Ruurd Kasparie beediging


Familie

Opleiding

Begin loopbaan

Werkzaamheden als artillerie-officier

Plaatsing aan de wal

Diverse plaatsingen

Posities in het buitenland

Ten slotte

Zie ook

Bibliografie

Bronvermelding


Zie ook het fotoalbum (copyright: Ruurd Casparie)


Familie

Ruurd Johan Casparie werd op 26 februari 1942 te Sneek geboren. Zijn vader, Wenceslaus Robertus Casparie (geboren op 26 november 1891 te Groningen), volgde eerst de Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag, bedoeld als opleiding tot steendrukker in het bedrijf van zijn vader. Dat liet hij echter aan een jongere broer over en koos ervoor leraar tekenen en nog later ook  leraar staatsinrichting te worden aan de Rijks HBS in  Sneek. Na de oorlog was hij enige tijd waarnemend directeur en daarna onderdirecteur. Na zijn pensioen in 1956 verhuisde het gezin van Sneek naar Voorburg.

Wenceslaus Robertus Casparie trouwde op 22 april 1924 met Catharina Christina Johanna Maria Naber. Het echtpaar kreeg vijf zonen en drie dochters, waaronder de latere paleobotanicus (hout- en veen bioloog), universitair docent aan de Universiteit van Groningen, dr. Willem Arnold Casparie en de latere kapitein ter zee Ruurd Casparie. Ruurd Casparie verloofde zich op 26 december 1966 te Voorburg met Leontine de Vreeze. Zij trouwden op 1 juli 1967 en kregen samen twee dochters (1968 en 1972). Ook hebben zij twee kleinzoons (1998 en 2000).

Opleiding

Casparie wilde na zijn HBS-b, behaald in 1960 in Wassenaar, eerst scheikunde studeren, maar koos toch voor de opleiding tot zeeofficier aan het Koninklijk Instituut voor de Marine in Den Helder. Aldaar leerde Hr. Ms. Pieter de Bitterhij tijdens de artillerielessen de werking van het geschut goed kennen en maakte hij kennis met de zeedienst. Dat was bijvoorbeeld tijdens zijn detacheringen op de Urania (het opleidingszeilschip van de Koninklijke Marine), waarmee hij een tocht door het Nieuw Caledonisch Kanaal en naar het eiland Man maakte, en op een  fregat van de Amstelklasse, Hr. Ms. de Bitter.  Dit betrof de zgn. Bootjesreis in het "Jongste jaar" als adelborst.

In het tweede jaar van zijn studie werd Casparie tijdens de Bootjesreis op Hr. Ms. De Ruijter, een kruiser van de Zeven Provinciënklasse, en daarna op Hr. Ms. Karel Doorman, een vliegkampschip, gedetacheerd, waar hij zijn verdere praktische opleiding tot zeeofficier ontving. Aan zijn lichamelijke conditie werkte hij door in de barre winter van 1963 aan de Elfstedentocht mee te doen. Evenals de meeste andere deelnemers reed hij deze niet uit. Tegen het einde van zijn KIM-tijd liep hij met klasgenoten de Nijmeegse Vierdaagse. Luitenant ter zee der derde klasse R.J. Casparie werd  als marineofficier beëdigd door vice-admiraal A.N. baron de Vos van Steenwijk, destijds de Commandant der  Zeemacht in Nederland.

Tijdens de viering (1962) van het zilveren huwelijksfeest van Koningin Juliana en Prins Bernhard, waarbij de Koninklijke familie een toer door de stad Amsterdam maakte, roeide Casparie samen met jaargenoten in de Koningssloep. Dit was de laatste keer dat de Koningssloep werd ingezet.  In 1966, tijdens de huwelijksplechtigheid van prinses Beatrix en prins Claus, was Casparie pelotonscommandant bij de erewacht in Amsterdam en stond met zijn mensen te midden van de rookbommen voor De Bijenkorf.

Begin loopbaan

Casparie werd in september 1963  geplaatst aan boord van Hr. Ms. Karel Doorman. Met  dit schip maakte hij onder meer reizen richting IJsland en Groenland en naar de West. Vervolgens was hij twee jaar lang werkzaam als oudste officier op een mijnenveger van de Western Union (WU) klasse, waar hij met de Fort Erfprinsmijnendienst kennismaakte. Een speling van het lot (of Personeelszaken) zorgde er voor dat Casparie werd geplaatst op een schip met de naam van zijn geboorteplaats, de mijnenveger Hr. Ms. Sneek.

Met dit schip maakte hij onder meer reizen naar Schotland en Noorwegen. Aan het eind van zijn plaatsing fungeerde hij als liaisonofficier tijdens een Koninklijk- en vlootbezoek aan Terschelling, waar de grote branden van 1666 werden herdacht. Hij werd hierna aangewezen voor de opleiding  tot artillerieofficier en keerde daarvoor terug naar het Koninklijk Instituut voor de Marine, waar hij de cursus  Voortgezette Wetenschappelijke Vorming (in marinetermen: "Vader Wil Vooruit") volgde en aan de artillerieschool op het Fort Erfprins te Den Helder de opleiding voltooide.

Tijdens deze opleiding leerde Casparie onder meer de artilleriesystemen van kruisers en jagers beter kennen en kreeg hij onderwijs in de digitale vuurleidingssystemen van de fregatten van de Van Speykklasse. Met deze kennis gewapend voer hij vervolgens een jaar op Hr. Ms. De Zeven Provinciën, als vuurleider en rollenofficier.

Werkzaamheden als artillerie-officier

Casparie werd medio 1968 voor ruim drie jaar op de jager  Hr. Ms. Friesland  geplaatst als officier van artillerie. Tot de taken van een artillerieofficier behoorden de operationele, materiële en personele gereedheid van alles wat met de artillerie te maken had. Casparie was daarmee ook divisiechef van de kanonniers, geschutskonstabels, vuurleidingkonstabels, wapenelectronicHr. Ms. Frieslandamonteurs en de geschutsmakers. In deze drie jaar was er ook een verblijf in de West. Deze episode eindigde echter met een zware ontploffing.

De raketmotor van een raketdieptebom ontplofte op 18 oktober 1971 in de lanceerinstallatie. Bij dit ongeluk kwamen  luitenant ter zee der eerste klasse H. van Vliet (46) en korporaal-torpedomaker S.J. Foncke (23) om het leven en raakten vier anderen, waaronder Casparie, door brandwonden zwaar gewond. Het ongeluk gebeurde toen tijdens proefnemingen met  raketdieptebommen een projectiel voortijdig afging. De lanceerinrichting stond nog in de verticale stand,  waardoor zes manschappen werden getroffen door de ontbrandingsvlam.

Plaatsing aan de wal

Casparie werd, nadat hij voldoende hersteld was, benoemd tot Hoofd Technische Opleidingen bij de Artillerieschool. Onder zijn verantwoordelijkheid vielen onder meer de artillerieschoolopleiding van de wapenelectronicamonteurs,de geschutsmakers en het Bureau Beschrijvingen (redactie van gebruikershandleidingen en technische voorschriften).

Deze functie viel samen met de instelling van de zogenaamde "Bekendmaking Zeemacht 945". Dat was een (beleid)verandering van taken, waarbinnen diverse verschuivingen van verantwoordelijkheden binnen de scheepsorganisatie.  Er werden  werkgroepen opgezet om de personeelsstructuur aan te passen aan de eisen van de moderne techniek. Casparie werd na twee jaar overgeplaatst naar Den Haag en ingezet binnen een projectgroep  die zich bezig hield met de voorbereiding en uitvoering van de veranderingen van de personeelsstructuur van de marine.

Diverse plaatsingen 

Casparie werd na dit  werk Hoofd Operationele Dienst  aan boord van Hr. Ms. Rotterdam, na een half jaar ging de bemanning over naar Hr. Ms. Utrecht.  Met dit schip ging hij weer voor een "term" naar de West. Vervolgens werd hij voor twee jaar benoemd tot stafofficier artillerie bij het Analyse en Tactisch Centrum (ANTAC/Commissie voor Tactische Indoctrinatie (COTADO)) in Den Helder. Aldaar hield hij zich onder meer bezig met luchtverdedigingevaluaties van de geleidewBeediging kroonprins Willem Alexander tot LTZ 3de klasse222apen (GW) fregatten van de Tromp-klasse en was hij  betrokken bij de ontwikkeling van de tactische richtlijnen voor de inzet van het harpoon geleidewapensysteem.

Na deze periode volgde een plaatsing bij de Marinestafschool in Den Haag. Eerst als cursist, daarna als docent strategie. Deze plaatsing duurde vijf jaar. In deze periode zijn van zijn hand verschillende collegedictaten verschenen. De laatste maanden van deze plaatsing werkte hij mee aan de reorganisatie en co-locatie van de drie stafscholen van de krijgsmacht. Daarna (medio 1986) werd hij weer op een schip geplaatst, ditmaal als eerste officier van Hr. Ms. Tromp.

Dit schip was toen vlaggenschip van de "Standing Naval Force Atlantic" (SNFL). Een van de officieren aan boord was de kroonprins, luitenant ter zee derde klasse Willem-Alexander. Op 1 juli 1986 vond diens beëdiging plaats aan boord van Hr. Ms. Tromp. De bemanning van het schip bood hem hierbij een sabel met inscriptie aan.

Posities in het buitenland

Casparie kreeg de mogelijkheid, augustus 1987, om bij het NAVO-hoofdkwartier in Brussel te gaan werken. In deze roerige tijd viel de Berlijnse Muur (1989) en dit betekende het eind van de Koude Oorlog. De NAVO moest als gevolg van deze en daaraan gerelateerde gebeurtenissen nieuw beleid ontwikkelen. Hierbij was Casparie nauw betrokken. Na zijn plaatsing in Brussel werd hij in februari 1991 geplaatst bij het NATO Defense College (NDC)Caspari en collegas van het Nato Defence College in Brussel najaar 1991222 in Rome. Daar was hij eerst een half jaar cursist en vervolgens drie jaar actief als lid van de faculteit.

In deze tijd was hij nauw betrokken bij cursussen voor hogere officieren en ambtenaren uit ondermeer Midden-en Oosteuropa die op uitnodiging van de NAVO naar Rome kwamen. Ook nam hij  deel aan een symposium van de Assembly of Western European Union: Anti-missile Defence for Europe (1993). Met collega’s uit de tijd in Brussel en Rome tijd staat hij nog in nauw contact.

Buiten zijn professionele activiteiten was Casparie in Rome bestuurlijk actief bij de "Kerk der Friezen".

Geweld leek hem steeds te achtervolgen: na het ongeluk met de raketdieptebom werd een poging tot een aanslag verijdeld tijdens een werkbezoek aan Spanje en in Rome ontplofte een bom onder zijn werkkamer. Maar de klok tikte door en daarom moest Casparie op 1 november 1994, zoals alle militairen, met "leeftijdsontslag" (LOM). Hij vulde de tijd die nu volgde nuttig als bestuurder bij het militair vormingswerk van de RK-Geestelijke Verzorging bij de Krijgsmacht en vervulde een parttime functie als begeleider van junior diplomaten uit Centraal-en Oosteuropa die bij het Instituut Clingendael in Den Haag een cursus volgden.

In 2002 rondde Casparie aan de Universiteit van Amsterdam een doctoraalstudie geschiedenis/krijgswetenschap af. In zijn afstudeerscriptie behandelde hij de  integratie van de Koninklijke Marine in Atlantische en Europese structuren.

Ten slotte

Het blijft ons steeds een raadsel waarom het Ministerie van Defensie blijft persisteren in een monstruositeit als een "leeftijdsontslag voor militairen". Casparie is een voorbeeld, maar wij kennen ook andere officieren, waarvan het eeuwig zonde is dat zij, die nog zoveel kunnen betekenen voor ons land, simpelweg op basis van (een veel te jonge) leeftijd worden afgedankt. 


 Decoraties Caspari3Zie ook

 


Bibliografie

  • 1981: Lelijk jong eendje of koekoeksjong: een studie naar de kansen voor bevorderingsgroep III in de Koninklijke Marine.  Scriptie Marinestafschool, 66 bladzijden
  • 1986:Technologische invloeden op scheepsorganisatie en personeelsstructuur in de Koninklijke marine in: De Praktijk van het militaire beroep, een uitgave van de Stichting Maatschappij en Krijgsmacht.
  • 2001: Ambitie, omslag en voortzetten: de Koninklijke Marine in Atlantische en Europese structuren. Doctoraalscriptie Geschiedenis, UvA 72 bladzijden
  • 2004: Krijgsmacht, Studies over de organisatie en het optreden, onder redactie van E.R. Muller e.a. met daarin een bijdrage, samen met kapitein ter zee b.d. drs. W.J.J. van der Knaap, over Algemene kenmerken van zeestrijdkrachten 
  • 2010: Jaarboek 2010. Installatie Korps Adelborsten 1960-2010 Diverse auteurs. Hierin R.J. Casparie: Persoonlijke Herinneringen alsmede enkele andere korte bijdragen aan dit Jaarboek.
  • 2013: Diverse auteurs. Maar met hoop en moed bezield. Herinneringen aan de Koninklijke Marine in de jaren 1950-1975, onder redactie van S.G. Nooteboom, uitgever: Lanasta.  Hierin een bijdrage van Casparie over zijn tijd als artillerieofficier

Bronvermelding

  • 2012. R.J. Casparie. Arto-overpeinzingen. Maart 2012
  • 2010. Jaarboek 2010, Installatie Korps Adelborsten 1960-2010. R.J. Casparie: Persoonlijke Herinneringen.

[ Terug ]

 

 

f t