afbeelding 07


Zie ook het fotoalbum


Familie
Ruben Vreeswijk, majoor der Mariniers en voormalig bestuurslid van de Stichting Veteranen Naardermeer, werd als helft van een tweeling geboren op 28 januari 1981. Zijn moeder was werkzaam in het onderwijs en gaf verder onder meer communicatietrainingen en zijn vader was actief als chemicus bij het Centraal Diergeneeskundig Instituut te Lelystad. afbeelding 03
 
Vreeswijk volgde de Havo op het St. Vituscollege in Bussum en meldde zich na zijn eindexamen, in 2001, in Amsterdam bij het Korps Mariniers aan voor de keuring. Hij werd goedgekeurd en ontving niet veel later per post een uitnodiging deel te nemen aan de practische officiers selectie test in de Van Ghent Kazerne te Rotterdam.
 
Vreeswijk kreeg bij het Korps Mariniers een benoeming voor bepaalde tijd (bbt) en deed voor dat moment alleen het praktische gedeelte van de opleiding tot officier. Hij werd in 2002 benoemd tot tweede luitenant en volgde aansluitend hierop een training van twee maanden in diverse vakken op het Koninklijk Instituut voor de Marine te Den Helder.
 
Hierna werd hij in de functie van pelotonscommandant (van het 31ste infanteriebataljon) voor de duur van drie maanden op Curaçao geplaatst (augustus 2002), waarna zijn bevordering tot eerste luitenant volgde. Vreeswijk keerde in september 2003 naar Nederland terug, waar hij zich voor kon bereiden op een uitzending naar Irak.
 
Multinationale troepenmacht in Irak
In november 2003 vertrok Vreeswijk als onderdeel van de  multinationale troepenmacht naar Irak. Aldaar werd hij gestationeerd op Basra International Airport, toegevoegd aan het hoofd van de National Intelligence Cell (NIC) en binnen de Joint Staff (J2), de inlichtingencel van de divisie, geplaatst.  Hier onderhield hij contacten met inlichtingendiensten binnen de divisie. afbeelding 12a
 
Naast dit werk had Vreeswijk een Nederlands bataljon onder zijn commando. Hij maakte dagelijks intelligence summaries, die naar de regering en het Ministerie in Den Haag gezonden moesten worden.
 
Voor dit doel verzamelde hij samen met diverse partners allerlei soorten van informatie. Hij keerde uiteindelijk in maart 2004 naar Nederland terug.
 
Aldaar werd Vreeswijk geplaatst bij de Van Braam Houckgeestkazerne in Doorn, waar hij werd aangesteld tot pelotonscommandant van het  Tweede Mariniersbataljon (antitankbataljon).
 
In de periode van augustus tot november 2005 werd Vreeswijk voor de tweede maal uitgezonden. Ditmaal als onderdeel van de International Security Assistance Force (ISAF), ingedeeld bij de Strategic Reserve Force. Zijn standplaats was Mazar-e-Sharif.
 
Het doel van de missie in Afghanistan was middels het zenden van extra eenheden de verkiezingen goed te laten verlopen. Na terugkeer volgde Vreeswijk met zijn eenheid in mei 2006 in Noorwegen de wintertraining.
 
UNTSO
Dezelfde maand vertrok Vreeswijk naar het Midden Oosten, in de richting van Syrië, waar hij in het kader van de United Nations Truce Supervision Organization (UNTSO) op de Golan Hoogvlakte werd geplaatst.  Dat was om in de functie van waarnemer de bestandslijn tussen Israël, Syrië en Libanon te observeren.  afbeelding 10
 
Bij de bevolking werd intussen gepeild wat de sfeer was; die werd er niet beter op toen in augustus 2006 Israël Libanon binnenviel. Voor Vreeswijk was dit echter een zeer interessante periode omdat hij toen als het ware tussen de bevolking woonde en aldaar zijn werkzaamheden verrichtte.
 
Tot zijn dagelijkse bezigheden in die tijd behoorde onder meer het commanderen van de bezetting van een observatiepost.
 
Vreeswijk keerde in mei 2007 naar Nederland terug en was vervolgens actief als opvolgend compagniescommandant bij de 24ste ondersteuningscompagnie van het tweede Mariniersbataljon.
 
In mei 2008 werd hij overgeplaatst bij de Marine Joint Effect Battery en niet veel later benoemd tot commandant van het Fire Support Team (FST), een zes man tellend team. Tot de taken behoorden het ondersteunen van de manoeuvrerende eenheid met grondgebonden vuursteun (mortieren en andere artillerie), luchtsteun (Close Air Support) en naval gunfire.
 
Van november 2009 tot maart 2010 verbleef Vreeswijk met zijn eenheid in Zuid-Afghanistan (Task Force Uruzgan), om vanaf augustus 2010 geplaatst te worden op Hr. Ms. Rotterdam, een Landing Platform Dock, waar hij fungeerde als flydeck supervisor en als combat cargo officier, die verantwoordelijk was voor al het materieel tijdens een landing.
 
Met de Rotterdam nam hij deel aan Operation Ocean Shield, die als doel had piraterij bij de Hoorn van Afrika te bestrijden.
 
Latere werkzaamheden 
Vreeswijk werd in januari 2014 benoemd tot trainingsofficier bij de Surface Assault and Training Group (SATG) op Texel. Desgevraagd roemde hij met name  de espirit de corps van het Korps Mariniers, en vooral de korpswaarden als verbondenheid, kracht en toewijding. afbeelding 05
 
Vreeswijk vindt dat een goed ontwikkeld Westers land, zoals Nederland, verplicht is  andere landen te ondersteunen waar dat mogelijk is.
 
Daarnaast ondersteunen de Mariniers in Nederland daar waar  nodig, zoals bij reddingsacties of bij overstromingsgevaar. Ook bij zoekacties, bijvoorbeeld naar personen, worden zij veelvuldig ingeschakeld en leveren waardevolle diensten.
 
Niet alleen Vreeswijk maar ook zijn tweelingbroer is Marinier. Deze was (in 2014) in de rang van korporaal werkzaam in de Van Ghentkazerne in Rotterdam.  
 
Nota bene: dit artikel is oorspronkelijk in 2014 geschreven. De verdere loopbaan van Vreeswijk wordt in dit artikel niet weergegeven. 
 

 
f t