Slag om Grebbeberg


Vroege loopbaan

Arend Pieter Berlijn (Padang, 24 februari 1903 - Doorn, 30 maart 1991) was de zoon van Arend Pieter Berlijn en Emma Charlotte Carolina in 't Veld. Hij volgde de HBS aan de Koning Willem III school  te Batavia en slaagde in juni 1923 voor het toelatingsexamen voor de cadettenschool te Meester Cornelis.  Na voltooiing van deze vooropleiding vertrok hij in 1925 naar Nederland, waar hijHandtekening van Berlijn bij de Koninklijke Militaire Academie te Breda de studierichting infanterie voor het leger in Nederlands-Indië in juni 1928 met goed gevolg aflegde en bevorderd werd tot tweede luitenant.

Hij vertrok op 23 oktober 1928 met het motorschip P.C. Hooft naar de Oost, waar hij ingedeeld werd bij het vijftiende bataljon infanterie te Bandoeng. Berlijn werd vervolgens eerst gedetacheerd bij het eerste Marechausseebataljonsdetachement te Serang (februari 1930) en in december 1930 overgeplaatst naar het garnizoensbataljon in Timor (en Onderhorigheden). Hij had zich inmiddels verloofd met Augusta Henriette Zimmermann (1911-1997). Op 23 juli 1931 werd hij bevorderd tot eerste luitenant en in december 1933 overgeplaatst naar het garnizoensbataljon van Celebes en Menado te Makassar, waar hij in april 1934 werd benoemd tot bataljons-adjudant.

Hogere Krijgsschool

In maart 1935 werd Berlijn ontheven van eerder genoemde taak en overgeplaatst bij het tweede depotbataljon gelegerd te Gombong (Poerworedjo). Hij verwisselde deze standplaats in juni 1937 voor de kaderschool te Magelang en in  augustus 1938 voor het rechter halve 21ste bataljon te Djogjakarta. Nog datzelfde jaar werd hij toegelaten voor het examen van de Hogere Krijgsschool. In juli 1939 werd hij aangewezen als de geleider van de 23 cadetten van de Koninklijke Militaire Academie, die op woensdlevens35ag 2 augustus 1939 per stoomschip Dempo naar Nederland zouden vertrekken.

Berlijn zou hierna in Nederland blijven om zijn studie aan de Hogere Krijgsschool in Den Haag te kunnen volgen en werd met ingang van 31 augustus 1939 bevorderd tot kapitein. Tijdens de aanvang van de Tweede Wereldoorlog bevond hij zich aldus in Nederland. Het Nederlandse veldleger lag over het gehele Nederlandse grondgebied opgesteld toen het startsein op 9 mei 1940 werd gegeven tot het afslaan van de Duitse invasie, die op 10 mei om 3.55 zou aanvangen.

Tweede Wereldoorlog

Tijdens de mobilisatie was Berlijn (samen met de staf van het tweede legercorps)  gelegerd in een villa in Doorn en in de functie van commandant van een troependetachement ingedeeld bij het tweede legerkorps, tweede en vierde divisie, gelegerd in de Grebbelinie. Na de capitulatie weigerde hij de Erewoordsverklaring te tekenen en werd naar slot Colditz (Oflag IV C) afgevoerd. Aldaar sloot hij zich aan bij de groep rond majoor Engles en fungeerde hij als verbindingsman ("senior") tussen de kampleiding en de krijgsgevangenen.  Een tijdje later werden de gevangenen overgebracht naar Stanislau (Polen), waar Berlijn het "slapie" was van majoor Engles en kapitein Luchsinger.  

 Na de Tweede Wereldoorlog keerde hij terug naar de Oost, waar hij werd bevorderd tot majoor en aangesteld als troepencommandant te Batavia (1946). Hij was later werkzaam als hoofdinstructeur Bescherming Burgerbevolking (1952).  Berlijn overleed op 88-jarige leeftijd te Doorn en werd aldaar op het Algemene Kerkhof begraven.

 Zie ook


 

[ Terug

 

f t