Asbeck in bootje in toneelstuk


Vroege loopbaan

Carel Erwin baron van Asbeck (Woudenberg, 31 augustus 1913 - 1998) was de zoon van Herman Erwin baron van Asbeck (1870-1922) en Cornelia Maria de Beaufort (1884-1968). Zijn vader en schout-bij-nacht Willem Dirk Hendrik baron van Asbeck (1858-1935) waren broers en dus was diens zoon, vice-admiraal Carel Johan baron van Asbeck, Van Asbecks neef.

Van Asbeck kwam in augustus 1930 in aanmerking Kortenaer van Asbeck jaren deertigvoor plaatsing aan de vierjarige opleiding voor de zeedienst bij het Koninklijk Instituut voor de Marine te Willemsoord, waar hij een jaargenoot was van het latere hoofd Militaire Inlichtingendienst en ridder Militaire Willemsorde Johannes Frans van Dulm. 

Van Asbeck werd op 28 augustus 1934 benoemd tot luitenant-ter-zee derde klasse en met ingang van 7 september 1934 aan boord van Hr. Ms. opleidingsschip "Hertog Hendrik" geplaatst. Nog datzelfde jaar, op 22 december, werd hij bij de Onderzeebootdienst te werk gesteld op Hr. Ms. "Z 6".

Op 1 november 1935 vertrokken de torpedobootjagers Hr. Ms. "Van Ghent" en "Kortenaer", waarop Van Asbeck geplaatst was,  naar  Nederlands-Indië. Nadat er brandstof was ingeladen in Suez vertrok de "Kortenaer" (als groepsboot) als eerste. De Van Ghent volgde op een afstand van 1.000 tot 1.500 meter, maar niet in formatie, teneinde vrij te zijn bij het manoeuvreren.

Aanvaring in het Suez-kanaal

Nabij Newport Rock en de lichtboei zag men de lichtjes van twee tegemoetkomende kleine stoomvaartuigen.  Op de "Kortenaer' werd de navigatie geleid door de eerste officieVertrek Korteae oostr, terwijl Van Asbeck zich op order van de commandant van de brug verwijderd had om toe te zien op de beantwoording van een sein dat een in de haven liggend Brits oorlogsvaartuig had gegeven.

Direct hierop vond een aanvaring met een van de twee kleine stoomscheepjes, een Egyptische trawler,  plaats.   De "Kortenaer" had lichte deuken aan de boegplaten opgelopen maar het vissersvaartuig was zwaarder beschadigd. Om een internationale rel te voorkomen deed de Marineraad in een openbare uitspraak een advies aan de Landvoogd uitbrengen en na de uiteindelijke beslissing van de gouverneur-generaal zou de Commandant Zeemacht de kwestie verder afhandelen.

Bij aankomst in de Oost werd Van Asbeck overgeplaatst overgeplaatst op Hr. Ms. "Evertsen". Hij gaf in juli 1936 voor de afdeling Oost-Java van de Koninklijke Nederlandse Vereniging Onze Vloot een presentatie van door hem gemaakte smalfilms over het leven aan boord van de Nederlandse oorlogsschepen en de reis naar Indië van de torpedobootjagers Hr. Ms. "Kortenaer" en "Van Ghent" en het bezoek van de Koningin aan Den Helder. Op 28 augustus 1936 werd Van Asbeck bevorderd tot luitenant-ter-zee tweede klasse.

Van Asbeck en de torpedobootjagers

Ter gelegenheid van het bezoek van de drie nieuwe Franse kruisers "Georges Leygues", "Montcalm" en "Gloire" aan de haven Tandjong Priok, in februari 1936, meerden de torpedobootjagers "Evertsen" en "Piet Hein" hier eveneens aan. Aan boord van de "Piet Hein" bevond zich de divisiecommandant, kapitein-luitenant-ter-zee A.S. Pinke. Van Asbeck maakte bij deze gelegenheid onderdeel uit van het etat-major van Hr. Ms. "Evertsen".

Van Asbeck werd nu eerst geplaatst op Hr. Ms. "Witte de With" en in mei 1939 overgeplaatst bij de Marinekazerne Oedjoeng te Soerabaja. Kort hierop, op 21 juni 1929,  keerde hij per Marineschip "Baloeran" terug naar Nederland, waar hij werd benoemd tot verbindingsofficier bij het Departement van Defensie in Den Haag.

In deze tijd was hij betrokken bij een kerstactie van de Vereniging Onze Vloot, die kerstpakketten stuurde aan alle manschappen die aan boord van de oorlogsschepen van Hr. Ms. Zeemacht en ingedeeld bij de Kustwacht dienden.

"Ergens in Nederland"

Van Asbeck speelde in februari 1940 een figurantenrol in de film getiteld "Ergens in Nederland", waaraan ook een aantal vlooteenheden medewerking verleende en waartoe een commissie vaAsbeck in bootje in toneelstukn advies, bestaande uit Van Asbeck, luitenant-ter-zee G. Koudijs en M.A. Gageling, hoofredacteur Onze Vloot, werd ingesteld. De rolprent behandelde de gevaren die de Marineman, voornamelijk hij die met het demonteren van mijnen was belast, boven het hoofd hing.

Van Asbeck speelde niet alleen in films maar vervaardigde deze, zoals eerder aangestipt, ook zelf. In april 1940, tijdens een filmavond, georganiseerd door de Vereniging "Onze Vloot", in het Koloniaal Instituut, vertoonde hij zijn voor de I.N.E.F. (Indië in Nederland door de Film) gemaakte film "Vier jaren aan boord van de Nederlandse torpedobootjagers".

In deze rolprent bracht Van Asbeck de taak in beeld die de Nederlandse Marine in Indië had, het dagelijks leven aan boord van de jagers en de periodieke bezoeken aan alle delen van de archipel. Hieronder ziet u het fragment uit de film "Ergens in Nederland",  waarin Van Asbeck te zien is. Hij is de man in officiersuniform, die in de boot stapt.



Hr. Ms. "Colombia" tijdens de Tweede Wereldoorlog

Van Asbeck diende als verbindingsofficier aan boord van het onderzeebootmoederschip Hr. Ms. "Colombia", toen hij op 27 februari 1942 vernam dat de vloot van schout-bij-nacht K.W.F.M. Doorman, tijdens de slag in de Javazee, was vernietigd. De "Colombia" was toen net rond de Kaap gevaren en onderweg naar Nederlands-Indië, maar werd nu door de autoriteiten naar Colombo, hoofdstad van Ceylon, gesColombia komt langszijtuurd om aldaar nadere orders af te wachten.

Toen Hr. Ms. "Colombia" een jaar later, op 27 februari 1943, met Van Asbeck nog steeds dienend op dit schip, van Oost-Londen (Zuid-Afrika) onderweg was naar Simonstad (bij Kaapstad) had zij  320 opvarenden aan boord.  Van Asbeck was net met zijn chef-monteur majoor Van Sluyer bezig te bezien of er ook een scheepsomroep in de kantine van de bemanning gemaakt kon worden toen hij aan het voorschip een enorme waterkolom omhoog zag komen.

De "Colombia" was getorpedeerd maar de opvarenden hadden geluk omdat de torpedo's insloegen op het moment dat de wacht werd afgewisseld, waardoor de gehele bemanning nog boven aan dek stond. Bovendien trof de ene torpedo het voorschip, waar zich slechts de watertanks bevonden en ging de andere torpedo rakelings langs de olietanks in het achterschip. Hierdoor kreeg de bemanning, voordat  het schip na twintig minuten zonk, kans om van boord in de reddingsboten te gaan. Men werd nu opgepikt door een Geallieerd fregat maar toch waren er in totaal acht doden te betreuren. 

De Mariniersbrigade

Het fregat keerde met de geredde bemanning, waaronder Van Asbeck,  terug naar Oost Londen. Van hier werden de manschappen naar Kaapstad gebracht en ingescheept op de "Queen Mary", als bewakingsdetachement van 5.000 Italiaanse krijgsgevangenen,Van Asbeck kb mariniertje die naar Engeland werden overgebracht. Van Asbeck bleef gedurende vier maanden in het Verenigd Koninkrijk, toen hij werd opgeroepen naar Amerika te komen, waar indertijd de Mariniersbrigade werd opgericht.

Van Asbeck werd nu benoemd tot stafofficier verbindingen van de Mariniersbrigade en belast met de opleiding van de Communication-eenheid van de kernkadergroep. De dan komende zes maanden hield hij zich intensief bezig met een oriëntatie bij Marinierseenheden van het United States Marine Corps (USMC) en nam deel aan de oefeningen van de Vierde Amerikaanse Mariniersdivisie, die in training was voor de oorlog tegen Japan. Aldus maakte Van Asbeck diverse  landingen mee en volgde hij de "Command and Staff Course" in Quantico van 23 december 1943 tot 15 maart 1944.

Na deze training leidde hij zelf Mariniers, bestemd voor de verbindingsdienst, op in Camp Lejeune en vervolgens bij de Vijfde Amerikaanse Mariniersdivisie in Camp Pendleton. Hij werd op 16 augustus 1944 bevorderd tot luitenant-ter-zee eerste klasse.

Kamp Holland

Van Asbeck werd nu in Lejeune geplaatst bij Kamp Holland, die bestemd was oorlogsvrijwilligers te rekruteren in het bevrijde gedeelte van Nederland ten behoeve van de Mariniersbrigade. In de periode tussen november 1944 en maart 1945 werden drie rekruteringsploegen naar het bevrijde zuiden van Nederland gezonden om die vrijwilligers te werven.

Van Asbeck, die een van deze ploegen leidde (hij was hoofd recruteringsgroep Holland), schreef over zijn taak: "Er was maar één gedachte: de wereld in, de vrijheid in, Asbeck neemt eed afen dan kijken wij wel verder."  Hij leerde de oorlogsvrijwilligers later echter  geweldig waarderen. "Maar bij de recrutering heb ik vaak mijn hart vastgehouden en gedacht: wat begrijpen deze mensen weinig van oorlogvoeren en dan nog wel tegen de Jappen."

Mede door de activiteiten van Van Asbeck kwamen in mei 1945 in Camp Lejeune in Amerika 2.500 oorlogsvrijwilligers, afkomstig uit Zuid-Nederland, aan. Via zijn netwerk, waarin zich onder meer Prins Bernhard, de latere Minister Meynen en mensen uit de Staatsmijnen en Vroom & Dreesman bevonden, verkreeg hij specialisten, benodigd voor de Mariniersbrigade.

Van Asbeck was inmiddels benoemd tot majoor der Mariniers (gedetacheerd bij de Marniersbrigade) en stafverbindingsofficier  en teruggekeerd naar Amerika, om daar zijn verbindingsdienst der Mariniersbrigade verder uit te bouwen. Hij zag een verbindingsdienst als het zenuwstelsel van een militaire organisatie, waardoor optimale bevelvoering mogelijk werd. Zijn taak was de verbindingstechnische leiding over deze eenheid te voeren.

Van Asbeck en de Mariniersbrigade, die onder commando stond van kolonel der Marniers M.R. de Bruyne, werden per "Noordam"  naar Nederlands-Indië getransporteerd, waar op dat moment, na de gruwelen der Bersiap, het militaire bewind van de Engelsen overgenomen zou worden. De Mariniersbrigade kreeg echter van hogerhand opdracht in Malakka te ontschepen.  Na een oefenperiode aldaar werd het de Mariniersbrigade eindelijk toegestaan op Java te landen en nam ook Van Asbeck bij deze eenheid deel aan de bittere strijd op Indische bodem.

Latere loopbaan

Van Asbeck was van 24 februari 1951 tot 20 december 1952 in functie als chef Marine Verbindingsdienst bij de Marinestaf van het Departement van Marine en later staflid van de Suppreme Alied Commander Atlantic (Verenigde Staten). Hij werd met ingAan boord met Bernardang van 1 juli 1959 bevorderd tot kapitein-ter-zee.

In deze tijd was hij ook actief als raadsadviseur van het Ministerie van Algemene Zaken en van 1963 tot 1974 in functie als plaatsvervangend chef van de staf voor de civiele verdediging.  Van Asbeck bekleedde vanaf 1974 de functie van directeur Bescherming Bevolking.  

Van Asbeck was voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Marineofficieren, een vereniging die ooit mede door de inspanningen van vice-admiraal J.W. Binkes werd opgericht naar aanleiding van de ramp met Zr. Ms. rammonitor Adder in 1882. Hij verliet de militaire dienst op 21 augustus 1963 en overleed, op 85-jarige leeftijd, in 1998.  

Zie ook

 

f t