134689704 4244527485575355 1858494436149256387 o


 Foto's en teksten: Eddy Monsjou.


135209723 4244530625575041 1237173062894519040 nHet verhaal van S. Leiwakabessy (1870-1971), een zeer bevreesd Marechaussee. Ridder MWO.

In een 'Oostersch schetsje’ doet kapitein Christoffel kalm de ontstellende mededeling: 'Ik was daar groepscommandant en ging zelfstandig op patrouille. We hadden daar marechaussee-brigades, dus Javanen en Ambonnezen door elkaar. Ik had last gekregen verschillende kampongs in een bepaald gebied te bezoeken. Om de kerels aan te moedigen werd voor elk afgeslagen hoofd een rijksdaalder betaald. (…) Een van mijn Ambonnezen, Lewakabessie geheten, was er een kraan in… Hij had een paar Inlanders voor zich gezien, was hen achterna gehold, het pad afspringend, en had hen zien verdwijnen in een nauwe rotsspleet.

Deze gaf toegang tot een smal, maar vrij diep hol, waar zich 52 Inlanders verborgen hielden. Ogenblikkelijk had onze “dapperen” het vuur geopend en natuurlijk was elk schot raak! Zo nu en dan vloog er een speer op hem af, maar deze waren gemakkelijk te ontwijken. Ik kwam te laat om nog enige vrouwen en kinderen te kunnen redden. Enige dagen later was er groot feest in ’t bivak: Lewakabessie had 52 ringgits (rijksdaalders) uitbetaald gekregen en hem was de bintang (eremedaille) in uitzicht gesteld.

Hans Christoffel (Rothenbrunnen, 13 september 1865 - Antwerpen, 1962) was een Nederlandse militair van Zwitserse afkomst. Hij bereikte de rang van kapitein in het Koninklijk Nederlands Indisch Leger en droeg het officierskruis van de Militaire Willems-Orde. Omdat men een officier met de rang van kapitein niet tot de hoge rang van commandeur wilde benoemen kreeg kapitein Christoffel bij de eerstvolgende maal dat hij in aanmerking kwam voor de Militaire Willems-Orde een Eresabel.

Hij droeg ook de kroon van een Eervolle Vermelding met het getal "2" op het lint van het Ereteken Belangrijke Krijgsbedrijven. Christoffel was een van de hoogst gedecoreerde Nederlandse militairen. Christoffel leidde een eenheid van het Korps Marechaussee te voet. De eenheid kreeg de bijnaam "Tijgereenheid" of "colonne matjan".
Persoonlijke noot: dit betreft geen verheerlijking maar slechts de weergave van hetgeen heeft plaatsgevonden.


135181608 4244532902241480 8563975550749275107 n

De Ambonese sergeant H. Salawono werd geboren in Amahai. Hij trad als brigade-commandant bij de storm-colonnes op en steeg bij de verschillende aanvallen boven allen uit door grote voortvarendheid en onverschrokkenheid en wist zijn ondergeschikten, door zijn voorbeeld zodanig te bezielen, dat hem ongetwijfeld een groot aandeel in het betrekkelijk spoedig verkregen succes niet kon worden ontzegd.

Ook bij de onderwerping van Daeng Mengasa speelde hij een grote rol. De versterkingen van het bendehoofd in het bos van Letta moesten worden overmeesterd. Door de hevige regen werd pas na vijf uur v.m. op 7 april 1907 de versterkte heuvel bereikt en met de beklimming begonnen. Bijna onmiddellijk opende de vijand het vuur, doch het gelukte aan de afdeling marechaussee de versterking tot op 15 pas, geheel gedekt voor het vuur, te naderen.

Voornamelijk was dit te danken aan sergeant Salawono, die door de oordeelkundige leiding zijner afdeling, aan de hem volgende troep de weg wees. Zonder het vuur te openen, werd tot de stormaanval overgegaan bij welke aanval zich wederom sergeant Salawono ten zeerste onderscheidde.

De in Oost Batoelappa en Kassa en de in het Zuiden van Letta aanwezige en rondzwervende benden van Andi-Noni hielden zich nog verscholen in de bossen van Garoenga (Kassa). Op 26 april ging men tot de aanval over. Door het moeilijke terrein viel een met een blik verbandmiddelen beladen dwangarbeider en door het geraas opgeschrikt opende de vijand een hevig geweervuur, waarop onmiddellijk het commando „attakeeren" werd gegeven. De vijand kon geen standhouden en trachtte in de richting Balisoe-Rappang te ontkomen.

De Ambonese sergeanten Salawono en Najoan zagen zulks en trachtten met enige manschappen aan de vluchtende vijanden de terugtocht af te snijden. Door met grote voortvarendheid vooruit te snellen mocht het hen inderdaad gelukken nog vele met Winchestergeweren bewapende vijanden te doen sneven. Voor deze feiten werd aan hem door generaal Swart op 20 juli 1907 de zeldzame onderscheiding Ridder in de Militaire Willems orde 3e klasse uitgereikt.

Hij overleed in 1949 in de ouderdom van 81 jaar te Ambon. Hij werd met militaire eer begraven en de plechtigheid werd bijgewoond door alle militaire en civiele autoriteiten te Ambon. De bevolking stond tijdens de laatste rit van de overleden Ridder rijen dik langs de weg naar de begraafplaats opgesteld. Op het kerkhof waren duizenden belangstellenden om hem de laatste eer te bewijzen.
Bron: De Sumatra post 15-07-1938


134857122 4244535032241267 6953142185224274439 nDe heer Semuel Hukom, stamboeknummer 85299, was zoon van Simon Marthinus Hukom en Josefina Manuputty werd geboren te Nalahia op 14 april 1878. In 1894 trad hij te Ambon als fuselier in dienst bij het 2e Depot Bataljon. In 1901 scherpschutter, in 1902 werd hij korporaal en in 1906 sergeant. Op 11 november huwde hij met de Christenvrouw Costafina Fransina.

Zestien jaren krijgsverrichtingen te Atjeh; van 1896 t/m 1900, 1902 t/m 1905 en van 1906 t/m 1912. Bij Koninklijk Besluit van 3 juni 1901 verkreeg hij het Ridderschap Willemsorde 4e klas. Op 29 februari 1928 te Meester Cornelis eervol uit dienst ontslagen.

 


 134661281 4244535475574556 3410841712167459730 n

De heer F. Pattirane, gepensioneerd Ambonees korporaal. Drager van o.a. de Reddingsmedaille. Hij kreeg deze onderscheiding omdat hij in 1911 met gevaar voor eigen leven, een drenkeling heeft gered uit de Djambo Aje-rivier in het landschap Samarkilang, Atjeh.

 

 


 135122973 4244536378907799 4592716476557698520 n

De heer S. Ohello, 52250, gepensioneerd Ambonees korporaal marechaussee. Ridder Militaire Willemsorde. Hij trad in 1913 in dienst en werd in 1925 korporaal. Hij diende in 1914 tot en met 1916 in Atjeh en daarna in Borneo. In 1930 werd hij te Koetaradja door een Atjeher dodelijk neergestoken. Hij liet een vrouw met 5 kinderen achter.

 


 135228934 4244537298907707 400520018662624581 n

Marthin Lohij, Ambonees sergeant met stamboeknummer 53730,  was geboren te Samasoeroe op 21 maart 1877. Zoon van Thomas Lohij en Maria Roesilej. Op 14 juli 1896 is hij te Saparoea vrijwillig geengageerd als fuselier bij het 2e Depot Bataljon. Na 34 actieve dienstjaren werd hij meerdere keren gewond door klewang en rentjong aanvallen en in Celebes door geweervuur.

Bij Kon. Besluit van 27-10-1900 No. 35 GB Eervolle vermelding
Bij Kon. Besluit van 20-03-1902 No. 03 GB Eervolle vermelding
Bij Kon. Besluit van 06-04-1907 No. 11 GB Eervolle vermelding
Bij Kon. Besluit van 03-01-1910 No. 59 onderscheiden met de Militaire Willems-Orde 4e klas
Bij Kon. Besluit van 28-02-1924 No. 20 Ere medaille der Orde van Oranje Nassau in brons
Bij Kon. Besluit van 04-11-1925 No. 44 Ere medaille der Orde van Oranje Nassau in zilver



In 1926 kreeg hij de Ere medaille der Orde van Oranje Nassau in goud 135223048 4244538398907597 2947734614547108347 n

De heer Philip Latukonsina, 59020, Ambonees sergeant 1e klas. Bij Gouvernements besluit van 14 Mei 1908, No. 8 kreeg hij voor zijn gedrag bij de krijgsverrichtingen in Atjeh gedurende het 1e halfjaar 1907 het bronzen Ereteken voor Moed en Trouw.

In 1912 ontving hij voor zijn krijgsverrichtingen in Atjeh in 1911 de Militaire Willemsorde.

 

 


 135285584 4244539168907520 889351877150121178 n

De heer W.F. Latumeten, 58613, Ambonese sergeant marechaussee 1e klas, Ridder Militaire Willemsorde 4e klas. Hij was geboren te Ambon op 5 september 1873.

Volgens Koninklijk besluit van 16 februari 1906, No. 32 ter beloning van zijn krijgsverrichtingen gedurende het 1e halfjaar van 1905 in Djambi.

 


 134952800 4244539872240783 1940691111374712918 n

 De heer D. de Fretes, 53095, Ambonees marechaussee en Ridder Militaire Willems Orde.

 

 

 


 135661240 4244540698907367 7918952160373362860 n

De heer D. Leatemia, Ambonees infanterist 1e klas. Ridder Militaire Willemsorde. Hij kreeg deze onderscheiding voor krijgsverrichtingen in de Gajo en Alaslanden in 1904.

 

 

 


 135011365 4244548175573286 5028773536745960255 n

Ambonese veteraan Ridders MWO aanwezig tijdens de uitreiking van de Militaire Willems-Orde aan LTZ1 W.A. de Looze op 30-10-1948 te Batavia.
V.l.n.r. M. Kaija, A. Lekatompessy en Lawatala. Bron: collectie Koninklijke Marine.

 

 

 


 134914309 4244549168906520 2059862838954176409 n

De heer H.A. Desirat, geboren 1872 met stamboeknr 39245, kreeg bij Koninklijk Besluit 03-06-1901 No. 126 het Ridderschap Militaire Willemsorde 4e klas wegens het overmeesteren van de versterkingen bij Oedjong Plinta op 15 augustus 1900.

 

 

 


 135593153 4244552452239525 677041603950996570 n

De heer J. Katuuk, Ambonees sergeant 1e klas no. 56086. Ridder Militaire Willemsorde 4e klas. Volgens Koninklijk besluit van 1 september 1909 n°. 37 ter beloning van zijn krijgsverrichtingen op het eiland Flores, gedurende het tweede halfjaar van 1908.

 

 

 


 135122974 4244554762239294 1823320384472397464 n

Drie Ridders Militaire Willems Orde uit de Molukken. V.l.n.r. Ridder 3e klasse Thomas Nussy, Ridder 4e klasse J.K.F. Rugebrecht en Ridder 4e klasse P.N. Latumahina. Foto april 1940.

Dappere Molukkers, toen zij nog Amboinezen werden genoemd. Voor zover mij bekend waren er zelfs 2 Amboinezen die de MWO 3e klas hadden behaald. De Ambonees Salawóne en de Ambonees Th. Nussy.

De Ambonese sergeant H. Salawóne. Deze Ridder MWO3 overleed in 1949 in de ouderdom van 81 jaar te Ambon. Hij werd met militaire eer begraven en de plechtigheid werd bijgewoond door alle militaire en civiele autoriteiten te Ambon.

De bevolking stond tijdens de laatste rit van de overleden Ridder rijen dik langs de weg naar de begraafplaats opgesteld. Op het kerkhof waren duizenden belangstellenden om hem de laatste eer te bewijzen. Ook bezat hij o.a. het Bronzen ereteken voor Moed en Trouw.

Thomas Nussy was een eenvoudig soldaat zonder bijzondere opleiding. Door zijn buitengewone krijgsverrichtingen werd hij echter bevorderd tot korporaal en daarna tot sergeant, hoewel Nussy zich hiertegen verzette. Hij wilde liever „soldaat-sadja" blijven. Nussy heeft zich beroemd gemaakt als spoorzoeker der marechaussees in Atjeh.

Nussy, die het in het garnizoen nooit kon uithouden was berucht om zijn wangedrag (onder de invloed van alcohol) en zijn grote neiging om aan het vechten te slaan. Hij was echter ook de man, die altijd de vijand wist op te sporen, die opstandige hoofden in hun meest verborgen schuilplaatsen wist te vinden, die als verkenner de troepen vooruitging en de poorten der versterkte dessa's en bentengs voor hen opende.

Op 15 Januari 1892 te Amboina in dienst getreden, moest de jonge Nussy al met het 6e bataljon infanterie op expeditie naar Lombok, waarvoor hij het Lombokkruis verwierf. Na afloop van deze bloedige expeditie werd hij het jaar daarop (in 1895) naar Atjeh overgeplaatst. In roerige gewest zou hij bijna zijn gehele verdere diensttijd doorbrengen.

Gedurende de jaren 1895 t/m 1906 nam hij deel aan de krijgsverrichtingen tegen Atjeh, waarvoor hem het ereteken voor belangrijke krijgsbedrijven werd uitgereikt met de gespen: 1873 — 1896 Atjeh, 1896 — 1900 Atjeh, 1901--1905 Atjeh, 1906 — 1910 Atjeh. Hij werd eervol vermeld wegens zijn gedrag bij bet gevecht bij de Grot van Alor Pakoe (Westkust van Atjeh) in 1899.

Nauwelijks een jaar later werd hij benoemd tot. Ridder der 4e klasse van de Militaire Willemsorde, „als hebbende zich onderscheiden bij de krijgsverrichtingen in Atjeh. In 1908 nam hij deel aan de krijgsverrichtingen in Midden-Sumatra en gedurende de jaren 1909 t/m 1915 aan die in Atjeh. Door zich te hebben onderscheiden bij de krijgsverrichtingen in Atjeh gedurende het 1e halfjaar 1910, werd hij bevorderd tot Ridder der 3e klasse in de Militaire Willemsorde.

Na 25 militaire dienstjaren had deze held als gepensioneerd sergeant nog maar één wens: zijn vorstin, die hij zo lang trouw en dapper had gediend, te mogen zien. In 1922 werd zijn wensen vervuld. Als bediende van de toenmalige controleur van de Molukken Jansen reisde hij naar Nederland en werd door H.M. de Koningin ontvangen.

Bij die gelegenheid kreeg hij van H.M. de Koningin een complete serie splinternieuwe medailles. Hij schaamde zich voor zijn oude bintangs, die flink versleten waren. Het stamboek van Nussy toont dat hij gedurende zijn gehele diensttijd bijna doorlopend te velde was. Nussy overleed op 7 december 1943 te Amboina (oorlogsslachtoffer).


 135342242 4244555465572557 3796436450044480072 n

M. Wairata, 6786, sergeant marechaussee. Bij Koninklijk besluit van 23 Februari 1911 No. 43, zijn ter zake zijn verrichtingen tijdens het gevecht op 15 april 1908 nabij Keumala Dalam (Pidie), benoemd tot Ridder 4e klasse der Militaire Willemsorde.

 

 

 

 

 


 135604967 4244556332239137 657344913073083671 n

De heer S. Woy, 59125, Ambonees sergeant 2e klas. Ridder Militaire Willemsorde. Hij heeft zich onderscheiden bij de krijgsverrichtingen op Flores van 9 augustus 1907 tot ultimo februari 1908.

 

 


 134952805 4244557038905733 5899677662655275440 n

De heer J. Rikumahu, oud Ambonees fuselier 68846. Hij werd in 1911 eervol vermeld voor zijn verrichtingen in Timor in de 2e helft van 1910.

 

 

 


134738708 4244558335572270 2578466398285795948 n

De heer Rugebregt verkreeg zijn Militaire Willemsorde voor zijn krijgsverrichtingen in Atjeh, hoofdzakelijk gedurende het jaar 1911. In de Leeuwarder courant van 28-04-1965 werd er geschreven:

“De op Ambon geboren sergeant Rugebregt ziet het weer voor zich: Ze waren sluw en slim in de rimboe. Maar dat waren wij ook en geloof me, een Ambonees kan zijn klewang ook meesterlijk hanteren en de rimboe heeft nauwelijks geheimen voor hem. Hij voerde zijn brigade met „veel moed, beleid en trouw" aan en „droeg in belangrijke mate bij tot het onschadelijk maken van zeventien vijanden", vermeldt het register.

Veertien jaar — van 1901 tot 1915 — bracht hij in Atjeh door.” De 85-jarige Johan Rugebregt weet het nog precies. „Van generaal van Heutsz kreeg ik in 1905 van Kota Radja uit opdracht Atjehse benden op te sporen die geen belasting wilden betalen. Als commandant van een brigade marechaussee, ze noemden ons de bloedvingers, trokken we erop uit.

In Beneden-Pensangan kregen wij ze te pakken en in het Sawangse. De Atjehers waren sluwe tegenstanders, die graag met klewang en golok toesloegen.”


134964642 4244566225571481 3482345184467707858 n

De vermaarde brigade van Marks die bij de gevangenneming van de Radja van Boni en bij vele andere gevechten zich bijzonder wist te onderscheiden.

V.l.n.r.: nr 1. Rumaby, Amb. Sgt. 135477836 4244694768891960 8842323131699389390 n Ridder MWO4, nr 4. Hethari, Amb. Marechaussee, Ridder MWO4, nr 6. Samalomoe, Amb. Marechaussee, Ridder MWO4, nr 7. Soepit, Amb. Korp. Bronzen kruis voor moed en trouw, nr 8. F.C. Marks, sgt. Marechaussee toenmaals eervol vermeld, nr 12. Manuputty Amb. Marechaussee, Ridder MWO3, een zeer bijzonder soldaat (gesneuveld).

nr 13. Anoy, Amb. Marechaussee, Ridder MWO3, eveneens een buitengewoon soldaat (gesneuveld), nr 14. Anakotta, Amb. Marechaussee Bronzen kruis voor moed en trouw, nr 17. Pongoh Ridder MWO3 met een eervolle vermelding.


 135210996 4244615302233240 4875677949565076571 n

De heer M. Picauly. Ridder Militaire Willemsorde bij Gouverneurs besluit van 8 sept. no. 21 1909 voor zijn krijgsverrichtingen in Menado en Timor in 1908.

 

 

 


 135025696 4244629588898478 4747315360942430665 n

Ambonees Marechaussee J. Metiary alg. Stb. No. 56378; bij Koninklijk Besluit eervol vermeld wegens krijgsverrichtingen in Atjeh gedurende het 1e halfjaar 1900.

 

 

 


 135477836 4244641598897277 7850205543538526406 n

De heer J. Lekatompessy, 52319, marechaussee 1e klas. Ridder Militaire Willemsorde. Hij heeft zich van februari tot juli 1904 onderscheiden in de Gajo en Alaslanden.

 

 


 135187099 4244645885563515 2347739646970300538 n

De heer J. Pattipeiluhu, geboren in 1878. Marechaussee Ridder Militaire Willemsorde.

 

 

 


135262965 4244649908896446 6076627454020133807 n

In de Militaire Sociëteit aan de Sipayersweg te Batavia vierde de gepensioneerde Ambonees sergeant-ziekenopzichter Pattiwael van Westerloo zijn 35-jarig Ridder-jubileum. Het hoofd van de plaatselijke Militaire Geneeskundige Dienst, dr. J. Th. Wilkens, overhandigt de jubilaris een klok, een geschenk van deze Dienst.

G.G. Pattiwael van Westerloo werd geboren op 2 december 1866 en trad op zijn 18e levensjaar als jong fuselier vrijwillig te Ambon in dienst. Hij nam sinds 1886 in Atjeh aan de krijgsverrichtingen deel tot het jaar 1900, waarvoor hij beloond wordt met het ereteken voor belangrijke krijgsbedrijven 1873 — 1890 Atjeh.

Op 2 juli 1890 werd hij bevorderd tot korporaal en op 7 januari 1893 afgekeurd voor de dienst te velde, waarna hij hospitaalbediende werd bij de geneeskundigen hospitaaldienst. Na in 1895 te zijn bevorderd tot sergeant-ziekenvader en in juni 1901 tot sergeant ziekenopzichter.

G.G. Pattiwael van Westerloo (1866-1970) verkreeg zijn Militaire Willemsorde bij KB van 07-03-1904 No. 16 voor zijn verrichtingen in Atjeh, Atjeh - Djambi - patrouillegevecht bij Tjandi (boven Tedo) op 20 januari 1903. Hiervan is volgend verslag opgetekend.

In verband met de noodzakelijkheid, de al onderworpen gebieden van vijandelijke benden te zuiveren en de goedgezinde bevolking daartegen te beveiligen, was een actieve patrouille gang aan de orde. Eén van deze patrouilles, ter sterkte van 1 Officier en 15 bajonetten, verliet in de morgen van 20 januari het bivak te Pelajang om een van Ma Boengo verwacht wordend transport tegemoet te gaan.

In de morgen rond 10 uur werd de patrouille van een nabij liggende heuveltop plotseling beschoten, waardoor zij al dadelijk drie gewonden als gevolg. Deze gewonden werden onder het voortgezet vuur van de vijand met grote kalmte en op uitstekende wijze door den Ambonees sergeant-ziekenopzichter Pattiwael van Westerloo (met stamboeknummer 20117) verbonden, waarna genoemd onderofficier met het geweer van een van de gewonden zelf deelnam aan het vuurgevecht.


 135228772 4244653085562795 3502368270738944273 o

De Ambonese sergeant Jesajas Pongoh (7-5-1878 Menado – 10-10-1934 Soerabaja), één van de laatste Atjeh helden. Pongoh werd in 1903 benoemd tot Ridder MWO 4e klasse en in 1907 MWO 3e klasse.

Op 28 april 1927 verwierf hij de gouden medaille wegens 25-jarigen dienst. Hij verdiende de Militaire Willemsorde toen hij bij een actie bij hevig vijandelijk vuur (een tienvoudige overmacht), naar voren rende en zijn zwaar gewonde commandant, de kapitein P.J. de Gruyter, op zijn rug nam en in veiligheid bracht.

Hij werd zelf in de arm geschoten. Later bij de overmeestering van de rotsversterking Boentoe Batoe op Celebes, een actie, waarbij hij zich eveneens onderscheidde en gewond raakte, werd hij bevorderd tot sergeant en kreeg hij de Militaire Willemsorde 3e klasse, een zelden voorkomende onderscheiding.

Hij werd 56 jaar en met militaire honneurs begraven. De buitengewone verdiensten van de Menadoneesche sergeant Jesajas Pongoh, (Stamb. 5298), Ridder der 3de en 4de klasse Millitaire Willems Orde en Eervol Vermeld. Pongoh werd op 7 Mei 1878 in de negorij Air Madidi, bij Manado, geboren.

Aangetrokken door 's Konings wapenrok, tekende hij in 1897 voor soldaat, waarvoor hij handgeld en premie ontving. Het was in de tijd, dat jaarlijks nog honderden jonge Menadoneezen als vrijwilligers tekenden. Hij werd reeds als jong soldaat, nadat hij gedrild was, ingedeeld bij de marechaussees, het corps, dat hem eens als sieraad zou beschouwen.

Sergeant Pongoh was 34 jaar in militairen dienst geweest. Hij heeft onder generaal van Heutsz in de Atjeh-oorlog meegevochten, later ook aan de krijgsverrichtingen op Celebes en op de kleine Soenda-eilanden deelgenomen.

De eerste belangrijke en roemvolle onderscheiding kreeg Pongoh bij de bestorming van de beruchte banteng „Tjot Saunoko" (Atjeh). Daar was het, dat hij onder de toenmalige Atjeh-man Kapitein Darlang, zijn bijzondere militaire eigenschappen toonde. Met de klewang tussen de tanden sprong hij in de benteng tussen de verraste Atjehers.

Hij kreeg de MWO’s voor de bestorming van een benteng aan de Kroeëng Talo in Seunagang, (Maulaboh Atjeh) in 1902 en voor de bestorming van de rotsvesting Bontoe Batoe op Celebes in 1906 en eervol vermeld ter zake de bestorming van de benteng Papari onder luitenant-kolonel van Daalen in 1904. De MWO3 is een zeldzame onderscheiding, welke in de tijden van aanhoudende militaire expedities en -operaties slechts aan enkelen werd toegekend.

Daarnaast droeg hij het ereteken voor belangrijke krijgsverrichtingen met tal van gespen en van de gouden medaille voor langdurige dienst. Sergeant Pongoh werd in 1904 bij het nemen van de benteng Gemoejang in Gajo Loeiie gewond. Hij kreeg, een schotwond in zijn bovenarm. De begrafenis van deze soldaat (1932) vond plaats met volledige militaire honneurs, gelijk een officier......

Fragment van een van zijn daden in detail: “…..Het was bij de bestorming van de rotsvesting Timongal op Celebes dat er twee brigades van totaal 40 man onder commando van den kapitein de Gruyter werden overvallen door een geweldige overmacht. Spionnen hadden slechts een klein aantal Boegineezen gemeld, doch later bleek dat de overmacht te sterk was.

Het kleine troepje dapperen, bevond zich in de voorste rijen, sergeant Pongoh en kapitein de Gruyter in het midden, was reeds dwars door de benteng getrokken, toen de overmacht kwam opzetten. Kapitein de Gruyter sneuvelde onder de lanzen der Boegineezen.

De Marechaussee's konden niet meer schieten, aangezien men door vriend en vijand was omringd, met de klewang trachtte men zich een uitweg te vechten. De dapperen moesten terugtrekken, de overmacht werd te groot.

Toen was het sergeant Pongoh die het stoffelijk overschot van den kapitein de Gruyter uit handen van de moordende Boegineezen redde. Met zijn dode commandant op zijn schouders, zelf zwaar gewond door lanssteken en steenworpen vocht hij zich uit de benteng…..”


135433847 4244655718895865 79107514252141354 n

De Ambonese sergeant Jesajas Pongoh (7-5-1878 Menado – 10-10-1934 Soerabaja), één van de laatste Atjeh helden. Pongoh werd in 1903 benoemd tot Ridder MWO 4e klasse en in 1907 MWO 3e klasse.

Op 28 april 1927 verwierf hij de gouden medaille wegens 25-jarigen dienst. Hij verdiende de Militaire Willemsorde toen hij bij een actie bij hevig vijandelijk vuur (een tienvoudige overmacht), naar voren rende en zijn zwaar gewonde commandant, de kapitein P.J. de Gruyter, op zijn rug nam en in veiligheid bracht.

Hij werd zelf in de arm geschoten. Later bij de overmeestering van de rotsversterking Boentoe Batoe op Celebes, een actie, waarbij hij zich eveneens onderscheidde en gewond raakte, werd hij bevorderd tot sergeant en kreeg hij de Militaire Willemsorde 3e klasse, een zelden voorkomende onderscheiding.

Hij werd 56 jaar en met militaire honneurs begraven.


 135285584 4244659612228809 2899615509648444628 n

De heer E. L. Takaria, 36244, Ambonees marechaussee. Eervol vermeld tijdens de Gajo en Alaslanden 1904.

 

 

 


135621489 4244662402228530 3209693913371069922 n

De Ambonees Thomas Nussy, spoorzoeker en Ridder Militaire Willemsorde 3e klas met zijn commandant kapitein H.J. Schmidt, eveneens Ridder 3e kl. M.W.O. met Eresabel die jarenlang Nussy onder zijn bevelen gehad heeft, in het bijzonder bij de opsporing en het onschadelijk maken van de Tiro Teungkoe's.

 


 134908400 4244668188894618 4300180502191339662 n

Ambonese sergeant Wairata RMWO4

Op 23 juli 1921 was de huldeblijk aan de Ambonese sergeant Wairata (48577 ) die 25 jaar onafgebroken bij het korps marechaussee in Atjeh heeft gediend. Aanwezig waren: Gouverneur Van Sluijs, kolonel Bakker, officieren en manschappen van de 3e divisie.
Sergeant Wairata werd op 8 februari 1876 te Tihulale (Amboina) geboren.

Van jongs af trok de militaire stand hem aan. Op 11 februari 1895 trad hij op 19-jarige leeftijd in dienst en werd als recruut te Magelang ingedeeld. Na zijn opleiding werd hij bij het 6e bataljon infanterie ingedeeld en met dit korps trok hij in 1896 naar Atjeh, toen door het verraad van Toekoe Omar versterking der troepen daar nodig bleek.

Bij Tjot Trang (XXVI Moekins) onderging hij de vuurdoop en was later bij de overmeestering van Anaq Galong waarbij aan beide zijden veel gesneuvelden en gewonden vielen.
Daarna vroeg hij plaatsing bij het korps marechaussees, welk korps toen slechts uit één divisie bestond onder commando van kapitein Graafland.

Op 23 juli werd hij marechaussee en heeft aan vele grote gevechten in Atjeh deelgenomen. In 1902 maakte hij deel uit van de colonne Colijn, die opdracht had de Sultan in de Gajolanden te achtervolgen.

Tot diep in het Gajoland is de colonne doorgedrongen. Bij de vermeestering van de benteng Inoq Konoh, op de kam van het ruim 2000 meter hoge Intem gebergte werd hij in de rechterslaap streek door schot zwaar gewond. Daarna keerde de colonne terug, de zwaargewonden Wairata meer dood dan levend meevoerende.

Na zijn genezing keerde hij naar zijn divisie terug, die in middels naar Sigli (Pidie) was verplaatst. Ook hier nam hij deel aan talrijke patrouille gevechten, waarbij hij zich zodanig onderscheidde, dat hij op 4 januari 1907 wegens zijn gedrag te velde buitengewoon werd bevorderd tot korporaal. Voor zijn moedig en doortastend optreden tijdens een gevecht nabij Keumala Dalam op 15 april 1908 verwierf hij de Militaire Willemsorde vierde klasse.

Zijn latere diensttijd was een aaneenschakeling van krijgsverrichtingen in het Peusangansche (1908—1910) en in het Laut Tawargebied (vanaf 1910). Op 24 november 1915 werd hij wederom door zijn uitstekend gedrag te velde buitengewoon bevorderd tot sergeant, terwijl hem op 26 augustus 1920 de Ere medaille, verbonden aan de Oranje Nassau-orde, in brons verleend werd. Gedurende zijn gehele diensttijd werd hij 202 dagen in het hospitaal verpleegd, waarvan 138 wegens door de vijand bekomen letsel.


 135280864 4244665438894893 8360574470712533336 n

Sergeant Marechaussee Nicodemus Renjaan, te Blang Kedjeren, afkomstig uit Groot Kei. Geboren te Choira en (als oorlogsslachtoffer) overleden op 24 mei 1944 te Kilwik.

Hij was de dardanel van kapitein Gortmans en redde in februari 1928 een drenkeling uit een diepe kolk van de sterk stromende Kroeeng Bakongan.

 

 

 


134919527 4244686715559432 8972778296177925026 n

Amboneze sergeanten bij het Korps Marechaussee. Staand v.l.n.r. dragers van het ereteken voor Moed en Trouw: M. Sitanija, B. Latuputu, C.H. Lapi. Zittend v.l.n.r. Ridders Militaire Willemsorde 4e klas: J. Pattiasina, J. Lawalata en C.H. Wattimena. Zij verkregen het ridderschap voor hun krijgsverrichtingen respectievelijk Atjeh 1902, Atjeh 1901 en Atjeh 1905.


 134500911 4244771618884275 7644410292445932592 n

De heer L.J. Lumenta, (1874-1952) sergeant Marechaussee 2e klas, stamboeknummer 56432 verkreeg zijn Militaire Willemsorde bij Koninklijk Besluit van 28-12-1908 No. 12 voor zijn krijgsverrichtingen te Flores van 9 augustus 1907 tot en met februari 1908; bij meerdere gelegenheden.

 

 

 


 135304967 4244812655546838 6191965481607247123 oLevensschets van de soldatendominee Izaak Thenu. Bron: Atjehse Legermuseum, 1939

Geboren te Hoetoemoeri (Amboina) 14-9-1868, studeerde hij reeds op jeugdigen leeftijd (van Juli 1882 tot October 1886) voor Inlandsch Godsdienstleraar en werd na het volbrengen zijner studies werkzaam gesteld van November 1886 tot September 1888 te Nakoe (Amboina), van September 1888 tot December 1891 te Lateri (Amboina), van December 1891 tot Juli 1892 te Wokam (Aroe eil.), van Juli 1892 tot Mei 1893 te Doerdjala (Aroe eil.), van Mei 1893 tot Augustus 1894 te Magelang.

De Regering zond hem naar Atjeh, waar hij op 30 September 1894 voet aan wal zette en in welk land hij 40 jaren onafgebroken zich heeft gewijd aan de geestelijke voorlichting van de Inheemse troepen. Telkens, wanneer er een Bataljon naar het gevechtsterrein werd uitgezonden, hield Thenu den avond vóór hun vertrek een bijzondere Godsdienstoefening.

Men geraakte onder diepen indruk van zijn rede, welke in het kort steeds hierop neer kwam, dat men zich had te gedragen zooals een dapper soldaat en eerlijk strijder het betaamde. Hij heeft het gebulder der kanonnen van Land en Zeemacht, het fluiten en gieren der Atjehsche kogels, het gekletter der metalen slagwapens niet van verre gehoord, doch van zeer nabij en veel oorlogsleed en ellende aanschouwd.

Dagelijks reed de bekende lijkwagen van de Atjehtram naar Peutjoet met één of meer gesneuvelden als vracht en bij hun graven sprak Ds. Thenu roerende woorden ten afscheid uit. Telkens wist hij een nieuwe gevoelvolle grafrede te houden, want hij kende alle soldaten ook op zijn duimpje, wist van eiken soldaat zijn stamboeknummer, zijn familierelaties, den inhoud van zijn strafregister.

Hij zorgde er ook voor, dat de nagedachtenis der gesneuvelden niet werd vergeten, door in de plaatselijke dagbladen in hun geboorteland artikels te wijden aan hun daden. Hij schreef troostende woorden aan de achtergebleven familie en zorgde eventueel voor hun laatste wilsbeschikking.

Hij had ontdekt, dat het eergevoel van den soldaat bestond in zijn begeerte om ook iets te betekenen, zijn begeerte om nog eens met name genoemd te worden. Hij wist op dit eergevoel te werken, door hem aan te sporen roemrijke daden te verrichten, ridderlijk op te treden, den naam van Ambon hoog te houden, eervolle ridderkruisen te behalen, trouw te blijven aan het Vaandel en aan de Koningin.

Zoo vast wist hij hun deze soldatendeugden op het hart te drukken, dat zij temidden van verschrikkingen, van klewanggevecht en van kogelregen rotsvast bleven staan of zich met een „hoera" in de vijandelijke versterking wierpen. In 1899 moest het verzet tusschen Lho' Seumawè en Lho' Soekon worden gebroken, voor welke actie aangewezen werden het 3e en 12e Bataljon, Infanterie, vergezeld van de Divisie Marechaussee en Cavalerie.

Ook Thenu was bij deze expeditie ingedeeld. De aan de expeditie deelnemende troepen werden tot Seulimeum per trein vervoerd en van hieruit werd de mars te voet voortgezet naar Geudong, een afstand van slechts 250 km! Thenu tippelde dezen afstand lustig mee langs slechte paden en wegen, 17 dagen lang. Hij sliep tussen de soldaten in op den grond onder een afdakje en at mee van hun sober maal. Niets was hem te zwaar om zich te wijden aan de taak, waarvoor hij geroepen scheen te zijn.

Veertien Gouverneurs heeft hij zien komen en gaan en zijn langdurig Atjehverblijf werd slechts twee keer door een kort verlof onderbroken : Van November 1903 tot Maart 1904 naar Ambon en van Juli 1934 tot September 1934 naar Holland. Gedurende dit laatste verlof mocht zijn vurigste wens vervuld worden : „Eerst H . M . Koningin Wilhelmina zien en dan sterven". H. M . ontving den Atjehse Soldatendominee in audiëntie en Thenu's hart zwol van trots als hij aan dat onvergetelijke moment terugdacht.

De audiëntie bij H. M . de Koningin behoorde tot de meest emotievolle gebeurtenissen van zijn leven. Thenu was begiftigd met het ereteken voor belangrijke krijgsbedrijven met den gesp. Atjeh 1873—1896. Zijn godsvruchtige arbeid, zijn naastenliefde en onbaatzuchtigheid konden ten slotte niet onopgemerkt blijven. Op 31 Augustus 1901 kwam zijn benoeming af tot Ridder der Orde van Oranje Nassau, welk eremetaal hem door Generaal Van Heutsz persoonlijk op de borst werd gespeld.

Tot op het laatste moment tijdens zijn ziekte waren zijn gedachten bij de soldaten. Fluisterend sprak hij als laatste woorden uit: — Breng mij mijn zwarte kleeren, ik hoor de militairen reeds aankomen, die mij naar de kerk willen brengen. — Hij verzamelde zijn laatste krachten om zijn handen tot een gebed samen te vouwen en gaf den geest.

Inderdaad, 24 uur later, 11 Mei 1937, kwamen in groot tenue geklede militairen in zijn woning om zijn stoffelijk overschot naar de in rouw gehulde kerk over te brengen, waar tijdens den kerkdienst de lijkkist voor den kansel werd opgebaard. Van uit de kerk werd hij met militaire eer begraven en het was niet de eerste keer dat Koeta-Radja zulk een indrukwekkende stoet door haar straten zag trekken.

Voorop ging de muziek, gevolgd door het vuurpeleton, bestaande uit een brigade Marechaussee van het excursiebivak Geunteut (Lhong). Als slippendragers liepen droevig naast den lijkwagen de gepensionneerde Ridders der M.W.O. Het Amboineesch volk is trots op dezen zoon, doch Nederland mag er eveneens trots op zijn.


 134853319 4246880168673420 7999678942070920312 n

De buitengewone verdiensten van de Menadoneesche sergeant Jesajas Pongoh, (Stamb. 5298), Ridder der 3de en 4de klasse Millitaire Willems Orde en Eervol Vermeld.

Pongoh, geboren in de negorij Air Madidi, bij Manado op 7-5-1878 Menado, overleden op 10-10-1934 te Soerabaja) was één van de laatste Atjeh helden. Pongoh werd in 1903 benoemd tot Ridder MWO 4e klasse en in 1907 MWO 3e klasse. Op 28 april 1927 verwierf hij de gouden medaille wegens 25-jarigen dienst.

Hij verdiende de Militaire Willemsorde toen hij bij een actie bij hevig vijandelijk vuur (een tienvoudige overmacht), naar voren rende en zijn zwaar gewonde commandant, de kapitein P.J. de Gruyter, op zijn rug nam en in veiligheid bracht.

Hij werd zelf in de arm geschoten. Later bij de overmeestering van de rotsversterking Boentoe Batoe op Celebes, een actie, waarbij hij zich eveneens onderscheidde en gewond raakte, werd hij bevorderd tot sergeant en kreeg hij de Militaire Willemsorde 3e klasse, een zelden voorkomende onderscheiding. Hij werd 56 jaar en met militaire honneurs begraven.

Aangetrokken door 's Konings wapenrok, tekende hij in 1897 voor soldaat, waarvoor hij handgeld en premie ontving. Het was in de tijd, dat jaarlijks nog honderden jonge Menadoneezen als vrijwilligers tekenden. Hij werd reeds als jong soldaat, nadat hij gedrild was, ingedeeld bij de marechaussees, het corps, dat hem eens als sieraad zou beschouwen.

Sergeant Pongoh was 34 jaar in militairen dienst geweest. Hij heeft onder generaal van Heutsz in de Atjeh-oorlog meegevochten, later ook aan de krijgsverrichtingen op Celebes en op de kleine Soenda-eilanden deelgenomen. De eerste belangrijke en roemvolle onderscheiding kreeg Pongoh bij de bestorming van de beruchte banteng „Tjot Saunoko" (Atjeh).

Daar was het, dat hij onder de toenmalige Atjeh-man Kapitein Darlang, zijn bijzondere militaire eigenschappen toonde. Met de klewang tussen de tanden sprong hij in de benteng tussen de verraste Atjehers. Hij kreeg de MWO’s voor de bestorming van een benteng aan de Kroeëng Talo in Seunagang, (Maulaboh Atjeh) in 1902 en voor de bestorming van de rotsvesting Bontoe Batoe op Celebes in 1906 en eervol vermeld ter zake de bestorming van de benteng Papari onder luitenant-kolonel van Daalen in 1904.

De MWO3 is een zeldzame onderscheiding, welke in de tijden van aanhoudende militaire expedities en -operaties slechts aan enkelen werd toegekend.
Daarnaast droeg hij het ereteken voor belangrijke krijgsverrichtingen met tal van gespen en van de gouden medaille voor langdurige dienst. Sergeant Pongoh werd in 1904 bij het nemen van de benteng Gemoejang in Gajo Loeiie gewond. Hij kreeg, een schotwond in zijn bovenarm. De begrafenis van deze soldaat (1932) vond plaats met volledige militaire honneurs, gelijk een officier......

Fragment van een van zijn daden in detail: “…..Het was bij de bestorming van de rotsvesting Timongal op Celebes dat er twee brigades van totaal 40 man onder commando van den kapitein de Gruyter werden overvallen door een geweldige overmacht. Spionnen hadden slechts een klein aantal Boegineezen gemeld, doch later bleek dat de overmacht te sterk was.

Het kleine troepje dapperen, bevond zich in de voorste rijen, sergeant Pongoh en kapitein de Gruyter in het midden, was reeds dwars door de benteng getrokken, toen de overmacht kwam opzetten. Kapitein de Gruyter sneuvelde onder de lanzen der Boegineezen. De Marechaussee's konden niet meer schieten, aangezien men door vriend en vijand was omringd, met de klewang trachtte men zich een uitweg te vechten.

De dapperen moesten terugtrekken, de overmacht werd te groot. Toen was het sergeant Pongoh die het stoffelijk overschot van den kapitein de Gruyter uit handen van de moordende Boegineezen redde.

Met zijn dode commandant op zijn schouders, zelf zwaar gewond door lanssteken en steenworpen vocht hij zich uit de benteng…..”
Majoor Rhemrev had samen met kapitein Becking, de goede gedachte geld te schenken aan de weduwe van den onlangs overleden Amboneeschen sergeant Pongoh. Zijn weduwe kreeg geen pensioen treurig genoeg. De weduwe van de ouden krijger was diep ontroerd toen zij zag, dat oud-officieren haar man niet waren vergeten, het Gouvernement wel.


 135815384 4246883518673085 6164904380312568849 n

In Blora (provincie Midden-Java) stonden in 1949 dagelijks werkwilligen zich bij tientallen te verdringen voor het Bureau van de Controleur. Onder hen was ook de gepensioneerd KNIL sergeant Mangondjojo, oud 78 jaar, die vol trots het Atjehkruis (2x) en het kruis voor 12,5 jaar Trouwe Dienst droeg. Hij salueerde beverig en zei: “Sersan Mangondjojo, Toean”, en tegelijk liet hij zijn pensioenboekje zien en bood zijn diensten aan.

 

 

 


 134969320 4246887478672689 3921910034488717006 n

Menadonees sergeant 1e klasse, marechaussee, S.M. Lomban maakte zich verdienstelijk tijdens het verzet te Padalarang (West-Java), ook wel de “November onlusten” genoemd, waar hij ernstig gewond raakte. Bij Koninklijk Besluit van 06-07-1927 No. 03 GB werd hij onderscheiden met het Kruis voor Moed en Trouw.

 

 


 135757045 4246908862003884 2712133028670447212 n

Thomas Nussy was een eenvoudig soldaat zonder bijzondere opleiding. Door zijn buitengewone krijgsverrichtingen werd hij echter bevorderd tot korporaal en daarna tot sergeant, hoewel Nussy zich hiertegen verzette.

Hij wilde liever „soldaat-sadja" blijven. Nussy heeft zich beroemd gemaakt als spoorzoeker der marechaussees in Atjeh. Nussy, die het in het garnizoen nooit kon uithouden was berucht om zijn wangedrag (onder de invloed van alcohol) en zijn grote neiging om aan het vechten te slaan.

Hij was echter ook de man, die altijd de vijand wist op te sporen, die opstandige hoofden in hun meest verborgen schuilplaatsen wist te vinden, die als verkenner de troepen vooruitging en de poorten der versterkte dessa's en bentengs voor hen opende.

Op 15 Januari 1892 te Amboina in dienst getreden, moest de jonge Nussy al met het 6e bataljon infanterie op expeditie naar Lombok, waarvoor hij het Lombokkruis verwierf. Na afloop van deze bloedige expeditie werd hij het jaar daarop (in 1895) naar Atjeh overgeplaatst. In roerige gewest zou hij bijna zijn gehele verdere diensttijd doorbrengen.

Gedurende de jaren 1895 t/m 1906 nam hij deel aan de krijgsverrichtingen tegen Atjeh, waarvoor hem het ereteken voor belangrijke krijgsbedrijven werd uitgereikt met de gespen: 1873 — 1896 Atjeh, 1896 — 1900 Atjeh, 1901--1905 Atjeh, 1906 — 1910 Atjeh. Hij werd eervol vermeld wegens zijn gedrag bij bet gevecht bij de Grot van Alor Pakoe (Westkust van Atjeh) in 1899.

Nauwelijks een jaar later werd hij benoemd tot. Ridder der 4e klasse van de Militaire Willemsorde, „als hebbende zich onderscheiden bij de krijgsverrichtingen in Atjeh. In 1908 nam hij deel aan de krijgsverrichtingen in Midden-Sumatra en gedurende de jaren 1909 t/m 1915 aan die in Atjeh. Door zich te hebben onderscheiden bij de krijgsverrichtingen in Atjeh gedurende het 1e halfjaar 1910, werd hij bevorderd tot Ridder der 3e klasse in de Militaire Willemsorde.

Na 25 militaire dienstjaren had deze held als gepensioneerd sergeant nog maar één wens: zijn vorstin, die hij zo lang trouw en dapper had gediend, te mogen zien. In 1922 werd zijn wensen vervuld. Als bediende van de toenmalige controleur van de Molukken Jansen reisde hij naar Nederland en werd door H.M. de Koningin ontvangen. Bij die gelegenheid kreeg hij van H.M. de Koningin een complete serie splinternieuwe medailles.

Hij schaamde zich voor zijn oude bintangs, die flink versleten waren. Het stamboek van Nussy toont dat hij gedurende zijn gehele diensttijd bijna doorlopend te velde was. Thomas Nussy overleed op 7 december 1943 te Ambon.


 135100908 4246930762001694 7302205661794069020 n

Sergeant Salim trad in 1886 in dienst als fuselier bij de infanterie, vanwaar hij in 1892 overging tot de genie. In 1902 werd hij genie-soldaat eerste klasse, in 1903 korporaal, terwijl in 1911 zijn benoeming tot sergeant volgde.

Bij de krijgsverrichtingen, waaraan door Salim werd deelgenomen las kapitein Molenbrugge een indrukwekkende lijst voor, die van 1897 tot 1913 liep, en waarbij spreker vooral stil stond bij de gevechten in 1903 bij Lolo en Doesoen Baroe in Korintji.

Gevechten bij Lolo

Bij een aanval op Lolo in dit jaar kreeg een sectie Europeanen opdracht, de rechtervleugel van een tirailleurlinie te beschermen, bij een aanval, op de kampong. Deze sectie deed tegelijk met de tirailleurlinie de aanval en hierbij bevond zich een gedeelte van de genie-troepen.

In de versterkte kampong werd een zeer hevig vuur afgegeven, terwijl ook een lila hier was opgesteld. Niettemin drongen fuselier Zwiers en korporaal Tol de stelling binnen, waar zij terstond tot een bajonetaanval overgingen, op de voet gevolgd door de geniesoldaat Wilcox en de Inlandse geniesoldaat Salim, die hoewel minder goed bewapend dan de beide infanteristen, met revolvervuur hun beide kameraden ter zijde stonden.

En zeker is het aan het stoutmoedige optreden van dit viertal te danken geweest, dat de weerstand spoedig brak en de vijand overhaast moest vluchten.

Gevechten bij Doesoen Baroe

Hier kreeg de genie de opdracht om hindernissen te verwijderen, die de infanterie het voortgaan belemmerden. Geniesoldaat Salim stond onder hevig vuur van de vijand, waarbij twee kameraden sneuvelden, met grote moed en bijzondere kalmte een deel der versperringen te verwijderen, waarna hij onmiddellijk achter zijn commandant als twee man in de buitengracht van de stelling afdaalde, waar hij onmiddellijk aanving, de versperringen door middel van springgelatine op te blazen, waarbij hij herhaaldelijk aan het vuur van de vijand was blootgesteld.

Bij het binnendringen nam Salim het geweer van een gesneuvelden fuselier en streed hij moedig aan de zijde van de infanteristen. Hij deed hier meer dan zijn plicht, omdat hij als geniesoldaat niet verplicht was, in de kampong aan het vuurgevecht deel te nemen.

Op de last de huizen in brand te steken, daar het huis voor huis veroveren te veel offers vergde, was het wederom Salim, die zich bij dit werk onderscheidde, dat zeer gevaarlijk was, omdat uit en van onder de in brand te steken huizen een vuur werd afgegeven. Naar aanleiding van zijn optreden bij deze gevechten werd hem het Bronzen

Ereteken voor Moed en Trouw toegekend.

Kapitein Molenbrugge besloot zijn rede met een gelukwens aan sergeant Salim namens de Legercommandant, de territoriale commandant van Atjeh, en Onderhorigheden en namens de officieren, onderofficieren, korporaals en manschappen van het Medanse garnizoen, waarna hij de rede in het Maleis herhaalde.


 135852902 4247278235300280 2880893066611630514 n

Het Djayang-Sekar detachement

De Djayang-Sekar was een licht detachement cavalerie dat hoofdzakelijk was samengesteld uit Ambonezen en viel rechtstreeks onder de Nederlandse Gouverneur Generaal viel. De Djayang-Sekar werd opgericht om het civiel bestuur te helpen de rust te bewaren. In tijden van oorlog of onlusten werden zij gevoegd bij het leger. Van de Djayang-Sekar kan gezegd worden, dat de tucht behoorlijk werd onderhouden. Van de Djayang-Sekar werd geen genade verwacht op het slagveld; er zijn voorbeelden dat ze het bloed van de verslagenen dronken uit de afgehouwen hoofden.

 

 

 


 135218159 4247320608629376 8201876350624048018 n

Majoor Willem Vermehr Rhemrev. Geboren op 29 december 1879 te Batavia en overleden op 65 jarige leeftijd op 27 juli 1945 te Batavia in een interneringskamp. Hij is begraven op het Nederlands ereveld Menteng Pulo te Jakarta, nummer: X 37.

Hij was een moedig en doortastend militair, die als 2e luitenant wegens zijn daden in Atjeh (tweede halfjaar 1904) werd onderscheiden met een eervolle vermelding en in 1905 met de Militaire Willemsorde 4de klasse. Hij werd op 27 juli 1927 benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau. Hij werd op normale wijze in 1927 tot majoor bevorderd en in 1929 wegens volbrachte diensttijd als plaatselijk commandant van Padang gepensioneerd.

 


135642950 4247355191959251 8953955501106441039 n

Ridder Willemsorde 4e klas, marechaussee L. H. Enoch, (1884 – 1933) die de voornaamste Tirö-teungkoe neerlegde, als hoofdgent der Alg. Politie in zijn geboorteland Menado, Nederlands Indië.

 

 

 


 135138999 4247647485263355 996893120290474809 n

Ridder Militaire Willems-Orde 4e klas korporaal Paslah (1880-1925), stamboeknummer 64294. Bij Koninklijk Besluit van 05-12-1908 No. 45 verkreeg hij deze onderscheiding voor zijn krijgsverrichtingen op Celebes - Menado en Timor tweede halfjaar 1907; vermeestering van de versterkingen aan de Boedo Boeding-rivier op 23 september 1907.

 


 135647703 4247649198596517 1538669278724442061 n

Ridder Militaire Willems-Orde 4e klas marechaussee S. Lumansik. Bij Koninklijk Besluit van 11-02-1915 No. 46 verkreeg hij deze onderscheiding voor zijn krijgsverrichtingen op Atjeh - gedurende het jaar 1913; bij meerdere gelegenheden. Declaratie terug naar de Kanselarij. Ordeteken in ongerede geraakt. Lumansik overleed op 28 oktober 1937. Hij was in 1927 naar Nederland gekomen voor de bijzetting van het stoffelijk overschot van wijlen Z. E. den oud-Gouverneur-Generaal J. B. van Heutsz te Amsterdam.

 


 135654139 4247650981929672 5405470679418655693 n

Ridder Militaire Willems-Orde 4e klas sergeant 1e klas A Wowiling (1882-1961), stamboek 64434. Bij Koninklijk Besluit van 05-12-1908 No. 45 verkreeg hij deze onderscheiding voor zijn krijgsverrichtingen op Celebes - Menado en Timor tweede halfjaar 1907; vermeestering van 2 versterkingen op 16 en 20 augustus 1907.

 


 135624572 4247652475262856 3983431715412947870 n

Ridder Militaire Willems-Orde 4e klas sergeant 1e klas H. Pantow. Stamboek 61317. Bij Koninklijk Besluit van 28-12-1908 No. 12 verkreeg hij deze onderscheiding voor zijn krijgsverrichtingen op Flores - van 9 augustus 1907 tot en met februari 1908; bij meerdere gelegenheden.

 

 

 


 135606168 4247655758595861 3080716469872428672 n

Ridder Militaire Willems-Orde 4e klas sergeant 2e klas J. Kowel, stamboek 54736. Bij Koninklijk Besluit van 13-12-1917 No. 13 verkreeg hij deze onderscheiding voor zijn krijgsverrichtingen in Atjeh - Djambi - laatste helft van 1916; bij meerdere gelegenheden. Hij overleed op 20 september 1944 in Bandoeng, in de gevangenis Bantjeu.

 

 


 135092002 4247657391929031 4652434056465773352 n

Ridder Militaire Willems-Orde 4e klas sergeant 1e klas J.N. Najoan (1879-1971). Stamboek 60694. Bij Koninklijk Besluit 20-07-1908 No. 68 verkreeg hij deze onderscheiding voor zijn krijgsverrichtingen op Celebes - eerste halfjaar 1907; de overmeestering van stellingen op 13 maart 1907; gevecht bij Garoenga op 26 april 1907.

 

 


 135634886 4247658985262205 4650225968151951607 n

Ridder Militaire Willems-Orde 4e klas sergeant 1e klas R. Kaeng, (1873-1971) stamboeknummer 60411. Bij Koninklijk Besluit van 14-11-1907 No. 76 verkreeg hij deze onderscheiding voor zijn krijgsverrichtingen op Celebes en Timor - 1 augustus tot en met 31 december 1906; meerdere acties in de Adjatapparang en Masenrempoeloe.

 

 


 135201872 4247663781928392 7128120817081972152 n

Ridder Militaire Willems-Orde 4e klas fuselier Alexander Dengah (1831-1931). Bij Koninklijk Besluit van 13-09-1877 No. 24 verkreeg hij deze onderscheiding voor zijn krijgsverrichtingen in Atjeh - opmars naar de versterking Kadjoe op 26 september 1876.

 

 

 


 135011370 4247666481928122 4758825497128495691 n

Ridder Militaire Willems-Orde 4e klas marechaussee K. Sumampow (1876-1928). Bij Koninklijk Besluit van 30-09-1903 No. 56 verkreeg hij deze onderscheiding voor zijn krijgsverrichtingen in Atjeh - tweede semester 1902; bestorming stellingen op de Ino-n-Roro (Gajoe-Loeos) op 20 augustus 1902.

 

 


135212773 4247667778594659 3060744712784329717 n

Ridder Militaire Willems-Orde 4e klas marechaussee L. Sumampow (1864-1937). Bij Koninklijk Besluit van 13-07-1900 No. 29 verkreeg hij deze onderscheiding voor zijn krijgsverrichtingen in Atjeh - gedurende 1 juni tot 31 december 1899; vermeestering van de stellingen bij lho Trieëng op 24 juni 1899.

 

 


 135301130 4248455588515878 231432622886565204 n

Ridder Militaire Willems-Orde 4e klas marechaussee J. Sarimanella (1867-1944) stamboeknummer 42809. Bij Koninklijk Besluit van 10-04-1905 No. 75 verkreeg hij deze onderscheiding voor zijn krijgsverrichtingen in Atjeh - Gajò- en Alaslanden van 13 februari tot 23 juli 1904; bij meerdere expedities. In 1913 werd hij bij arrest van het hoog militair gerechtshof vrijgesproken van de hem ten laste gelegde dienstweigering.

 

 


 135541058 4248457188515718 1338885777335249239 n

Ridder Militaire Willems-Orde 4e klas sergeant A. Samusamu (1882-1952) stamboeknummer 67266. Bij Koninklijk Besluit van 28-03-1907 No. 96 verkreeg hij deze onderscheiding voor zijn krijgsverrichtingen op Celebes - gedurende 12 juli 1905 tot 1 augustus 1906; de overmeestering van de rotsversterking Bonto.
Samusamu was nog maar gewoon fuselier toen hij tot ridder werd benoemd als hebbende zich onderscheiden. Zijn mutaties werden als volgt beschreven:
“dapper en voortvarend gedrag bij den aanval op een sterk bezette en krachtig verdedigde vijandelijke stelling, buitengewone wilskracht te tonen onder uiterst moeilijke omstandigheden en moedig onverschrokken gedrag bij de onafgebroken vervolging en de daarop gevolgde gevangenneming van den vorst van Boni, bij welke vervolging hij met nog een Amboinees maréchaussee en een Europees sergeant een Bonische wachtpost ter sterkte van 8 man overrompelde, die met achterlating van 2 doden en 6 geweren overijld de vlucht nam.”

136134469 4248458595182244 7378092830272333483 n
 
Javaans marechaussee 1e klasse Kromodikoro No. 8138. Bij Koninklijk Besluit van 12-11-1926 No. 19 verkreeg hij deze onderscheiding voor zijn krijgsverrichtingen in Atjeh - eerste halfjaar 1926; bij meerdere gelegenheden. Getekend door Jan Hoynck van Papendrecht.
 
 
 
 
 
 
 
 

135551941 4248465001848270 8965827524767118583 n
 
Ridder Militaire Willems-Orde 4e klas sergeant marechaussee S. Pattirane (1871-1944), stamboeknummer 48573. Bij Koninklijk Besluit van 10-04-1905 No. 75 verkreeg hij deze onderscheiding voor zijn krijgsverrichtingen in Atjeh - Gajò- en Alaslanden van 13 februari tot 23 juli 1904; bij meerdere expedities.
 
 
 

135591196 4248539131840857 5042079452298762371 n
 
Ridder Militaire Willems-Orde 4e klas marechaussee L. Pesireron (1873-1962). Stamboeknummer 45904. Bij Koninklijk Besluit van 05-08-1904 No. 13 werd hij hiertoe onderscheiden voor zijn verrichtingen in Atjeh - gedurende het tweede halfjaar van 1903; overvalling van de schuilplaats van Pang Meureudoe op 1 december 1903.
 
 
 

135383731 4248554948505942 8967151118054077657 n
 
Ridder Militaire Willems-Orde sergeant marechaussee 1e klas J. Lekatompessy. Stamboeknummer 52319. Bij Koninklijk Besluit 10-04-1905 No. 75 verkreeg hij deze onderscheiding voor zijn verrichtingen in Atjeh - Gajò- en Alaslanden van 13 februari tot 23 juli 1904; bij meerdere expedities.
 
 
 
 
 

136055804 4248567861837984 8254432942281221532 n
 
Ridder in de Militaire Willems-Orde Sergeant marechaussee Hamisi, stamboeknummer: 38368. Bij Koninklijk Besluit van 09-04-1895 No. 32 kreeg hij deze onderscheiding voor zijn verrichtingen tijdens de Lombok - expeditie 6 juli - 24 december 1894; bestorming van Mataram op 29 september 1894. Hamisi overleed in 1938.
 
 
 
 

135421943 4248582151836555 4588281903703266353 n
 
Korporaal marechaussee H. Limba, stamboeknummer: 53751. Drager van het Kruis voor Moed en Trouw. Bij Koninklijk Besluit van 10-07-1907 No. 24 GB kreeg hij deze onderscheiding voor zijn verrichtingen in Atjeh - tweede halfjaar 1906.
 
 
 
 
 

136055823 4248621575165946 5138747362814188673 n
 
Ridder Militaire Willems-Orde 4e klas marechaussee P.N. Latumahina. Stamboeknummer: 43757. Bij Koninklijk Besluit van 11-02-1915 No. 46 kreeg hij de Willemsorde voor zijn verrichtingen in Atjeh - gedurende het jaar 1913; verrassing vijandelijke verblijfplaats aan een zijriviertje van de Kroeëng Leubo op 18 juli 1913. Daarnaast werd hij tweemaal met het Kruis voor Moed en Trouw onderscheiden (22-12-1908 en 11-01-1912) en een Eervolle Vermelding op 04-02-1910.
 
 
 

 135461170 4248629731831797 380811938286825595 n
Ridder Militaire Willems-Orde 4e klas marechaussee Th. Lopies, stamboeknummer: 19201. Bij Koninklijk Besluit van 13-07-1900 No. 29 kreeg hij deze onderscheiding voor zijn verrichtingen in
Atjeh - gedurende 1 juni tot 31 december 1899; vermeestering van de stelling op de Glé Risé op 21 november 1899.
 
 
 
 
 
 

135292662 4249295805098523 6085317249046156610 n
 
Ridder MWO4 Voss, "Little drummerboy………….."
Mevrouw Johanna Porton was de weduwe van verzetsheld Harry Voss, van de vele Surinamers die destijds streden voor 'volk en vaderland'. De verzetsheld, naar wie in Paramaribo een straat is genoemd.
Na de landing van de Japanners op Noord- en Midden-Sumatra in maart 1942 trokken de Knillers zich langzaam terug uit het vijandig gezinde Atjeh. Kleine eenheden boden nog verzet. De terugtocht was mede ingegeven door de acties van de djahats , 'kwaadwillende' Atjehers die het gebied onveilig maakten.
 
Onder de strijdkreet La ilaha Allah ('Er is geen God dan Allah') richtten de Atjehers, gewapend met meestal slechts klewangs en rentjongs (dolken), zich op de vijand. Sommigen waren in het wit gekleed ten teken dat zij zich in de heilige oorlog ten dode hebben gewijd. Ze zaten in bomen en lieten zich bovenop de vrachtwagens vallen. De KNIL -militairen sloegen er niet in uit handen van de Japanners te blijven.
 
Harry Voss werd op transport gesteld naar het interneringskamp in Lawe Sigalagala. De krijgsgevangenen moesten er de hele dag bomen kappen voor de aanleg van rijstvelden. “Vrouwen mochten alleen blijven als ze getrouwd waren. Harry en ik zijn toen in het kamp getrouwd door een ambtenaar van het binnenlands bestuur.” In Lawe Sigalagala begon Voss zijn verzetswerk. In een zelf gebouwde barak verstopte hij slagwapens om het ooit tegen de Japanners op te nemen. Hij maakt de wapens voor een deel zelf uit afvalmateriaal. Elke avond trad er een bandje op met gitaren in een ruimte vlak voor onze barak. In de tussentijd was Harry bezig. Ik was zangeres. De Jappen luisterden ook mee. Aan het eind van de avond zong ik altijd Goodnight little drummerboy. Dan wist Harry dat het afgelopen was…..
 
Uiteindelijk werd Voss verraden. De Japanners konden zijn verzet echter niet breken. Ze meenden dat Voss hun nog wel enkele goede diensten kon bewijzen. Allereerst door informatie te geven over de kleine KNIL -eenheden die het verzet in de bergen nog zouden voortzetten. Ook wilden ze hem inzetten voor het opleiden van Japanse hulpsoldaten, heiho's, die onder de plaatselijke bevolking werden gerecruteerd. Voss weigert iedere medewerking aan de vijand, ondanks smeekbedes van zijn vrouw, die dan al vijf maanden zwanger was.
Ik stopte briefjes onder in pannetje rijst dat ik mocht brengen.
 
Tevergeefs. Ik heb hem alleen nog gezien toen hij werd afgevoerd. In het voorbijgaan riep hij mij om het kind naar hem te noemen als het een jongetje zou worden. Voordat hij werd terechtgesteld, had hij een jaar lang gevangen gezeten en werd gemarteld. Hij had als laatste wens het verzoek of hij in de Nederlandse vlag begraven kon worden. Hij uitte deze wens luidop in het Maleis, zodat alle toeschouwers hem zouden horen: “Japanner, ik wil dat er een rood-wit-blauwe vlag om mijn borst wordt gewikkeld. En schiet dan maar raak”. Deze wens werd ingewilligd, blijkbaar omdat de Japanners toch wel waardering hadden voor de uitzonderlijke moed van Voss.
 
In de ochtend van 29 mei 1943 klonken in Kotatjane aan de zuidgrens van Atjeh salvo's van een Japans executiepeleton. Onder het uitroepen van de woorden “Leve de Koningin” zakte de Surinaamse KNIL -sergeant Harry Frederik Voss ineen. Een blinddoek had hij geweigerd. Voss zijn bovenlichaam was tot verbijstering van de omstanders op het dorpsplein op eigen verzoek gewikkeld in de Nederlandse vlag.
 
Na de executie is zijn lichaam tot de volgende ochtend op het plein blijven liggen met het onderschrift op een bord: “Inilah tjontjonja orangjang tida maoe taroet printah Nippon”, vertaald met: “dit is een voorbeeld van iemand die de bevelen van Nippon niet heeft willen opvolgen”. Zijn lichaam werd later in de rivier geworpen. Harry Voss is in 1950 postuum is onderscheiden met de Militaire Willemsorde 4e klas. Goodnight little drummerboy…….
f t