APRA verovert Bandoeng

De APRA-staatsgreep (Angkatan Perang Ratu Adil) van kapitein Raymond Westerling was een staatsgreep, gepleegd door het Legioen van Ratu Adil, onder leiding van Westerling, met als doel Bandoeng en Batavia te bezetten en de republikeinse elementen in de regering van de Verenigde Staten van Indonesië uit te schakelen.

Rayond Westerling, dan gedemobiliseerd kapitein, wilde de Verenigde Staten van Indonesië (VSI) handhaven. Hij kreeg bij dit streven de steun van diverse groeperingen in de Indische samenleving. Colt 32 van WesterlingWesterling was eerder de tweede commandant geweest van het Depot Speciale Troepen en tot oktober 1948 betrokkent bij veel acties in de archipel. 
 
Eind oktober 1948 vroeg en verkreeg hij op zijn verzoek ontslag van generaal Spoor.  Dat was omdat hij zich niet meer kon verenigen met de toenmalige politieke gang van zaken. Westerling bedankte ervoor een tweede keer aan een militaire actie (Tweede Politionele Actie) deel te nemen indien men Soekarno niet voorgoed buiten spel zou zetten.  Hij vreesde anders een politieke impasse.
 
Westerling en zijn Korps waren eerder in een groot aantal gebieden waar onrust en willekeur hadden geheerst ingezet en waar de noodtoestand was afgekondigd. Men kende hem vooral als initiator van de contra-terreur op Zuid Celebes. Een van de gevolgen van zijn acties aldaar was dat velen op Celebes hun leven aan hem en zijn manschappen te danken hadden.  Pauserende troepen
 
Een groot aantal Indonesiërs was van mening dat Westerling een goede nieuwe leider zou zijn. Dit waren met name personen die voorstander waren van de instandhouding van de deelstaten (zoals overeen was gekomen). 
 
Andere aanhangers van Westerling waren Indonesische militairen van het Indische leger die, na de soevereiniteitsoverdracht, in de archipel moesten blijven en een zogenaamde "bijltjesdag" vreesden.
 
Met een leider als Westerling, een Ratu Adil, hoopten zij dat de deelstaten weer gerespecteerd zouden worden. Op deze wijze behoefde men niet langer bevreesd te zijn voor eventuele wraakoefeningen, als het Nederlandse deel van het Indische leger vertrokken zou zijn. Aldus had de APRA in het begin veel aanhang en veel sympathisanten, maar slechts weinig wapens en munitie.
 
Voorafgaande aan de soevereiniteitsoverdracht op 27 december 1949, werd op 17 december 1949 een VSI-kabinet gevormd. Dat bestond uit elf republikeinse en een aantal federalistische leden, waaronder de pro-Nederlandse Sultan Hamid II. Op straat in Bandoeng
 
Het kabinet leefde maar kort door de grote verschillen in opvatting tussen de republikeinen, federalisten maar ook door  de geleidelijke opheffing van alle deelstaten en de stichting van een eenheidsstaat.
 
De groeiende spanning tussen republikeinen en federalisten bracht Hamid II ertoe overleg te plegen met de vroegere commandant van het Depot Speciale Troepen, Raymond Westerling. Westerling bouwde vanaf januari 1950 een militaire eenheid, onder de naam Angkatan Perang Ratu Adil (APRA), ook wel legioen van Ratu Adil genaamd, op. 
 
Van het totaal aantal APRA-maschappen bevonden zich 525 in Bandoeng en 400 Menadonezen te Batavia. Daarnaast was een min of meer gewapende groep van 80 leden actief. Zij zou, met de toegezegde maar niet nagekomen steun van 1.200 politiemensen van Merghart (commissaris veldpolitie), sterk genoeg zijn geweest voor de later gevolgde actie te Batavia.
 
Het APRA was verder samengesteld uit verschillende anti-republikeinse elementen, waaronder leden van het Indonesische leger en islamitische- en communistische strijdgroepen. Het legioen vulde men aan met elementen uit het Indische leger (KNIL). Dat waren voormalige leden van het Korps Speciale Troepen en verschillende sympathiserende Nederlandse nationalisten, waaronder twee politie-inspecteurs.
 
Het republikeinse gouvernement trachtte te onderhandelen met Westerling en bood hem 100.000 Amerikaanse dollars, in ruil voor een einde aan zijn revolutionare activiteiten, aan. Westerling weigerde dit aanbod. Legertruck op straat
 
Op 5 januari 1950 zond hij een ultimatum aan de regering. Tot zijn eisen behoorden onder meer erkenning van het APRA als het officiële leger van de staat Pasundan en onvoorwaardelijk respect voor de autonomie van de federale staten.
 
Hij voegde daaraan toe dat als het antwoord negatief was hij zich niet verantwoordelijk zou achten voor het uitbreken van een door het APRA gevoerde strijd.
 
Toen Westerling geen antwoord op zijn ultimatum kreeg begon hij in de nacht van 22 op 23 januari 1950 met de staatsgreep. Dat was een maand na de internationale erkenning van de Republiek Indonesië. 
 
Het gelukte het leger van Westerlling om Bandoeng in de vroege uren van 23 januari 1950 te bezetten.
 
Westerling was zelf met een kleine groep RST-soldaten op weg naar Djakarta om de centrale federale (RUSI)regering af te zetten. Hij had daarbij gerekend op de steun van 1.200 man veldpolitie. Helaas ging hij daarbij teveel af op de beweringen van een zekere commissaris Merghart.  Troepen APRA
 
Het lag in de bedoeling om vervolgens verschillende belangrijke republikeinen, waaronder de minister van defensie Hamengkubuwono IX en secretaris-generaal Ali Budiardjo, te arresteren en executeren.
 
Leden van het leger van Westerling werden in Jakarta echter door het Indonesische leger en door politietroepen gedood of gevangen genomen. Het APRA werd uit Bandoeng verdreven, terwijl Westerling wist te ontsnappen naar Singapore. 
 
In februari 1950 werd het leger van Ratu Adil uiteindelijk opgeheven. De coup d'état leidde tot de val van Sultan Hamid II en gaf mede de aanzet tot de formele opheffing van de VSI en stichting van de eenheidsstaat republiek Indonesië op 17 augustus 1950.
 
De coupe van Westerling bestond uit drie gedeelten. De eerste stap was de gelijktijdige aanval op Bandoeng en Batavia en de verovering van Buitenzorg, waar enige minder belangrijke politieke departmenten waren gevestigd. Het was echter niet de bedoeling Batavia te bezetten.   Parade te Tjimahi
 
De reden was dat de stad geen deel uitmaakte van de staat Pasoedan en daarnaast omdat Westerling en zijn staf meenden met de gevangenname van het kabinet, inclusief president Soekarno, sterk genoeg te staan.
 
De leden van het kabinet zouden dan onder worden gebracht in het vroegere paleis van de gouverneur-generaal, terwijl Soekarno naar Bandoeng moest worden gebracht.
 
Westerling had de leiders van Pasoeran op zijn erewoord moeten beloven dat Soekarno noch de leden van het kabinet een haar zou worden gekrenkt. Op 22 januari 1950 zouden de troepen Batavia met trucks binnentrekken, vermomd als leden van de Tentara Nasional Indonesia (TNI).
 
Om 10 uur werden zij geacht voormalige munitiedepots van het Indische leger te overvallen in Bandoeng, de voorraden op een zeker punt, enige kilometers verderop, af te leveren en omstreeks 11 uur Batavia aan te vallen. Op 23 januari om 5 uur zouden APRA-troepen, die hun basis te Tjimahi hadden, strategische locaties, zoals militaire bases, politiebureaus en gebouwen van het gouvernement door geheel Bandoeng en Batavia bezetten.
 
Vroeg in de morgen vielen 520 APRA soldaten Bandoeng binnen. De Siliwangidivisie was echter van tevoren gewaarschuwd en een gemotoriseerde eenheid werd naar die plaats gezonden. Deze manschappen werden echter al snel verslagen door het APRA. Terwijl de soldaten door Bandoeng trokken wisten zij sleutelposities te veroveren, waaronder het hoofdkwartier van de TNI en het garnizoen van de Siliwangi. Binnen een uur hadden zij de binnenstad bezet en alle verzet geëlimineerd.
 
Luitenant-kolonel van het TNI, Aldolph Lembong, en een aantal andere Indonesische soldaten en officieren werden gedood en de meerderheid van de TNI-troepen overrompeld. Er deden geruchten de ronde dat soldaten hun uniformen uitgetrokken hadden en gevlucht waren. Kolonel van het TNI Erie Sudewo zocht bescherming in het stafkwartier van de Nederlandse generaal E. Engles.
 
De tweede fase van de coup d'état mislukte omdat de meerderheid van de commandanten van het Indische leger samenwerkte met het Indonesische gouvernement. De Nederlandse legerleiding weigerde aldus steun te verleden aan de acties van Westerling. Op de avond van 22 januari vertrokken Westerling en drie andere APRA-leden naar Padalarang. APRA actie van Westerling. Soldaten op straat
 
Het was de bedoeling een transport wapens naar Batavia te begeleiden, die afkomstig waren uit de kazerne van het Korps Speciale Troepen te Batoedjadjar, ongeveer 14 kilometer ten westen van Bandoeng gelegen.
 
Deze wapenactie was hard nodig omdat een eerdere overval op een wapen- en munitietransport (op 10 januari) was verijdeld door het optreden van de KNIL-officieren majoor G.H. Christan, kapitein G.H.O. de Wit en anderen.
 
De wapens waren voor het grootste gedeelte bedoeld voor de 400 Menadonezen van luitenant-kolonel Rappar. Na enige tijd verschenen twee voertuigen, bemand met vier APRA-leden. Zij hadden slechts 6 pistoolmitrailleurs. Westerling betaalde 10.000 gulden als omkoopsom, zodat de kust veilig leek om de wapens weg te halen. 
 
Onverwachts echter sloeg een officier te Batoedjadjar alarm, zodat alle plannen van het APRA in duigen vielen. Het enige wat Westerling met zijn kleine troep kon doen was naar Batavia rijden en rekenen op commissaris Merghardt met zijn 1.200 man politie. APRA actie van Westerling
 
Tijdens de rit naar de stad werd men verschillende keren door postencommandanten van het Indonesische leger aangehouden maar kon toch iedere keer de tocht voortzetten. Westerling ging direct na aankomst naar een bespreking met de officieren Rappar, Kolmus en anderen. Een ander APRA-lid bezocht commissaris Merghardt, die echter onverwachts iedere medewerking weigerde.
 
Men deed nog een vertwijfelde poging aan wapens te komen door de kazerne van de politie aan de Telokbetongweg te overvallen. Toen het het Indonesische leger echter eveneens een aanval op de kazerne deed was de zaak verloren. Tijdens dit gevecht sneuvelde een groot aantal APRA-leden.
 
In de namiddag van 23 januari trok de APRA-groep van Van der Meulen, die te Bandoeng was gelegerd, zich vrijwillig terug . Dat was na een conferentie bij de staf van generaal Engles, troepencommandant van West-Java, waarbij drie Unci-leden, een vertegenwoordiger van het APRA en de chef-staf van de Siliwangi-divisie aanwezig waren.
 
De woning van APRA-lid luitenant-kolonel Rappar te Batavia werd door eenheden van het Indonesische leger aangevallen, waarbij hij met een groot aantal getrouwen sneuvelde.
 
In de weken die volgden werden steeds kleine APRA-eenheden verslagen tijdens gecombineerde acties van het Indonesische leger en de politie. Het Legioen van Ratu Adil had geen bestemming meer in februari 1950 en was totaal verslagen. Westerling na aankomst in Belgie
 
De stem vóór ontbinding van het federale systeem won aan kracht. Westerling dook onder. Hij verbleef een tijdje in de bijgebouwen van het huis van de Nederlandse legercommandant, generaal D.C. Buurman van Vreede, zonder dat deze daar ook maar enig vermoeden van had. 
 
Westerling werd vervolgens op 22 februari 1950 naar Tandjong Priok overgebracht en die dag om 8 uur per Catalina-vliegboot P 201 naar Malakka gevlogen. Met een rubberboot bereikte hij de kust, waar hij door de Engelsen werd gearresteerd.
 
Uiteindelijk arriveerde Westerling op 20 augustus 1950 te Brussel. Van Indonesische zijde werd opheldering gevraagd omtrent de handelswijze van de bemanning van de Catalina. Vice-admiraal C.J. Kist van de Koninklijke Marine schreef daarop op 26 februari 1950 een brief aan het Ministerie van Defensie van Indonesië Daarin deelde hij mede dat de bemanning niet verantwoordelijk kon worden gesteld omdat zij in opdracht had gehandeld.
 
Omstreeks 5 april waren verschillende samenzweerders, waaronder Sultan Hamid II gerekend werd, door de republikeinse autoriteiten gearresteerd. Hamid II bekende op 19 april dat hij betrokken was geweest bij de coupe en bij plannen voor een tweede aanval op het parlement, op 15 februari. APRA actie van Westerling. Juichende mensen
 
Later heeft hij, door drie jaar gevangenisstraf zonder proces en slechte behandeling murw gemaak, tijdens een showpoces de beschuldigingen van de openbare aanklager toegegeven.
 
Historicus J.A. de Moor stelde echter vast dat hij deze daden onmogelijk gepleegd kon hebben. Hij zag het proces als een wraakneming op Hamid, die altijd al beschuldigd was van collaboratie met de Nederlanders.
 
De rol van het gouvernement van Pasudan veroorzaakte de opheffing daarvan op 10 februari, waardoor de federale structuur van de Verenigde Staten van Indonesië verder ondermijnd werd. De vermeende rol van Hamid in de coup leidde tot verhoogde spanningen in West-Kalimantan en stemmen vóór de samenvoeging daarvan met de Republiek Indonesië. 
 
Na een opstand van APRIS (ex-KNIL)-troepen onder kapitein Andi Abdul Aziz in Makassar volgde de geleidelijke gelijkschakeling en opheffing van de deelstaat Oost-Indonesië
 
Ook de andere deelstaten en autonome gebieden werden opgeheven of sloten zich aan bij de Republiek, behalve de Zuid-Molukken waar de Republik Maluku Selatan werd geproclameerd. Ten slotte werden de federale Verenigde Staten van Indonesië op 17 augustus 1950 ontbonden en ontstond de eenheidsstaat Indonesië. Die werd geleid door een centraal gouvernement in Jakarta.
 
Een aantal leden van het APRA vluchtte de bergen in. De Nederlander en APRA-lid Juul van der Meulen kwam na zijn vertrek uit Bandoeng met een kleine eenheid van het APRA in vuurgevecht met het Indonesische leger. APRA actie van Westerling. Een jeep
 
Na twee hevige gevechten pleegden vier APRA-leden zelfmoord door in een ravijn te springen. Van der Meulen werd gevangen genomen, wekenlang verhoord en vervolgens onthoofd. Zijn vrouw heeft nooit van de Indonesische autoriteiten te horen gekregen waar haar man begraven lag.
 
Viktor, een lid van de Batakse gemeenschap en lijfwacht van mevrouw Westerling, overleed na zijn arrestatie. Volgens de Indische Courant van 5 april 1950 werden in verband met de APRA-affaire ongeveer 6.000 mensen in West-Java door de Indonesische autoriteiten gearresteerd.
 
Een groep vastgenomen Nederlanders en Chinezen werd zonder proces vrijgelaten. Een aantal Indonesische APRA-leden echter kwam later bij gevechten met het Indonesische leger om of werd gevangengenomen,
 
Anderen voerde men af naar het gevangenenkamp te Nusa-Kambangan, een eiland aan Java's zuidkust. Over hun lot is niets bekend. De 125 overwegend Molukse militairen van het RST, die de aanval op het Republikeinse hoofdkwartier in Bandoeng hadden uitgevoerd, verschenen voor een Nederlandse krijgsraad en werden tot gevangenisstraffen veroordeeld. Zij zaten hun straf vervolgens uit in Nederlands-Nieuw-Guinea.
  
In de biografie van de Nijmeegse historicus Fredrik Willems werd aangegeven dat de coup van Westerling geen daad was van Westerling alleen maar dat deze de steun genoot van hoge Nederlandse militairen. APRA op de muur
 
De plannen voor de staatsgreep werden aanvankelijk gesteund door twee majoors en twee luitenant-kolonels met hun troepen. Tijdens de coup stond de dan nieuwe commandant van de Speciale Troepen, luitenant-kolonel Borghouts, oogluikend toe dat zijn soldaten naar de opstandelingen deserteerden.
 
Voordat Westerling was begonnen met de oprichting van APRA had hij het gehele plan besproken met de toenmalige legercommandant Spoor, die geheel met Westerlings plan instemde.
 
Volgens de laatste gegevens vond Westerling voor zijn plannen verder steun bij luitenant Rijhiner en luitenant-kolonel Cassa, die op zijn beurt twee majoors en twee luitenant-kolonels voor het plan wist te mobiliseren.
 
Generaal-majoor Engles, territoriaal commandant van West-Java, stelde zich echter halfslachtig op. Hoewel hij bevriend was met Westerling en diens plannen niets in de weg legde verleende hij hem op het beslissende moment geen steun.
 
Generaal Buurman van Vreede, de opvolger van Spoor, reageerde zeer afwijzend toen Westerling hem op de hoogte stelde van zijn plannen. Volgens Willems was er later maar één conclusie mogelijk: van het schimmenspel rond Westerling kon later maar beter niet te veel bekend worden.
 
"Er zouden wel eens vreemde dingen aan het licht kunnen komen", zo schreef een rechter-commissaris in deze tijd.. Een van die zaken was dat hoge Nederlandse militairen zich tot het laatst tegen de Indonesische onafhankelijkheid hadden verzet. Het was dus beter de hele affaire af te doen als een schertsoperatie van de buitenstaander Westerling.

f t