Afdrukken
Details: Hoofdcategorie: Militaire activiteiten en missies Categorie: Bersiap | Gepubliceerd: 18 februari 2019

 1ste Luitenant R. Dunki Jacobs van de KNIl Inlichtingen Dienst in Depok


Zie ook het fotoalbum


Inleiding

Depok was een plaatsje gelegen tussen Batavia en Buitenzorg. De nederzetting werd in het begin van de achttiende eeuw door Cornelis Chastelijn, lid van de Raad van Indië, die daar een landgoed bezat, gesticht.Vernieling in de kerk van Depok In 1714 liet hij de slaven op dit gebied vrij en schonk hen (in gemeenschappelijk bezit) al zijn gronden in en rond Depok. 

Vervolgens ontstond aldaar een bloeiende christelijke gemeenschap en centrum van zendelingactiviteit.

Ter nagedachtenis aan de stichter brachten de dankbare dorpsbewoners een marmeren herdenkingsplaat met Maleisische inscriptie aan in het voorportaal van de kerk. 

In oktober1945, tijdens de Bersiap, werd de christelijke gemeenschap van Depok door islamitische extremisten grotendeels uitgemoord. Mannen, vrouwen en kinderen vonden op gruwelijke wijze de dood en de lijken wierpen de daders in diepe putten achter de huizen. 

De terreurgroep martelde, verkrachtte en vernederde vervolgens de overlevenden, die later ternauwernood door Ghurka's van de dood gered konden worden. De kerk en het kerkhof liet men volledig onteerd achter. 

Moordpartijen door extremisten

Depok werd tot de moordpartij bewoond door ongeveer 600 Europese en Indo-Europese mannen, vrouwen en kinderen. De Indo-Europese mannen hadden veelal een bestuursbetrekking in Batavia. Vernielingen in de kerk van Depok

Een groep van 800 extremisten, die er vier dagen gruwelijk tekeer ging, omsingelde in oktober 1945 de woningen, plunderde het hele dorp en verwoestte ook verder alles wat op hun weg kwam. Daartoe gebruikten de leden van de terreurbende onder meer machinegeweren met dumdum kogels.

Een aantal van hen hield zich schuil in de bomen en bestookte van hieruit de vrachtauto's, waarop vrouwen en kinderen het dorp trachtten te ontvluchten. Meerdere kinderen werden dodelijk getroffen door hun vuur.

Tenminste 20 mannen en vrouwen vonden direct de dood. Extremisten sloten vervolgens vijfitig vrouwen in twee huizen op om hen hetzelfde lot te doen ondergaan.

Gelukkig arriveerde op dat moment een Ghurkatransport van het Queen Alexandra Rifles-regiment en redde hen van een wisse dood. Het regiment was naar Depok gereden omdat geruchten omtrent moordpartijen en plunderingen via oorlogscorrespondenten ook de Ghurka's hadden bereikt. 

De overige leden van de bevolking van Depok waren de bossen ingevlucht.. Maar zelfs daar vond een aantal, onderweg naar Batavia, achterhaald door de vijand, de dood. De rest werd omsingeld, gedwongen zich uit te kleden en naakt naar het station van Depok te lopen. Mannen kregen opdracht per trein naar Batavia te reizen. Op het station werd op dat moment onder meer de 18-jarige Gerardus Johannes Selier in de armen van zijn zus, die hem trachtte te beschermen, vermoord. 

Vrouwen dwong men naar Depok terug te keren, waarschijnlijk om hen te verkrachten en vervolgens dood te martelen. . 

De heer De Bruin (55) was als een van de weinigen in Depok achtergebleven. Rampokkers drongen zijn woning binnen en dwongen De Bruin en zes anderen met het gezicht naar de muur te gaan staan. Hierna werden alle zeven systematisch onthoofd.

Een 25-jarige Indo-Europeaan ontdeden de beulen van zijn haar en oren. Hierna, nadat ook de ogen waren uitgestoken, vond hij zijn einde in een waterput.  Andere  (bekende) slachtoffers waren onder meer Justinus Jacobus Jacob (44), Salmon Among Tholense (38), eerder gewond geraakt, later overleden, Johannes Marinus Leander (32) en Willem Tholense (68). Van veel Depokse doden wist men echter later naam en graf niet meer terug te vinden. 

Impressie Stoottroepen van Depok in november 1946

Zes manschappen van de Stoottroepen reisden in november 1946, in navolging van onder meer generaal Spoor, naar Depok.  Ds. Everts, veldprediker van het Eerste Bataljon Regiment Jagers, die samen met Ambonezen in maart 1946 de plaats verder zuiverde van extremisten, belegde een conferentie. Die was bedoeld om alle op Java gevallen christenen te herdenken. Generaal S.H. Spoor loopt over de begraafplaats van Depok waarvan vele graven door roversbenden zijn vernield

De bijeenkomst werd onder meer bijgewoond door vertegenwoordigers van de naastgelegen bataljons van de Landmacht, van de Marine en de Luchtstrijdkrachten.

Veldprediker ds. A.G. Luiks van het VIIe Bataljon Regiment Stoottroepen bekeek de herstelwerkzaamheden, door eenheden van het Nederlandse leger verricht. Hij verklaarde:

"Wat een verlichting, nu door ditzelfde Depok de stevige, bruinverbrande figuren van onze jongens te zien marcheren. Ze doen hier in dit warme oord hun plicht, zoals overal in Indië. En hoeveel levensgeluk zou te danken zijn aan hun werk, dat zij zo pretentieloos verrichten? 

s Avonds deed ik met een Jager een wandeling door de stille duistere lanen. Ik had geen wapen bij mij. Het was soms stikdonker onder de hoge bomen. Maar.... onze soldaten waakten."

Stoottroepers stonden de volgende dag bij een kapotgeslagen graf en fotografeerden dit. Een van de jongens zei echter: "Ze zullen in Nederland wel zeggen dat het propaganda is. Geloven willen ze het niet."

De veldprediker bracht hen naar een vernielde grafkelder. Een schedel lag naast de kapotgeslagen kist. Hij zei: "Jongens, kijk, en schrijf nu naar Nederland wat je zelf gezien hebt. Nu weet je, waarom je naar Indië bent gegaan." Een Stoottroeper keek met een verbeten trek in zijn grijze ogen op van het graf en knikte met een blik van verstandhouding naar de veldprediker.