Govert de Pain et Vin Roepel


Familie

Govert de Pain et Vin Roepel (Paramaribo, 25 oktober 1782 -  Naarden, 2 februari 1825) was de eerste zoon van Christiaan Frederik (Christian) Roepel (officier in Franse dienst bij de Royal Deux Ponts, later kapitein bij het vrijkorps van Visher) en Anna Fontane. Zij kregen in totaal vijf zonen en zes dochters. 

Het geslacht Roepel stamde in vrouwelijke lijn af van het adelijke geslacht Boussu. Zijn grootvader, Frederik Roepel, diende in de rang van kolonel in het Regiment Cavalerie Royal Allemand. Zijn grootmoeder was Agnes, gravin de Pain et Vin. De naam De Pain et Vin is een zeventiende eeuwse Nederlandse verbastering van de Franse naam Paywin. Een broer van Govert de Pain et Vin Roepel werd luitenant-ter-zee en toegevoegd aan schout-bij-nacht Ver Huell

De doop van De Pain et Vin Roepel vond op 3 november 1782 te Paramaribo plaats. Tijdens deze doop kreeg hij op aanvraag van zijn vader de achternaam De Pain et Vin Roepel. Hij trouwde later met Elizabeth Philips (overleden op 16 juli 1847).

Militaire loopbaan

De Pain et Vin Roepel trad op 2 november 1801 in Engelse militaire dienst en diende toen onder meer in West-Indië (1801) en Amerika (1802). Hij werd in november 1805, bij het Duitse Bataljon, benoemd tot vaandrig en met ingang van 28 februari 1812 als cornet, met de rang van eerste luitenant, bij het Eerste Regiment Dragonders Pienerderpiengeplaatst.

De Pain et Vin Roepel was (in 1813 bij de Engelse Armee) tussen 1810 en 1813 actief in Spanje. Op 10 december 1813 trad hij in dienst bij het 5de Bataljon 60ste Regiment Lichte Infanterie als adjudant van brigade-majoor-generaal en chef Lord Lynedock.

Het jaar daarop verliet hij met demissie de Engelse dienst en trad bij Koninklijk Besluit van 21 juni 1814 nummer 97 in de rang van kapitein toe tot het Tiende Bataljon van Linie, actief in Brabant. Die eenheid verwisselde hij met ingang van 1 december 1814 voor de Tweede Afdeling.  

De Pain et Vin Roepel trad op 15 april 1815 toe tot het 14de Bataljon Landmilitie. Hij streed tijdens de Napoleontische oorlogen met name in Frankrijk. Voor zijn verrichtingen tijdens de Slag bij Quatre Bras (16 juni 1815) en Slag bij Waterloo (18 juni 1815) Grafsteen painwerd hij bij Koninklijk Besluit van 17 augustus 1815 nummer 17 benoemd tot Ridder in de Militaire Willlemsorde.

Met ingang van 9 juli 1815 bevorderde men hem tot brigade-majoor van de Tweede Brigade, Derde Divisie. In de rang van kapitein ging Pain et de Vin Roepel uiteindelijk op 17 augustus 1815 over naar het 45ste bataljon Infanterie Nationale Militie.

Na een reorganisatie werd hij met ingang van 15 september 1818 bij de Zesde Afdeling Infanterie (Staande Armee nummer 6) geplaatst. Nadien was hij tot zijn dood werkzaam bij de Vijfde Afdeling Infanterie. De Pain et Vin Roepel overleed op 42-jarige leeftijd in Naarden en werd begraven in de Grote Kerk aldaar.  

Na 1830 was het begraven in een kerk om hygiënische redenen niet meer toegestaan. Tijdens een verbouwing van de Grote Kerk in de twintigste eeuw werden de graven geruimd en de grafstenen, ook die van De Pain et Vin Roepel, willekeurig in de kerkvloer gemetseld. 

f t