Ziekenboeg in Jappenkamp

 

Modderman en de politiek

(tekst Cor Punt en Wim Kan)

 

Ik had nog nooit aan politiek gedaan,

Dat was niet erg, zo waren er meer. 

Ik had alleen wat aan muziek gedaan,

Aan boekhoudkunst en bijbelleer. 

Maar het stond zo stom er niets van af te weten,

Ik kreeg mijn kans - ik begon als sandwichman. 

Van voren zei ik waar je goed kon eten,

Van achteren: kiest X, die het beter kan. 

 

Toen ik even stond kwam er een oploop van,

Was dat voor X of voor 't  menu?

En onverwachts kwam een politieman,

Die alsmaar jij zei en geen u,

Volgens het gezag verstoorde ik de orde,

En naar het schijnt mag dat niet in het klein,

Dit leek de kans politicus te worden

Voor de kleine man een martelaar te zijn. 

 

Ik dacht wat X kan, kan ik beter zelf, 

Ik huur zes man - een bord op ieder plein, 

Reclames op lijn acht en lijn elf, 

"Met Modderman Meer Maneschijn. 

Het leek wat vaag, maar dat kan niet verdommen, 

Het was mooi genoeg voor onze kleine man,

Kies mij maar eerst, de stemmen van de stommen,

Maken mij rijk! Daarna komt mijn program. 

 

Mijn zetel kwam volkomen onverwacht,

Mijn maneschijn had het hem gedaan,

Het ontwerp program - volledig overdacht,

Bood ik in ruil mjn kiezers aan,

Ik huurde Carré - een hoopvervulde massa, 

 Stond 's morgens al in eindeloze rij, 

Een politieman stond ergens bij de kassa, 

Die keurig u zei en niet eens meer jij. 

 

Ik hield mijn speech, ik beloofde alsmaar meer, 

Na maneschijn beloofde ik zon,

"Heil Modderman! Houdt Modderman in eer!

Donderde steeds weer van het balkon.

Ik sprak van licht en van betonnen woning,

Voor elke man minimum bankkrediet, 

Toen ik niets meer wist riep ik "leve de koning!"

Dat redt altijd een redenaarsfailliet. 

 

Zo werd ik groot en kreeg een eigen krant, 

Mijn buik en beurs zij werden vet, 

Ik werd de grootste leugenaar van het land, 

In Winkler Prins kwam mijn portret,

Daar stond ik dan, de sandwichman van gister,

Thans steunpilaar van onze maatschappij,

Toen op een dag werd ik ineens minister,

Verloochende de Moddermanpartij .

 

Ik nam zelf toen wat ik anderen had beloofd,

Een maximum aan bankkrediet,

De kleine man die in mij  had geloofd,

Riep nog hoera, en zag het niet....

Een jonkvrouw schonk mij een bleek verwaterd kindje,

Met wapen op het ledikant,

Een jaar daarna kreeg ik ook nog een lintje,

Voor wat ik deed voor het Vaderland.....

 

Zo stierf ik dan - ik ging grafwaarts met muziek,

Het volk stond snikkend aan de baar,

Dat was het einde der hoge politiek,

Van sandwichman tot leugenaar,

Bent u van plan hier wijzer uit te worden?

De ervaring lere u deze les,

Wie gapt in het groot, die krijgt een ridderorde,

Wie het doet in het klein - minstens een maand of zes!

 

Jappenkamp, 2 mei 1943

 

 

 

 

f t