Dagboeken uit kamp


Dit artikel is min of meer een samenvatting van het Birmadagboek van Wim Kan. In het werk staat veel en veel meer te lezen. Indien u daarvoor belangstelling hebt dan is het dagboek tweedehands nog te bestellen. 

Alle foto's uit dit artikel zijn afkomstig uit het Birmadagboek van Wim Kan. Zie ook: "Er leven haast geen mensen meer....." en het fotoalbum


Inleiding

In krijgsgevangenschap

Het verblijf te Rangoon (1942)

Moulmein en Tjimahi

De oorlog duurt voort....

Kamp Wagale en Retpoe 

Werken aan de Birmaspoorlijn

Verhuizingen

Naar de Bangkok party

Verwikkelingen na de oorlog


Inleiding

Vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog maakte het ABC-cabaret van Wim Kan (1911-1983) een honderddaagse tournee door Nederlands-Indië. Nadat de Jappanners een eerste aanval deden werd Kan als dienstplichtig militair opgeroepen voor het KNIL. Men deelde hem als radio-omroeper in bij de Generale Staf. Burma spoorlijn

Na de capitulatie  van het KNIL (13 maart 1942) verkreeg Kan de status van krijgsgevangene nummer 71502. Hij overleefde dertiende Jappenkampen en het werk aan de Birma-spoorlijn. Tijjdens zijn krijgsgevangenschap hield Kan een dagboek bij, waarin hij verslag deed van de dagelijkse gang van zaken in de kampen. 

In de Jappenkampen trad hij veel op. Hij schreef liedjes, voerde cabaretprogramma's op en speelde toneelstukken. Op deze wijze leverde hij een grote bijdrage aan het moreel van zijn mede-gevangenen. Niet alle dagboeken van Kan zijn overigens bewaard gebleven. 

In krijgsgevangenschap

Op 31 mei 1942 werd Kan overgebracht naar het Tjimahi treinkampement. Daar moesten de krijgsgevangenen frequent aantreden voor de "Nippon-heren". Weddenschappen over de duur van de oorlog varieerden tussen drie dagen en drie jaar. Ziekenboeg in Jappenkamp Kan was inmiddels begonnen met zijn toneelvoorstellingen te geven. In zijn dagboek schreef hij: "Oorlog is volkomen waanzin. Laten we vrede sluiten en ermee ophouden!" Het leven werd in plaats daarvan echter steeds moeilijker. Zo kreeg Kan in het kamp iedere avond rijst met maden voorgeschoteld.

Op 1 september 1942 vernam hij dat er twee vrouwen zouden zijn vermoord. Hij schreef: "Daar zit je nu lullig en wel in een gevangenkamp terwijl ze intussen misschien je vrouw vermoorden!"  In de kampen begon de pest te heersen en werden krijgsgevangenen ingeënt. 

Kan vertrok op 15 oktober 1942 naar station Koningsplein en vanaf Tandjong Priok met het stoomschip Tacoma Maru naar Singapore. Aan boord deden zich zestig gevallen van dysenterie voor. De 23ste voer de boot naar Pinang. Vanwege duikbootaanvallen, waarbij een schip in het konvooi getroffen werd, was men wel gedwongen te Pinang te enteren.

Pas op 3 november 1942 werden de krijgsgevangenen naar Rangoon getransporteerd, waar men op 7 november 1942 aankwam. Inmiddels waren er door het toenemend aantal ziekten al twaalf doden gevallen en bevonden zich driehonderd patiënten aan boord. De lijken der overledenen werden overboord gegooid. 

Het verblijf te Rangoon (1942)

Ook in Rangoon bleef de sterfte onder de krijgsgevangenen ontstellend hoog. Op 20 november waren er al 51 doden gevallen en bevonden zich 400 mannen in het "hospitaal". Onder de doden waren Kans vrienden kapitein Boschen en astroloog Gorter. Het eten bestond uit droge pap, droge rijst en slappe thee. Iedere dag overleden er kenissen van Kan, waaronder Zaad Noordijk en Schoonhoven.  Daarnaast  werd men voortdurend belaagd door luchtaanvallen.  Post in kamp

Op 28 november 1942 nam het aantal zieken in de barak van Kan langzaam af, hoewel er inmiddels al 92 doden te betreuren waren. Daaronder ook Kans vrienden Dickhof, overste Milius. overste Klaassen en Verheul. Wat Kan betreft: in "zijn" kamer waren van de oorspronkelijke 64 man 38 overleden. Iedere dag maakten  gedetineerden kruizen, waaraan men het aantal doden van die dag kon aflezen. 

In december 1942 nam de frequentie van de luchtaanvallen toe en vielen de bomscherven zelfs tot in de ziekenboeg. Het dodental was inmiddels gestegen tot 140, waaronder kapitein Minderman en Schouten van de M.I. Alle hoofdofficeren, behalve majoor Bestman, bleken te zijn overleden. De oorzaak was veelal beri-beri, een gevolg van de gebrekkige voeding. Kan schreef in zijn dagboek op 16 december: "Wanneer komt het eind? Waaraan hebben we dit verdiend?  Nu krijg ik het gevoel dat ik dit niet uithoud. Ik zou wel eens echt willen uithuilen, misschien zou dat helpen..."

Op 17 december waren van de 1.700 man, waarmee men Batavia verlaten had, er nog maar 850 geschikt een nieuwe reis, ditmaal naar Moulmein, te aanvaarden. "Aantal doden nu gestegen tot 166. Nog dagelijks 4-7 doden bekend te maken. Ieder appel opnieuw. Ben zelf nog erg down door alle ellende om ons heen, die voortdurend ontzettende afmetingen gaat aannemen. Allerlei lui die helemaal of gedeeltelijk niet meer kunnen lopen. Opgezette gezichten en dikke benen aan de orde van de dag. Waar moet dat heen?"

Moulmein en Tjimahi

Op 21 december 1942 begonnnen Kan en zijn medegevangenen aan een reis dwars door het zwaar gehavende Rangoon. Aldaar  aangekomen werden zij aan boord van een schip geladen. Hiermee voeren zij naar Moulmein om daar in de gevangenis te belanden. Men kreeg als eerste een toespraak van de Japanse eerste luitenant-commandant: "Wij waren misdadigers die de Japanse keizer wel wilde vergeven mits.... Als je een poging tot ontvluchting doet word je doodgeschoten." Post in kamp2

Er deden verhalen de ronde over een aan te leggen spoorweg naar Bangkok. Iedereen moest werken, van hoog tot laag en in de volslagen rimboe, met een indeling in werkploegen. Het aantal doden was intussen opgelopen tot 180. "De meeste mensen blijven leven omdat ze bang voor de dood zijn." Kan ontving  op dit moment het nieuws dat bij een aanval op de gevangenis in Moulmein grote hoeveelheden gevangenen verongelukt, vierhonderd gewond en vijfhonderd Jappen gedood waren. 

Intussen speelde Kan zowel in Moulmein als eerder in Rangoon cabaretvoorstellngen om de medegevangenen enige afleiding te bezorgen. Bij Tavooi raakten bij bombardementen 32 mensen vermist. Daarbij vielen tevens 18 doden en 100 gewonden (van de 1.160 aanwezige personen). "Zonder bombardementen hebben wij het er slechter afgebracht met 270 doden van de 1.700 man. Er doen geruchten de ronde dat 2.800 krijgsgevangenen op vier schepen zoek zouden zijn geraakt."  Men meende ook dat de gevreesde en besmettelijke ziekte cholera was uitgebroken. 

"Hedenochtend executie van een weggelopen Aussie. Om 8.00 uur geweerschoten en einde. Hoorde even later de auto terugkomen van het kerkhof" (2 maart 1943). "Vooruit maar, vermoord elkaar maar. Slacht mekaar maar af! Het gaat geweldig. Wat moeten wij nu op zo'n wereld?

De oorlog duurt voort.....

Men hoorde aanhoudend slecht nieuws uit de werkkampen. Het werk zou zeer zwaar zijn en de onvrijwillige arbeiders overwerkt. Van de 1.160 mensen waren nog maar 500 tot arbeid in staat.  De kapitein van de vijfde branch meldde dat als het aantal zieken niet zou verminderen  zij geen eten meer kregen.  Oorlogsgeld "De zwakken zullen er wel onderdoor gaan, ja, maar daarvoor is het oorlog." Kan zag de dodenlijst van de Tacoma Maru, namelijk 214 mensen. Andere getallen die hij noteerde waren  1.700 en 214. doden.  Dat betekende een dodental van een op de acht mensen. 

De Jappen maakten intussen een  propagandafilmpje over hoe goed zij hun krijgsgevangenen behandelen. Een  element daarin was de aankomst op het station, waar voor de zieken brancards en artsen al klaar zouden staan. Daarnaast vertooonde de Japanners beelden van een keuken, toko en muziekuitvoeringen.  "O, wat hebben we het goed!"

"Het wordt erg. Heb angstig idee opeens af te zakken en op weg om gek te worden. Gisterenavond slecht nieuws gehoord: Jappen nog steeds boven Australië. Overmacht in de lucht. Duurt nog minstens een jaar. Zie er nu hoegenaamd geen gat meer in.

Kan vernam afschuwelijke berichten over de andere kampen. De weg daar zou volkomen onbegaanbaar en een grote modderpoel zijn geworden. In sommige kampen kreeg men slechts twee keer per dag te eten, in andere geen vlees. Verzwakte mensen moesten over grote afstanden lopen,  zodat de zieken en doden vanzelf wel uitvielen. geldoorlog "Dat is oorlog. God, wat ontzettend. Komen we ooit nog thuis? Onder de wandluizen, alles kapot, vies en versleten.  Dat is wat ons maakt tot bedelaars."

Op zaterdag 12 juni 1944 verschenen plotseling zes grote viermotorige bommenwerpers aan de einder. "Ik spring in een loopgraaf en dan is het voorbij." Vijf bommen bleken in het kamp gevallen te zijn.

Overal lagen delen van mensen. De pastoor sprak hun zielen toe. Het werd inmiddels erg stil  in het kamp omdat iedereen naar de begrafenis was gegaan. "Lieve heer, komen wij ooit nog uit deze ellende? Cholera, dysenterie, pokken, onderzeebootaanval en bombardementen. Een prachtwereld, een mooi leven.....". In totaal stierven bij de aanval dertien mannen. 

Kamp Wagale en Retpoe 

De tocht van het kamp waar Kan verbleef naar kamp Wagale was acht kilometer. Eenmaal daar aangekomen bleek er niets aanwezig te zijn, behalve afgebroken barakken en geen voedsel.  Vijftien juni 1943 kende een verschrikkelijke middag.  Drie grote viermotorige Liberators naderden het kamp door de lucht.

Er waren voltreffers op de barakken drie en vier en de scherven vlogen in het rond. Driepagodenpas Een brigadier raakte gewond en captain Griffen werd gedood. In totaal stierven bij deze aanval dertien mannen. 

Om 9 uur was de begrafenis:  "Met uitzicht op het kerkhof stelde ik mij voor hoe ik daar vanavond begraven had kunnen worden. Waarom hecht ik aan dit leven? "Im Westen nichts Neues" las ik nooit helemaal want ik werd er fysiek onpasselijk van. En nu zit ik er midden in! En je wilt niet dood. Waarom niet?" 

Men vertelde de krijgsgevangenen dat zij op 26 juni allemaal naar Retpoe zouden gaan. Daar waren intussen alweer zeven doden gevallen, waaronder luitenant Buikhuizen. De voedselvoorziening  bleek bovendien een enorme chaos te zijn. 

"De Jap zegt dat wij er niet bijhoren en geeft bijna niets. Dus 's ochtends drie lepels oneetbare pap en om half zeven rijst met uien. Slecht eten. Voel me moe, lusteloos en ondervoed. Hoorde dat kapitein Fokker dood was. Hier zijn ongeveer twee begrafenissen per dag." Er gingen intussen geruchten over een aanstaand vertrek naar Singapore in het kamp rond.

Niemand wist precies waarom en waarheen maar iedere dag zou honderd man lopend vertrekken. "Lopen, dat wordt niets. Reuze rotzooi op komst.  Zie er als een berg tegenop, maar in Godsnaam. Ben zo bang om tegen het eind het nog af te leggen."

Werken aan de Birmaspoorlijn

Kan moest op een gegeven moment met 33 man op weg om naar een ander kamp, KM113, gelegen in Thailand, getransporteerd te worden. Tijdens de reis werd de drie pagoden pas gepasseerd.  Aldaar moest weer hard gewerkt worden. "Ik lig nu in het bed  van Bos, die eergisteren stierf.Boeken gelezenZijn werkzaamheden bestonden nu uit materiaal halen (schoppo's), vervolgens vijf kilometer naar het werk lopen en dan stenen sjouwen en die tussen de rails gooien

's Avonds amuseerde hij de manschappen met cabaret en liedjes over het kampleven. Maar Kan schreef wel: "Over eigen prestatie niet voldaan. Veel fouten en last van duizeligheid en moeilijk concentreren." Kan zag het allemaal niet meer zitten: "Zie er niets, maar dan ook niets meer in. Hoorde raming van 15-18 maanden. Dan ben ik precies dood. Voel mij erg matig. Zwerende voet, sterretjes bij het opstaan en alsmaar moe en duizelig. Enfin, als het eten zo blijft gaan we binnenkort wel dood

"Ik zie er niets meer in. Ik had zo vast gehoopt op het einde van de oorlog dit jaar. Alle mensen beginnen oud en vervallen te worden. Ik ook. De voeding is beslist onvoldoende. Kijk maar naar de ontzettende zweren van de meeste mensen. Ook mijn linkerbeen zit weer helemaal vol. Ik word erg mager."  Enige tijd later schreef hij:

"Zwerende voet en kan geen stap verzetten zonder stok. Veel pijn. Verder zware malaria-aanval met hoge koortsen. Straalmisselijk en doof. Sinds 4 december heb ik helemaal geen honger meer. Maar goed ook, er is toch geen eten."  Er gingen geruchten door het kamp dat de mannen naar Japan of Formosa zouden worden getransporteerd. 

Kan dacht op Eerste Kerstdag 2013 aan zijn groepscommandant uit Retpoe, Fouché. Hij lag ziek in het hospitaal en Kan was van plan geweest hem te bezoeken en aan te moedigen te eten. Die ochtend ontving hij echter het bericht van diens dood. De overige zieken werden nu naar Thailand overgebracht en de barak afgebroken. "Zag nu pas in wat voor rotzooi we eigenlijk wonen. De varkens zou je er niet injagen. Veel ratten, die 's nachts over je gezicht lopen en overal wandluizen."

Verhuizingen

Op 9 februari schreef Kan: "Veel Malaria, ik eet bijna niets. Voel mij ontzettend slap en rot. Label, Robij en kapitein Blokland zijn overleden. Rolverdeling In totaal zijn er 22 doden te betreuren." Twee dagen later werd een groep van 130 man  (Europeanen) aangewezen om naar Japan te gaan. Kan hoefde echter niet mee omdat hij aan malaria leed. De 23ste februari werd bekend gemaakt dat binnen enkele dagen 140 mensen, de ernstigste zieken, waaronder Kan, naar Kanchinabri zouden gaan. 

Deze groep mensen kwam uiteindelijk op 5 maart in een Australisch kamp nabij een grote spoorbrug aan om daar de nacht door te brengen.  De volgende dag verbleven de mannen in een Hollands kamp. Ondanks het feit dat het voedsel daar beter leek was Kan niet in een goede conditie: "Zit weer ineens onder de zweren en iedereen zegt dat ik er slecht uitzie. Een beetje doodskopachtig." 

"Vandaag in Europa de lente begonnen. In Godsnaam laat dit het laatste oorlogsjaar zijn. Ik houdt het niet meer uit." Intussen vertrokken steeds meer mensen naar Japan, waardoor er een onrustige stemming ging heersen. Het kamp bleek snikheet. Op de 9de april was er vier keer een luchtalarm met afweergeschut en verkenningsvliegtuigen. "Schurft! Onder de jeuk en van boven tot onder onder de zalf. En stinken! Ik mag niet baden en doe 's nachts geen oog dicht", schreef Kan wanhopig. 

Naar de Bangkok party

Kan werd op 28 april naar de Bangkok party gezonden. Overste Reesink meldde dat de officiële cijfers aan krijgsgevangenen in Birma en Thailand 50.000 man betroffen en 7.200 doden (14%). Dagboek van Wim KanDaarbij was een Singapore party van 10.000 man niet meegerekend, waarvan 5.000 mensen waren gestorven.  De tocht van Kan met de trein naar zijn nieuwe bestemming duurde zes uur. Hij werd samen met 35 andere mannen in een wagon gepropt. "Ontzettend nauw, geen plaats voor benen, Stank! Pis! Stront! Kak! Bah! Afschuwelijk gezelschap."

Om 12 uur 's nachts reed de trein verder om 's ochtends vroeg op het eindstation aan te komen. Van hier liep Kan naar zijn nieuwe kamp, dat nog in opbouw was.  Kan telde de kampen die hij tot dan toe had meegemaakt: "1. H.K.V - 2. L.O.G. - 3. Treinkampement - 4. 10de Bat. Batavia - 5. Tacoma Maru - 6. Rangoon - 7. Moulmein - 8. Thambyusayat - 9. Kamp Wagale - 10. Retpoe - 11. Kamp 108 - 12. Kamchinaby - 13. Nakompatom. 

Op 6 september 1944 vond er een hevig bombardement op Nonpladuk, 17 kilometer van Kans kamp, plaats. Er ontstonden hevige branden door afweergeschut en bommen. Vijf bommen, die op een krijgsgevangenenkamp vielen, veroorzaakten 82 doden. In totaal stierven die nacht in Nonpladuk 102 mensen. Een kennis van Kan, kapitein Matthes, van het treinkamp, behoorde tot de slachtoffers. 

Alles bij elkaar, zo hoorde Kan, waren van de 5.500 Japanse krijgsgevangenen 995 gestorven, dus 18%. Het percentage doden van de geallieerden (Engelsen, Australiërs, Nederlanders enz.)  bedroeg 7.000 van de ongeveer 50.000 (15%). Kan zelf werd intussen benoemd tot klerk van een huidarts, dr. van der Meulen. Daarnaast bleef hij toneelvoorstellingen geven. 

Hij schreef: "Ach lieve Ollie (Corry Vonk), komt er dan nooit een einde aan dit alles? Zou ik jou en Prem en Pap en Jan en de anderen ooit nog eens terugzien op aarde of in een later leven, waar ik op 't ogenblik weer absoluut niet in geloof?" 

Einde van de oorlog

Het werd vrijdag 17 augustus 1945 in Nakom Paton Siam. "Ollie het is afgelopen!"Hoera!!!!!"  schreef Kan in zijn dagboek. Op 16 augustus omstreeks zes uur 's middags was Kan bij enkele kameraden. IdentiteitsbewijsEen daarvan greep zijn hand en zei: "Jongens, het is afgelopen".  's Avonds vertelde de Japanse kolonel dat er een wapenstilstand was afgekondigd en de oorlog op alle fronten ten einde was gekomen. "U bent geen krijgsgevangenen meer en u zult het kamp van binnen zelf nu moeten bewaken. Buiten blijven nog Japanse soldaten staan. 

De voorraden van het kamp staan ter uwer beschikking. naam adres woonplaats U zult hier nog wel enige tijd moeten verblijven. Zorg goed voor uw gezondheid en voor de papayaplanten!". Kan stond versteld. "En voor de papayaplanten - en zo eindigt dan een wereldoorlog. Is het niet om te huilen? Als ik niet zo blij was dan zou ik geloof ik de hele tijd huilen!"

De oorlog was op 16 augustus 1945 eindelijk voorbij. Kan was drie jaar, vijf maanden en drie dagen Prisoner Of War (P.O.W) geweest. Dat bleken in totaal 1.250 dagen te zijn. Iedereen begon nu te juichen en te klappen.  De Nederlandse en Engelse vlaggen werden gehesen. "Ik heb het gevoel opnieuw te gaan leven", schreef Kan in zijn dagboek. 

"Het is voorbij. Het zit erop. Wat nu? Morgen mijn papieren opgraven" (Kan had zijn dagboeken eerder begraven). Hij ging om 24 uur naar bed maar kon de slaap niet vatten.  "Daar lig je dan voor het eerst weer vrij.  Daar heb je 1.250 nachten op gewacht en heel stil dank ik iemand - is het God....of een ander. die mij  deze dag laat beleven?". 

Verwikkelingen na de oorlog

De volgende dag hoorde Kan dat de oorlog toch nog niet helemaal afgelopen bleek. Japan was dan wel verslagen maar verder was er nog niets geregeld. De Japanners waren nog steeds verantwoordelijk voor de veiligheid van de krijgsgevangenen.Afgelopen

Losse Japanse groepen streden nog steeds door. De toestand was aldus zeer gevaarlijk en men kon nog altijd neergeschoten worden. Kan bleef intussen voor zijn makkers de toneelvoorstellingen houden om het moreel niet te doen zakken. 

De eerste september 1945 wierpen vliegtuigen honderden pakketten aan parachutes uit. De periode daarop echter was een zeer verwarrende met tegenstrijdige berichten. Op 19 september vertrok Kan naar Bangkok om samen met een bevriend arts, dr. Berlijn,  een vaste concert party te vormen.

Intussen brak de Bersiap uit en waren overal schietpartijen, waarbij doden vielen, in de stad.  Kan vernam nu eindelijk dat zijn echtgenote, Corry Vonk, de Jappenkampen eveneens had overleefd. Hij ontmoette haar uiteindelijk op 8 november 1945 om 4 uur in het Thailand Hotel.  En hiermee eindigde het Birmadagboek van Wim Kan. 


 

f t