Afdrukken
Details: Hoofdcategorie: Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger Categorie: Officieren, kaderleden en manschappen van het KNIL | Gepubliceerd: 17 november 2015

Pasquajohannes


Vroege loopbaan

Johannes Cornelius Pasqua (Soerabaja, 1 juni 1903 - Apeldoorn, 30 juni 1970) volgde de HBS in Soerabaja en behaalde zijn eindexamen in 1922. Nog datzelfde jaar werd hij aangenomen aan de Koninklijke Militaire Academie te Breda, richting infanterie voor het leger in Nederlands-Indië. Bij Koninklijk Besluit van 30 juli 1925 werd hij bevorderd tot tweede luitenant der infanterie en op 5 december van dat jaar vertrok hij per stoomschip Johan de Witt van Amsterdam naar de Oost.

Pasqua werd in januari 1926 bij het dertiende bataljon te Malang geplaatst en met ingang van 30 juli 1928 bevorderd tot eerste luitenant. In augustus 1930 werd hij overgeplaatst bij het tweede Marechausse-bataljon te Soerabaja en daar aangesteld als bataljonsadjudant maar in maart 1931 eervol ontslagen uit deze  functie. Hij werd toen overgeplaatst bij de zesde mitrailleurcompagnie te Malang.

Aanloop naar de Tweede Wereldoorlog

Pasqua kreeg met ingang van 1 juli 1932 wegens zesjarige dienst een verlof van acht maanden, die hij doorbracht in Den Haag. Eenmaal per "Dempo" teruggekeerd in  Nederlands-Indië was hij werkzaam bij de mitrailleurcompagnie in Malang, maakte hij deel uit van de beoordelingscommissie voor de colonnewedstrijd in Malang en wPasqua liutenantas hij commissaris van de afdeling Malang voor de Indisch Katholieke Partij.  Daarnaast betoonde hij zich een fanatiek schermer, die diverse prijzen behaalde bij verschillende schermwedstrijden.

Pasqua werd in september 1936 van de zesde afdeling mitrialleurs -en infanteriegeschut overgeplaatst naar het zesde bataljon te Balikpapan (Borneo) en met ingang van de dag van overname benoemd tot bataljonsadjudant.

In augustus 1937 werd hij bevorderd tot kapitein en eervol ontheven van de functie van bataljonsadjudant van het zesde bataljon en belast met de waarneming van de functie van bataljonsadjudant van dit korps. Dat was in deze periode luitenant-kolonel J. Slagter, plaatselijk militair commandant van Balikpapan.

Met ingang van 1 juli 1939 kreeg Pasqua wegens zes jaar onafgebroken dienst als officier acht maanden verlof naar Europa maar keerde vervroegd, op 16 november 1938, per "Slamat" hiervan terug, om ingedeeld te worden bij het eerste bataljon infanterie te Malang.  

Commandant van het Andjing Nica-bataljon

Na de bezetting van Nederlands-Indië door Japan, in de tijd van de Bersiap, werd Pasqua benoemd tot commandant van een vrijwilligersbataKNIL INF V metaalljon, het vijfde bataljon infanterie,  te Bandoeng, dat hij zelf op 2 december 1945 had opgericht. De compagniescommandanten waren de  kapiteins Jahn en Coureur en eerste luitenant Trieling (commandant van de Ambonese compagnie). Commandant van de mitrailleurs en mortieren, de zogenaamde ondersteuningscompagnie, was kapitein van Ranten. De formering van de nieuwe bataljons gebeurde niet lang na en nog onder de indrpasqua borneouk van de gruwelen der Bersiap op Bronbeek, waardoor veel vrijwillers zich aanmeldden.   

Op 10 november 1945 was het bataljon van Pasqua op sterkte en werd aan de Engelsen, die tegen een Nederlandse strijdmacht in Indië waren, gepresenteerd als een "Home Guard", dus een bewakingsonderdeel, en te Tjimahi ingezet om de bewaking van de interneringskampen van de Engelsen over te nemen. Later deed het bataljon veel patrouilles rond de voormalige kampen.

Pasqua werd in zijn functie als commandant van het "Andjing Nica'- bataljon al snel vervangen door majoor D.J. Dreffelaar. Het bataljon zelf maakte later onderdeel uit van de V-brigade en kreeg als taak het noordelijk gedeelte van Bandoeng te bezetten en te zuiveren van terroristische activiteiten.

Latere loopbaan 

Pasqua werd met ingang van 15 juli 1946 benoemd tot Territoriaal - tevens troepencommandant - West-Borneo, omvattende de residentie Westerafdeling van Borneo. In deze functie woonde hij in maart 1947 de ter aarde bestelling te Mandor van de stoffelijke resten van honderd slachtoffers van de Japanse terreur bij. Bij Koninklijk Besluit van 30 april 1949 werd hij benoemd tot officier in de Orde van Oranje-Nassau met de zwaarden en in juli 1950 werd hem de hoge Pauselijke onderscheiding, het Erekruis "Pro Ecclesia et Pontifice", toegekend.

Pasqua bezocht in de rang van luitenant-kolonel nog in 1951 het Ambonezenkamp te Vught. Niet lang hierop verliet hij de militaire dienst. Hij overleed op 67-jarige leeftijd in Apeldoorn.

Zie ook