overleed in september 1912 na een kort ziekbed. 


 Bronvermelding

  • 1872. Besluiten en benoemingen. In: Algemeen Handelsblad, 12 augustus 1872
  • 1872. Besluiten en benoemingen. In: De Standaard, 22 augustus 1872
  • 1873. Marine en leger. In: De Javabode, 30 mei 1873
  • 1873. Departement der Marine. In: Bataviaasch Handelsblad, 4 oktober 1873
  • 1873. Indische Nieuws. In: Het Nieuws van de Dag: kleine courant, 21 november 1873
  • 1874. Departement der Marine. In: Javabode, 17 juni 1874
  • 1874. Departement van Marine. In: de Javabode, 23 december 1874
  • 1875. Koninklijke Benoemingen. In: de Javabode, 3 juni 1875
  • 1876. Marine Departement. In: De Standaard, 16 november 1876.
  • 1877. Vervolg der nieuwstijdingen. In: Het Nieuws van de Dag: kleine courant, 23 mei 1877
  • 1878. Overplaatsingen. In: De Standaard, 10 januari 1878
  • 1878. Marine. In: de Javabode, 11 maart 1878
  • 1878. Marine. In: de Javabode, 30 oktober 1878
  • 1879. Marine. In: de Locomotief, 10 maart 1879
  • 1881. Marine. In: Algemeen Handelsblad, 10 mei 1881
  • 1882. Marine. In: De Tijd, 17 mei 1882
  • 1882. Land en Zeemacht. In: De Tijd, 31 augustus 1882
  • 1884. Marine. In: De Standaard, 30 augustus 1884
  • 1885. Besluiten en benoemingen. In: Het Nieuws van de Dag: kleine courant, 28 mei 1885
  • 1885. Marine. In: Nieuws van de Dag: kleine courant, 19 augustus 1885
  • 1886. Marine Nieuws. In: Javabode, 1 november 1886
  • 1888. Marine. In: Soerabajasch Handelsblad, 9 juni 1888
  • 1889. Batavia. In: Bataviaasch Nieuwsblad, 11 december 1889
  • 1890. Marine. In: Algemeen Handelsblad, 7 mei 1890
  • 1891. Marine en Leger. In: Het Nieuws van de Dag: kleine courant, 2 mei 1891
  • 1896. Marine en leger. In: De Tijd, 20 maart 1896
  • 1897. Marine Departement. In: Bataviaasch Handelsblad, 28 maart 1897
  • 1897. Marine Department. In: de Javabode, 1 mei 1897
  • 1898. Benoemingen. In: Bataviaasch Handelsblad, 3 september 1898
  • 1900. Zee en Landmacht. In: Algemeen Handelsblad, 31 augustus 1900
  • 1900. Leger en Marine.  In: de Telegraaf, 4 oktober 1900
  • 1901. Land en Zeemacht. Oefendivisie. In: De Tijd, 21 augustus 1901
  • 1902. Zee en Landmacht. In: Algemeen Handelsblad, 4 juni 1902
  • 1903. Het pantserschip Hertog Hendrik. In: Algemeen Handelsblad, 12 september 1903
  • 1903. Leger en Vloot. In: Bataviaasch Nieuwsblad, 9 november 1903
  • 1905. Benoemingen. In: Middelburgse Courant, 26 oktober 1905
  • 1906. Nieuws. Bataviaasch Nieuwsblad, 26 februari 1906
  • 1908. Schout bij nacht A.H. Hoekwater. In: de Telegraaf, 5 februari 1908

 [ Terug ]

f t