Waarheen gaat de actie2


De strijd in Nederlands-Indië (1945-1950) in cartoons, verteld en getekend door eerste luitenant titulair der Huzaren van Boreel Gerard van der Lee. Klik op de afbeeldingen om ze te vergroten.


 Hr. Ms. WatermanIn december 1948 vertrok ik met Hr. Ms. Waterman naar Nederlands-Indië. Ik werd aldaar met twintig anderen gehuisvest in een hut. De boot voer via de kust van Portugal naar Kaap Trafalgar en Gibraltar en langs Algiers naar de Oost.

Aan boord werd het 283-jarig bestaan der Mariniers feestelijk gevierd met touwtrekken en zaklopen. Op 11 december arriveerde de Waterman voor Port Said.


 Port SaidTe Port Said werd voor anker gegaan en rondom het schip verschenen tientallen roeibootjes, vanwaaruit een touw naar boven werd geworpen en dat diende als hijsinstrument voor alle koopwaar die nu aangeboden werd. Dat ging gepaard met veel geroep en geschreeuw. 

De kooplieden hadden door eerdere transporten namelijk Nederlands geleerd en riepen: "mooie tas, mooie tas, voor je ouwe moer! Jij kijken, jij kijken en niets kopen!" Ook ik kon de verleiding niet weerstaan maar bemerkte pas op de terugreis dat afdingen mij de helft van de prijs scheelde!

 

 

 


EgypteDe volgende dag, zondag 12 december, voeren wij het Suez-kanaal in: Ismaila-Menzalehmeer-Kleine Bittermeren-Grote Bittermeren en uiteindelijk Suez. De reis werd gedeeltelijk in convooi afgelegd.

Wij stonden de gehele dag te kijken naar de woestein; het was een vreemde tegenstelling: een kanaal met grote moderne schepen dwars door deze Bijbelse gebieden.


DolfijnenSuez was, vanaf de Waterman bezien, een lage donkere stad met allerlei lichtjes. Hier begon De Oost! Toen wij de Rode Zee invoeren zagen wij  in het schaarse licht voor de boeg haaien zwemmen. Pas later bedacht ik mij dat dit waarschijnlijk dolfijnen zijn geweest! De reis door de Rode Zee duurde tot de avond van de 15de december. 

 


 Hollands ontbijt in IndieBij aankomst in Tjilitan werden we met vier man gelegerd in een klein bamboehuisje. Toen wij ons een beetje ingericht hadden bracht de baboe ons de voor ons eerste Indische maaltijd. Dat werd speciaal voor de nieuwelingen extra gekruid. Intussen wisten wij nog steeds niet wat onze bestemming zou worden.

 

 


 PassagiersschipVan 21 december tot 4 januari 1949 verkenden wij Bandoeng en op 19 januari kregen wij bericht dat wij via Batavia naar Soerabaja zouden gaan. Op 22 januari vond de inscheping op de Plancius plaats.

Dit was een luxe passagiersschip van de KPM met een gemengde bezetting.

 


 Convooi naar MadioenVan 26 januari tot en met 3 maart 1949 verbleven wij te Madioen; de burgerwagens zaten vol voedsel voor de bevolking en materialen voor de wederopbouw. In deze omgeving zou mijn latere werkterrein liggen.

Wij moesten ons melden bij majoor Hollertt, die de commandant van het derde eskadron was. Wij kregen te horen dat wij niet moesten denken dat wij direct het commando over een peloton kregen: eerst diende er geoefend te worden!


 Bergpatrouille Wij begonnen tijdens een patrouille om 7.30 uur en maakten dan een rondgang van zo'n twintig kilometer door diverse kampongs en sawah's.  Binnen een kwartier begon je zwaar te transpireren. 

Vaak was het al laat in de middag eer de troep kon terugkeren naar het bivak. Soms werden er zogenaamde "sweeps" gehouden, die veel langer duurden.

 

 

 


ZDe sweepploegondag 30 januari was er een grotere actie. Er werd een zogenaamde sweep gehouden aan weerszijden van de weg naar Madioen, in de uitlopers van het Wilisgebergte.

Sweepacties werden indertijd veel gehouden om het terrein te zuiveren van mijnen en vijandelijke elementen.


 Actie tijdens een patrouilleOp 15 februari ging ik met de Huzaren van Boreel op patrouille in het gebied ten zuidwesten (richting Magetan) van Madioen. Op een bepaald punt waren er zoveel versperringen dat de wagens niet meer verder konden.

Twee dagen later ging ik 's ochtends vroeg mee met pantserwagens en een convooi van het Binnenlandse Bestuur naar Ngawi. Hoewel wij geen vuur kregen vertraagden de slechte wegen en wegversperringen de opmars sterk.

 

 


 Druk bezig tijdens een actieTijdens mijn week op piket was ik van het einde van de dag tot het begin van de volgende ochtend verantwoordelijk voor de veiligheid van onze kampementen te Madioen.

Dat betekende vooral controleren of de wachtposten goed functioneerden, alert bleven en men goed voorbereid was op wat er moest gebeuren tijdens een aanval.  

 


 In IndieSoms vielen er wel eens enkele schoten, maar waarschijnlijk niet gericht. Die waren geen reden voor alarm. Maar later, toen er troepen vers uit Nederland, in Madioen werden gestationeerd, werd dat wel anders.

Een paar schoten in de lucht waren voldoende voor de wachtposten om met hun brens over de straten te gaan vuren op alles wat zij dachten te zien. Arme officieren van piket, die dan in hun jeeps een en ander tot bedaren moesten zien te brengen!

 

 


 De laatste KLers2Langzaam kwam de dag van de souvereiniteitsoverdracht nader (27 december 1950). Op een dag moesten de mortieren worden ingeleverd. Dat was moeilijk om aan de jongens uit te leggen. En ik wist dat eerdaags de pantservoertuigen zouden volgen.

Er bleef nu niets meer over dan met de overige manschappen te wachten op de laatste boot.....

 


Lanfitt2En terug naar Nederland per generaal Langfitt. Dezelfde reis terug als eerder heen. In Nederland aangekomen: was dit nu Nederland? Wat klein! Wat popperig! Waarvoor was alles geweest? Waarvoor waren onze makkers gesneuveld?

Opvang terug in Nederland was niet geregeld. Een studiebeurs kreeg ik, "wegens langdurige afwezigheid" niet. Nederland is soms in alle opzichten een klein en popperig landje. Tot op de dag van vandaag.

 

 


Bronvermelding


[ Terug ]

 

 

 

f t