Chasse


Zie ook het fotoalbum


Inleiding

De Chassé-kazerne is een voormalige infanterie-kazerne, ontworpen door Wouter Cool, en tussen 1897-1899 gebouwd  aan de Parade in Breda. In 1896 bepaalde het Ministerie van Oorlog dat er een nieuwe kazerne, bestemd voor twee bataljons infanterie, te Breda gebouDakconstructiewd moest worden en dat dit de naam zou dragen van David Hendrik Chassé (1765-1849).

Chassé was de generaal die tijdens de Napoleontische oorlogen, waaronder bij de Slag bij Waterloo (1815), het bevel voerde over een Nederlandse Divisie en die tijdens de Belgische Opstand (1830) het commando had over het belegerde garnizoen van de Citadel van Antwerpen.

Chassé was aan het einde van zijn actieve loopbaan bevelhebber van de toenmalige vesting Breda en bracht hier ook zijn laatste levensjaren door. Hij ligt begraven op het kerkhof van Ginneken, vlak bij de graven van de in zijn nabijheid op de Citadel van Antwerpen gesneuvelde wapenbroeders.

Ontwerp en bouw der kazerne

Kapitein der genie Wouter Cool werd in 1896, samen met eerste luitenant A. Faure,  speciaal naar Breda overgeplaatst om het ontwerp te maken voor een nieuw te bouweIngang Chasseen kazerne.  Cool kreeg vervolgens het directe toezicht en de leiding over de bouw tot hij, bij zijn bevordering tot majoor, naar Utrecht werd overgeplaatst.

Hij bleef echter, ook van een afstand, de bouw nauwlettend volgen. De oplevering van de Chassé-kazerne vond op 1 juli 1899 plaats.  In Veenstra's Technisch Weekblad van januari 1900 werd een selectie aan afbeeldingen en tekeningen van de Chassé-kazerne getoond.

Het hoofdgebouw van de Chassé-kazerne is een lineair type gebouw meKazerne eind 19de eeuw2t vier achtervleugels. De kazerne is in neo-renaissance en neogothische stijl opgetrokken.

Het gebouw, bestaande uit twee verdiepingen, is 108 meter breed en heeft in het midden een façade. Ter versiering van het gebouw dienen hoektorentjes, kantelen en imitatie-schietgaten. In het portiek voor de hoofdingang is het wapenschild van Chassé en een schild met de plattegrond van de Citadel van Antwerpen afgebeeld.

De deuren waren oorspronkelijk vervaardigd van djatihout. Achter de voorgevel vond men een ondiep gebouw met een gang, waarop diverse kamers uitkwamen. Hierachter lagen vier paviljoens.

Oorspronkelijk lag het in de bedoeling in de gevel der Chassé-kazerne een borstbeeld van generaal Chassé aan te brengen, waartoe door de Bredase burgerij gelden werChasseekazerne ingangden ingezameld en waarbij het initiatief lag bij de gepensioneerde kapitein C.A. Koorenaar. De onthulling van het borstbeeld, maar niet ingemetseld in de gevel,  vond in september 1899 plaats.

Het bronzen borstbeeld, met een hoogte van 85 cm., werd uiteindelijk in een nis op de binnenplaats geplaatst. Deze nis had een marmeren grondvlak en rustte op consoles. Hier tussenin was een hardstenen gedenkplaat aangebracht met daarin in gulden letters de tekst: "Breda's burgerij aan het leger, 24 augustus 1899" met de namen van de uitvoerende commissie.

De kazerne in de twintigste eeuw

Nadat de kazerne voltooid en feestelijk geopend was betrok het Zesde Regiment Infanterie het gebouw en zou er tot 1940 haar thuisbasis vinden.  Het exercitietOfficiersmess artillerieschoolerrein achter de kazerne werd, naast voor militaire doeleinden, onder meer gebruikt voor paardenwedrennen en diverse malen als landingsbaan voor vliegtuigen. In maart 1911 was dit het aviator-toestel van luitenant L.F.E. Coblijn en in augustus 1913 diende het terrein  voor een noodlanding van het toestel van Jan ("de Antwerpse Duivel") Olieslager.

Bij de Chassé-kazerne bevond zich in de jaren twintig een kampement, waar herhalingslichtingen werden ondergebracht. Op het exercitieterrein werden intussen in die jaren paardententoonstellingen georganiseerd.

Af en toe braken er onlusten uit in de kazerne, bijvoorbeeld in 1927, toen de soldaten bij te late thuiskomst de aardappels en het vlees niet eetbaar vonden en losse patronen begonnen af te schieten.  

In de jaren dertig werden dienstplichtigen, die voor herhalingsoefeningen dienden op te komen en ingedeeld waren bij het Regiment Wielrijders in Den Bosch, gelegerd in de Chassé-kazerne. Dienstplichtig soldaat J. van Dongen werd in 1938 in de kazerne, dActie chasseoor een schot dat op hem werd afgevuurd door het wapen van reserve tweede luitenant H.J. de G., dodelijk getroffen. Dat het pistool afging kwam omdat De G. het wapen geladen, in plaats van zonder kogels, zoals de voorschriften waren, aan Van Dongen gaf, waardoor het vuurde.

In deze tijd vonden spelende kinderen vaak scherpe patronen in een sloot bij de Chassé-kazerne; die bleken afkomstig te zijn van diefstal, gepleegd door sergeant Van D, indertijd werkzaam bij het Munitiedepot en het Wapenmagazijn. Tijdens de vele militaire manoeuvres werd het terrein der Chassé-kazerne in die tijd gebruikt om tentenkampen voor de manschappen in te richten.

Eind jaren dertig ontwikkelde men plannen om op het terrein van de Chassé-kazerne een tweede kazerne te bouwen, die plaats zou moeten bieden aan 240 militairen, behorende tot de strategische veiligheidstroepen. Deze nieuwe kazerne, ook wel nieuwe Chassé-kazerne genoemd, was bestemd voor het tweede bataljon van het zesde regiment infanterie en  werd in juni 1939, na een passende ceremonie, in gebruik genomen.

Tweede Wereldoorlog

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de Chassé-kazerne in gebruik bij eenheden der Kriegsmarine. Daarnaast werd de het gebouw in mei 1942 gebruikt voor eKantine chaseen verplichte bijeenkomst ter controle van de voormalige Nederlandse Weermacht. Die was bindend voor beroepsofficieren, cadetten, adelborsten en KNIL-officieren (regio Zuid-Holland en Zeeland), die op 10 mei 1940 in actieve dienst waren geweest.  

Op 12 november 1944 werd de "Nationale Dag van Polen"  op het terrein van de Chassé-kazerne in het dan pas bevrijde Breda plechtig gevierd en de Heilige Mis opgedragen.

Medio 1947 brak er in de Chassé-kazerne een difterie-epidemie en griep Bijgebouw casseuit. Hierop werden door CPN Tweede Kamerlid F. Schoonenberg vragen gesteld aan de Minister van Oorlog, waarin onder meer geklaagd werd over verstopte en vieze toiletten, het ontbreken van een washok voor de vierde en vijfde compagnie en de vele kapotte ruiten.

De Minister antwoordde hierop dat hij niet van plan was de kazerne buiten bedrijf te stellen.

In april 1947 vond in de oude kazerne de herdenkingsplechtigheid ter gelegenheid van het eenjarig bestaan van het Commando Luchtvaarttroepen plaats. Hierbij waren onder meer generaal-majoor C. Giebel, commandant der Nederlandse Luchtstrijdkrachten, en vele andere autoriteiten aanwezig.

Niet veel later raakte soldaat eerste klasse der Artilleriekaderschool, C.P.Lighthart, door een ontploffing van een scherpe granaat in de Chassé-kazerne dodelijk gewond. Hij werd later met militaire eer begraven.

Latere tijd

Vanaf 1948 tot het moment dat het Ministerie van Defensie bezit der kazerne niet langer noodzakelijk achtte was het Artillerie Opleidingscentrum, dat van 1962-1967 onder de naam Artillerieschool bekend stond, de hoofdbewoner van de kazerne. Op het terrein vonden verder de Kaderschool en de School RTijdens WO1eserve Officieren Artillerie een plek. De bijbehorende schietschool was gevestigd in de nabijgelegen Kloosterkazerne.

In 1993 werd de Chassé-kazerne voor militaire doeleinden gesloten en vertrokken de eenheden der artillerie grotendeels naar 't Harde. Burgemeester van Breda Ed Nijpels zag zijn kans schoon en besloot dat er in december 1993 duizend asielzoekers in de oude Chassé-kazerne ondergebracht zouden worden.

Een jaar later, in 1994, stond de kazerne voor bijna twintig miljoen gulden in de boeken van het Ministerie van Defensie, dat indertijd (en anno 2016 nog steeds) een spectaculaire stijging van de inkomsten door de verkoop van militaire terreinen en kazernes verwachtte.

Anno 2016 zijn in de Chassé-kazerne het Breda's Museum (vanaf 1998),  het Stadsarchief en het archeologisch depot gehuisvest. Dit nieuwe complex werd op 18 december 1998 feestelijk geopend. In de voormalige kantine, behorende bij de Chassé-kazerne, bevindt zich anno 2016 de Mezz, een poppodium. Wouter Cool zou zich in zijn graf omdraaien.  

 

f t