Harmpje van t


Vroege loopbaan

Hermannus van Tongeren (Bergen op Zoom, 16 april 1876 - Sachsenhausen, 29 maart 1941)  volgde de opleiding aan de Koninklijke Militaire Academie, afdeling genie, bestemd voor het leger in Nederlands-Indië. In juli 1895 behaalde hij zijn luitenantsexamen met zulke goede cijfers dat aan hem een ereprijs, bestaande uiHermpje van Toongeren kopiet een gouden remontoir horloge met inscriptie en gouden ketting werd toegekend. Dit was een eer die in 1907 ook de latere generaal Berenschot te beurt viel.

Van Tongeren reisde naar de Oost, waar hij in november 1896 ingedeeld werd bij de geniedienst in de Zuider- en Oosterafdeling van Borneo, te Bandjermassin. In het najaar van 1897 werd hij overgeplaatst bij het Korps Genietroepen te Magelang. In deze tijd,  in april 1898, trouwde hij te Batavia met Jeanne Wilhelmina Holle. Kort daarop werd hij overgeplaatst bij de derde compagnie van het Korps Genietroepen te Segli.

In juni 1898 werd een expeditie naar Pedir (Atjeh) gehouden; de opperbevelhebber was kolonel J.B. van Heutsz en de genietroepen, waaronder Van Tongeren, die hieraan deelnamen, stonden onder commando van majoor E. Marcella (de zwager van generaal-majoor der Artillerie George Frederik Willem Borel). De cavalerie stond onder bevel van ritmeester L. D.C. de Lannoy.

Militaire Willemsorde

Met inbegrip van de twee bataljons die vanuit Groot Atjeh naar Segli werden gedirigeerd was de expeditionaire macht, die van daar uit tegen Pedir en Gighen optrad, opgebouwd uit ongeveer 3.000 man; de colonne die vanuit Selimoen ageerde telde 1.100 man.  Na aflooKaart van Pedirp van de expeditie werd Van Tongeren, in maart 1899, bevorderd tot eerste luitenant en verkreeg  bij Koninklijk Besluit van 28 september 1899 nummer 43 de Militaire Willemsorde voor zijn verrichtingen op Atjeh in de periode van 1 juni tot en met 25 oktober 1898 en met name voor de vermeestering van Kota Poetoïh op 12 juni 1898.

Van Tongeren werd in januari 1899 overgeplaatst van Segli naar de geniedienst van Atjeh en Onderhorigheden te Kota Radja en in september van het jaar daarop te werk gesteld bij de gewestelijke en plaatselijke geniedienst van de Eerste Militaire Afdeling op Java, standplaats Batavia. In februari wisselde hij, bij dezelfde Militaire Afdeling,  Batavia in voor Bandoeng. Bij Koninklijk Besluit van 17 maart 1902 nummer 17 werd Van Tongeren voor de duur van drie jaar gedetacheerd bij het Leger in Nederland, teneinde op te treden als leraar aan de Koninklijke Militaire Academie. Maar dit besluit werd bij Koninklijk Besluit van 24 mei 1902 nummer 20 weer ingetrokken.

Werk aan de Atjehtram

Van Tongeren werd in november 1902 bevorderd tot kapitein en geplaatst bij de plaatselijke geniedienst te Tjimahi. In juni 1904 werd hij te werk gesteld bij de gewestelijke en plaatselijke geniedienst vTOngeren en gezienan de Eerste Militaire Afdeling op Java te Batavia en ter beschikking gesteld van de chef van het wapen der genie.  Een jaar later werd hij overgeplaatst naar het hoofdbureau te Batavia, om in april 1907 wegens langdurige dienst als officier twee jaar verlof naar Europa te krijgen. Die tijd benutte hij om cursussen in draadloze telegrafie en betonbouw te volgen in Berlijn, Wenen en Delft.

Van Tongeren keerde op 13 maart 1909 met het stoomschip Gede terug naar de Oost; aldaar was inmiddels een Nederlands-Indische Telegraaf Commissie ingesteld, waarvan Van Tongeren tot lid werd benoemd. Inmiddels was hij van de Vierde Afdeling van het Hoofdbureau der Genie overgeplaatst naar de dienst van de Atjeh-stoomtram te Kota Radja. Aldaar was zijn werkplek eerst bij de de dienst van aanleg der Atjehstoomtram te Langsa en vanaf juni 1912 bij het Korps Genietroepen, detachement Koeala Simpang, waar hij optrad als commandant van de Spoorwegafdeling.

Latere loopbaan

Van Tongeren werd kort hierop bevorderd tot majoor, voor korte tijd gedetacheerd bij het subsistentenkader te Batavia en in december 1913 overgeGrootmeester kolonel kopieplaatst naar de Gewestelijke en Plaatselijke geniedienst van de Tweede Militaire Afdeling op Java, standplaats Malang. In mei 1914 werd hij bevorderd tot luitenant-kolonel en op zijn verzoek met ingang van 15 mei 1916,  wegens volbrachte diensttijd, eervol uit de militaire dienst ontslagen, onder toekenning van de titulaire rang van kolonel.

Hierna keerden Van Tongeren en zijn gezin naar Nederland terug11156171 345379442328117 3684076298849739212 n en vestigen zich in Amsterdam, waar Van Tongeren actief werd als procuratiehouder en later als mede-eigenaar van een auto-exportbedrijf de kost verdiende. In zijn vrije tijd was hij in functie als Grootmeester (vanaf juni 1930, als opvolger van professor mr. J.H. Carpentier Alting) bij de Vrijmetselarij.

Tijdens het Internationale Congres van de Liga van Vrijmetselaren van augustus 1930 werd Van Tongeren, Grootmeester der Orde van Vrijmetselaren onder het Grootoosten der Nederlanden, tot erelid benoemd. In deze positie van Grootmeester ondernam hij vele reizen, waaronder, in 1932, naar Zuid-Afrika en in 1937 naar Nederlands-Indië. Hij werd in deze tijd titulair bevorderd tot generaal-majoor.

In 1940 werd Van Tongeren wegens de Vrijmetselaarscontacten door de Duitsers gearresteerd en in maart 1941 op transport gesteld naar Sachsenhausen. Hij overleed in maart 1941 te Oranienburg. Zijn stoffelijk overschot werd later herbegraven op Begraafplaats Westerveld te Driehuizen.

 Zie ook


 

[ Terug ]

f t