Karel Wennekendonk



Familie en jeugd

Begin van Wennekendonks vliegersloopbaan

Nederlands Nieuw-Guinea

Vliegen in de burgermaatschappij

Terugkeer naar de Militaire Vliegvaart

Laatste activiteiten tijdens actieve loopbaan

Pensionering en latere leven


Familie en jeugd

Lodewijk Karel (Karel) Wennekendonk (Kediri, 3 januari 1930) was de zoon van advocaat en procureur bij het Hooggerechtshof en later burgemeester van Kediri (1929-1935) mr. L.K. Wennekendonk (1880-1945) en Suze J.C. Hilverdink. Huwelijk ouders

Wennekendonk senior was in zijn functie als burgemeester onder meer actief in de Stichting Centrale Vereniging tot bestrijding van Tuberculose in Nederlands-Indië, afdeling Kediri. 

Later, in 1938, werd hij lid van het bestuur van het Indo-Europees Verbond en stelde hij zich kandidaat voor de verkiezing van de stadsgemeenteraad Bandoeng. Toen de Japanners Nederlands-Indië binnenvielen werd hij direct opgepakt. Niet veel later stuurde de bezetter zijn vrouw en en kinderen naar een werkkamp. 

Vader van Wennekendonk

Wennekendonk senior stierf vlak na de capitulatie van Japan (28 augustus 1945) in kamp Mater Dolorosa te Batavia en ligt begraven op Ereveld Menteng Pulo te Jakarta.  Wennekendonk junior moest in augustus 1945, net als alle andere jongens, in het kamp blijven omdat de Bersiap was losgebarsten.  

Hij gehoorzaamde niet aan dit bevel en daarmee redde hij zijn leven. De dag na zijn vertrek deden Indonesiërs een inval en vermoordden alle jongens in het kamp.  

Wennekendonk nam, op zoek naar zijn vader, de trein naar Batavia, maar was ook in dit voertuig niet veilig. wennekendonklk2005 Tijdens de reis, op 18 augustus 1945, werd hij door Pemoeda's, die messen en speren op zijn keel zetten, bedreigd. 

De achttiende augustus was namelijk de dag waarop Soekarno de Merdeka had uitgeroepen. en er vele blanken werden vermoord. De broer van Wennekendonk, Herman, wist hem uit een woedende menigte te redden en in een veilige compound onder te brengen.

Zijn moeder zette hem op de Ophir, een schip van het Rode Kruis, waar hij de rang van lichtmatroos bekleedde. Bij terugkeer in Tandjong Priok bemerkte Wennekendonk dat zijn familie reeds naar Nederland was vertrokken. 

De vijftienjarige jongen besloot toen aan boord van de Sibajak hen naar het Vaderland te volgen. Doordat zijn vader overleden was werd de situatie thuis steeds grimmiger. Toen Wennekendonk, die al in de vijfde klas van de Hogere Burgerschool zat, tenslotte door een foute vriend van zijn moeder het huis uit werd gezet zocht hij onderdak bij de Koninklijke Marine. 

Begin van Wennekendonks vliegersloopbaan

De wens van Wennekendonk om vlieger te worden kwam niet direct uit. Hij werd afgekeurd wegens een te hoge bloeddruk en als matroos-schrijver derde klasse op een bureau in Amsterdam geplaatst.  P1330258 kopie

Pas in 1951 volgde, met de steun van een psychiater, een herkeuring en kon hij eindelijk aan een vliegopleiding op diverse militaire vliegvelden beginnen.

Op Woensdrecht leerde hij om te gaan met de Tiger Moth, te Gilze met de Harvard, om in 1953 uiteindelijk zijn zogenaamde vliegerwing te ontvangen. 

In de functie van schrijver der eerste klasse gelukte het hem het Groot Militair Vliegbrevet te halen en via de kaderschool zich als korporaal-vlieger op Vliegveld Valkenburg aan te melden. P1330259

Wennekendonk beschreef vliegen als volgt: "Ik vond het fantastisch. Ik hield er mateloos van. Zelfs het feit dat ik ziek was en flinke koorts had weerhield mij niet in 1953 solo te vliegen."  Hij was na het behalen van zijn vliegbewijs inmiddels benoemd tot schrijver eerste klasse met brevet vlieger.  

Wennekendonk werd uiteindelijk in 1953 in de rang van matroos--schrijver tweede klasse, met het brevet van vlieger, op het Marinevliegkamp Valkenburg geplaatst.

Hij vervolgde zijn training met de kaderopleiding in Hilversum, waarna hij mocht kiezen tussen deklandingen en grotere vliegtuigen. Wennekendonk zei hierover: "Ik wilde op de grote machines. We zaten op Valkenburg maar van vliegen kwam niet veel. We mochten alleen kisten poetsen en koeken verkopen in de kantine.  In onze  vele vrije tijd legden we een kaartje, en ik heb dat veel te vaak gedaan." 

Nederlands Nieuw-Guinea

Wennekendonk mocht af en toe een Tiger Moth besturen en toen hij daarmee genoeg vlieguren had gemaakt de lucht in met een tweemotorige Beechcraft. Nu was eindelijk het moment gekomen dat de Catalina, een tweemotorig amfibie-vliegtuig, in zicht kwam.  P1330297

Wennekendonk kreeg in 1955 opdracht naar Nederlands Nieuw-Guinea af te reizen, waar hem Biak als standplaats werd aangewezen. Zijn taak was om vanaf de thuisbasis van de Militaire Luchtvaart Dienst met de Catalina vluchten uit te voeren.  

Hij had hier de tijd van zijn leven. "De onvoorstelbare uitgestrektheid van dat land, de eindeloze rijen bergtoppen boven het dichte en ongastvrije oerwoud. Het bezoeken van plaatsen die we voorheen alleen uit schoolboekjes kenden...."   P1330258

Wennekendonk was er betrokken bij diverse incidenten. Zo brak er een keer brand aan boord uit, zakte hij door zijn neuswiel en taxide op een rif.

Door een fout van de eerste piloot kon het gebeuren dat de Catalina loodrecht de zee in dook. "Het werd helemaal groen om ons heen, maar we kwamen weer boven", zo verklaarde Wennekendonk. 

Hij keerde pas in 1957 naar Nederland terug, waar hij bij het 320 squadron op de Neptune, het  patrouillevliegtuig van de Marine Luchtvaart Dienst (MLD), geplaatst werd. Zijn taak als vlieger was het detecteren van onderzeeboten..In deze periode maakte hij lange tochten, meestal boven zee.

Zijn rang zat hem echter dwars: "Je was en bleef altijd onderofficier, de tweede man. En je kreeg altijd op je duvel als ze meenden dat er wat mis was. En dat wilde ik niet meer. Ik smachtte naar ontplooiing, mij verder ontwikkelen en verliet de Koninklijke Marine in 1959."

Vliegen in de burgermaatschappij

Het kostte Wennekendonk echter moeite genoeg geld te verdienen om de opleiding tot burgerpiloot te kunnen gaan volgen. Hij solliciteerde onder meer bij De Kroonduif, die civiele vluchten boven Nieuw Guinea maakte. P1330257 Deze maatschappij bestond echter al snel niet meer.

Intussen werkte Wennekendonk onder meer als zakkensjouwer bij de posterijen, verrichtte werkzaamheden in een champignonkwekerij, vloog als sproeivlieger in de NOP en sleepte vanaf vliegveld Zestienhoven reclamevlaggen.  P1330249

Uiteindelijk werd hij in de rang van tweede vlieger bij Limburg Airways aangenomen.

Dit bedrijf was gespecialiseerd in het transport van de Europese editie van de New York Times. Deze krant werd in een viermotorige Heren om vier uur 's ochtends van Le Bouquet, waar de edities gedrukt werden, naar  Zürich en Frankfurt gevlogen. 

Wennekendonk zei over deze periode onder meer: "Het toestel was onbetrouwbaar en had veel pech. De diensten waren loodzwaar en we waren doodmoe. Soms konden we niet meer en liepen de tranen ons over de wangenIk was zelfs zo moe dat ik op vliegveld Kloten een (reparabele) buiklanding maakte".  

Limburg Airways werd overgenomen door Martinair maar die nam het personeel niet mee. Wennekendonk vond echter al snel een nieuwe betrekking, begin jaren zestig, op Verzekeringskantoor De Zeven Provinciën. Tot zijn takenpakket als bureelcorrespondent behoorde onder meer het assureren van auto's.

Terugkeer naar de Militaire Vliegvaart

Wennekendonk kreeg na deze periode, in de rang van sergeant-vlieger, een aanstelling bij de Groep Lichte Vliegtuigen (GLV).  Wennekendonk in 1985Dat was eerst bij het 300 squadron op vliegveld Ypenburg, vervolgens bij het 298 squadron bij vliegbasis Deelen, om daarna weer terug te keren op Ypenburg.  Wennendonk in 1999 als passagier

Hij wilde echter graag werken met helicopters en zo werd hij in 1963 in de functie van testvlieger bij het pre- en postdock van het Onderhoud- en Logistieksquadron (O&M) op Vliegbasis Soesterberg geplaatst. 

Aldaar bediende hij onder meer de Pipers Cub, Hiller en Alouette III. In de positie van testvlieger diende hij Alouettes die gerepareerd waren te testen. 

Wennekendonk vond de overgang tussen vliegen met een helicopter of een vleugeltoestel sowieso niet groot. 

Hij verklaarde hierover: "Je moet jezelf voorhouden dat er een groot verschil is. Je vliegt hem anders en bent altijd bezig het toestel met handen en voeten in balans te houden. Maar moeilijk is het niet." 

In 1975 werd Wennekendonk overgeplaatst bij de SAR (Search and Rescue Group) te Soesterberg. In deze tijd werden veel fotovluchten met fotograaf Arie Kraak van de Koninklijke Luchtmacht uitgevoerd. 

Laatste activiteiten tijdens actieve loopbaan

Kraak besloot in Duitsland foto's te gaan maken van een compound. Dat bleek een plaats waar atoombommen opgeslagen lagen, die bewaakt werden door zwaar geschut.

Terwijl Wennekendonks vliegtuig naderde begonnen op de grond beneden manschappen onrustig te worden en zwaar geschut in in stelling  te brengen.  Hangarlelystads

Kraak en Wennekendonk vonden het nu tijd worden deze locatie snel vliegend tussen de bomen te verlaten. Zij waren, onder het motto van de militairen op de grond "Eerst schieten, dan praten", bijna door hun eigen troepen beschoten. Dit incident werd later binnen de organisatie, om een herhaling te voorkomen, ernstig besproken.  

Andere taken van de SAR indertijd waren opdrachten te verrichten voor de Technische Hogeschool Delft en hulp te bieden bij televisieopnames..De SAR werd na twee jaar overgeplaatst naar Leeuwarden. De voornaamste bezigheden werden daar toen het hulp bieden aan vliegers in nood en transporteren van patiënten van de Waddeneilanden naar het vaste land.

Met name de eerste taak kon zwaar zijn als men tevoren al kon vermoeden geen levende mensen maar slechts ontbindende lichamen aan te treffen. Wennekendonk zei over al zijn activiteiten: "Niets in het heelal is recht, alles is krom, zelfs het licht. De afstand tussen twee punten is een rechte lijn. Dat is mijns inziens niet waar want dat is bij de Luchtmacht de omweg. En zo werd er ook genavigeerd door waarnemers in opleiding."

Luchtwaarnemers waren overigens meestal dienstplichtige vaandrigs die men toevoegde aan squadrons. Tot hun takenpakket behoorde onder meer steun te verlenen aan de navigatie en vuurleiding, wanneer de vlieger in beslag genomen werd door andere zaken. 

Pensionering en latere leven

In de rang van adjudant-onderofficier ging Wennekendonk, na een werkzaam leven van 32 jaar,  in januari 1985 met functioneel leeftijdsontslag (FLO) en verliet hij de Koninklijke Luchtmacht.  Dat deed hij met de volgende woorden:

"Hoe het is om te stoppen? Niet gemakkelijk. Ik voel mij nog zo fit als wat, niets aan de hand. Maar ja, het moet. Het gaat mij echt aan het hart. Mijn Sarretje is mij dierbaar. Gek is dat. Op 31 januari wil  ik nog gewoon mijn dienst vliegen naar Terschelling.

De dag erna mag ik nog op geen tien meter afstand van mijn eigen kist komen. Dan is het uit. Dat is allemaal wel wat moeilijk als je gek bent op vliegen." 

Wennekendonk was na zijn loopbaan bij de Koninklijke Luchtmacht nog een tijdje werkzaam als als havenmeester bij het vliegveld in Hoogeveen. Hij woont anno 2019 in Leeuwarden. Zijn hobbies zijn schilderen (onder meer romantische tafereeltjes op koperen tabaksdozen), fietsen en vrijwilligerswerk.  

Over zijn leven zei Wennekendonk: "Ik heb gevlogen tot op het bot en soms nog dieper. Als ik dit leven vaarwel ga zeggen is dat met een vette grijns op mijn gezicht."

Hij vergaarde in zijn leven diverse bijnamen, zoals Neuswiel. Die naam kreeg hij omdat er bij landingen die hij maakte tot twee maal toe het neuswiel afbrak.  De derde keer dat het neuswiel brak was toen zijn vliegtuig op hardhandige wijze in contact met het zeeoppervlak kwam.

De vierde keer en laatste keer wandelde Wennekendonk over een platform en begaf het wiel van de daar staande P214 het spontaan. 


Indien u onderstaand filmpje niet kunt openen klik op deze link. 

 


Zie ook:

f t