Berlijn foto


Vroege loopbaan

Dick Berlijn (geboren te Cheribon op 28 januari 1914, overleden te Rijswijk, 9 februari 2003) volgde de Koninklijke Militaire Academie, afdeling infanterie in Nederlands-Indië, en voldeed aldaar in juni 18de Squadron1935 aan het officiersexamen.  Hij werd benoemd (14 augustus 1935) tot tweede luitenant en vertrok op 9 oktober van dat jaar per stoomschip Johan de Wit naar Indië, waar hij werd aangesteld bij het LHXXIde bataljon te Soerakarta. Tijdens de scheepsreis was hij in het hoge gezelschap van Raden Didi Kartasasmita.

Berlijn was een goed degenvechter want tijdens de personele wedstrijden degen klasse B in februari 1936 (KNIOS achttiende wapenfeest) behaalde hij de derde prijs. Hij werd in oktober 1937 overgeplaatst naar de troepenmacht van Atjeh en Onderhorigheden ter nadere  indeling; hij werd eerst geplaatst bij het vierde garnizoensbataljon aldaar en in maart 1938 overgeplaatst bij het eerste garnizoensbataljon. Bij Koninklijk Besluit van 26 juli 1938 met ingang van 4 augustus 1938 werd Berlijn bevorderd tot eerste luitenant, hij was toen gelegerd te Meulabo.

Tweede Wereldoorlog

Berlijn deed de opleiding tot vlieger en was tijdens de Tweede Wereldoorlog actief als kapitein vlieger waarnemer der militaire luchtvaart van het KNI18de Squadron2L. Bij Koninklijk Besluit van 3 januari 1944 nummer 3 verkreeg hij het Vliegerkruis voor zijn verrichtingen. Hij was gedurende enige tijd commandant over eerste vliegbasis Tjililitan.

Toen het 18de Squadron der militaire luchtvaart in Australië opereerde tijdens de Tweede Wereldoorlog woei op haar basis het dundoek van de Australische luchtmacht. Deze vlag werd meegenomen naar Java en was later in het bezit van de basis van het Squadron te Tjililitan. In 1946 werd de vlag in het hoofdkwartier der militaire luchtvaart  door generaal-majoor E.T. Kengen tijdens een plechtigheid aan Berlijn in zijn functie van commandant overhandigd.

Commandant van het 18de Squadron

Berlijn werd van de functie van commandant in augustus 1946 ontheven en toen benoemd tot ondercommandant van het 18de Squadron. Toen overste R.E. Jessurun de Medal of Freedom met de Bronzen Palm en de Air Medal kreeg overhandigd door de consul generaal der Verenigde Staten te Batavia Walter C. Foote stond de erewacht onder commando van Berlijn.

Tijdens de herdenking van de tijdens de oorlog gevallenen van het 18de Squadron in april 1947 hield hij een rede, waarin hij een uitvoerige beschrijving gaf van het ontstaan, de opbouw en de de activiteiten van het Squadron, waarna eerste luitenant vlieger waarnemer W.F.A. Winckel de namen der gesneuvelden opnoemde.

Loopbaan na de oorlog

Berlijn werd met ingang van 1 juli 1950 benoemd tot majoor vlieger waarnemer bij het commando Legerluchtmacht Nederland. Aldaar vervolgde hij dus zijn loopbaan om in 1956 in de rang van overste vlieger waarnemer werkzaam te zijn als commandant van de Vliegbasis Volkel. In januari 1958 was hij deel van de staf van de plaatsvervangend chef van de luchtmachtstaf generaal-majoor H.P. Zielstra en nam hij in die hoedanigheid deel aan een oriëntatiereis op uitnodiging van de Amerikaanse luchtmacht naar de Verenigde Staten.

Op 30 april 1963 werd Berlijn, dan in de rang van kolonel en tijdelijk benoemd tot commodore (commandant Tactische Luchtstrijdkrachten), benoemd tot officier in de Orde van Oranje-Nassau met de zwaarden. Hij sprak, namens de Minister van Defensie, een welkomswoord tijdens de tentoonstelling in Heerlen in 1965 van de Land- en Luchtmachtonderdelen.

Latere loopbaan

Berlijn werd bevorderd tot generaal-majoor en nam in deze rang het commando luchtverdediging te Soesterberg over van commodore G.W. de Zwaan, die benoemd werd tot plaatsvervangend chef van de luchtmachtstaf. Na afloop van de overdracht nam Berlijn een parade af, waarbij onder meer geleide wapens uit Duitsland met Nike- en Hawkeraketten te zien waren.

Niet veel later werd Berlijn benoemd tot commandant van het Commando Luchtverdediging te Zeist; in 1969 was hij diegene die mr. Pieter van Vollenhove beëdigde tot reserve tweede luitenant op vliegbasis Ypenburg en op 30 april 1969 werd hij benoemd tot ridder in de Nederlandse Leeuw. Hij behoorde toen tot de dienstgroep van de officieren van de Koninklijke Luchtmacht te Soest.


Bronvermelding

  • 1935. Zee en Landmacht. Koninklijke Militaire Academie. In: Algemeen Handelsblad, 30 juni 1935
  • 1935. Infanterie. In De Sumatra Post, 12 oktober 1935
  • 1936. Leger en vloot. De KNIOS. Het XVIIIde wapenfeest. In: De Indische Courant, 21 februari 1936
  • 1937. Wapen der infanterie. In: Het nieuws van de dag voor Nederlands-Indië, 1 oktober 1937
  • 1938. Militaria. In: De Indische Courant, 25 maart 1938
  • 1938. Militaire mutaties. In: Het nieuws van de dag voor Nederlands-Indië, 22 juli 1938
  • 1946. Militaire luchtvaart. In: Het Dagblad, 1 augustus 1946
  • 1946. Oorlogsvlag voor het 18de Suadron. In: Het Dagblad, 11 december 1946
  • 1946. Overste Jessurun dubbele onderscheiding uitgereikt. In: Het Dagblad, 9 augustus 1946
  • 1947. De gevallenen van het 18de Squadron. In: Het Dagblad, 29 april 1947
  • 1950. Benoemingen bij Legerluchtmacht. In: De Tijd, 29 augustus 1950
  • 1958. Reis naar de Verenigde Staten. In: Gereformeerd gezinsblad, 30 januri 1958
  • 1963. Koninklijke Luchtmacht. In: De Tijd, 29 april 1963
  • 1965. Tentoonstelling Land- en Luchtmacht. In: het Limburgs Dagblad, 15 april 1954.
  • 1966. Commando-overdracht op Soesterberg. In: De Telegraaf, 10 september 1966
  • 1968. Mr. Pieter van Vollenhove wordt beëdigd als luitenant. In: Nederlands Dagblad, 29 juni 1968
  • 1969. Defensie. Leeuwarder Courant, 29 april 1969

Links


[ Terug

 

f t