Inleiding

Na de landing van Nederlandse Mariniers op Bandjoewangi op  maandag 21 juli 1947 werden een paar dagen later de lijken van meer dan 24 personen, Nederlanders en Indo-Europeanen, mannen, vrouwen en kinderen ontdekt. De slachtoffers waren allen met kapmessen afgemaakt in het nabijgelegen dorpje Tamansari. Een groot aantal slachtoffers behoorden tot vier families, namelijk Ottolander, Leidelmeijer, Lang en Van der Linden. 

Alle personen waren met mesen en speren afgeslacht door leden van een Indonesische guerillagroep, de zogenaamde Masjoemin ("Partij van strenge Islamieten"). Guerillagroepen worden tegenwoordig vaak met de term "vrijheidsstrijder" aangemerkt.  De moordpartijen vonden plaats omdat de plaatselijke terreurgroepen woedend waren gworden over de landing der Nederlandse manschappen op de kust. 

De gebeurtenissen te Tamansari (interneringskamp TRI)

De families Leidelmeijer,, De Lange, de heer Ottolander en andere (Indo)-Europeanen,  waren op 22 juli 1947 omstreeks 11.00 uur 's ochtends in een huis te Tamansan aanwezigg, toen de woning door een bende, bestaande uit meer dan honderd man, van een terreurgroep omsingeld werd. Willy Ottolander

Alle  mensen werden naar buiten gesleept, waarna een bloedbad volgde. Kinderen werden onthoofd, moeders die hun nageslacht beschermen wilden konden niets doen omdat zij vastgehouden werden. Van deze vrouwen maar ook de mannen werden eerst de ledematen afgesneden. Vrouwen ondergingen nog een extra marteling doordat van  hen de borsten werden verwijderd en bamboesperen in hun geslachtsdelen werden gestoken. 

Vervolgens moesten de mannen die de slachting tot dan toe overleefd hadden een massagraf graven en werden vervolgens, na gedood te zijn, met de overige slachtoffers (lsoms levend) begraven.  Tot de slachtoffers behoorden onder meer de heer Ottolander (met een kapmes onthoofd), het echtpaar Leidelmeijer met twee dochters en een zoon en de heer De Lang met zijn zoon. 

Moorden te Padang, een TRI-kamp nabij Tamansari

Padang was oorspronkelijk een koffieplantage geweest, waarvan de eigenaar, de heer Van den Goes, tijdens de Japanse bezetting was doodgeschoten. 

Te Padang wist de bende een groot aantal andere mensen op dezelfde wijze  te vermoorden. Dat waren de heer Van der Linden met zijn zoon, dochter, twee nichtjes en een neefje. Mevrouw Kitty van der Linden-de Groot raakte zwaar gewond, later door Mariniers gevonden en naar het ziekenhuis gebracht. Mevrouw Schalk en de heer Nieuwenburgh met zijn zwangere echtgenote hadden dat geluk echter niet en kwamen allen op gruwelijke wijze om het leven.

Elders, in het huis van de heer Hemmelkamp werden de heer en mevrouw Nieuwenburgh en mevrouw Schalk  van het leven beroofd. 

Gebeurtenissen na de slachtpartij

Te Tamansari waren ook andere families aanwezig waarvan het lot ontbekend is gebleven. mevrouw Slootman (overleden) en haar dochter Vicky (vermist) werden door de vijand weggevoerd. Dat was ook het geval met mevrouw Meijer, haar dochter Polly en drie zoons, David, Evert en Benny. 

De familie A.F. Schultz beweerde zich tot de Islam bekeerd te hebben en de leden van het gezin werd eveneens afgevoerd, aangevuld met Nico Leidelmeijer, maar kwamen onderweg een groep Mariniers tegen. Op dat moment nam de guerillabende de vluicht en bleven hun levens gespaard.  De overlevenden werden later door de zogenaamde "Gadja Merah", KNIL-soldaten, gevonden en naar Bandjoewangi teruggebracht.  

Nasleep

Eerste luitenant H.P.E. Buys, commandant van 3.7 R.I. verklaarde later dat de plaatsen waar de lijken werden gevonden te herkennen waren aan de sporen van bloed, die van de huizen naar de graven liepen. Bij enkele graven werden nog de klompjes van kinderen en bebloede kledingstukken aangetroffen, terwijl sommige slachtoffers zich half boven de grond bevonden. 

Verdachten verklaarden later dat alles volgens vooropgezet plan verlopen was.  Mevrouw van der Linden, die de moordpartij op haar man, 2 kinderen, 2 nichtjes en een neefje overleefde, droeg voor de rest van haar leven  een litteken van nek tot hals, een gevolg van de poging tot onthoofding. Zij overleed in 1983. 

Slachtoffers (overleden)

Tot de 24 slachtoffers behoorden dus  onder meer de leden van vier families, namelijk de familie Ottolander, Leidelmeijer, De Lange  en Van der Linden.

  • Willy. Ottolander, was een bekende Indo-Europese planter, die 53 jaar oud werd,.
  • Daarnaast werd de gehele familie Leidelmeijer uitgemoord. Die bestond uit: vader L.C.L. Leidelmeijer (57 jaar), zijn echtgenote R. Leidelmeijer-Bruckner (52 jaar oud) en hun kinderen  Mathilde Leidelmeijer (21 jaar),, Greta Leidelmeijer (25 jaar). en zoon Leo Christiaan Leidelmeijer (17 jaar).. Zoon Nico overleefde het bloedbad.  
  • Tot de andere slachtoffers behoorden onder meer Wilhelm van der Linden, die de leeftijd van 49 jaar mocht bereiken, zijn zoon, dochter, twee nichtjes en een neefje, die respectievelijk de leeftijd van 11 (Ina), 13 (Antoinette)  en 15 jaar (Jeane Carla) hadden toen zij vermoord werden.  Van twee andere kinden, Arvid (19) en Johannes iwas  dit gdurende langere tijd onbekend. Hun lichamen werden later door Mariniers in een bosje begraven gevonden. 
  • De heer E. de Lange en zijn dochter Lena
f t