Generaal Berenschot

                                                                                           


Inleiding

Generaal Gerardus Johannes Berenschot, commandant van het KNIL, kwam op 13 oktober 1941 om vijf over drie in de middag om het leven toen zijn vliegtuig, een Lockheed Lodestar (luchtregistratienummer LT 910), vlak na het opstijgen van het vliegveld Kemajoran neerstortte op een kampong. Berenschot had een conferentie gehad met de Britse opperbevelhebber in het Verre Oosten, Sir Robert Brooke Popham, te Batavia en wilde van daar terugkeren naar zijn hoofdkwartier te Bandoeng.

Naast Berenschot kwamen ook de piloot, kapitein kortverbandvlieger van het KNIL Johan Christiaan Frederik Knapp en vier andere militairen van het KNIL (sergeant vlieger Greveling, sergeant monteur Franciscus Van Kampen, leerlingmonteur Siebeling en militair radiotelegrafist Eelco  Heinrich Felix de Haan) en wingcommander van de Engelse luchtmacht Watkins om. De brandweer, die direct gewaarschuwd was, kon niets meer betekenen.

Kemajoranvliegveld bij BataviaSchets van de plaats des onheils22  Lockheed Lodestar waarmee Berenschot verongelukte

 

 

 

  

Argumenten tegen sabotage

Enkele maanden na het ongeluk werd Nederlands-Indië bezet door Japan maar na deze oorlog werd er gespeculeerd dat het vliegtuigongeluk, waarbij Berenschot om het leven kwam, wellicht geen ongeluk was geweest maar sabotage. Die sabotage aan het vliegtuig zou zij gepleegd door Japanse infiltranten of Indonesische nationalisten. De veronderstelling dat Berenschot was gestorven als gevolg van sabotage kende en kent voor- en tegenstanders.

Dr. J.A.M.M. Janssen, indertijd hoofd van de sectie luchtmachthistorie, ontkende in een brief aan de familie Berenschot dat er sprake zou zijn geweest van sabotage. Hij baseerde zijn aanname onder meer op de uitslag van het onderzoek der commissie, die was belast met het onderzoek naar de oorzaak van het ongeluk, dat er sprake zou zijn geweest van een motorstoring aan een nietgerepareerde motor van de Lodestar, in combinatie met een vliegerfout.

 23  Restanten van het vliegtuig waarmee Berenschot verongelukteBerenschot23Fragment brief

 

 

 

Argumenten voor sabotage

Wat betreft speculaties dat er sabotage had plaatsgevonden: generaal P. Scholten wees er in zijn werk Op reis met de Special Party al op dat militaire leden van de Japanse missie al in 1940 veel moeite deden onder meer gegevens te verzamelen. Als voorbeeld daarvan noemde hij kapitein ter zee Tadashi Maeda, in bezettingstijd liasonofficier voor de marine te Batavia, in 1945 de man achter de schermen van de Indonesische agitatie, die vanaf 1937 al actief was in het verzamelen van inlichtingen (bladzijde 18 en 19).

Op 30 mei 1940 was het Japanes Oversea Intelligence Bureau onder leiding van Kyujiro Hayashi (president van de Nanyo Kyokao of Zuiderzeeorganisatie) in Batavia gevestigd, waar het veel spionagewerk verrichtte. Spionage en sabotage waren des te gemakkelijker volgens Scholten omdat iedereen zee- en landkaarten bij de topografische dienst kon bestellen. Het was Japanners bovendien nog in 1941 toegestaan spoorwegstations, bruggen en vliegvelden te fotograferen (en het vliegveld  Kemajoran was, zoals de lezer zich zal herinneren, een niet-militair vliegveld).

Begrafenis BerenschotBegrafenis Berenschot2Berenschot21

 

 

 

 

Verdere argumenten

Een der kleinzonen van Berenschot bracht in de jaren negentig een bezoek aan Bronbeek, waar hij een bewoner sprak, die op zeer jonge leeftijd werkzaam was geweest op het vliegveld Kemajoran. Volgens hem zou een Duitse medewerker (Duitsland en Japan waren indertijd bondgenoten) geknoeid hebben met de linkermotor van het vliegtuig. Scholten meldt in zijn boek dat er na het ongeluk geruchten waren dat een Britse autoriteit op Malakka gezegd zou hebben dat een internationale samenwerking met Berenschot niet mogelijk was omdat deze de strijdkrachten op Java wilde houden.

Hij schreef dat de Deutsche Zeitung in die Niederlande Berenschots dood in verband bracht met een zedenschandaal in Bandoeng, waar de generaal ingegrepen had (bladzijde 23). In Het Dagblad voor IJmuiden (7 februari 1942) werd geschreven dat de dood van Berenschot verband hield met de weigering van de generaal om betreffende de verdediging van Nederlands-Indië aan de leiband van de Britten te lopen.

Conclusie

De vraag is dus of het onderzoek, waar men steeds naar verwijst, wel objectief is geweest, of wel alle facetten zijn meegenomen (waarom was die motor niet gerepareerd) en of niet al eerder was gebleken dat het Nederlandse bestuur (zowel in de aanloop tot de bezetting van Nederlands-Indië als gedurende de politionele acties) steeds een bijna misdadige naïviteit ten toon heeft gespreid.

De waarheid zal wel nooit volledig boven tafel komen, maar deze kwestie is, ter lering (dit eerste vooral) en vermaak, zeer zeker de moeite waard eens grondig uitgezocht te worden door een onafhankelijke instantie of persoon.


Bronvermelding

  • 1941. In Nederlands-Indië. In: Het Dagblad voor IJmuiden. 7 februari 1942
  • 1971. P. Scholten. Generaal-majoor bd. KNIL. Op reis met de special party. Oorlogs- en kampherinneringen. A.W. Sijthof Leiden.
  • 1990. Brief van dr. J.A.M.M. Janssen, hoofd van de sectie luchtmachthistorie, waarin deze ontkent dat er sprak was van sabotage.

[ Terug ]

 

f t