afb. 4. H.E. Schoggers


Vroege loopbaan

Henry Edward Schoggers (Fort de Kock, 13 november 1844 - Lambaroe, Atjeh, nacht van 16 op 17 augustus 1878) volgde vanaf 18 augustus 1860 de Koninklijke Militaire Academie en werd met ingang van 27 juni 1864 benoemd tot tweede luitenant der infanterie bij het leger in Oost-Indië. In november van dat jaar reisde hij met een detachement suppletietroepen vanaf Harderwijk naar Rotterdam, om aldaar met het stoomschip Dordrecht naar Java te vertrekken. In de Oost werd hij bij hAnak Galoeng van Montassik West gezien2et zestiende bataljon geplaatst en op 14 september 1870 bevorderd tot eerste luitenant.

In deze tijd speelde een nare kwestie. Schoggers raakte in conflict met eerste luitenant der infanterie J.L. de Rochemont; beiden waren indertijd in Padang Pandjang in garnizoen. Hierop volgde een publiek gepubliceerde woordenstrijd, waarop De Rochemont door de Raad schuldig verklaard werd aan de ten laste gelegde feiten, echter waardig om in zijn rang gehandhaafd te blijven (hij vroeg en kreeg echter een eervolle pensionering en overleed kort hierop). In deze veroordeling speelde mee dat De Rochemont geheime missieven van de kolonels Johan Harmen Rudolf Köhler (later commandant van de eerste expeditie naar Atjeh) en Gillis Pieter de Neve openbaar had gemaakt.

Positiever waren de inspanningen die Schoggers verrichtte ten behoeven van de opleiding van onderofficieren voor de school te Meester Cornelis, waarvoor hij meerdere malen de lof van het legerbestuur verwierf.

Activiteiten te Atjeh

Schoggers werd overgeplaatst bij het derde en vervolgens naar het zesde bataljon (1872). In april 1873 werd hij geplaatst bij het vijfde bataljon en op 29 april 1876 bevorderd tot kapitein.Op 17 juni 1876 vertrok hij voor de eerste keer naar Atjeh, waar hij werd geplaatst bij het zevende bataljon, tweede compagnie, derde bataljon Ambonezen.  In de nacht van 14 november 1876 werd er door een inlandse bondgenoot van Nederland en door het Nederlands Indisch leger zelf tegen de vijandelijke stelling Tandjong Semantoh opgerukt; Schoggers voerde, samen met zijn dienstdoende officier Popelier, twee secties van het 3de bataljon, bestaande uit Europeanen en Ambonezen, aan en commandeerde de vooKaartje van het gevechtstterrein Anak Baterhoede.  

Zodra deze in het gezicht van de eerste versterking kwam opende de bezetting een vrij sterk vuur, zowel uit haar vuurmonden als uit de geweren, maar de voorhoede nam hiervan niet de minste notitie en ging zonder een schot te doen tot de aanval met de bajonet over en beklom onder het vuur moedig de heuvel.

Popelier drong de versterking binnen en verjoeg de vijand terwijl Schoggers de vluchtende vijand vervolgde, de heuvel Boekit Pinji met zijn sectie bereikte en door een goed onderhouden vuur van de vijand ontvangen werd; hij stoorde zich echter niet aan het schieten, klom over de hindernissen, die de ingang van de sterkte versperde, heen en stormde met de bajonet op de verdedigers in, die de vlucht namen.

Schoggers vervolgde nu de tocht naar Tandjong Semantoh onder het vuur van de vijand en drong naar voren naar de palissadering en binnen de versterking; de Nederlandse troepen vielen, behalve twee zesponders, 30 geweren, 30 vaatjes buskruit, 30 zakken patronen en kardoezen, 200 blikken dozen met 30 tot 80 loden kogels gevuld en bedoeld om tot kartetsen te dienen, tal van andere verschillende wapens, in handen.

Het zevende bataljon was een elitebataljon en hiermee nam Schoggers deel aan tal van andere gevechten, waarbij een groot aantal bentings steeds genomen werd. Schoggers stond bekend als iemand die geen vermoeiheid kende en altijd paraat was om gegeven bevelen uit te voeren. Hij was zeer bemind bij zijn "Amboneesjes", zoals hij deze noemde, en werd door hen verafgood.

Decoraties

Schoggers werd voor zijn werkzaamheden tijdens de maanden september en oktober 1876 benoemd tot ridder in de Militaire Willems-Orde vierde klasse (Koninklijk Besluit van 13 september 1877, nr 24). Voor zijn verrichtingen gedurende het jaar 1877 werd hij  bij Koninklijk Besluit van 17 december 1877, nr 12 gerechtigd tot hcid 6E82F5D4 5BFA 461B B60B 8D92A2D46B1Bdynamic ziggoet dragen van de eresabel. Dat was met name voor zijn activiteiten tijdens de operaties tegen Simpang-Olim op 14 november 1876. Hij  keerde in 1878 naar Java terug, waar hij werd geplaatst te Semarang, waar zijn ouders, oudste broer en zus woonden.

Schoggers werd in april 1878 overgeplaatst bij het vijfde batajon infanterie en verkreeg te Atjeh, waarheen hij op 2 juli, nog lijdend aan hoge koortsen, eerder opgelopen te Atjeh, vertrok, nog twee eervolle vermeldingen. Hij werd genomineerd voor de Militaire Willemsorde derde klasse maar stierf voor deze procedure doorlopen was. 

Dood van Schoggers

Schoggers overleed in de nacht van de 16de opde 17de augustus 1878 aan een schotwond in de zijde, die hij de dag tevoren te Lamkra had opgelopen. Op de avond van deze dag werd het van Anak Galoeng komende transport met ongewone hevigheid door de vijand beschoten. Omdat de Nederlandse konvooien in deze periode niet of nauwelijks werden beschoten lag het voor de hand dat deze georganiseerde aanval aan Graf Schoggersde Imam van Lamkrah, een van de ergste vijanden der Nederlanders, te danken was.

Met zware verliezen  gelukte het de de troepen het konvooi te behouden; bij de schotenwisseling werden drie officieren, Schoggers, kapitein J.J. Meiboom en tweede luitenant F.A.E.  Auffmorth, drie Europese en drie inlandse mindere militairen en drie dwangarbeiders gewond.

Schoggers,  Auffmorth  en twee mindere militairen overleden nog dezelfde nacht aan hun opgelopen verwondingen.  De commandant van het vijfde bataljon, G.C.R.R. de Graeff, schreef naar aanleiding van Schoggers dood: "Moedig, voortvarend en talentvol officier, verliest het leger in hem een waar sieraad, en zijn superieuren en inferieuren een zeer geschatte vriend en kameraad." Schoggers werd begraven op de begraafplaats Poetjoet, nabij Kota Radja.


[terug]

 

 

f t