Binkes JW


 Begin loopbaan

Johan Willem Binkes (Bolsward, 13 mei 1828 - Den Haag, 29 maart 1891) was een Nederlands vice-admiraal, commandant der Zeemacht in Oost-Indië en ridder en officier in de Militaire Willems-Orde.  Binkes werd opgeleid aan het Koninklijke Instituut voor de Marine te Medemblik. Hij werd op 1 oktober 1847 benoemd tot adelborst der eerste klasse en werd diezelfde maand geplaatst aan boord van Z.M. fregat Prins van Oranje, dat een kruistocht naar het noordelijk deel van de Atlantische Oceaan maakte en twee reizen naar West-Indië.

Binkes werd in december 1850 bevorderd tot luitenant ter zee 2e klasse  en in oktober 1851 geplaatst op Zr. Ms. transportschip Prins Willem Frederik Hendrik, dat bestemd was om naar Batavia te varen. Hij vertrok in oktober 1852 met Z.M. schoenerbrik Lancier weer naar Oost-Indië, alwaar hij samen met 11 schepelingen van de Lancier, 1 sergeant en 5 infanteristen, Siminis bezette, waar oproer heerste.Admiraal van Wassenaer

Gedurende de daarop volgende expeditie tegen Timor en tijdens de kruistochten tegen zeerovers bij de eilanden ten oosten van Java onderscheidde Binkes zich op zodanige wijze dat hij eervol vermeld werd; het Koninklijk Besluit luidde: bij Koninklijk Besluit van 4 april 1856 nummer 39 zijn voor hun verrichtingen tijdens de expeditie tegen de fettor Takaip van het landschap Sonnabait op het eiland Timor en de daaraan voorafgaande en erop gevolgde kruistochten ter opsporing en vernieling van zeerovers op het eiland ten oosten van Java in het jaar 1855 eervol vermeld.

Bij terugkeer in Nederland werd Binkes in juli 1857 geplaatst op het fregat met stoomvermogen Admiraal van Wassenaer, dat onder commando stond van kapitein-ter-zee jonkheer H.J.L.T. de Vaynes van Brakell, met als eerste bestemming het doen van een kruistocht in de Middellandse Zee.

Dit schip keerde in september 1858 vanuit Gibraltar naar de rede van Texel terug. Bij Koninklijk Besluit van 15 september 1858 werd aan Binkes het bevel over Z.M. schoener Atalante opgedragen en met ingang van 11 maart 1859 werd hij eervol van deze opdracht ontheven en gedetacheerd te Leiden, waar hij onder leiding van Kaiser werd voorbereid op zijn nieuwe betrekking als leraar in de navigatie en sterrenkunde aan het Koninklijk Instituut voor de Marine. In mei 1859 werd hij bevorderd tot luitenant-ter-zee eerste klasse. hij publiceerde in deze tijd een aantal artikelen betreffende tijdmeters en maanafstanden en was tevens lid van de commissie voor het examineren van aspirant-adelborsten.

Strijd bij Shimonoseki

Ten gevolgde van Z.M. besluit van 6 oktober 1863 nummer 98 werd het te WillBinkes als jong officieremsoord liggend schroefstoomschip Metalen Kruis per de eerste november in dienst gesteld, met bestemming Oost-Indië en het bevel daarover werd opgedragen aan kapitein-luitenant-ter-zee J.E. de Man; per eerder gemelde datum werd Binkes als eerste officier op dit schip geplaatst. Andere leden van het etat-major waren luitenant-ter-zee tweede klasse P. ten Bosch, luitenant-ter-zee tweede klasse M.J.C. Lucardie, luitenant-ter-zee tweede klasse jonkheer A.F. Meijer en verder de adelborsten der eerste klasse H.W.F. Riesz, L. Backer Overbeek, A.F.J. Frackers, W.E. Hazenberg, J.C. Clarkson, J.P. Wesselink, W.A. Kok en H.H. Hora Siccama. Dit schip nam in Japan deel aan het gevecht bij Shimonoseki.

De Nederlandse en de Engelse zeemacht moesten zich bij de Straat van Shimonoseki een doorgang forceren en hiervoor onder meer onderhandelingen aangaan met de prins van Nagato.

Deze onderhandelingen verliepen stroef maar uiteindelijk werd met de gedelegeerde Japanse gezanten het volgende voorgesteld: (1) de straat van Shimonoseki en daarmee de JapaBinkes Medusanse binnenzee zou voor alle naties worden geopend - alle schepen die steenkool, water of levensmiddelen verlangden zouden daarvan tegen billijke prijzen worden voorzien.

(2) er zouden geen nieuwe batterijen of geschut worden geplaatst; (3) om de stad verder te sparen en de oorlogskosten verder te beperken zou een behoorlijke schadevergoeding worden gegeven, die bepaald zou worden door de Europese en Amerikaanse ministers die resideerden te Jedo en (4) deze voorstellen hadden slechts betrekking op de dan tegenwoordige zaken en niet op grieven van vroeger of in de toekomst.

Het eerste artikel werd al snel aangenomen maar de daarop volgenden leverden moeilijkheden op. Na lang onderhandelen ging Japan akkoord; het stuk moest vervolgens door de prins van Nagato getekend worden en kopie worden gezonden aan seniorofficieren van Engeland, Frankrijk, Nederland en Amerika. Nadat het getekende stuk ontvangen zou zijn was het plan om voorlopig van ieder land een schip in station te laten; de overige schepen van het geallieerde eskader zouden daarna door de binnenzee langs Osacca en het Kino-kanaal naar Yokohama vertrekken, waarna de bedoeling was dat de Medusa en de Amsterdam vervolgens naar Java zouden terugkeren.x-Jacob Eduard van Heemskerck van Beest - ZM Stoomschip Medusa forceert de doorgang door de Straat van Simonoseki tussen Kioe-Sjioe en Hondo Japan

Als gevolg van de beschikking van de Engelse admiraal ontving de Amsterdam in de morgen van de 5de september de sloepen van de Nederlandse schepen in bewaring, terwijl de Japanse batterijen door de daartoe bestemde divisies werden beschoten; er werden vervolgens een paar schoten uit de tachtigponders gedaan op de batterijen van Krise Saki maar de afstand was te groot om veel schade aan te kunnen richten.

In de vroege morgen van de 6de werd de order ontvangen deel te nemen aan de voor die dag bepaalde algemene landing; van de Amsterdam namen daaraan 60 onderofficieren en manschappen deel, onder commando van luitenant-ter-zee tweede klasse J. Vriemoet Drabbe en de adelborsten L. Backer Overbeek en H.H. Hora Siccama.

Om 4 uur keerde de landingsdivisie aan boord terug, die gezamenlijk met de Engelsen en de Fransen het Japanse materieel vernield en de voorstad van Shimonoseki in brand gestoken had. De zesde heropende een Japanse batterij het vuur en werd deze batterij door een debarkementsdivisie aangevallen. Omdat bleek dat de schepen Metalen Kruis en Djambi ook hun gewapende manschappen landden vervoegde zich luitenant-ter-zee eerste klasse De Hart met een aantal manschappen onder leiding van Binkes zich daarbij.

Werkzaamheden in de wateren rond Atjeh

Binkes vertrok op 17 oktober 1872 van de rede van Texel met de Citadel van Antwerpen naar Batavia, waar hij deelnam aan de eerste expeditie naar Atjeh, gedurende welke hij zelf de aan de wal verenigde landingsdivisies van de verschillende oorlogsschepen commandeerde; de landingsdivisie, onder commando van Binkes, bestond uit 300 man infanterie, 5 stukken veldgeschut, en 11 mortieren met benodigd personeel, verder 100 man voor ambulance en transport. Blokkadeschepen 

Na het terugtrekken der troepen van de eerste expeditie bleef er in eerste instantie een scheepsmacht achter die bestond uit Zr. Ms. stoomschepen Citadel van Antwerpen, Soerabaja, Sumatra, en Coehoorn en die nog vermeerderd werd met Zr. Ms. stoomschip Timor; na het vertrek van de Djambi stond deze macht onder de bevelen van Binkes, commandant van Zr. Ms. stoomschip Citadel van Antwerpen. Hij werd vervolgens benoemd tot stationscommandant op de noordkust van Atjeh.

Datzelfde jaar maakte Binkes met de Citadel van Antwerpen deel uit van het blokkade-eskader; het blokkadekader voor de kust van Atjeh na afloop van de eerste expeditie naar Atjeh bestond uit: het stoomfregat Zeeland onder commando van J. van Gogh, 200px-Bogaert CH de stoomschepen eerste klasse Metalen Kruis (commandant kapitein-ter-zee Kip), de Citadel van Antwerpen (commandant kapitein-luitenant-ter zee J.W. Binkes) en de Watergeus (commandant kapitein-luitenant-ter zee K.C. Bunnik).

Verder het stoomtransportschip Soerabaja (commandant luitenant-ter-zee eerste klasse Walther), de stoomschepen derde klasse Timor (commandant luitenant-ter-zee eerste klasse C.H. Bogaert), de Sumatra (commandant luitenant-ter-zee eerste klasse H. Dyserinck), de Schouwen (commandant luitenant-ter-zee eerste klasse Van der Star), de Kinsbergen (commandant luitenant-ter-zee eerste klasse H.P. König), de Maas en Waal (commandant luitenant-ter-zee eerste klasse Holtzapffel), 398px-Gogh J  vande Den Briel (commandant luitenant-ter-zee eerste klasse Van Broekhuizen), de Coehoorn (commandant luitenant-ter-zee eerste klasse De Klopper), de gouvernementsstomer Hertog Bernhard (militair commandant luitenant-ter-zee eerste klasse Six), de Telegraaf (commandant luitenant-ter-zee tweede klasse Bervoets) en de gouvernementsstomer Siak (commandant luitenant-ter-zee eerste klasse Winkelman). Zr. Ms. schroefstoomschip tweede klasse Citadel van Antwerpen werd door de komst van de Zeeland in juni 1874 ontheven van de dienst ter rede van Atjeh, waar het aan verschillende schepen de blokkade had aangezegd.

Binkes was van mening dat in de eerste plaats de kuststaten van Atjeh met overreding tot onderwerping moesten worden gebracht maar zijn denkbeelden werden niet of niet onverdeeld toegepast. Gedurende de eerste expeditie naar Atjeh verzette hij zich tegen terugtrekking der troepen en van een blokkade verwachtte hij niets: Wat wil men van een blokkade, wanneer niet tevens vestiging op enige kustplaatsen en een daarmee verband houdende scheepvaartregeling in het leven geroepen wordt? Binkes werd voor zijn werk te Atjeh gedurende de eerste expeditie bevorderd tot officier in de Militaire Willems-Orde (Koninklijk Besluit van 6 oktober 1874 nummer 10).

Latere loopbaan

Binkes kreeg in gevolge van een ministeriële last vergunning te repatriëren en werd met ingang van 1 oktober 1874 benoemd tot commandant van het Koninklijk Instituut voor de Marine. Hij werd in oktober 1875 bevorderd tot kapitein ter zee en werd bij besluit van 17 juni 1875 benoemd tot ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Zr  Ms  Van Galen 1872Tot augustus 1879 bleef hij commandant aldaar. In juni 1877 kwamen enige hoofd- en subalterne officieren, op voorstel van Binkes, bijeen om gedurende enige avonden discussie te voeren over de verdediging van de Stelling Den Helder. Als sprekers traden op kapitein-luitenant-ter-zee W. Steffens, luitenant-kolonel der artillerie J.J. Collard, kapitein der artillerie jonkheer W.A. Alting von Geusau en Binkes zelf. De slotsom der discussie was dat het dan tegenwoordig geschut op de forten van een te klein kaliber was, dat de forten slechts gedeeltelijk voldeden en dat de versperringen die men wilde aanbrengen niet op de marinewerf aanwezig waren.

Daarnaast kwam men tot de conclusie dat de artilleristen te weinig geoefend waren, wat veroorzaakt werd door het bezuinigingssysteem dat bij het leger gevolgd werd en wat tot gevolg kon hebben dat in tijden van oorlog bedieningsmanschappen niet met het wapen konden omgaan.

In 1879 maakte Binkes deel uit van een commissie die belast was met de uitvoering van een plan om ter herinnering aan Z.K.H. prins Hendrik, admiraal der vloot, een monument te plaatsen voor het Koninklijk Instituut der Marine of een borstbeeld in de gevel van dat gebouw aan te brengen. Binkes werd in september 1879 eervol ontheven van zijn waarneming der betrekking van commandant van het Instituut voor de Marine en voerde vervolgens tweemaal het bevel over een oefeningsdivisie in de Atlantische Oceaan; de eerste keer was in december 1879. De oefendivisie, op 1 december samengesteld te Willemsoord, bestond uit de schroefstoomschepen der eerste klasse Zilveren Kruis en Van Galen, het schroefstoomschip tweede klasse Marnix en het schroefstoomschip derde klasse Alkmaar en maakte een oefentocht in de Atlantische Oceaan.

De daarop volgende oefendivisie onder commando van Binkes werd in september 1880 gehouden; deze divisie bestond uit Zr. Ms. schroefstoomschepen Van Galen, Leeuwarden en Marnix.De oefendivisie bereikte in maart 1881 Tunis en in juni Carthagena. Bij Koninklijk Besluit van 26 juli 1881 nummer 15 werd Binkes benoemd tot adjudant van de koning in buitengewone dienst.

Commandant van de Indische zeemacht

Binkes voerde tot 10 mei 1882 en later in maart 1883 het bevel over Z.M. raderstoomschip Valk, waarmee een reis naar Engeland en terug werd gemaakt door Koning Willem III en zijn echtgenote Koningin Emma. De Koning benoemde Binkes nu tot officier in de Orde van de Gouden Leeuw van Nassau. 506px-Binkes JJWOp 1 mei 1883 werd hij bevorderd tot schout-bij-nacht en maakte hij deel uit van een commissie tot regeling der samenwerking van de land -en zeemacht.

Hij was dat jaar voorzitter van de commissie tot het afnemen van het eindexamen voor adelborsten tweede klasse. Binkes maakte in 1884 deel uit van de Staatscommissie-Heemskerk, van het leger uit samen met luitenant-generaal J.M. van der Star. Hij werd in maart 1885 benoemd tot commandant van de zeemacht in Nederlands-Indië en kwam op 28 mei 1885 per stoomschip Sumatra te Batavia aan.Hij schreef in deze functie datzelfde jaar de circulaire Krijgstuchtverslapping bij de zeemacht. (26 augustus 1885 nummer 9630).

Op 16 september 1887 vond Binkes bevordering tot viceadmiraal plaats en hij keerde per Prins van Oranje in juni 1888 terug naar Nederland, waar hij werd benoemd tot grootofficier in de Orde van de Eikenkroon en commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Hij werd in augustus 1889 benoemd tot lid van een staatscommissie voor de indeling van de maritieme middelen in Nederlands-Indië; Binkes kapitein ter zee de voorzitter van die commissie was I.D. Fransen van der Putte en leden waren verder onder meer oud-minister van marine W.F. van Erp Taalman Kip, J.A. de Gelder, oud lid van de Raad van Indië en de gepensioneerde kapitein ter zee G. Kruys.

Op 1 maart 1890 trok Binkes zich uit de actieve dienst terug en werd als viceadmiraal op zijn verzoek gepensioneerd. Hij volgde nu de gepensioneerde viceadmiraal Gregory op als voorzitter van de commissie tot het examineren van zeeofficieren en adelborsten en tevens van de directie van het weduwe -en wezenfonds der militaire officieren bij de zeemacht. Op 1 januari 1889 werd hij bevorderd tot Grootkruis in de Orde van de Eikenkroon en in januari 1891 kreeg hij vergunning tot het aannemen en dragen der versierselen van het grootkruis der Leopoldsorde, het grootofficierskruis van het legioen van eer en het grootkruis der Orde van de Griffioen.

Binkes overleed onverwachts in de vroege morgen van de 29ste maart 1891 op 62-jarige leeftijd. Naast eerder genoemde artikelen schreef hij in de Nieuwe Rotterdamse Courant (5 november 1882) een artikel over de toestand van onze marine naar aanleiding van het vergaan van Zr. Ms. monitor Adder en in 1883 een studie over de verdediging van Nederland te water en de inrichting van de vloot. Zijn artikel over de Adder was aanleiding tot de oprichting van de Koninklijke Vereniging van Marineofficieren.


 

[ Terug ]

f t