Dijkstrainactie2


Nota bene - dit artikel is geschreven naar aanleiding van een kort interview met Dijkstra tijdens een bijeenkomst van het Veluwebataljon - een diepgaand gesprek en een daaruit voortvloeiend uitgebreid artikel schrijven is in die omstandigheden onmogelijk.

Onderaan dit artikel ziet u een kort fragment van Dijkstra in actie tijdens de bijeenkomst van het Veluwebataljon op 13 april 2016 in de Generaal Spoorkazerne in Ermelo.


Naar de Oost

Frits Dijkstra (Oosterzee, 21 mei 1924) werd geboren in de provincie Friesland, maar verhuisde,  samen met zijn ouders, in 1930 naar De Steeg, een gehucht in de provincie Gelderland en bekend als laatste woonplaats van de schrijver Louis Couperus.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog wist hij door onder te duiken te ontkomen aan een gedwongen tewerkstelling in Duitsland. Na de bevrijding besloot hij om weg te gaan Fritsiefritsuit Nederland en alles achter zich te laten.

Om dit doel te realiseren meldde Dijkstra zich aan bij 1-8 Regiment Infanterie, met als voornemen om na een eventuele demobilisatie in de Oost een nieuw leven op te bouwen. Hij scheepte zich aldus met de rest van de troepen in en debarkeerde in Tandjong Priok, de haven van Batavia. 

Dijkstra verbleef uiteindelijk van 1946 tot 1948 in Nederlands-Indië. In deze periode (tot 1950) sneuvelden meer dan 6.000 militairen.

Na de landing werd Dijkstra ingedeeld bij een ondersteuningscompagnie, een anti-tankbataljon, en nam deel aan de Nederlandse acties die noodzakelijk werden na de verschrikkelijke moordpartijen die ten tijde van de Bersiapperiode hadden plaatsgevonden en waarvan hij nog een stukje meemaakte.

Nederlandse inwoners van onder meer Batavia, die in deze periode uit de Jappenkampen terugkeerden naar hun huizen, werden toen hevig belaagd en liepen grote kans afgemaakt te worden door leden van loslopende bendes.

De Nederlandse soldaten, waaronder Dijkstra, waren hierdoor genoodzaakt zichzelf maar ook de burgerbevolking in de omgeving en mensen in de kampongs te beschermen tegen deze gruwelijke aanvallen der extremisten.

In de eerste nacht na de landing werden Dijkstra en zijn dertig tot veertig medemanschappen gelegerd in een rijstveld en aangevallen door een troep van honderden bendeleden, waaronder vele sluipschutters. Onervaren als de soldaten toen nog waren vuurden zij in die eerste maand meer kogels af dan in de overige tijd van verblijf in de Oost het geval zou zijn. Dat was mede omdat alle nachtelijke geluiden der tropen hen indertijd vreemd in de oren klonken en zij nog niet aan het aardedonker gewend waren.

Latere loopbaan

Dijkstra woonde, na zijn terugkeer in Nederland, meer dan veertig jaar in Arnhem en was in die tijd werkzaam bij het Ministerie van Landbouw en Visserij, waarvan de laatste twintig jaar als hoofd Landbouwmaatregelen. Voor zijn vrijwilDijkstra en zijne vriendenlige werkzaamheden ten behoeve van een kerkelijke organisatie en andere bezigheden werd hij benoemd tot Lid in de Orde van Oranje Nassau.

Dijkstra is erelid van de Federatie van Verenigingen van Indië militairen, waarvan hij gedurende enige tijd voorzitter was. In 2007 publiceerde het Reformatorisch Dagblad, ter gelegenheid van Veteranendag, een portret van drie veteranen, waaronder Dijkstra, waarin hij de vraag beantwoordde of er voldoende aandacht zou zijn voor veteranen.

In februari 2015 opende hij samen met historicus Ad van Liempt de expositie "Oorlog" op Bronbeek. Zelf heeft hij alle gebeurtenissen in Indië een plaats in zijn hoof en hart kunnen geven maar erkent dat vele anderen, zelfs na zeventig jaar, nog steeds hieronder lijden.

Dijkstra zal echter ook de periode van 1946-1948 nooit vergeten omdat er teveel gebeurde in een korte periode.

Hij verklaarde later: "Als wij daar niet naar toe gegaan zouden zijn dan waren daar nog duizenden slachtoffers meer gevallen. Wij hebben daar heel wat mensen kunnen beschermen tegen die wilde bendes, die moordend en plunderend rondtrokken. Dat is het positieve wat wij daar hebben kunnen doen."



f t