800px Generaal majoor der Infanterie KNIL Simon de Waal aan het werk achter zijn burea Bestanddeelnr 12134


Vroege jaren

Simon de Waal (Breda, 21 april 1896 - Den Haag, 1 april 1970) werd toen hij de rang van onderofficier bereikt had op 1 oktober 1915 toegelaten tot de hoofdcursus, die hem zou gaan opleiden tot tweede luitenant, bestemd voor Nederlands-Indië. Hij slaagde in augustus 1917 voor het examen en werd hierna tijdelijk ingedeeld bij het 26ste bataljon landweer infanterie (L.W.I).

In verband met de verdediging van Nederland tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) kon De Waal niet direct naar de Oost vertrekken. Nog in Nederland verblijvend werd hij in april 1919 bevorderd tot eerste luitenant.

De Waal vertrok op 30 augustus 1919 met zijn echtgenote met het stoomschip Kawi vanuit Rotterdam naar Nederlands-Indië. Aldaar werd hij al snel ziek want in juli 1920 kreeg hij een jaar verlof naar Nederland. Toen hij weer beter was werd De Waal met ingang van 3 augustus 1922 tijdelijk gedetacheerd in de legerplaats van Harskamp en later ingedeeld bij het vaste personeel van de Normaalschietschool in Den Haag (tot oktober 1923).

De reden voor de opheffing van de plaatsing bij de Normaalschietschool was opmerkelijk. De Minister van Koloniën wilde namelijk vanaf 1 januari 1924 geen gebruik meer maken van die inrichting voor het leger in Nederlands-Indië.

Detachering Hogere Krijgsschool en activiteiten in de Oost

De Waal keerde op 16 februari 1924 met het stoomschip J.P. Coen naar de Oost terug. Een paar jaar later ging hij terug naar Nederland om, inmiddels bevorderd tot kapitein, gedetacheerd te worden bij de Hogere Krijgsschool in Den Haag.

De Waal werd hiertoe van 21 mei 1929 tot 1 juni bij de Normaalschietschool geplaatst en van 3 tot en met 8 juni in legerplaats Harskamp gelegerd. Hier zou hij een cursus volgen in de behandeling van de zware mitrailleur en de mortier van 8. Later, van 16 tot en met 21 september, volgde hij een gascursus bij de militaire gasschool in Utrecht.

Eenmaal terug in de Oost kreeg De Waal achtereenvolgens diverse posten toegewezen. Met ingang van 1 november 1932 werd hij benoemd tot commandant van het eerste garnizoensbataljon van Celebes en Menado, in garnizoen te Magelang. 

De Waal werd in november 1938, dan gelegerd in Tjimahi, bevorderd tot majoor. Met ingang van 1 november 1939 kreeg hij, wegens een zevenjarig onafgebroken dienst in Nederlands-Indië, een verlof van negen maanden naar Europa.

De strijd om Tarakan

De Waal was actief als troepencommandant  in Tarakan toen de oorlog met Japan uitbrak. Tarakan was voor de vijand belangrijk omdat op geringe diepte olie werd aangetroffen die zonder raffinage geschikt was om als stookolie te dienen.

De Waal bezat slechts een Simon de Waal MWo bataljon (1.200 man) infanterie maar met een dubbel aantal automatische wapens. Daarnaast beschikte hij over vier kustbatterijen, waarmee hij de aan de westkant van het eiland gelegen mijnversperringen kon bestrijken.

Het luchtdoelgeschut omvatte 2 stukken van 4 cm en 2 stukken van 2 cm. Daarnaast  waren er 4 Brewster Jagers en een vliegveld aanwezig. De enige opdracht die De Waal, gezien zijn geringe militaire macht, kon geven was de volgende: een totale vernietiging van de olieboorterreinen en de zich aldaar bevindende installaties om de vijand het gebruik ervan onmogelijk te maken. Daarnaast legden de soldaten diverse stellingen aan om de opmars van de vijand te vertragen, zodat de vernielingen op tijd konden geschieden.

De 26ste december 1941 vond de eerste luchtaanval op het vliegveld Tarakan plaats. Deze aanvallen namen in de dagen daarna in hevigheid toe. Op 10 januari 1942 zag men vijandelijke schepen. Tijdens een verkenningsvlucht van een Dornier bleek dat er zich een Japanse vloot, bestaande uit 25 boten, waaronder enkele oorlogsschepen, ten oosten van het eiland bevond.

Diezelfde dag gaf De Waal opdracht tot het in brand steken van 100.000 ton stookolie. De volgende dag begonnen de Japanners aan de landing. De Waal kon hier slechts een detachement met een sterkte van een sectie infanterie met een sectie mitrailleurs tegenover stellen.

De troepen konden hierdoor maar tot 12 januari tot 7.30 uur weerstand bieden en gaven zich toen over. Alle manschappen werden vervolgens krijgsgevangen genomen. Hun doel, de vernietinging van de olievoorraden, hadden ze bereikt. 

Na de capitulatie van Japan

De Waal werd met ingang van 1 juni 1946 in de rang van kolonel benoemd tot territoriaal commandant van West-Java. In september van datzelfde jaar werd hij  tijdelijk bevorderd tot generaal-majoor KNIL. Medio 1947 was hij actief als territoriaal commandant van Centraal-Java en commandant van de B-Divisie.

Hij verkreeg bij Koninklijk Besluit van 27 december 1948 de Militaire Willemsorde voor zijn verrichtingen als troepencommandant op Tarakan begin januari 1942. Deze werd op 13 september 1949 door Prinswie van de drie Bernhard op het plein voor de Marinierskazerne aan De Waal uitgereikt. 

De Waal werd na terugkeer in Nederland in april 1952 benoemd tot plaatsvervangend lid van het kapittel der Militaire Willemsorde. Hij was, samen met luitenant-admiraal bd C. Helfrich en luitenant-kolonel bd. W. Romswinckel, tevens lid van de commissie van waarnemers van het Veteranenlegioen Nederland. Later werd hij voorzitter hiervan.

In mei 1954 meldde de commandant van de voormalige 7-December Divisie, generaal majoor Dürst Britt, in een redevoering bij een bijeenkomst van het Veteranen Legioen: "De eerste Politionele Actie in Indië werd helaas stopgezet. Toen hadden we alles nog kunnen bereiken. Als er ooit een moment geweest is dat het leger niet had moeten gehoorzamen was het op die dag dat deze actie moest worden gestaakt."

Hij vervolgde: "Het klinkt misschien oproerig en in strijd met de krijgstucht  maar er staat nog altijd in de voorschriften dat militairen eigen initiatief moeten nemen, wanneer zij menen dat men in de hoogste kringen niet goed is ingelicht. In die tijd zat ik in West-Java maar als ik bij Djokja had kunnen komen dan zou ik er naar toe gegaan zijn.

Ik zeg dit niet omdat ik de Indonesiërs hun onafhankelijkheid misgun maar ik ben van mening dat het overdragen van de souvereiniteit een te snel verloop heeft gehad met alle nadelige gevolgen van dien."

De Waal werd in 1955 van plaatsvervangend lid van het kapittel der Militaire Willemsorde benoemd tot lid. In 1960 was hij, samen met commandeur J.F. van Dulm, mevrouw B.J. Fick-Gemmeke en generaal A. van Santen nog aanwezig op de reünie van de Koninklijke Vereniging van Officieren, Ridders der Militaire Willemsorde. Hij overleed in 1970 in Den Haag.

 Bronvermelding (verrichtingen te Tarakan)

f t