115800354 134946664942416 5187384931365098721 o


Gezondheid en gezondheidszorg in Nederlands-Indië: Oosterhuis-Weisz

Het 1e Bataljon OVW Jagers werd vanaf maart 1946 ingezet op Java. In eerste instantie om Batavia en een ring om Batavia te helpen beveiligen. Het was gevaarlijk gebied en de TRI (later TNI) bleek zwaar bewapend in de regio achter de Kali Bekasi en altijd gereed om hit-and-run toe te slaan en slachtoffers te maken.

Wat de Nederlandse militairen in hun gebied altijd onmiddellijk organiseerden was het opzetten van gezondheidszorg. We kijken naar Pondok Benda in deze periode en volgen Els Oosterhuis-Weisz. Zij was voor zijn vertrek gehuwd met luitenant Oosterhuis. Oosterhuis-Weisz deed er met een ijzeren wil alles aan om haar echtgenoot na te kunnen reizen en zich als arts voor de armsten in te zetten. Dat lukte.

Ze zette in Pondok Benda een polikliniek op tegen de verdrukking in. Er was niets en alles was improvisatie. KNIL-kapitein Faber van de derde compagnie Jagers liet de kok iedere dag extra veel rijst klaarmaken zodat de patiënten ook te eten kregen. De artsen van het bataljon, dokters Salomons en Vonk lieten zich, net als de BC René den Ouden, voor haar karretje spannen.

Dat was nog niet genoeg. Ze trok ook de kampongs in op zoek naar hen die niet konden of durfden komen. Sommige patiënten bleken dan het verband te hebben verwijderd uit angst voor de TRI. Maar ze zette door. Njonja dokter werd in korte tijd een autoriteit. De bevolking droeg haar op handen, die jonge Nederlandse vrouw met een sterke wil en een taai doorzettingsvermogen.

(Verhaal uit Kees Rockx, Kroniek van het Eerste Bataljon Jagers OVW 1945-1948".

Dokter Jo Vonk

Nadat het bataljon 1 OVW Jagers de kampong Tjibinong had overgenomen kreeg dokter Vonk van de BC René den Ouden onmiddellijk opdracht een polikliniek op te zetten in een beschikbare toko. Maar hoe dan? De ervaren KNIL-officier Den Ouden Jo Vonk gaf aan dat de dokter zichtbaar medische spulletjes moest uitstallen. Dan kwam de bevolking vanzelf. En hij kreeg de opdracht iedere patiënt tevens een liter rijst mee te geven. Die kon de dokter regelen via het Binnenlands Bestuur.

"Spreek je Maleis?". Bij het ontkennend antwoord moest de dokter een lijst veelvoorkomende klachten opstellen die door Den Ouden werden vertaald. Hij zou tevens een tolk beschikbaar stellen. Dat was eenvoudig. Den Ouden liep de straat op en kwam snel terug met een Chinees jongetje van 10 jaar oud die Maleis, Chinees en gebrekkig Nederlands sprak. Hij werd assistent-dokter. Binnen de kortste keren stond er een rij erbarmelijk ondervoede mensen bij de dokter en werden de gevolgen van de Bersiap duidelijk.

Later kreeg Jo Vonk versterking van verpleegster Pop de Jong (die schrijver dezes nog kent van de reünies uit de jaren negentig) die voor de oorlog in Nederlands-Indië had gewoond en voortreffelijk Maleis sprak. De polikliniek werd een succes en ook gewonde TRI'ers werden er behandeld, waarvan twee in die begintijd dermate zwaar gewond waren dat het sterven begon in te treden en de dokter met morfine in ieder geval het lijden kon verlichten.

Uit:  "De herinneringen van dokter Jo Vonk", ook verhaald in het boek van Kees Rockx. 

f t