Oyen Ludolph H van full


Vroege loopbaan

Werk bij de Luchtvaartafdeling

Periode voor de bezetting

Bezetting van Nederlands-Indië door Japan

Verwikkelingen aan het einde van de oorlog

Naoorlogse activiteiten

Latere loopbaan

Decoraties


 

Vroege loopbaan

Ludolph Hendrik van Oyen (Den Haag, 125 april 1889 - Dan Haag, 28 juli 1953) deed in de zomer van 1909 toelatingsexamen voor de Koninklijke Militaire Academie, richting infanterie van het leger in Nederlands-Indië en werd in 29 juli 1913 bevorderd tot tweede luitenant der infanterie bij het tiende bataljon in de Oost. Hij trouwde op 4 augustus 1913 te Weltevreden met Elise Marie Francina Bra9f7d7cd8ca05ebe5cbdb490fe94995c0bd67a4ebea1bc362c01bdbb702f7629ouwer (dit was zijn eerste huwelijk, echtscheiding op 22 februari 1946).

Enige tijd maanden later (oktober 1913) werd hij ingedeeld bij de Afdeling Ordonnans Wielrijders en bevorderd tot eerste luitenant (12 augustus 1914). Van Oyen was een sportief man en nam in deze tijd deel aan de schermwedstrijden voor officieren.  Het Korpsgedeelte van de Afdeling Ordonnans Wielrijders werd met ingang van 1 mei 1915 naar Salatiga overgeplaatst zodat hij van standplaats wisselde.

In de zomer van 1919 volgde een benoeming tot leraar, tevens geleider van de cadetten,  aan de Koninklijke Militaire Academie te Breda.  Van Oyen vertrok aldus naar Nederland met de Rindjani en werd op 8 juli 1921 bevorderd tot kapitein. Met ingang van 1 november 1922 werd hij gedetacheerd aan de Hogere Krijgsschool in Den Haag en met ingang van 1 augustus 1925 van deze detachering ontheven om op 5 december 1925 met zijn gezin per Johan de Witt terug te keren naar Nederlands-Indië. Aldaar werd hij ingedeeld bij het garnizoensbataljon in de Zuider- en Oosterafdeling van Borneo, detachement te Balikpapan.

Werk bij de Luchtvaartafdeling

In 1927 werd Van Oyen benoemd tot secretaris van de Examencommissie voor de Hogere Krijgsschool en met ingang van 2 juli 1929 overgeplaatst bij de Generale Staf te Bandoeng en ingedeeld bij het Hoofdbureau. Zijn taak aldaar was die van hoofd van het Bureau Luchtvaart. In Van Oyen commandant KNIL 234deze functie hield hij op 5 mei 1930 een lezing voor de Vereniging van Oud-Reserve- en Reserve-Officieren over de luchtoorlog.

Van Oyen werd op 29 juli 1933 tijdens zijn verlof in Nederland bevorderd tot majoor en datzelfde jaar benoemd tot tijdelijk adjudant van H.M. de Koningin (wegens ziekte van generaal-majoor D.Q.C.F. de Jonge van der Halen). Hij keerde het jaar daarop per Sibajak naar de Oost terug en werd opnieuw te Bandoeng ingedeeld, waar hij tot commandant benoemd was van het Vijftiende Bataljon. In de functie van adjudant bleef hij echter gehandhaafd, maar nu als buitengewoon adjudant, van de Koningin (februari 1934).

Op 31 oktober 1934 werd Van Oyen aangesteld tot commandant van de Luchtvaart Afdeling, als opvolger van luitenant-kolonel L.A. Ilgen, die bevorderd werd tot kolonel en te Bandoen te werk werd gesteld als commandant van het Vierde Regiment Infanterie. In deze periode bezocht gouverneur-generaal B.C. de Jonge Bandoeng en werd rondgeleid door Van Oyen en kolonel G.J. Berenschot,  inspecteur der Militaire Luchtvaart.

Periode voor de bezetting

Van Oyen werd met ingang van 31 juli 1935 bevorderd tot luitenant-kolonel. Tijdens een vlucht moest het militair vliegtuigje (Fokker transporttoestel  type C IV) waarin Van Oyen zich samen met kapitein-waarnemer C.W. van der Eem en sergeant-monteur H. Hummen bevond, nabij Dempet als gevolg van een motorstoring een noodlanding uitvoeren. Kapitein-vlieger J.J. Somer  wist het ee3087e5c1785b48c5fd1c788d3dd7210aa8c8f68cfd08f1556a9a2bbbacb7bftoestel veilig aan de grond te zetten. Van Oyen behaalde in 1936 zijn Klein Militair Brevet en werd op 23 februari 1938 bevorderd tot kolonel. Hij bleef ook in die rang gehandhaafd in zijn functie als commandant van de Luchtvaart Afdeling van het KNIL en als Inspecteur der Militaire Luchtvaart.

Op 15 juni 1940 werd Van Oyen bevorderd tot generaal-majoor en aangesteld tot inspecteur-generaal der Militaire Luchtvaartdienst (de Luchtvaartafdeling van het KNIL, die inmiddels hernoemd was). Toen op 7 december 1941 de eerste vijandelijkheden in het Pacifisch Gebied zichbaar werden bevond hij zich te Honoloeloe met de opdracht een aantal vliegtuigen te kopen, maar keerde met spoed per Catalina naar Soerabaja terug. Hij was in Honoloeloe op 7 december 1941 getuige van de aanval op Pearl Harbour, waarvan hij eerst dacht dat het slechts een militaire oefening was.  

In het Engelse tijdschrift Flying and Popular Aviation schreef hij: "Wij houden van onze steden Batavia, Bandoeng en Soerabaja maar we zijn bereid ze liever de lucht in te doen vliegen dan ze in vijandelijke handen te laten vallen." In het stuk vermeldde hij tevens dat er geheime luchtbases, onzichtbaar vanuit de lucht, waren aangelegd en verklaarde hij dat de Nederlands-Indische aankoopcommissie voor een bedrag van honderden miljoenen guldens wilde besteden aan de aankoop van Amerikaanse vliegtuigen en ander oorlogsmaterieel maar dat Engeland en Rusland op dat moment voorrang genoten.

Intussen was de wal het schip al aan het keren; de commanant van het leger, generaal Berenschot, verongelukte met zijn vliegtuig, en spoedig namen de Japanners bezit van Nederlands-Indië.

Bezetting van Nederlands-Indië door Japan

Op 22 en 24 december 1941 werd het vliegveld Singkawang II op Borneo door de Japanners gebombardeerd, waarop Van Oyen besloot het te ontruimen en de resterende vliegtuigen op 25 december naar Palembang te verhuizen. Op initiatief van Van Oyen werden begin februari 1942 alle leerlingINspectie door Van Oyenvliegers met hun instructeurs (100 instructeurs en 500 leerlingen) naar Australië overgebracht. Van Oyen werd benoemd tot opperbevelhebber der Nederlands-Indische Luchtstrijdkrachten en wist met luitenant-gouverneur-generaal Hubertus van Mook en andere hoge Nederlands-Indische ambtenaren op 7 maart 1942 per vliegtuig (het op twee na laatste dat Java zou verlaten) van Java naar Melbourne, Australië,  te ontkomen.

Toen het American-Dutch-British-Australian (ABDA) command, waarbij Van Oyen plaatsvervanger van vice-luchtmaarschalk Sir Richard Peirce was,  op 25 februari 1942 ophield te bestaan, werd een Nederlands Opperbevel gevormd, bestaande uit admiraal Helfrich (zeemacht), generaal Ter Poorten (landmacht) en Van Oyen (luchtmacht).  Van Oyens opdracht was om de commandovoering van de Militaire Luchtmacht in  Australië voort te zetten en een nieuwe vliegschool te stichten. Na de capitulatie van luitenant-generaal Hein ter Poorten met de hoofdmacht van het op Java gestationeerde Nederlands-Indische leger gelukte het een groot gedeelte van het personeel van de Indische Militaire Luchtvaart  en de Marine Luchtvaartdienst eveneens  Australië te bereiken.

In 1943 werd Van Oyen actief als oprichter en commandant van de vliegschool te Jackson (Royal Dutch Military Flying School, Missisippi, Verenigde Staten). Aldaar werden omstreeks 800 Nederlandse vliegers, waarnemers, bommenrichters en monteurs opgeleid. Op 21 oktober 1943 keerde hij naar Australië terug, waar hij, in de plaats van generaal H. ter Poorten die zich in een Japans kamp bevond, werd belast met het commando over het KNIL en bevorderd tot luitenant-generaal. Hij was daarnaast tevens Hoofd van het Departement van Oorlog en Onderbevelhebber der Strijdkrachten in het Oosten. 

Verwikkelingen aan het einde van de oorlog

Het opperbevel van de Nederlandse Landstrijdkrachten  in het Verre Oosten was indertijd toegewezen aan vice-admiraal C.E.L. Helfrich, onder wie Van Oyen en schout-bij-nacht P. Koenraad (bevelhebber Zeestrijdkrachten) ressorteerden. Tot de taak van Van Oyen behoorde de wederopbouw van het KNIL en het organiseren van gezagsbataljons, in te zetten in de periode na het einde van de bezetting van Nederlands-Indië door Japan. In juni 1944 verklaarde Van Mook dat Van Oyen opgenomen werd (Departement OorloUiteiking MWOg) in een te vormen Nederlands-Indische regering.

In deze functie bracht hij samen met Van Mook in december 1944 een bezoek aan Nieuw-Guina en Morotay teneinde de mogelijkheden tot uitbreiding der Nederlandse strijdkrachten in dit gebied in ogenschouw te nemen. Toen uiteindelijk op 31 augustus 1945 in de baai van Tokyo, aan boord van het slagschip Missouri, de capitulatie van Japan werd getekend zette Van Oyen zijn handtekening als vertegenwoordiger van Nederlands-Indië.

Begin juli 1945 ontvingen Van Oyen en de heer Warners, directeur van Verkeer en Waterstaat, van Van Mook de opdracht een rondreis langs Hollandia, Biak, Morotai, Tarakan en Balikpapan te maken en een bezoek te brengen aan het hoofdkwartier van generaal MacArthur in Manilla teneinde over plannen tot wederopbouw van de Nederlands-Indische strijdmacht en Nederlands-Indië zelf te spreken. Deze plannen werden echter niet goedgekeurd.

Naoorlogse activiteiten

In een Nederlands-Indisch legerkamp in Australië overhandigde Van Oyen in augustus 1945, in gezelschap van onder meer buitengewoon gezant in Canberra, F.C. van Aerssen Beijeren van Voshol,  de Militaire Willemsorde aan sergeant M.G. Kokkelink, die gedurende de bezetting van Nieuw Guinea aldaar, met een troep bestaande uit 25 man en een meisje, de guerilla-oorlog had gevoerd. In deze periode (augustus 194Dagorder Oyen aan Spoor5) maakte hij daarnaast een inspectietocht door de bevrijde Indische gebieden en bezocht toen onder meer de oliebronnen te Tarakan en Balikpapan, Borneo,

In december 1945 woonde hij de conferentie, die de opperbevelhebber van het Zuid-Oost Azië Commando, admiraal lord Louis Mountbatten, te Singapore had belegd, bij als vertegenwoordiger van de Nederlandse delegatie. Die bestond verder uit Van Mook, Helfrich en W.F.L.  graaf van Bylandt, de aea65ffe95b5596bb465c83813ca6104c4603ee927c43315b67272d5d9c93daabdviseur van Van Mook. De plannen die Van Oyen samen met admiraal Helfrich had ontwikkeld dienend tot herstel van de orde en het Nederlandse gezag in Nederlands-Indië werden uiteindelijk niet verwezenlijkt.

Van Oyen vroeg en verkreeg daarop met ingang van donderdag 31 januari 1946 eervol ontslag uit de militair dienst (met een gelijktijdige benoeming tot commandeur in de Orde van Oranje-Nassau). De reden voor zijn ontslagaanvraag was dat hij zich niet kon vinden in het beleid van de Nederlandse regering; hij stond daarentegen wel achter de acties van generaal sir Philip Christison. Het Nederlandse oppercommando voor Zuid-Oost Azië was indertijd van plan belangrijke Nederlandse eenheden in Malakka vast te houden terwijl Van Oyen liever had gezien dat deze op Java zouden landen. 

Zijn functie als commandant van het Nederlands-Indische Leger droeg Van Oyen de 31ste januari 1946 over aan kolonel S.H. Spoor, die nu bevorderd werd tot generaal-majoor, onder tijdelijke benoeming tot luitenant-generaal.

Latere loopbaan

Van Oyen vertrok op 21 mei 1946 vanuit Australië naar Nederland. Eerder dat jaar was hij in de Scots Church met Iela Olga  Rama Smith getrouwd, zijn tweede huwelijk. Getuige bij deze blijde gebeurtenis was generaal-majoor N.L.W. van Straten. Van Oyen werd op 1 oktober 1948 benoemd tot adviseur in militaire aangelegenheden bij het Nederlandse Rode Kruis. Enige maanden later volgde, op verzoek van het hoofdbestuur, zijn aanstelling tot commandant van het Rode Kruis Korps. Daarnaast was hij de eerste voorzitter van de Vereniging Onze Luchtmacht (1948).  

Van Oyen overleed op 64-jarige leeftijd in Den Haag en werd in stilte begraven. In zijn functie als commandant van het Rode Kruis werd hij opgevolgd door generaal Pieter Alons, directeur van het Rampenfonds. Van Mook, en de hoge ambtenaren Ch. O. van der Plas en J.E. Van Hoogstraten waren niet erg positief over Van Oyen. Van Mook noemde hem een "middelmatig figuur". Van der Plas meldde dat Van Oyen uiterst zwak was en noemde hem "het soort generaal dat denkt dat men de zaken met memoranda kan regelen".  Van Hoogstraten tenslotte zei dat iedereen Van Oyen als "halfzacht" kwalificeerde. 

Decoraties

  • Onderscheidingsteken voor Langdurige Dienst als Officier met het cijfer XXX
  • Officier in de Orde van Oranje-Nassau (1936)
  • Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau (1946)
  • Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw (1941)
  • Commander Legion of Merit
  • Ridder in de Orde van de Virtuti Militari
  • Grootkruis van Phoenix (1948)
  • Draagmedaille ter herinnering aan het huwelijk van het Prinselijk Paar (1937)
  • Commander of the Legion of Merit
  • Companion in the Order of the Bath
  • Virtuti Militari
  • Oorlogsherinneringskruis
  • Ereteken voor Orde en Vrede
  • Mobilisatiekruis 1914-1918

 

[ Terug ]

f t