overleden marechaussee


Vroege loopbaan

Bernardus Farret Jentink (Batavia, 19 september 1911 - Medan, 2 november 1946) deed in augustus 1932 zijn rangschikkingsonderzoek voor toelating als cadet aan de Koninklijke Militaire Academie, richting infanterie bestemd voor Nederlands-Indië. Daar was hij een jaargenoot van A. Zijlmans, die later de Militaire Willemsorde zou verwerven.

Farret Jentink behaalde in juli 1936 zijn officiersexamen. De latere Ridder Militaire Willemsorde August Gerard Deibel studeerde gelijktijdig met hem af. Bij besluit van de gouverneur-generaal van Nederlands-Indië werd Farret Jentink met ingang van 2 augustus 1936 benoemd tot tweede luitenant der infanterie bij het Koninklijk Nederlands-Indische Leger (KNIL).

Leven in Nederlands-Indië voor de Japanse bezetting

Aldus vertrok Farret Jentink op 24 februari 1937 met de ms. Johan van Oldenbarnevelt naar zijn nieuwe werkbestemming. Op 25 maart 1937 werd hij bij het derde bataljon Infanterie te Soerabaja ingedeeld.

Als leider van een militaire stoet was de officier dat jaar aanwezig bij de plechtige uitvaart op Kembang Koening van de Amboinese sergeant der Marechaussees derde bataljon en Ereteken voor Moed en Trouw Domingas Takaria. In juni 1938 nam het derde bataljon (84 man) onder leiding van Farret Jentink deel aan de Vierdaagse Marsen.

Medio januari 1939 plaatste men Farret Jentink over bij de troepenmacht in Atjeh en Onderhorigheden. Hij bevond zich te Langsa, toen hij met ingang van 2 augustus 1939 werd bevorderd tot eerste luitenant der infanterie bij de Marechaussee. In oktober van datzelfde jaar kreeg hij een overplaatsing van het detachement te Langsa naar Lho Seumawé. Aldaar ontving hij in maart 1940 de gouverneur-generaal, die indertijd op inspectiereis in Atjeh was.

Japanse bezetting en werkzaamheden na de oorlog in Medan

Tijdens de bezetting van Atjeh door Japan werd Farret Jentink krijgsgevangen gemaakt en later tewerk gesteld aan de Birma Spoorlijn. Na de bevrijding deelde men hem in de functie van plaatsvervangend commandant in bij het Medan-bataljon (VI Bataljon Infanterie).Zesde batalnon

Het Medan-bataljon werd op 15 april 1945 opgericht  en bestond voor het merendeel uit mannen van de Marechaussee.

Tot de roemruchte leden van het bataljon behoorden onder meer sergeant der Marechaussee Ridder Militaire Willemsorde Irot (Menadonees), luitenant-kolonel T.J.W.M.F. Supheert (Bronzen Leeuw) en luitenant M.A. Kroon (Bronzen Leeuw). Het Medan-Bataljon werd in juli 1945 hernoemd tot VI Bataljon Infanterie.

Voor de bezetting door Japan was Medan een groot exportcentrum geweest, dat dagelijks voor miljoenen aan goederen over de gehele wereld exporteerde. Dit gedeelte van Sumatra behoorde in die tijd dan ook tot het rijkste en meest bloeiende gebied van Indië.

Het belangrijkste deel van de bevolking Graf Medan bestond uit Chinezen, die de kapitaalmarkt beheersten. Daarnaast waren er grote concentraties Maleiers  (landbouwers), Javanen (voormalige contractkoelies), Brits-Indiërs (waaronder veel Sikhs) en Arabieren.  

Na de capitulatie van Japan werden uit interneringskampen verspreid over geheel Sumatra de voormalige krijgsgevangenen naar Medan getransporteerd. Daarbuiten was het geheel onveilig. In veel omliggende plaatsen, zoals bijvoorbeeld Pematang Siantar, vonden massale moordpartijen op blanken  plaats. Een deel van Medan, Polonia, werd ten behoeve van de veiligheid van de bewoners met prikkeldraad omringd en door Engelse wachtposten verdedigd.

Tot de taken van Farret Jentink behoorde onder meer het voeren van het commando over patrouilles in en rond Medan. Tijdens een van deze tochten, op 2 november 1946, kwam de eenheid bij de Achterweg onder vuur te liggen. Daarbij werd Farret Jentink door een Japanse mortier in zijn hartstreek getroffen en overleed ter plaatse.

Zijn lichaam werd met militaire eer  op de begraafplaats te Medan ter ruste gelegd maar later overgebracht naar Militair Ereveld Leuwigajah te Cimahi. Meer informatie over de strijd in en rond Medan in 1945-1947 kunt u vinden in het boek van Hans Post. Bandjir over Noord-Sumatra. Deel 1 (1948).

f t