KMA Wapenmagazijn


Inleiding

Het Wapenmagazijn op de hoek van de Halstraat en Oude Vest in Breda werd in 1777 gebouwd als tuchthuis. In de nacht van 7 op 8 april 1774 brandde het gebouw geheel uit, waarbij zeven vrouwelijke gevangenen het leven verloren. In opdracht van de Gemeente Breda ontwierp metselaar Augustinus Canters een  nieuw tuchthuis.

Dit plan werd eerst voorgelegd aan stadsarchitect en opzichter van Prins Willem V van Oranje Philip Willem Schonck. Aanbesteding van de nieuwbouw vond plaats in juni 1775 en toen het voorjaar van het jaar 1777 naderde was het gebouw voltooid.

Beschrijving gebouw

Het rechthoekige gebouw werd opgetrokken uit gele baksteen en bestaat uit een gelijkvloers en een verdieping, met aan de kant van de Oude Vest een gevel, waarvan het middDakconstructieengedeelte iets vooruit springt en met een driehoekig fronton is gedekt.

De zijvleugels van de voorgevel en de gevel aan de Halstraat zijn met een rechte kroonlijst afgesloten.

De vensters zijn allen rechthoekig en voorzien van hardstenen kozijnen met zware ijzeren tralies. De lijstgevel werd vervaardigd uit gele baksteen en de ingangspartij met geblokte pilasters en opgebogen kroonlijst versierd.

In een naast het Wapenmagazijn gelegen Militair Kledingmagazijn bevond (bevindt?) zich een eenvoudige gesneden houten schoorsteen, stijl Lodewijk XVI, waarvan de boezem versierd is met een door ornamenten versierde spiegel en daarboven met een schoorsteenstuk, een schilderij op doek.

Geschiedenis

Eem tuchthuis in Breda was geen overbodige luxe, omdat de criminaliteit, met name in de tweede helft van de achttiende eeuw een schrikbarend hoogte - of dieptepunt, naar gelang gelang het standpunt, bereikt had. Met name de aantallen vermogens- en economische misdrijven, alsmede diefstal, roof, inbraak, moord- en doodslag, aanranding en verkrachtingen stegen tot schrikbarende hoogten. Doordat met nameKMA 332 het platteland geterroriseerd werd liep de handel en industrie gevaar gedecimeerd te worden.

Aldus zond het stadsbestuur herhaaldelijk requesten om een tuchthuis te mogen bouwen aan de bevoegde instanties. De Staten-Generaal hakten uiteindelijk op 12 januari 1707 de knoop door  en gaven toestemming, met de bepaling dat de kosten voor de stad Breda zouden zijn. Het tuchthuis was in het begin ook spin- en rasphuis (hoewel er nooit hout geraspt is ten behoeve van de verfindustrie).  Spinhuis betekende dat men er wol kaardde voor de lakenbereiding.  

Men zorgde goed voor de delinquenten die in het tuchthuis hun straf uitzaten, want in januari 1816 bijvoorbeeld besteedde het College van Regenten over de Gevangenissen in Breda in het tuchthuis een levering van vijftig stuks wollen mansbuizen, dito lange broeken, hemdrokken, hemden, kousen en halsdoeken aan. Er waren echter niet alleen mannen maar ook vrouwen gedetacheerd, getuige de order voor elf wollen vrouwenrokken, dito jassen, hemden, halsdoeken en kousen. 

Tuchthuis op de hoek van de Halstraat en Oude Vest

Het gebouw op de hoek van de Halstraat en Oude Vest in Breda was eerder achtereenvolgens in gebruik geweest als vleeshal (vanaf 1535) en saaihal voor de lakennijverheid. Toen deze bestaansbron door verval van de lakenindustrie echter opdroogde kwam het gebouw kort voor 1707 leeg te staan, zodat er een nieuweOntwerptekening bestemming aan gegeven moest worden.

Aldus werd de voormalige saaihal verbouwd tot tuchthuis, met een woonplaats voor de binnenvader annex directeur met zijn gezin, intern personeel, en ruimte voor verblijf- en werkplaatsen, cellen tot nachtelijke afzondering der gedetineerden en scheiding der seksen. Daarnaast dienden loodsen beschikbaar te zijn voor het bewaren der grondstoffen en bewerkte producten en moest er plaats zijn voor twDarsdoorsnedeee luchtruimte, een voor vrouwen en een voor mannen.

Zoals eerder gemeld brandde het tuchthuis in de nacht van 7 op 8 april 1774 volledig af, waarna een nieuw gebouw werd opgetrokken, dat er tegenwoordig nog steeds staat.

In 1813 werd de naam van het tuchthuis veranderd in  "huis van arrest".  Ieder gebouw heeft onderhoud nodig en zo ook het tuchthuis. In september 1822 besteedde de gouverneur van Noord-Brabant Van Vredenburgh op het stadhuis van Breda het doen van enige reparaties aan het tuchthuis aan. 

In 1886 werd, als gevolg van de bouw en ingebruikstelling van een nieuwe cellulaire strafgevangenis, het huis van arrest aan de Halstraat buiten gebruik gesteld en de bestemming gewijzigd in militaire wapenopslagplaats.

Indertijd, in 1933, was sergeant D. v. N. in het magazijn belast met de administratie van het Wapenmagazijn, een positie die hij misbruikte om een groot aantal patronen uit de voorraad door te verkopen aan leden van de burgerwacht. De opbrengst gebruikte hij voor particuliere doeleinden. Nadat de Militaire Politie een onderzoek naar de vermissing van een deel van de voorraad had ingesteld arresteerde men V. N.

Het Wapenarsenaal was nu gedurende enige tijd in gebruik als militair kledingmagazijn maar door de immer doorwoekerende bezuinigingen op Defensie was het gebouw niet meer nodig. 

In januari 1982 verkocht de Gemeente Breda middels een openbare inschrijving van het Hoofd van de Inspectie der Domeinen te Breda het voormalige Wapenmagazijn. Het gebouw stond toen bekend onder de ambtelijke titel "Gemeente Breda, sectie B, nummer 662, groot 0,05.76 hectare." Anno 2016 is er een kapsalon gevestigd, niet bestemd voor delinquenten naar wij aannemen.

Zie ook

 

 

f t