Ger Hoogland Nieuw Guinea


Zie ook Catalina Karel Doorman (PH-PBY) en het artikel over Karel Wennekendonk. Tekst en foto's van dit (bewerkte) artikel: Ger Hoogland (foto's tenzij anders vermeld)
 

Vroege jaren en opleiding
Ger Hoogland (Hamersveld, 5 december 1935) werd als eerste zoon van een gezin, dat uiteindelijk acht kinderen zou gaan tellen, geboren.  Hij volgde een opleiding tot automonteur/leerling-monteur en besloot eind 1951 in de functie van stoker (machinist) dienst te nemen bij de Koninklijke Marine. IMG 0536
 
Die keuze zette hij uiteindelijk om in een loopbaan bij de Vliegende Marine (Marine Luchtvaart Dienst, MLD). Hoogland trad op 29 april 1952 in de functie van vliegtuigmaker-motormonteur derde klasse in dienst van de MLD, waar men hem naar het Marine Opleidings Kamp (MOK) stuurde.
 
Aldaar volgde hij drie maanden lang zijn eerste militaire opleiding om vervolgens te werk te worden gesteld op de motorafdeling. In oktober 1952 plaatste de leiding hem over naar Deelen, waar Hoogland de opleiding voor vliegtuigmonteur bij de Luchtstrijdkrachten (LSK), later Koninklijke Luchtmacht genoemd, deed.
 
In deze tijd was de opleiding voor vliegtuigmaker en vliegtuigmonteur bij de Marine Luchtvaardienst en de Luchtstrijdkrachten een gezamelijke opleiding. Na afronding hiervan werd Hoogland op het Marine Vliegkamp bij de motorafdeling, geplaatst. 
 
UItzending naar Nederlands Nieuw-Guinea
Aan het begin van het jaar 1954 kreeg Hoogland te horen dat hij voor een periode van 19 maanden uitgezonden zou worden naar Nederlands Nieuw-Guinea. Bemanning vliegtuig Hij vertrok begin februari met de KLM Constellation Pontianak via een 24-uurs stop in Bangkok naar deze kolonie. De reis duurde in totaal vier dagen. 
 
Enige weken na zijn aankomst te Biak werd Hoogland overgeplaatst naar Sqdr 321, waar hij in de positie van derde mecano zijn opleiding tot mecano op de Catalina kreeg.  Deze scholing nam ongeveer vier maanden in beslag, gedurende welke hij 30 vlieguren maakte en na afloop tot tweede mecano werd bevorderd. In deze rang vloog Hoogland vijfhonderd uuur op de Catalina, 
 
In de periode 1954-1955 vonden geregeld infiltraties door Indonesiërs  plaats. Eind oktober 1954 ontdekten Hoogland en zijn makkers tijdens een verkenningsvlucht dat bij een kampong de seinen niet goed lagen. Toen dit bemerkt werd maakte de Catalina een zeelanding en ging de bootcommandant aan land om dit te onderzoeken.  Nadat  hij ontdekte dat het euvel het gevolg bleek te zijn van een fout van de bevolking aldaar zette de Catalina haar vlucht voort. 
 
Acties tegen infiltranten 
Al snel ontdekte men opnieuw een fout sein in de Etna Baai en ditmaal was er werkelijk reden tot bezorgdheid. Op deze plaats bleken Indonesische infiltranten een landing te hebben gemaakt en het binnenland ingetrokken te zijn.  IMG 0539 
 
De verkenningsvlucht werd nu afgebroken om op de thuisbasis Biak verslag uit te brengen. Nog dezelfde dag vloog men door naar Manokwari om Mariniers, bestemd voor een actie tegen deze indringers, op te halen.  Zij werden de volgende dag naar Biak overgebracht. 
 
Vier dagen later vlogen twee Catalina's, met daarin onder meer Hoogland, richting Etna Baai. Daar was intussen ook Hr. Ms. Piet Hein gearriveerd. Een deel van de bemanning van de Catalina's bracht de nacht op deze boot door. IMG 0537
 
De volgende dag kregen de vliegtuigen, met de Mariniers aan boord, opdracht naar een meer in het binnenland te gaan. Men vermoedde dat dit de plaats was waar de infiltranten zich bevonden. 
 
Dat bleek juist te zijn. Toen een gedeelte van de Mariniers uit de eerste Catalina met een rubberboot naar de kampong voeren werden zij van de overkant van het meer beschoten. IMG 0525
 
Op het moment dat dit bericht de bemanning van de Catalina's bereikte werd de tweede rubberboot binnengehaald en voer men met de Catalina, inclusief  de overige Martiniers, naar het meer om deze Mariniers aan land te zetten.
 
De tweede Catalina, die eveneens met een aantal Mariniers naar deze plek was vertrokken, zette nu ook haar manschappen aan land. De Marine  diende verschillende acties, die enige weken duurden, uit te voeren voordat alle infiltranten ingerekend konden worden. 
 
In mei 1955 kreeg Hoogland opdracht als medebemanningslid de laatste Catalina die bij de Marine Luchtvaart Dienst in dienst was gekomen uit Australië  op te halen en naar Biak over te vliegen. Begin augustus 1955 ontving hij uiteindelijk een verlof van achttien maanden naar Nederland.  De reis naar het Vaderland verliep per Constellation Amsterdam van de KLM, net als op de heenweg met een tussenstop in Bangkok. 
 
Terugkeer naar Nederland 
Na een verlof van zes weken keerde Hoogland terug naar het Militaire Vliegkamp Valkenburg (MVKV), waar men hem op de motorafdeling zijn werk liet verrichten. Dat was niet voor lang want kort hierop werd hij op de Kaderschool, gevestigd IMG 0529 op het Marine Opleidngskamp (MOK) te Hilversum geplaatst om de opleiding tot korporaal te volgen. Hoogland kreeg in januari 1956 deze bevordering. 
 
Begin 1959 ontving hij de mededeling dat hij in het derde kwartaal van 1959 opnieuw naar Nieuw-Guinea zou worden uitgezonden.  Aangezien zijn dienstverband niet lang genoeg meer duurde tekende Hoogland echter niet bij. IMG 0528
 
Zijn beslissing was mede ingegeven door de waarschijnlijkheid dat het nog twaalf jaar zou gaan duren voor hij (eindelijk) tot sergeant zou worden bevorderd.  Daarom maakte hij op 30 april 1960 een einde aan zijn dienstverband bij de Koninklijke Marine. 
 
Hoogland was vanaf mei 1960 tot februari 1962  als motormonteur actief bij Schreiner Aero Contractors op de schietbaan Botgat bij Den Helder.  Hij werkte met name aan de motoren van radiografisch bestuurde vliegtuigen, die gebruikt werden voor schietoefeningen van de Luchtdoelartilerie. 
 
In de periode mei 1962-januari 1966  werkte Hoogland in de functie van monteur aan vliegtuigen en motoren bij de Nationale Luchtvaartschool op Vliegveld Hilversum (kleine luchtvaart).
 
Latere loopbaan en pensionering 
Daarna stapte hij over naar Schreiner Airways op Schiphol (februari 1966-oktober 1967), waar hij als monteur werkzaamheden verrichtte aan de DC7, DC3 en de F27. Helaas liquideerde de KLM Schreiner Airways in oktober 1967, waarmee een einde kwam aan de functie van Hoogland.  Hoogland voor catalina
 
Na vier maanden als Marsballer op Luchthaven Schiphol  te hebben gewerkt zou hij op 1 maart 1968 aan het onderhoud en de technische afhandeling van Transavia-vliegtuigen beginnen. Tot zijn spijt echter werd hij niet bij het Service Center maar in de fabriek van Transavia geplaatst, waar een eigen technische dienst zou worden opgezet. 
 
Aldus startte Hoogland op 15 maart 1968 in de positie van monteur aan de DC6, later ook de B707 en diverse andere typen vliegtuigen, bij de Technische Dienst van Transavia. 
 
Gedurende deze periode volgde hij diverse opleidingen en behaalde tenslotte in 1969 aantekeningen bij de Rijksluchtvaartdienst voor onderhoud aan grote vliegtuigen, inclusief de motoren. Daarnaast promoveerde men hem van monteur via voorman naar Line Maintenance Supervisor (werkmeester). Hoogland ging in juli 1997 met pensioen en was vanaf die tijd als vrijwilliger betrokken bij de restauratie van de Catalina PH-PBY tot het vertrek van het vliegtuig, in het voor jaar van 2019, naar de Verenigde Staten.   

Indien u het filmpje van Ger Hoogland niet kunt openen klik op deze link. 

 


 

f t